hee, hier weer een nieuw hoofdstuk! blijf vooral lezen!
ik hoop ook na de vakantie er nog tijd voor te hebben, om meer te kunnen schrijven, maar het zal krap worden en ik zal niet elke dag kunnen updaten, helaas.
we zullen wel zien wat er van komt...
veel plezier met lezen!
Hoofdstuk 3.
Lief dagboek,
Vandaag is het eindelijk zo ver.
we mogen weg uit dit godvergeten oord en hij hoeft niet mee. Gelukkiger kan ik niet zijn.
Ik kijk uit naar Forks en de kans om daar langer te kunnen leven dan een maand en misschien ook vrienden te kunnen maken.
Hij is weg en hij komt nooit meer terug. Ze heeft met het scherpe hout doorboord, hem aan stukken gescheurd en verbrand tot as en het enige wat ik kon doen was hard lachen. Mijn moeder is over deze periode heen en wij gaan weg en dat is het enige waar ik aan kan denken.
"we zijn er bijna, lieverd." Zei mam toen we door het stadje reden.
Ik zag het bord van Forks met een stralend gezicht. 'we zijn er bijna!' Ik kan niet meer wachten!
We kwamen bij een veel te mooi huis, dat zeker veel te groot zou zijn voor ons tweeën. Het is niet dat ik me druk maak om het geld, zo slecht hebben we het niet, maar toch.
"Mam? Is dit huis niet een beetje groot voor ons?" Vraag ik.
"Ja eigenlijk wel, maar het is het enige huis dat ik kon vinden dat niet meteen tussen de mensen ligt, vanwege de zon."
"Wat? Schijnt de zon hier?" Zeg ik terwijl ik kijk naar de donkere wolken boven mijn hoofd terwijl ik uit de auto stap.
Druppels vallen om mijn gezicht terwijl ik omhoog kijk. Oh nee, gaat het nu regenen? Op zo'n perfecte dag?
"Schat, wil je me even helpen met de spullen? Ik ben wel sterk, maar dat betekend niet dat ik ze allemaal mee dan nemen en we moeten ook denken aan de mensen die hier langs komen." Op het moment dat ze dat zegt rijdt er een busje langs met een man die ons aankijkt alsof hij nog nooit zoiets moois heeft gezien. We schonken daar niet veel aandacht aan.
Ik hielp mijn moeder met het uitpakken van de spullen en richtte mijn kamer in zoals ik het wilde. De opbouw was eigenlijk hetzelfde dus ik richtte het in zoals ik mijn andere kamer ook had ingericht.
Ik zat in het raamkozijn in mijn kamer, zoals ik nooit anders heb gedaan en keek naar het uitzicht, wat na de afgelopen verhuizingen toch al een aantal keer verandert was.
Ik keek uit op het bos en hoorde de dieren in het bos geluiden maken en rondlopen. Ik kreeg er enorme dorst van. Sinds de dag dat mijn moeder hem had vermoord zijn we alleen maar bezig geweest om zo snel mogelijk weg te komen en we hadden geen tijd gehad om te jagen.
Mijn moeder staat in een keer onder mijn raam in de tuin en roept, "Madison, heb je misschien zin om te gaan jagen?"
"Altijd, mam" zeg ik zachtjes en spring uit het raam.
"Waar denk je dat je mee bezig bent?" Vraagt ze zachtjes terwijl ze me een beeld laat zien van iemand die net langs kwam lopen terwijl ik uit het raam sprong.
"ze had toch niks door? Mam, we worden heus niet zomaar ontdekt. We zijn nog nooit ontdenkt waarom nu ineens wel?"
"Het is omdat ik nu een baan heb. Mensen gaan me leren kennen en me in de gaten houden of ik wel normaal ben. Meer mensen zullen langs komen lopen en als jij dat uit het raam springt hebben we een probleem! Ben ik duidelijk, jongedame?"
"Ja mam, het spijt me! Ik zal niet meer uit het raam springen. Zullen we gaan?"
"Ja"
We lopen het bos in en zoeken voor dieren die lekker ruiken.
"Heb je al zin om morgen naar je nieuwe school te gaan?"
"vreemd genoeg voor een tiener om te zeggen, ja ik heb er zin in. Ik hoop dat ik het nog kan, ik ben al zo lang niet meer geweest" zeg ik spottend. Ik ben namelijk in de tijd dat Hij er was niet meer naar school geweest omdat we toch niet langer dan een maand bleven. Wat heeft het dan voor zin om weer naar school te gaan elke keer?
"Mooi"
Verderop hoor ik een hert water drinken uit een rivier. Langzaam loop ik die kant uit en zie dat het een moeder en een kleintje is. Ik vind het zielig voor het kleintje dat ik zijn moeder moet wegnemen, maar zo is de natuur nou eenmaal. Ik schakel mijn gedachte uit en ren richting het hert, terwijl ik mijn moeder achter het kleintje aan die gaan. Natuurlijk, dat ik daar niet aan gedacht heb. Het hert onsnapt me en ik ren het die achterna, op en af bergen en door de bosjes. Ik spring op zijn rug en drink hem leeg op een open plek.
als ik het dier helemaal leeg heb gedronken, sta ik op en draai me om, om terug te rennen naar waar ik mijn moeder voor het laatst heb gezien. Er staat een jongen me aan te staren alsof hij nog nooit iets anders heeft gezien. Mijn reactie is niet op hem aflopen maar wegrennen. Ik ren terug door alle bosjes, berg op, berg af. Ik kom op de plek waar ik mijn moeder voor het laatst had gezien en ze stond er weer. Ik rende harder dan ooit te voren en ze merkte dat ik duidelijk in paniek was en begon mee te rennen zonder dat ze weet wat de reden is.
nou dat was m weer,,
vergeet niet om een review achter te laten!
