Chapter three
Het is al donker als Portia terugkomt van haar werk. Ze gaat haar huis binnen en gooit de deur achter zich dicht. Ze legt haar mantel over een stoel en ploft op de bank neer.
Ze staart een tijdje voor zich uit, niet wetend wat ze moet doen. Misschien heeft Tops toch gelijk als ze zegt dat Portia nodig aan de man moet. Haat gedachtestroom wordt verstoord door getik op het raam.
Achter het glas zit een grote kerkuil, die er ietwat verwilderd uitziet door het slechte weer buiten. Portia staat op en doet het raam open. De uil wacht tot ze de brief van zijn poot heeft losgemaakt en vliegt daarna direct weer weg.
Achterdochtig kijkt Portia naar de brief waarop haar naam in krullerige letters staat vermeld. Ze draait de brief om, maar ziet geen afzender. De brief is verzegeld met een zwarte stempel, waarop een doodshoofd en een slang staan afgebeeld. Portia vreest het ergste, maar de nieuwsgierigheid wint het van de dwang om de brief direct te verbranden. Langzaam maakt ze de envelop open. Er zit één enkel stuk perkament in. Ze vouwt het open en is enigszins teleurgesteld bij het zien van zo weinig tekst.
Twaalf januari, tweeëntwintig uur, Bellefleur nummer drie.
Zijn de enige woorden die het perkament sieren. De tekst is geschreven in hetzelfde krullende handschrift als op de voorkant van de envelop staat. Portia draait het papier om, op zoek naar meer tekst. Komt het van hém? Een angstig gevoel bekruipt haar. Twaalf januari is al over een week. Ze zal toch snel een beslissing moeten nemen of ze wil onderduiken of niet. Ze besluit het van zich af te zetten en er voorlopig geen aandacht meer aan te besteden. Ze heeft immers nog zeven dagen om te beslissen!
Portia stopt het stuk perkament terug in de envelop en stopt het tussen een paar oude uitgaven van de Ochtendprofeet. Om het probleem te kunnen vergeten besluit ze een lange, warme douche te nemen. Na een kwartier onder de straal gestaan te hebben voelt ze zich al een stuk beter. Ze gaat vroeg naar bed, want de volgende dag moet ze van acht tot vijf werken in de kledingzaak Kreukniet & de Krimp.
De volgende ochtend staat Portia vroeg op en maakt zich klaar om naar haar werk te gaan. Ze kleedt zich aan, smeert een paar toasts met marmelade en verlaat haar huis, met haar dikke reismantel stevig omgeslagen. Het heeft weer gesneeuwd en Portia moet moeite doen om haar voortuin uit te komen. Op het veldje voor haar huis verdwijnseld ze, na gekeken te hebben of niemand haar ziet.
De hele dag kan Portia zich maar slecht concentreren op haar werk. Het is haar net te binnen geschoten dat ze die avond met Tops naar de Wemels gaat en ze heeft helemaal niets om aan te trekken! Ze legt het probleem uit aan haar collega Anne – tevens de eigenaar van de winkel - die smakelijk om haar moet lachen.
"Meisje toch, je werkt nota bene in een kledingwinkel! Kies gewoon iets leuks uit, er zijn op dit moment toch weinig klanten."
"Bedankt, An," zegt Portia enthousiast. Ze gooit haar lange zwarte haar over haar schouder terwijl ze een rek vol gewaden aandachtig bekijkt. "Je helpt me behoorlijk uit de nesten."
"Geen dank, liefje. Komt er nog knap volk?" grinnikt Anne.
"Als je daarmee mannen bedoelt, ik zou het niet weten," zegt Portia ongeïnteresseerd. "Wat vind je van deze?"
Ze houdt zich een donkerblauwe jurk voor, die net over haar knieën komt. De jurk heeft een ronde hals en een blote rug. Anne bekijkt de jurk schattend voor ze antwoord geeft.
"Hij zal je vast prachtig staan," zegt ze langzaam. "Maar denkt je niet dat het een beetje te bloot is voor een simpel etentje?"
"Ja, je zult vast wel gelijk hebben. Ik ga op zoek naar iets simpelers," grijnst Portia en ze loopt door naar het volgende rek.
De rest van haar werktijd is ze op zoek naar een gepaste outfit. Tussendoor helpt ze een paar klanten, maar het zijn er niet veel deze keer. Nu Voldemort weer terug is blijven de mensen liever thuis en hebben ze weinig te vieren. Om vijf uur zegt Portia, Anne gedag en verdwijnseld ze naar huis. Uiteindelijk heeft Portia een simpele jurk gekocht, maar is ze er nog niet zeker van of ze hem aantrekt. Eerst wil ze Tops' mening horen, voordat ze vreselijk voor gek loopt.
"Je bent gewoon te lang niet op een feestje geweest," vindt Tops, als ze samen met Portia voor haar kledingkast staat. "Ik moet je gewoon vaker meenemen, of je moet eindelijk een vriendje zoeken."
"Ik word nooit uitgenodigd op feestjes! Dat is mijn schuld niet. Mensen denken automatisch dat ik een verwend nest ben die elke avond een andere vipparty bezoekt," zegt Portia boos.
"Dat krijg je als je een titel hebt. Dan wordt je gezien als iemand met veel geld, een enorm huis en een nog groter ego. Maar zoals ik al zei, ik zal je wel vaker meenemen," zegt Tops en ze trekt een witte blouse en een zwarte broek uit Portia's kast. "Dit trek je aan en waag het niet om erop te morsen!"
"Ja, mammie. Nee, mammie," zegt Portia met een babystemmetje. Ze vlucht naar de badkamer voor Tops haar kan vervloeken.
"Klaar?" vraagt Tops als Portia na tien minuten nog niet uit de badkamer is. Ze bekijkt zichzelf in de spiegel naast Portia's bed.
"Bijna!" roept Portia. Snel doet ze nog een beetje mascara op en stormt de badkamer uit. "Hoe zie ik eruit?"
"Als ik een man was had ik je allang ten huwelijk gevraagd," grinnikt Tops. "Zou rood me staan?"
"Ik denk dat je het beter roze kan houden, lieverd," zegt Portia. "Hoe laat worden we eigenlijk verwacht op dat etentje?
"
Tops kijkt op haar horloge en schrikt.
"Zo'n tien minuten geleden," zegt ze geschokt. Als twee gillende tieners rennen ze de slaapkamer uit, grissen hun mantels van een stoel en rennen het huis uit. Op het veldje voor Portia's huis verdwijnselen ze.
Ze verschijnen weer op een groot erf waar een paar kippen rond scharrelen. Er staat een vervallen schuur en het huis verbaas Portia. Het is minstens vijf verdiepingen hoog en staat een beetje scheef. Het zal haar dan ook niets verbazen als het met toverkracht overeind wordt gehouden.
Naast Tops loopt Portia naar de voordeur, waar een oude ketel en een hele stapel kaplaarzen liggen. Tops grijnst om haar verbaasde gezicht.
"Welkom in het Nest!"
Ze klopt op de deur en Portia kijkt nieuwsgierig om zich heen. In de tuin groeien de raarste planten en bomen, er is een vijver waar zo te zien genoeg kikkers in zitten en uit een hol onder een knoestige boom verschijnt een tuinkabouter, die Portia alleen uit boeken kent.
"Wie is daar?" klinkt een nerveuze vrouwenstem van achter de deur.
"Ik ben het, Tops. Ik heb Portia meegenomen," zegt Tops. De deur zwaait open en een gedrongen vrouw met vuurrood haar verschijnt in de deuropening.
"Tops, wat fijn dat je er bent! We vroegen ons al af waar je bleef," zegt ze hartelijk. Dan wend ze zich tot Portia en lacht vriendelijk. "Welkom in het Nest, Portia. Ik ben Molly, de huisvrouw hier."
