"'Om de zaak heen draaien': niet rechtuit spelen, niet de kern raken." – Kramers' Nederlands Woordenboek
Lucy
zette het vuilnis buiten en floot zachtjes met haar mp3-speler mee.
Er viel een klokhuis uit de afvalzak en zorgvuldig bekeek ze haar
spijkerbroek – gelukkig, geen vlekje te zien. Opeens hoorde ze
iemand mee fluiten en verbaasd haalde ze de oordopjes uit haar oren.
Op het muurtje dat de tuin van haar oma met die van de buren
scheidde, zat een jongen haar grijnzend aan te kijken.
"Alanis
Morissette, Ironic," zei hij, "goede smaak."
"Dank je. Eh,
wie ben je?"
"Nick."
"Ik ben Lucy, ik logeer bij m'n
oma."
"Ik dacht dat ze maar twee kleinkinderen had," zei
Nick, terwijl zijn lichtbruine ogen haar bestudeerden. Lucy voelde
een blos op haar wangen verschijnen.
"Ja, eh, mijn vader sprak
niet echt veel met haar, en, nou ja, we wonen niet echt in de
buurt..." Haar stem stierf weg en Nick klopte op het stukje muur
naast hem. Lucy ging zitten.
"Gecondoleerd met je opa."
"O,
bedankt."
"Ben je hier eigenlijk wel eens eerder op bezoek
geweest?"
"Nee, ik kende m'n opa niet eens." Lucy bekeek
Nick van opzij. Een paar plukjes donker haar vielen op zijn
voorhoofd. Hij zag er knap uit en was waarschijnlijk iets ouder dan
zij, schatte ze.
"Waarom dat?"
"Mijn vader wilde nooit op
bezoek, vroeger hebben ze ruzie gehad en daar is hij nog steeds boos
om." Lucy kon niet begrijpen dat ze dit gelijk allemaal aan een
vreemde vertelde.
"Da's kut."
Lucy schoot in de
lach.
"Inderdaad."
Toen
op haar horloge keek, kon ze niet geloven dat ze echt een halfuur met
Nick had zitten praten, over haar familie, haar huis in Minnesota,
muziek, hun families, honkbal en Frankrijk.
"Je moet er echt
eens op vakantie gaan, echt heel vet," zei hij.
"Ik denk niet
dat mijn ouders zo ver weg willen... Ze vinden dit al zo ver van
huis," lachte Lucy. "Maar ik moet denk ik gaan, ze zullen zich
wel afvragen waar ik blijf."
"Oké, enne,
Luus?"
"Ja?"
"Vraag het gewoon."
Zijn donkere ogen
ontmoetten de hare en verward keek ze naar de grond.
"Doei,"
en ze verdween snel naar binnen.
"Kind, waar zat je al die
tijd?" vroeg haar oma, toen ze Lucy in de keuken vond.
"O, ik
zat buiten. Oma, waar wonen oom David en tante Sarah?"
"Vier
straten hier vandaan, President Street 130, waarom wil je dat
weten?"
"Zomaar," en Lucy haalde haar schouders op. Haar oma
keek even verbaasd en liep toen weer de keuken uit. Lucy trok haar
jas aan en glipte via de achterdeur naar buiten. Op het moment dat ze
langs het raam van de zitkamer liep, keek ze voorzichtig naar binnen.
Ze zag haar vaders kalende hoofd over de krant gebogen en zuchtte.
Hij zou het haar nooit vertellen.
Ze schudde alle twijfels
van zich af en begon te lopen. Waar ze op het muurtje in de beschutte
tuin haast geen last had gehad van de bijtend koude wind, rilde ze nu
onophoudelijk.
President Street. 26. 50. 68. 102. 114. 130.
Gary
deed open en glimlachte verbaasd.
"Lang niet gezien,"
begroette hij haar. Lucy dacht aan de begrafenis, twee dagen terug,
en produceerde een klein lachje.
"Is je vader er ook?"
"Ja
hoor, kom binnen."
De muren van de hal waren steriel wit, maar
het zeil op de grond was zwart en fotolijstjes in felle kleuren
hingen aan de muur. Lucy vond de inrichting wel bij Sarah
passen.
Gary bracht haar naar boven en klopte op een
deur.
"Binnen," klonk een stem. Gary knikte en ging weg, Lucy
deed voorzichtig de deur open. David zat aan een bureau en draaide
zich om.
"Lucy," zei hij met een vreemde blik in zijn ogen.
Star, alsof hij bang was teveel van zich te laten zien.
"Hoi,
sorry dat ik 's avonds nog zo kom binnenvallen," verontschuldigde
ze zich, "maar ik kan niet langer wachten."
David wees naar
een stoel tegenover hem en ze ging zitten, om gelijk los te barsten.
Vraag het gewoon. Er wordt al te lang om de zaak heen
gedraaid, door iedereen.
"Papa heeft het eigenlijk nooit over
jullie gehad, opa en oma heb ik maar een paar keer aan de telefoon
gehad, drie keer, en op de begrafenis zat iedereen verdriet te
hebben, terwijl ik niet eens weet waar ik verdrietig om moet zijn! En
iedere keer als jouw naam wordt genoemd, beginnen mijn ouders raar te
doen en wordt oma verlegen, terwijl niemand me wat vertelt! Ik wil
weten wat er aan de hand is, verdomme!"
"Kalmeer even,"
suste David, maar Lucy wilde niet luisteren, "ik wil gewoon weten
wat er aan de hand is! Iedereen heeft familie en ik ken de helft van
de mijne nauwelijks, dat slaat toch nergens op? Wat er vroeger is
gebeurt, kan toch nooit zo erg zijn dat jullie nu nog steeds ruzie
hebben?"
"Toch wel, sommige dingen zijn nou eenmaal heel
stom."
"Wat voor dingen, welke?"
"Dingen die ik heb
gedaan. ja, het is mijn fout dat Dean ruzie kreeg met iedereen, en
daar heb ik nog steeds heel veel spijt van. Echt waar."
"Wat
heb je dan gedaan?"
"Dat kan ik je niet zeggen, het is aan je
ouders om-"
"Alsjeblieft!" smeekte Lucy. Ze zag aan hem dat
hij twijfelde en ze bleef doorvragen.
"Wanneer dan? En wat? Ik
heb het recht om het te weten, ik ben de dupe van alles, ik ben
degene die jullie nog nooit heeft gekend door dit allemaal."
"Je
hebt gelijk, je hebt het recht," zei David met trillende stem. "En
ik wil het je ook vertellen, ik wil niets liever, maar ik ben ook
bang. Je zult me waarschijnlijk gaan haten."
"Ik haat je nog
meer als je me niet vertelt wat er aan de hand is."
Dat sloeg
nergens op, maar dat maakte haar niks uit.
"Ik... Ik ben met
Caroline naar bed geweest."
Lucy's mond viel open.
"...
Wat? Je hebt wát?"
"Sorry," zei hij zacht.
Verward
keek Lucy hem aan.
"Wanneer dan?"
"Negen maanden voordat
jij geboren bent. Ik ben je vader, Lucy, en niet je oom."
"Dat
kan niet," fluisterde Lucy, "dit is absurd..."
"Het spijt
me zo, echt waar! Maar het lijkt me toch beter als je het weet...
Dean wilde het niet, dat snap ik ook wel, maar-"
"Wat gebeurde
er, hoe kwam hij erachter?" vroeg Lucy wezenloos.
"Uiteindelijk
vertelden we 't hem, hij werd woedend. Wilde ons nooit meer zien. na
een maand bleek dat Caroline zwanger was. We dachten allemaal dat het
van hem was, en ze kwamen weer bij elkaar, om jou. Toen je geboren
werd, wilde Dean voor de zekerheid een DNA-test, en, nou ja... Maar
ook al verbrak hij het contact met mij en kreeg hij ruzie met pa en
ma, omdat hij vond dat ze mij teveel bleven steunen , Caroline en hij
bleven bij elkaar en in die tijd ontmoette ik Sarah."
Zenuwachtig
stopte hij met praten.
"Je liegt," zei Lucy zachtjes.
