A/N: Ik heb net hoofdstuk 3 afgewerkt en eigenlijk wou ik wachten met dit hoofdstuk te posten tot ik hoofdstuk 4 ook afgewerkt had, maar ik heb besloten om jullie een plezier te doen en toch maar te posten

Ik zou graag iedereen die een review heeft achtergelaten bedanken. Dus, Saphire Aphrodite Black, Twilightnargis en bella-ja-ik-bella, Bedankt! Jullie zijn de reden dat ik dit verhaal verderschrijf!

Dit hoofdstuk draag ik op aan een hele goede vriendin van mij, Dite. Bedankt Dite, om me te blijven stimuleren te schrijven en om me niet vol te schelden om mijn irritante gedrag!

Anyhow, ik hoop dat jullie dit hoofdstuk graag lezen, laat aub een reviewtje achter!

Liefs,

Helena

Understanding

"Claire!" Jacob Black pakte vliegensvlug Claires pols en trok haar achter hem. Terwijl Jacob met ontblote tanden Claire beschermde, wreef ze zelf met een pijnlijk gezicht over haar pols.

"Wat?" vroeg ze geërgerd. Jacob negeerde haar echter, en bleef me woedend aankijken.

"Voor het geval je het vergeten bent: Cullens zijn niet welkom op La Push gebied," siste Jacob spottend. Ik haalde een wenkbrauw op en antwoordde met een grijns: "Wie zegt dat ik nog steeds een Cullen ben?" Met open mond staarde Jacob me aan.

"Kan je me nu eindelijk vertellen wat er aan de hand is?" Met een boze blik op Jacob liep ze weer naar mij toe. Opnieuw nam hij Claires arm en trok haar terug.

"Dat - Jacob wees met een opgetrokken neus naar mij – is een bloedzuiger." Met een verbaasde en gekwetste blik keek Claire me aan.

"Waarom zei je niets?"

"Dat is niet bepaald iets waar ik mee te koop loop. Bovendien wist ik niet dat ik in La Push was, noch dat je bevriend bent met de puppy's," verklaarde ik.

Claire knikte begrijpend.

"Oké. Jacob – Claire schoof hem opzij – ik ga even een kaart zoeken. Kom Rosalie." Ik kon een giechel niet onderdrukken, toen hij met open mond me langs hem heen zag lopen. We waren al de gezellige woonkamer ingelopen toen hij eindelijk bij positieven kwam.

"Hé!" Met opgetrokken wenkbrauwen draaide Claire zich om.

"Ja?"

"Waarom zou die bloedzuiger hier binnen mogen?"

"Eén, ze is een vampier, geen bloedzuiger. Twee, technische gezien is ze al binnen, maar als ze dan toch zonodig toestemming nodig heeft, dan krijgt ze die van mij."

Een triomfantelijke glimlach speelde om mijn lippen. Ik volgde Claire een kleine, gezellige woonkamer in. De zware voetstappen verraadden de puppy's komst. Het was dan ook geen verassing als de kamer gevuld werd door een afschuwelijke stank. Ik haalde mijn neus weer op en hield mijn adem in.

Ondertussen had Claire een kaart gevonden en hem opengelegd en wees me aan waar we waren.

"Hier zijn we en… daar moet je zijn." Claire wees eerst La Push aan, aan de West-coast en daarna Rochester aan de East-coast. Nadenkend knikte ik.

"Naar waar gaat Blondie?"

"Rosalie gaat naar New York." Met een grijns hoorde ik Claire mijn naam benadrukken. Dan wendde ze zich naar mij en vroeg: "Heb je daar een huis?" Ik knikte. En schudde dan mijn hoofd. Claire trok haar wenkbrauw op en het volgde moment lachten we beiden luid, met een verbaasde Jacob naast ons.

"Als ik nog… mens was, leefde ik in Rochester. Normaal zou dus het huis van mij zijn, maar het zal nu wel in het bezit zijn van één of ander achterfamilielid. Bovendien kan ik moeilijk mijn erfenis gaan opeisen, ik moet al 74 jaar dood zijn." Opnieuw lachten we, maar na een tijdje werd Claire serieus.

"Maar je hebt dus nergens om te slapen?"

"Ik slaap niet."

"Om te eten?" Nu was het mijn beurt om mijn wenkbrauw op te halen.

"Oh. Ja. Juist." Claires donkere wangen kleurden nog iets donkerder. Ik lachte enkel.

"Maar je hebt dus geen thuis?"

"Neen. Never had, never will." Claire fronste.

"Oké, dan blijf je hier."

"Wat!" riepen ik en Jacob tegelijk uit.

"Maar, haar stank!"

"Zijn stank!" Ik en Jacob keken Claire wanhopig aan. Ze glimlachte echter enkel sereen.

"Je kunt me niet dwingen. Ik ben veel sterker. Bovendien zullen de wolven me vermoorden." Aarzelend voegde ik er aan toe: "Dat wil je toch niet?"

"Natuurlijk niet!" riep Claire half lachend, half verontwaardigd uit.

"Wat de pack betreft, ik overtuig Quil en Emily zo. Emily overtuigt Sam en Sam is Alpha…" Ze schonk me een overzoete glimlach.

"Oh goed," zuchtte ik verslagen.

"Wat!" riepen Jacob en Claire nu uit. Claire vol verbazing, Jacob vol afschuw.

"Maar enkel tot ik zelf een huis gevonden heb!" Claire keek een beetje skeptisch.

"Beloofd?"

"Ja, ja." Claire keek me breed glimlachend aan. Het zag er nogal pijnlijk uit.

"Claire Susan Pahebe!" Grimassend keek Claire naar Jacob.

"Besef je wel wat je doet? Je kunt niet zo maar natuurlijke vijandschappen verwerpen!" Jacob trilde van woede. De laatste keer dat ik hem zo woedend gezien was, was bij het vertrek van Nessie en Nahuil.

"Ga naar buiten, Jacob." Jacob gehoorzaamde, maar niet voor Claire duister aan te kijken.

De felblauwe deur was nog maar net dichtgevallen of we hoorden ze alweer opengaan.

"Dat zal Emily zijn," fluisterde Claire.

"Hallo?"

"In de woonkamer!"

Lichte voetstappen werden luider. Een mooie, Native-Amerikaanse, jonge vrouw met een volgeladen boodschappentas stapte de woonkamer in. Ze draaide zich om en zette de boodschappentas opzij. Wanneer ze zich weer omdraaide werd haar andere gezichtshelft zichtbaar. Mijn adem stokte in mijn keel. Haar bloedmooie gezicht werd ontsierd door drie grote littekens die dwars door haar gezicht liepen. Ik herstelde me snel en glimlachte naar haar. Ze was niet verbaasd als ze mij zag.

"Dag Claire. Wie is je vriendin?" Ze glimlachte vriendelijk naar me.

"Emily, dit is Rosalie. Rosalie, Emily," antwoordde Claire. We schudden elkaars handen en tot mijn grote verbazing trok ze haar hand niet terug bij het voelen van mijn ijskoude hand. Haar glimlach werd enkel wijder en keek me met een alleswetende blik in de ogen aan.

"Helpen jullie me even, meisjes?" Emily pakte haar tas weer en ik en Claire volgden haar. De keuken was vol witte kastjes met diepblauwe handvaten. Er stond één grote tafel in het midden, zonder stoelen rond. Ik keek vragend naar Claire, maar ze haalde gewoon haar schouders op.

Giechelend en lachend maakten we enorme stapels pannenkoeken. We hadden eerst alles weggezet en dan had Emily voorgesteld om pannenkoeken te maken voor de jongens. Ik kon me niet herinneren dat ik ooit zoveel fun gehad had. Zeker niet toen Claire struikelde en een hele zak bloem over zich kreeg.

Eindelijk waren de pannenkoeken, vijf enorme stapels, af. Ik had in geen jaren gegeten maar ik wist maar al te goed dat ik geen vijf stapels pannenkoeken opkon. Zelfs niet met 10 vriendinnen. Emily beweerde dat het er nog te weindig waren. Samen wasten we af en daarna stuurde Emily Claire naar de badkamer om zich te wassen. Ik zat op de tafel en Emily kwam naast me zitten.

"Waarom ben je hier, Rosalie?" Zijdelings keek ik haar aan.

"Ben ik zo doorzichtig?"

"Nee, maar ik word beschouwd als een moeder van een tiental jongens en meisjes. Ik heb snel geleerd te zien wanneer er gelogen word en wanneer niet." Begrijpend knikte ik.

"Ik was verdwaald. Claire vond me. Ze besloot dat ik hier moest blijven. Zelfs nadat Jacob haar verteld had dat ik een vampier ben."

"Dat verklaart niet waarom je hier bent." Ik keek weg en antwoordde niet. Ze legde een kleine warme hand op mijn schouder. Verbaasd keek ik op.

"Je hoeft het me niet te vertellen maar als je ooit iets kwijt wil… Ik kan goed luisteren." Een kleine glimlach verscheen op mijn lippen en ik knikte dankbaar.

"Goed. Nu dat opgelost is kan ik je je slaapkamer tonen." Energiek sprong Emily van de tafel. Ik opende mijn mond om te protesteren maar Emily hield één hand omhoog.

"Ik weet dat je gaat zeggen dat je geen slaapkamer nodig hebt want dat je niet slaapt en dat je niet lang blijft maar bespaar je de moeite. Claire gaat je hier niet zo snel weg laten gaan en geloof me, als je in een huis met zo veel mensen woont, kan je best een plekje voor jezelf gebruiken. Vooral jij zal dat nodig hebben."

Sprakeloos keek ik Emily aan. We kenden elkaar nog geen drie uur en toch wist ze al hoe ik in elkaar zat. Was ik zo gemakkelijk te lezen? Emily schudde haar hoofd.

"Je lijkt erg op Leah," was haar enig verklaring. Mijn wenkbrauwen schoten omhoog. Ik, Rosalie, Lillian Hale, lijk op een puppy? Yeah right.

"Kijk niet zo, het is zo. Jullie geven allebei een hooghartige en ijdele indruk, maar jullie hebben een hart van goud. Leah houdt net als jou niet van indringers. Als jullie het zouden willen zouden jullie goede vriendinnen kunnen zijn." Verklaren dat ik op een puppy lijk is één ding, maar zeggen dat ik er beste vrienden mee zou kunnen worden?

"De slaapkamer?" Ik sprong van de tafel en keek haar vragend aan.

"Juist." Ze liep de kamer uit en ik volgde haar. In de hoek van de woonkamer stond er een smalle trap die we opliepen. We kwamen terecht op een piepklein donker gangetje.

"Het spijt me, Rosalie, ik bedoelde niet-"

"Het is goed, het idee is gewoon nogal… absurd." We lachten beide zacht.

"Hier slapen ik en Sam, de kamer ernaast is van Quil en Claire en de laatste kamer is van Jared en soms ook Kim." Ze wees om de beurt een deur aan.

"Quils grootvader is vorig jaar gestorven dus dan is hij bij ons komen wonen, samen met Claire. Jared heeft ruzie met zijn familie. Rachel en Paul wonen net als Embry bij Jacob en Billy. Alle anderen wonen nog thuis." Ik knikte. Ze opende een donkerhouten deur.

De kamer waar we in terecht kwamen was niet eens half zo groot als mijn badkamer bij de Cullens, maar ik vond het leuk. Het was klein en gezellig. De muren hadden allemaal dezelfde lichtbeige kleur waardoor het kamertje breder leek dan het was. De vloer was lichtgekleurd hout en in het midden lag er een chocoladebruin matje. Op het bed lag er een sprei in dezelfde kleur.

"Het is niet erg groot, maar we leven met velen in dit kleine huisje, dus…" Verontschuldigend haalde Emily haar schouders op. Ik lachte breed.

"Het is perfect." Emily glimlachte trots.

"De jongens zullen bijna thuiskomen. Ik denk dat het best is dat je je even voorbereid. Ze zullen ondertussen alles al weten dankzij Jacob en ik denk niet dat ze het erg goed zullen oppakken." Bij het vermelden van de puppy's naam trok ze zo een afkeurend gezicht dat ik in lachen uitbarstte.

"Bedankt voor de tip, ik denk dat ik dat maar zal doen." Emily omhelsde me voorzichtig en liep dan de kamer uit.

De deur was nog niet volledig achter haar dichtgetrokken of ik lag al in foetushouding op het bed. De tranen stonden in mijn ogen. De lieve, verzorgende Emily deed me zo veel aan Esme denken dat het pijn deed. Het was alsof ik langzaam in stukjes gescheurd werd. Beiden waren ze zo bezorgd voor hun familie en geen van beide zou ooit een vlieg kwaad doen.

Licht bevend duwde ik me recht op het bed, mijn rug tegen de muur, ogen gesloten. Langzaam duwde ik alle herinneringen weer achter de stalen muur in mijn gedachten. Opgesloten, buiten bereik.

Ik zuchtte diep, wreef met mijn handen over mijn gezicht en maakte me dan mentaal klaar voor de storm die eraan zou komen. Het geluid van vele, zware voetstappen kwam razendsnel dichterbij.