Hoofdstuk III. Kilika Port

De boottocht naar Kilika duurde twee nachten. Op de derde dag kwamen ze in de late middag bij het gezellige havenstadje aan. Kilika was in zijn geheel op steigers boven het water gebouwd. Overal waren kleine houten huisjes met rieten daken te zien.

"Ik ben blij om weer vaste grond onder mijn voeten te hebben." Verzuchtte Lulu. Ze stampte met haar voeten op de houten steiger om haar woorden kracht bij te zetten.

"Heel Kilika is op steigers gebouwd Lulu dus er is water genoeg, mocht je ernaar terug gaan verlangen." Grapte Tien.

"Word je nooit moe van jezelf Tien?" Vroeg Vegeta geërgerd. "Wij wel namelijk."

Lulu grinnikte. "Kijk! Dat is nou een leuke grap."

"Ach!" Snoof Tien overdreven beledigd. "Jullie weten gewoon niet wat humor is. Vind je ook niet Goku?"

Maar Goku hoorde hem niet. Een meisje dat even verderop op de steiger stond had zijn aandacht getrokken.

Naru merkte het zelf niet maar ze keek afkeurend naar het blonde meisje waar Goku naar stond te staren. Wat moest hij met haar?

"Goku?" Vroeg Tien nog eens, harder nu.

Goku reageerde niet. Hij liep aarzelend op het meisje af. Schouderophalend begon Tien hem te volgen en met hem ook de anderen.

"Kiyomi?" Vroeg Goku onzeker toen hij vlakbij het meisje was. Hij wist niet zeker of ze het was.

Het meisje draaide zich om en maakte een sprongetje toen ze Goku zag. "Ra! Goku!"

"Wat doe jij nou hier?" Riep Goku blij uit. "Ik was bang dat je… nou ja…"

"Du! Niet zo dramatisch." Beval Kiyomi lachend voordat hij zijn zin af kon maken. "Vertel me wat je hier doet. En wie je vrienden zijn."

"Oh natuurlijk." Goku draaide zich om naar de rest. Ze keken hem allemaal nieuwsgierig aan. "Dit is Kiyomi, ze is Al Bh…" Nog net op tijd herinnerde hij zich Vegeta's afkeer voor Al Bhed en zei: "Al best een tijdje een goede vriendin van me."

"Leuk je te ontmoeten, Kiyomi." Groette de blije Tien opgewekt.

"Kiyomi dit zijn Lulu, Tien, Vegeta en Roeper Naru van het Eiland Besaid." Vertelde Goku vervolgens.

Kiyomi keek naar Naru en sloeg een hand voor haar mond. "Jij bent Roeper Braska's dochter!"

Naru knikte met een frons. "Dat klopt."

"Maar dan ben jij… zijn wij… mijn vader is de broer van jouw moeder!" Kiyomi struikelde over haar woorden in haar verbazing.

"Cid is jouw vader?" Vroeg Naru al net zo verbaasd.

"Ja!" Knikte Kiyomi. "Wat leuk dat ik je eindelijk ontmoet!"

Goku keek verrast naar Naru en toen terug naar Kiyomi. Hij had nooit gedacht dat deze twee ook maar iets met elkaar te maken zouden hebben. Ze waren familie! En dan was Naru Al Bhed, in ieder geval half. Zou Vegeta dat weten? Goku betwijfelde het.

"Waar kom je dan vandaan, Kiyomi?" Vroeg Lulu nieuwsgierig.

"Ze komt uit Bevelle." Zei Naru snel voordat Kiyomi kon antwoorden.

Kiyomi fronste maar zei niets. Ze wist heel goed hoe de mensen over Al Bhed dachten. Als Naru's Beschermheren erachter kwamen dat Naru er zelf ook één was kon dat nog wel eens verkeerd uitpakken. Een Al Bhed als Roeper zou heel Spira op zijn kop zetten.

"Cid heeft veel over je geschreven in zijn brieven." Glimlachte Naru. "Hij zei dat wanneer ik Roeper zou worden, jij een goede Beschermheer voor me zou zijn. Dus wat zeg je ervan? Ik kan je hulp goed gebruiken."

Goku was verbaasd maar Naru's Beschermheren niet. Roepers hadden Beschermheren nodig en als Naru vond dat ze er eentje bij moest hebben dan was de kous daar wat hun betreft mee af.

"Ik zou het een eer vinden, Roeper Naru." Antwoordde Kiyomi opgetogen.

"Mooi. Zullen we een herberg opzoeken?" Vroeg Naru terwijl ze zich op de anderen richtte.

Ze knikten allen.

Nog voordat Goku twee stappen had gezet, bevroor hij in zijn passen. Vegeta, die achter hem gelopen had, botste tegen zijn schouder op.

"Oi." Gromde hij vol ongenoegen.

Goku pakte zijn arm vast toen de norse jongen langs hem heen wilde lopen. "Wacht. Voel je dat?"

"Vriend, ik voel niks." Bitste Vegeta. "Wat sta je nou stom te staren? Heb je weer last van die gifwolken in je hoofd? En laat mijn arm los, ya."

De anderen bleven een stukje verderop vragend kijkend op de houten steigers staan.

"Waar wachten jullie op?" Riep Tien hen met zijn bulderende stem toe.

"Hij wordt niet goed geloof ik." Was Vegeta's gefronste antwoord.

"Nee, dat is het niet. Ik voel echt iets." Beweerde Goku stellig. "Het is alsof de lucht trilt. Merk je dat niet?" Hij bewoog zijn handen door het luchtledige alsof hij vuisten vol met lucht vast wilde pakken.

Vegeta keek bevreemd toe.

De anderen voegden zich weer bij hen.

"Voelen jullie echt niks?" Vroeg Goku ongelovig.

Er werd ontkennend met hoofden geschud en ze keken hem allemaal vol medeleven aan. Ze dachten natuurlijk dat het weer iets met dat gif van Sin te maken had.

Alleen Naru keek alert naar hem op. "Wat voel je precies Goku?" Vroeg ze ernstig.

Op het moment dat Goku zijn mond open deed om te antwoorden klonk een geluid dat hen allen tot op het bot verkilde. De schrille krijs van Sin.

Kiyomi staarde Goku met open mond van schok aan. "Jij…"

"Geen tijd nu." Onderbrak Vegeta haar ruw terwijl hij haar bij een arm greep. "Rennen!"

Meteen maakte iedereen zich uit de voeten.

"Naar de heuvels!" Gooide Tien gejaagd over zijn schouder naar de anderen. "Kilika houdt het niet!"

Naru keek naar het water tussen de spleten van de planken onder haar voeten. Steeds hoger wordende golven raasden onder haar door. De zee kwam al bijna tot de hoogte van de steigers waar ze overheen renden.

"Vlucht!" Riep Kiyomi naar een groepje dorpelingen die, gealarmeerd door de commotie buiten, hun hutten uitgekomen waren om te zien wat er aan de hand was. "Naar de heuvels iedereen! Sin komt eraan!"

"Naar de heuvels!" Werd er aan alle kanten dringend herhaald.

Een nieuwe bloedstollende krijs rolde hen tegemoet vanaf de oceaan. Er werd angstig gejammerd, gegild en gehuild terwijl heel de bevolking van Kilika naar de veiligheid van het vaste land vluchtte.

Goku griste al rennende naar een klein jongetje dat naast hem door een enorme golf omver geworpen werd. Hij kon de arm van het kind nog net op tijd pakken voordat het van de steiger af in de ziedende zee belandde.

"Ik heb je." Stelde hij het doodsbange jongetje gerust terwijl hij hem tegen zich aandrukte en nog harder begon te rennen.

Ook de andere Beschermheren van Naru schoten de mensen van Kilika te hulp waar ze konden. Naru had de hand van een jong meisje vast. Het arme kind was buiten zinnen van angst en Naru kon niks anders doen dan haar met geweld meesleuren. Meteen was Lulu bij haar en nam het meisje van haar over.

"Breng jezelf in veiligheid." Beval Lulu beslist. "Nu!"

Naru wilde protesteren maar Lulu keek haar onvermurwbaar aan. Ze knikte en rende voor de twee uit richting de heuvels in de verte. Golven sloegen woest tegen haar benen, haar meerdere keren uit balans brengend. Ze bleef wonderlijk genoeg overeind. Eindelijk bereikte ze de laatste steiger die naar het vaste land omhoog leidde. Zo gauw haar voeten vaste grond raakten draaide ze zich om en trok mensen in veiligheid.

"Niet stoppen!" Riep ze hen toe "Ren naar de bossen!"

De angstige menigte gehoorzaamde zonder protests.

Naru's ogen schoten bevreesd door de ontwrichtte mensenmassa op zoek naar haar Beschermheren. Ze zag Vegeta met een gillend kind over zijn schouder de veiligheid bereiken. Vlak achter hem kwam Lulu met het hysterische meisje. Ook Kiyomi kwam aanrennen met haar arm ondersteunend om het middel van een oude man geslagen. Tien verscheen met een klein meisje dat met haar armpjes om zijn nek geklemd hing en onder elk van zijn enorme armen had hij nog een huilend kind.

Naru slaakte een zicht van verlichting. Iedereen was veilig. Toen herinnerde ze zich Goku. Ze zag hem nergens. Vervuld van paniek rende ze naar de rest toe. "Waar is Goku?"

Op dat moment dook hij tussen de rennende mensen op. Hij had een jongetje onder zijn arm geklemd en een oudere vrouw hing aan zijn andere arm. Naru zakte bijna door haar benen van opluchting.

De golven vanaf de oceaan waren nu zo hoog dat ze tot de rieten daken van de hutten reikten. Ze sloegen verwoestend over Kilika heen, de houten onderkomens tot spaanders versplinterend op hun weg. Hele stukken steiger verdwenen in het geweld en de mensen die het vaste land niet op tijd hadden kunnen bereiken werden gillend bedolven onder de vloedgolven.

Naru stond aan de grond genageld en kon niks anders doen dan vol afschuw toekijken hoe mannen, vrouwen en kinderen genadeloos de oceaan in gesleept werden. Weer klonk het gekrijs van Sin. Het monster was vaag aan de horizon te zien. Een enorme donkere vlek in de verte. Hij bewoog niet.

"Waarom valt hij niet aan?" Vroeg Vegeta tussen opeengeklemde kaken door. Het was meer aan zichzelf dan aan de anderen gericht. Zijn handen waren langs zijn zijden tot vuisten gebald. "Waar wacht hij op?"

"Hij is hier niet om aan te vallen." Sprak Kiyomi naast hem.

Tien keek haar verward aan. "Waarvoor is hij hier dan wel?"

Kiyomi draaide zich naar Goku toe en keek indringend naar hem op. "Hij is hier voor jou."

"Wat?" Reageerde Goku ontsteld. Hij deed een paar wankele stappen achteruit bij haar vandaan. "Waar heb je het over?"

"Sin. Hij achtervolgt jou." Antwoordde Kiyomi beslist.

Naru legde een dringende hand op Kiyomi's schouder. "Dat kan niet. Sin is een zielloos monster. Hij denkt niet. Hij verwoest, dat is zijn enige bestaansdoel. Waarom denk je dat hij Goku achtervolgt?"

Kiyomi tikte met haar vinger tegen haar lippen. "Denk erover na: hoe groot is de kans om drie keer in zeer korte tijd met Sin in aanraking te komen? Toen Sin ons aanviel waar Goku bij was, verdween Goku. Zomaar opeens was hij weg. En Sin ging ook weg. Hij viel ons niet eens aan terwijl wij hem bestookten met kanon…" Ze slikte haar laatste woorden in, zich herinnerend wat de algemene opvatting in Spira was wat wapens en machina betrof; ze waren de reden waarom Sin bestond en daarom verboden. "Wat ik bedoel te zeggen is dat Sin niet kwam om ons aan te vallen. Hij kwam voor Goku. Zo gauw Goku verdwenen was, ging hij ook weg."

De anderen keken haar zwijgend aan.

"Wat wil je zeggen? Dat ik Sin hierheen gelokt heb?" Vroeg Goku gekwetst.

"Niet moedwillig nee, maar Sin is hier wel gekomen voor jou. Hij heeft je nu drie keer opgezocht. Dat kan toch geen toeval zijn?" Kiyomi's ogen gleden vragend langs de gezichten van de anderen.

"Waarom zou hij dat doen?" Vroeg Lulu sceptisch. "Sin bestaat om te vernietigen. Wat moet hij met hem?" Ze stak een lang genagelde vinger naar Goku uit.

"Het is wel erg toevallig." Stemde Vegeta met het nieuwe meisje in. "In mijn hele leven heb ik Sin twee keer gezien en dat was omdat ik hem opzocht, niet andersom." Zijn donkere ogen vielen op Goku en hij nam de andere jongen schattend op.

De anderen wendde zich nu ook tot Goku en hij kromp ineen onder hun diepgravende blikken. Vegeta en Lulu keken hem beiden onverbiddelijk aan.

"Wacht nou even mensen." Begon Tien voordat de situatie zou escaleren. "Zelfs al zou het zo zijn, ik geloof niet dat Goku een handlanger van Sin is. Dat slaat helemaal nergens op. Hij kan er niks aan doen."

"Maar hij vormt wel een gevaar voor de Roeper." Siste Vegeta dreigend. "We moeten hem achterlaten."

Lulu knikte bruusk. "Onze eerste zorg is Naru's Pelgrimage. Als Sin overal opduikt waar hij is, moeten we zonder hem verder. Naru moet veilig zijn."

Kiyomi sloeg verontschuldigend haar ogen neer toen Goku's aangedane blik de hare vond. Dit had ze duidelijk niet voorzien of gewild.

"Nee!" Riep Naru kwaad. Ze was verbaasd over haar eigen felheid. "Ik heb Goku beloofd hem naar Luca te brengen en dat zal ik doen. Vegeta, Lulu alsjeblieft…"

"Hij gaat weg." Onderbrak Kiyomi haar met opluchting in haar stem. "Kijk." Wees ze naar de horizon.

Ze draaiden zich allemaal in de richting van het water. De enorme donkere vlek die Sin was, liet nog een klaaglijke kreet horen en verdween toen onder de oppervlakte van de oceaan.

Iedereen ontspande zichtbaar.

De mensen achter hen op de heuvels juichten en joelden uitgelaten. "Sin is weg! We zijn veilig!"

"Maar voor hoelang?" Mompelde Goku binnensmonds. Hij richtte zich verslagen tot de mooie Naru. "Naru, als Sin echt achter mij aan zit moeten jullie zonder mij verder. Ik wil jullie niet in gevaar brengen. Ik vind mijn eigen weg naar Luca wel."

"Als je maar wacht tot wij weer lang en breed uit Luca vertrokken zijn." Beet Vegeta hem toe.

"Misschien moeten we hem vastbinden zodat we zeker weten dat hij niet te dicht achter ons aankomt." Overwoog Lulu.

"Mensen." Probeerde Tien weer sussend.

"Ra!" Was Kiyomi's venijnige uitroep naar Vegeta en Lulu.

Toen barstte de bom. De vier begonnen verhit met elkaar te discussiëren, Lulu en Vegeta aan de ene kant, Kiyomi en Tien aan de andere. Buiten de kring van geschreeuw stonden Naru en Goku hulpeloos toe te kijken.

"Jij moet je er buiten houden. Je hebt helemaal niks te zeggen, por." Snauwde Vegeta naar Kiyomi.

"Por?" Herhaalde Kiyomi furieus. "Vem! Ik heb evenveel te zeggen als jij!"

"Luister nieuweling. Wij nemen hier de beslissingen. En ik weet niet welke taal je daar spreekt maar ik versta het graag als iemand me uitscheld."

"Prima! Zak!" De rest van Kiyomi's woorden ging verloren toen iedereen weer kwaad door elkaar heen begon te schreeuwen.

Het liep volledig uit de hand en Naru en Goku stonden machteloos te roepen dat ze op moesten houden maar er werd niet geluisterd.

"Stop!" Riep Naru zo hard ze kon. Haar stem was schril van woede.

Ze klonk zo bevelend dat het geruzie meteen verstomde. De vier bleven als standbeelden staan. Tien had Vegeta bij zijn shirt gegrepen, Vegeta hem bij zijn armen. Kiyomi en Lulu stonden met hun neuzen bijna tegen elkaar onheilspellend naar elkaar te staren.

"Genoeg!" Beval Naru onverzoenlijk.

De vier keken naar haar harde gezicht en lieten elkaar met tegenzin gaan. Vegeta sloeg nors kijkend zijn armen over elkaar, Tien mompelde een verontschuldiging, Lulu gooide simpelweg haar lange donkere vlechten achterover en Kiyomi stond boos over haar arm te wrijven.

"Goku blijft. Wat het ook is dat Sin naar hem toetrekt, ik weet dat hij er niks mee te maken heeft. We brengen hem naar Luca zoals beloofd." Naru rechtte haar rug en keek hen toen allen met een treurige uitdrukking op haar gezicht aan. "Ik ga me voorbereiden op de Zending."

Zonder verder nog iets te zeggen draaide ze zich om en liep richting de dorpelingen boven op de heuvel. Meerdere mensen vielen huilend aan haar voeten.

De anderen keken haar mistroostig na.

Goku haalde diep adem. "Jongens ik… Het spijt me echt. Ik wist het niet. Van Sin. Als jullie willen dat ik achterblijf dan doe ik dat."

"Je hebt de Roeper gehoord. Je blijft." Antwoordde Vegeta ruw.

Lulu schudde haar hoofd. "Naru is koppig. Ze maakt het ons niet makkelijk haar te beschermen."

"We zullen desondanks alles doen wat gedaan moet worden om haar veilig te houden. Dat is onze taak." Zei Vegeta simpelweg.

"Ik denk dat het juist goed is om Goku bij ons te hebben. Sin heeft hem nog nooit aangevallen." Vond Tien.

"Precies." Knikte Kiyomi instemmend. "Hoe dichter Goku bij ons blijft, hoe veiliger de Roeper is."

Vegeta zuchtte vermoeid. "Je hebt nog veel te leren, por. Sin's aanwezigheid trekt hele hordes Onverlaten aan, een goede Beschermheer zou dat weten."

"Nou en." Bitste Kiyomi. "Dat is toch precies waar wij voor zijn, is het niet? Tegen Moeren vechten en zorgen dat de Pelgrimage van de Roeper veilig verloopt? Of ben je soms bang om vieze handen te krijgen?"

Vegeta snoof neerbuigend.

"Ophouden nu. Je hebt Naru gehoord. Goku blijft. Het heeft geen zin er verder over te ruziën. We doen wat ons opgedragen word en dat is dat." Besloot Tien. "Kom, Naru is bijna klaar voor de Zending. Jullie weten hoe verschrikkelijk ze dit vind. Ze heeft onze steun nodig."

Lulu knikte zwijgend en volgde Tien de heuvel op naar Naru en de mensen van Kilika. Vegeta wierp Kiyomi nog een vuile blik toe voordat hij ook de heuvel beklom.

"Trek het je niet aan." Stelde Kiyomi Goku gerust terwijl ze zijn arm pakte en hem meetroonde achter de rest aan. "Het is niet persoonlijk. Ze willen alleen dat Naru veilig is. Dat is hun enige doel op deze reis. Niks anders telt."

"Ik neem het ze niet kwalijk." Antwoordde Goku rustig. "Ik had precies hetzelfde gedaan."

..

Het was doodstil in de menigte. De lijken die geborgen hadden kunnen worden, waren in kleurige doeken gewikkeld en op een ondiepe plek in het water gelegd. Naru stond solemneel te midden van de mensen. Ze had haar staf vast en staarde naar de roodgekleurde horizon in de verte.

Goku keek toe hoe ze waardig naar voren schreed, haar mooie gezicht grimmig. Tot zijn uiterste ontsteltenis stapte ze niet in maar op het water en liep op blote voeten over het oppervlak van de zee.

"Wat is een Zending eigenlijk?" Vroeg hij nogal ademloos aan Kiyomi naast hem.

"Naru begeleid de doden naar het hiernamaals." Antwoordde Kiyomi zacht met haar stem vol ontzag. "Shh, kijk maar."

Goku liet zijn ogen weer op de prachtige Naru vallen. Ze stond nu stil op het water en de menigte leek zijn adem in te houden. Hier en daar klonk wat ingehouden gesnik maar verder bleef het doodstil. Vegeta, Lulu en Tien die voor Goku stonden maakten alledrie tegelijk een vreemd handgebaar en een knix. Het zag eruit als een soort gebed.

Toen begon Naru te dansen. Water spatte onder haar voeten op terwijl ze over het oppervlak wervelde, de staf boven haar hoofd geheven. Goku had nog nooit zoiets betoverends aanschouwd. Naru was als een godin in haar gracieuze dans. Het was een adembenemend gezicht.

Tranen blonken in haar mooie ogen maar ze stopte niet. Ze wervelde onverstoord door, verloor zichzelf in de dans.

Vanaf de ingezwachtelde lichamen onder het wateroppervlak begon een diffuus licht op te stijgen.

"De zielen van de mensen." Sprak Kiyomi eerbiedig. "Naru zend ze naar de hemel."

De dans duurde voort en Goku kon alleen maar gehypnotiseerd toekijken hoe Naru de zielen naar het hiernamaals begeleidde. De menigte lamenteerde zachtjes om hem heen. Hij raakte vervuld van verwondering voor het magische Spira waarin hij terecht gekomen was. De mensen, de gebruiken, de pracht en in het centrum van dit alles was Naru met haar prachtige ogen en hij wist nu dat hij van haar hield.