Xena fights for her life while healing from her wounds. In her feverish dreams, she reveals a secret.

Koortsdromen

Gabrielle vocht als een wilde kat. Haar stok zwiepte in het rond en trof hoofden, benen en buiken van de overal opdringende tegenstanders. Xena stond met haar rug naar haar hartsvriendin gekeerd, haar zwaard zong in het rond. Romein na Romein doorboorde ze, haar lichaam bewoog met gruwelijke efficiëntie, in een razende, extatische dans van dood en verderf. Xena zag de doodsangst in de soldaten hun ogen. Moordlust laaide in haar op, woede vulde haar longen; ongenadig om zich heen maaiend met haar zwaard en chakram dreef ze de groep mannen voor haar achteruit in de richting van de dorpspoort. Haar ijzingwekkende strijdkreet schalde door de lucht, er viel een ruimte tussen haar en de verbouwereerde Romeinen. De mannen van de dorpsmilitie schepten moed bij het zien van dit onwezenlijke tafereel en drongen opnieuw naar voren. Xena keek achterom; haar ogen zochten Gabrielle. Wat ze zag deed haar verstijven. Gabrielle had haar triomfantelijke kreet gehoord en draaide zich om om naar haar toe te snellen. Twee Romeinen zag hun kans schoon en wierpen een net over haar heen; ze vocht heftig om vrij te komen. Meer Romeinen snelden, hun zwaarden getrokken, op de gevangen bard toe. Haar stok zat verward in het net, ze kon zich niet verdedigen. Ontzet schreeuwde Xena het uit,

NEE! GABRIELLE!

Met een vloeiende beweging wapende ze haar arm op om haar chakram te werpen. Toen werd plots alles zwart voor haar ogen.

Xena schrok wakker, kwam met een schok rechtop zitten, badend in haar zweet. De nagalm van de kreet die ze in haar koortsdroom had geslaakt galmde nog na in de ondergrondse ruimte.

Haar hart klopte in haar keel. Ze zat op een dunne strozak die over een gladde stenen tafel was gelegd. Het was warm en vochtig in de ruimte. Ze wilde opstaan maar merkte dat haar armen aan de stenen tafel vastgeketend zaten; ze kon niet weg. Ook haar benen waren met stevige kettingen aan een ring in het tafelblad bevestigd. Diep zuchtend liet ze zich op de matras neerglijden. Ze herinnerde zich opnieuw waar ze was. Duisternis overmande haar en ze liet zich willoos wegzakken, opnieuw de peilloze donkere diepte in.

Xena lag met gesloten ogen op haar rug op een tafel in de ziekenboeg van de ludus. Ze was wederom ontwaakt, helderder nu. Ze hield zich stil, haar ogen gesloten, terwijl er mensen om haar heen bewogen en zachtjes praatten. Haar handen knepen machteloos in de kettingen die haar op haar plaats hielden. Tranen stroomden uit haar ooghoeken. Iemand boog zich over haar heen en voelde haar gloeiende voorhoofd.

"En?" – een stem die haar bekend in de oren klonk drong van verre tot haar door.

"Hoge koorts, Doctore. Het is niet zeker dat ze het haalt. Maar haar levenswil is nog sterk, kijk hoe ze vecht om los te komen. Ge zoudt zweren dat ze naar iets of iemand toe wilt."

Ja, dacht Doctore, ongetwijfeld naar 'Gabrielle', wie of wat dat ook moge zijn. Tot de heelmeester: "Doe wat ge kunt. De meester is erop gebrand haar in de arena te zien. Als ge haar erdoorhaalt wacht u ongetwijfeld een grote beloning."

"Ik doe wat ik kan, maar haar lot ligt niet meer in mijn handen. In haar lichaam vechten de levens- en de doodsgeesten om haar ziel. Voel hoe heet ze is; haar koortsdromen putten haar uit. Al wat ik kan doen is haar ziel tot rust brengen door de koors te laten zakken." Hij boog zich over Xena heen, tilde haar hoofd op, drukte zachtjes haar kaken uit elkaar, en goot een heet en sterkriekend brouwsel in haar mond.

De lanista snoof; de krachtige walm prikkelde zijn neus. "Uw brouwsels hebben al meer dan eens de doden terug tot leven gewekt. Als er verandering is, verwittig me dan onmiddellijk."

De dokter knikte de boomlange lanista achterna toen die met rasse schreden de ziekenboeg verliet.