Hoofdstuk 3

O Romeo, Romeo!

Wherefore art thou Romeo?

De regen viel nog altijd uit de lucht wanneer de laatste bel rinkelt en het einde van de dag aankondigt. Ik verzamel mijn geschiedenis boeken en wacht dan Miley. "Heeft hij nu al tegen je gesproken?" vraagt ze terwijl ze snel nog wat boeken in haar rugzak propt. "Miley, 5 minuten geleden had hij dat ook al niet. Ik denk niet dat we hem sindsdien al hebben gezien." Ze lacht verontschuldigend.

De klas was verstomd na Tom zijn uitspraak. De leerkracht, die probeerde te doen alsof hij het niet had gehoord, was met een rood hoofd papieren aan het zoeken. Ik had hem geen enkele blik meer gegund. Niet dat er veel verschil was, ik durfde toch niet in zijn richting kijken. De bel ging en terug was hij als eerste de klas uit. Mike had me voorgesteld dat hij anders ook wel me wou. Maar de leerkracht hoorde het en keek Mike doordringend aan, terwijl hij dat niet durfde bij Tom. Ik smoorde een lach en was de klas uitgevlucht.

Ik rits mijn jas dicht en trek mijn kap over mijn hoofd. Miley volgt mijn voorbeeld en we verlaten de hal, de regen in. Een meisje in een rode jas met de kap ook over haar hoofd getrokken staat hevig te zwaaien aan de overkant van de parking. "Dat is Lesley. Ik krijg een rit van haar." Glimlacht ze. "Nou, tot morgen Lies." Ze haast zich over de parking en steekt nog enkele keren haar hand naar me op. Ik staar even in haar richting en ril. De regen is ijskoud en ik begeef me naar mijn auto. Ik sukkel even met de sleutel en krijg dan eindelijk mijn auto open. "Zo, Lies." Ik schrik en kijk geschrokken naar de stem. De goudbruine ogen kijken me aan. Praat hij nu werkelijk tegen me? "Ja?" vraag ik terwijl ik mijn portier opengooi die hij terug dichtgooit.

"Haast je een beetje wil je. Het giet! En ik wil graag naar huis." Vlieg ik uit.

"We zitten samen opgescheept voor Engels en ik vroeg me af wanneer je wou oefenen. Past vanavond je?" Terwijl hij tegen me praat staart hij naar mijn portier. Waarom durft hij me nu niet aankijken? "Ja, is goed. Mag ik nu gaan?" Snauw ik naar hem.

Zonder nog een woord te zeggen vertrekt hij. De regen lijkt hem niet te deren. Verbaast staar ik nog even naar hem en haast me dan de auto in. Ik zet de cd vlug aan en haal een paar keer diep adem. Waarom deed ik nu zo gemeen? Hij was zo beleefd en ik snauwde hem af. Ik zucht nog eens en start de auto.

Tandenknarsend staar ik naar de tekst. Hoe kan de knapste jongen van de school zo een irritant omhoogvallen jongentje zijn? Vraag ik me voor de zoveelste keer af. "We nemen nog eens van pagina 3." "Voor de 3de keer! Laten we de volgende pagina nemen." "Niet voor je alles perfect kunt uitspreken zonder uit je rol te vallen."

Mijn mond valt open van verbazing en de opgerolde tekst in mijn handen knijp ik fijn. "Want jij bent de perfecte Romeo, is het niet?" Snauw ik. Hij staart achter me naar het huis, waar mijn moeder het licht aanknipt.

We hadden de hele avond geoefend in de tuin. "Lieverd, is alles wel goed?" roept mijn moeder door het open raam. "Het gaat wel mam. Ik moet gewoon samenwerken met de arrogantste van de klas." Ik had me glimlachend naar mijn moeder opgedraaid.

Tom zou er toch geen woord van verstaan. Ik had hem nog niet in de Nederlandse les gezien. "Maak het niet te laat." Ze lacht en geeft me een knipoog.

"Zo, wil je stoppen voor vanavond. Of wil je nog wat oefenen met de arrogantste van de klas?" Verbaast draai ik me naar hem om. Had hij nu net Nederlands tegen me gesproken? "Spreek je Nederlands?"

"Ah, mijn ouders vonden het belangrijk om me een ruime opleiding te geven."

Genegeerd kijk ik de andere kant op. "En dat heb ik weer."

Hij lacht. Voor het eerst zie ik hem lachen en mijn hart vertraagt. "Goed ik ga dan maar. Tot morgen."

"Tot morgen." Mijn ogen volgen hem tot hij in zijn auto stapt en wegrijdt.

"Zo, en waarom is deze knappe jongen arrogant?" vraagt mijn moeder wanneer ik me aan tafel plaats. "Gewoon. Dat is die jongen die me vorige week negeerde."

"En daarom is hij arrogant? Ik geef toe dat het misschien een belabberde eerste indruk was. Maar geef hem nog een kans. Hij ziet er heel lief uit."

"Hij durft nog niet eens in een cirkel van 100 meter bij me komen."

"Hm… Dat heb ik gemerkt ja. Misschien is hij gewoon verlegen."

Ik zucht en geef de discussie op. Tegen mijn moeder kan je niet winnen.

De vertrouwde lach weerklonk achter me. Ik draai me om, om enkel een leeg bos te vinden. Terug hoor ik de lach en draai me snel naar het geluid toe. Ik zie enkel dreigende bomen. "Tom?" vraag ik met een angstig stemmetje. Hij verschijnt tussen de bomen. Zijn lach is verdwenen en hij kijkt me afstandelijk aan. Zijn huid ziet er nog bleker uit en zijn ogen staren in de mijne. Niet meer de zacht goudbruine kleur waarin ik verdwaal, maar zwart. Zwart als de nacht. Hij komt nu sneller op me af en kijkt me woedend aan. Van schrik stap ik achteruit. Steeds sneller en sneller. Mijn voet blijft haken achter een uit de grond stekende wortel en ik val op mijn rug. Tom staat nu vlak bij me. Zijn zwarte ogen glinsteren vervaarlijk. Hij ontbloot zijn tanden en komt naast me zitten. Mijn ademhaling versnelt. Ik knijp mijn ogen dicht van angst en schreeuw.

"Liesbet? Liesbet? Alles goed?" Mijn moeder klopt hysterisch op de deur. Ik hoor iemand schreeuwen en het duurt even voor ik merk dat ik het ben.

"Ja, alles is in orde mam. Gewoon een nachtmerrie. Ga maar slapen."

"Oké, als er iets is roep maar."

Het zweet parelt op mijn voorhoofd en nog nahijgend ga ik op mijn rug liggen. Wat betekende die droom? Het is niet de eerste nacht dat Tom in mijn dromen spookt. Maar deze droom is wel apart… heel apart en slaat nergens op.

Mijn ademhaling stabiliseert en ik val terug in slaap.

De volgende ochtend rijd ik met een bonzend hoofd richting school. De nachtmerrie had me de rest van de avond nog liggen plagen, waardoor ik nu barstende hoofdpijn had. Ik rijd de parking op en terug valt de schitterende Volvo op tussen de auto's. Zou hij bij iedereen zoveel opvallen of was dit enkel zo bij mij? Vraag ik me gefrustreerd af.

"En hoe gaat hem met Tom?" is het eerste wat Mike me vraagt wanneer ik het klaslokaal binnenkom. "Hij is irritant, maar wel beleefd."

Hij glimlacht en zijn blik gaat naar de deur. Zijn mond vliegt open. Verbaasd draai ik me naar de deur en blijf versteend zitten. Wat kwam hij hier nu doen? Tom komt sierlijk het lokaal binnen en neemt plaats op de lege stoel naast me. Mike had al een vaste plaats aan de andere kant van het lokaal en zat nu op mijn bank. De leerkracht wiskunde komt het lokaal binnen en kijkt Mike met een strenge blik aan. Mike springt van mijn bank en haast zich naar zijn plaats. Ik draai me naar Tom toe. "Wat doe jij nu hier?" sis ik.

"Ik volg vanaf nu ook wiskunde." Hij glimlacht naar me waarop ik met mijn ogen rol. Wat is er toch mis met die gast? "Vind je dat niet leuk?" vraagt hij op een beleefde toon.

"Tuurlijk, ik vind het super dat je nu ook bij zit tijdens wiskunde!" antwoord ik sarcastisch. "Iets in me vertelt me dat je dat niet meent." Ik draai mijn hoofd gefrustreerd naar hem. Hij kijkt me met pretlichtjes in de ogen aan. "Ben je nu plotseling de grappige buur?"

Hij haalt zijn schouders op. "Ik vond niet dat we elkaar moeten blijven negeren. We werken samen en zijn buren dus moeten we elkaar toch een beetje kennen."

"En dat heb je nu bedacht?" vraag ik wantrouwig.

"Nee, dat heb ik al even bedacht."

"Hoe komt het dat de kleur van je ogen veranderd?"

"Waarom zou de kleur van mijn ogen veranderen?"

"Nu zijn ze goudbruin maar de eerste keer dat we elkaar ontmoeten waren ze zwart. Ik heb me al afgevraagd hoe dat kan, maar ik vond geen antwoord."

"Je zult je gemist moeten hebben, mijn ogen zijn altijd goudbruin."

"Ik weet wat ik heb gezien."

"Vanwaar nu de plotse vraag." "Jij wou elkaar beter leren kennen."

"Ah, en vandaar de rechtstreekse vraag." "Ik heb er nog."

"Wacht even, nu is het mijn beurt." "Meneer Kaulitz zou u het erg vinden om op te letten?" verbaasd draai ik me naar de leerkracht. "Sorry, het correcte antwoord is 5."

De leerkracht kijkt verbaasd in zijn boek en draait zich dan om. "Hoe wist je dat?" vraag ik. "Gewoon, als je het uitrekent bekom je dat." "Ja, maar ik had hem niet gehoord." "Ah, gewoon oplettendheid. Maar volgens mij was het aan mij om een vraag te stellen." "Ja, dat is juist." Ik staar naar de bank. "Wat is je lievelingskleur?" Verbaasd kijk ik op en lach. "Wat voor vraag is dat?" "Een vraag is een vraag. Dus, wat is je lievelingskleur?" "Paars." Heel even dacht ik dat hij zou lachen, maar hij bleef me enkel aankijken. "Vertel me eens over je familie?" vraag ik. "Dat is een heel grote vraag. En daar zou ik een hele dag mee bezig zijn." "Ik heb tijd." "Laten we deze voor morgen houden. Vandaag is het mijn beurt." "Waarom? Dat is toch niet eerlijk?" "Toch wel. Jij vraagt een grote vraag en die kan ik nu niet onmiddellijk beantwoorden. Maar ik ga er vandaag over denken en dan vertel ik je het morgen." "Je kunt onmogelijk een hele dag vragen aan mij stellen. Ik zie je niet eens elke les." "Daar kun jij je in vergissen. Mijn lessenrooster is veranderd en het blijkt dat ik elke les naast je zal zitten."

"Volg je mij?" vraag ik achterdochtig. "Je kunt toch raden dat mijn antwoord daarop neen zal zijn." "Waarschijnlijk, maar de vraag was eruit voor ik erover dacht."

"Je tong loopt op de gedachten vooruit?" "Meestal wel. Mijn moeder vindt dat ongemanierd. Maar ik kan er niet aan doen." "Ik vind het juist eerlijk. Zo weet ik tenminste altijd wat je denkt." Ik glimlach naar hem. "Begin dan maar aan je vragenvuur, ik weet dat ik er toch niet onderuit kom. Tenzij je nog wat tijd wil om vragen te bedenken?" "Ik heb er genoeg, geloof me. Vind je het erg als we vanavond terug oefenen?" "Het is niet dat ik iets anders te doen heb." Ik draai mijn hoofd naar het bord en krabbel de berekeningen over. Ik merk dat hij niet schrijft en draai mijn hoofd naar zijn blad. Verbaasd merk ik dat alle oefeningen al op zijn cursusblok staan. "Wanneer heb je dat gedaan?" "Wanneer we aan het praten waren." "Ik heb je niet zien schrijven." "Je bent gewoon onoplettend." Hij trekt zich geschrokken achteruit. Door deze plotse beweging schrik ik ook. Ik had niet gemerkt dat we naar elkaar toe waren geleund. Hij had gelijk. Ik was ontoplettend, maar ik had dit enkel wanneer ik met hem praatte. De bel was blijkbaar gegaan want de mensen rond me waren hun spullen bijeen aan het rapen. Mike kwam bij me staan. De volgende les hadden we samen en ik liep normaal met hem mee. "Ze gaat vandaag met mij mee." hoor ik Tom zeggen. Mike staart verbaasd naar Tom. Het is waarschijnlijk de eerste keer dat hij tegen Mike praat. Ik buk me en prop mijn cursus in mijn rugzak. Tom komt naast me staan, maar zorgt dat er genoeg ruimte tussen ons is. Er was toch iets raars aan hem. Zijn stilzwijgen was weggevallen maar hij zorgde altijd dat we elkaar nooit aanraakten. En als het hem lukte met een meter afstand. Mike neemt me bij mijn bovenarm en fluistert me toe. "Weet je zeker dat het lukt?" "Mike, hij gaat me echt niet opeten hoor. En we willen nog iets bespreken. Ik zie je wel tijdens de middag." Hoewel er iets aan Tom niet helemaal klopte wil ik geen kans voorbij laten gaan. Mijn hart begon nog altijd sneller te slaan wanneer hij me aankijkt. Maar wat me het meest aantrekt aan hem is zijn mysterie. Mike wandelt naar de deur. Hij slaat nog enkele blikken achter zich, waarbij hij ons goed in de gaten hield. "Wat is je volgende vraag? Want volgens mijn berekeningen heb je er nog altijd maar 1 gesteld." "Je hoeft niet te hopen dat ik er geen meer kan bedenken. Ik wacht enkel op het goede moment." "Ik begin te denken dat je een grote opschepper bent, maar eigenlijk niets weet." "Wat is je favoriete film?" Terug verbaasd blijf ik in het gangpad staan en kijk naar hem op. "Wat doe je?" Ik staar hem indringend aan. "Ik probeer te kijken of je het meent of niet." "Tuurlijk." "Maar dat is toch niet interessant." "Juist wel, en vertel me wat is je favoriete film?" "Tristan en Isolde." Ik draai mijn hoofd van hem weg en vervolg mijn weg naar de volgende les.

Verveeld leun ik met mijn kin in mijn handpalm en staar mijn ontbijt. Tom was erin geslaagd me de hele dag nog vragen te stellen. Elk dwaas detail boeide hem. Tegen de avond was hij terug bij mijn huis gestopt en hadden we Romeo en Julia geoefend. Wanneer mijn moeder riep voor het eten was hij naar huis vertrokken. Mijn moeder had geglimlacht naar me en gevraagd of ik die jongen nog altijd irritant vond. Ik had mijn neus in de lucht gestoken en geweigerd te antwoorden. Waarop mijn moeder nog maals glimlacht en ik zag dat ze me terug wou koppelen. Alsof ik ooit iets met deze jongen zou hebben. Hij mocht me dan misschien niet meer negeren, hij hield nog altijd heel veel afstand. Meer dan normaal. En er was iets aan de hand met hem en zijn familie. Ik kijk verrast bij deze gedachte. Hij had me beloofd vandaag over zijn familie te vertellen. Onbewust werp ik een blik naar buiten. Het was bewolkt vandaag, dus geen excuus voor een zonnenallergie. Snel eet ik de resten van mijn ontbijt op en haast me naar de auto.

Tom zit in al in de les Engels wanneer ik het lokaal binnenkom. Ik glimlach wanneer ik de stoel achteruit trek.

"Zo vrolijk?" vraagt hij me.

"Ja, vandaag krijg ik mijn antwoorden." Antwoord ik als ik de stoel naar de tafel toetrek. Hij glimlacht enkel.

De rest van de ochtend was een teleurstelling. Hoe vaak ik ook smeekte of kwaad werd niets hielp. Zelf mijn flauwe bedreigingen haalden niets uit. Hij begon over alles te vertellen behalve zijn familie. Ik besloot om hem te negeren. Wat me moeilijker viel dan ik verwachte. Maar koppigheid runt de familie en ik bleef hem negeren, hoe moeilijk het me ook viel.

De middag viel en ik was blij dat ik aan zijn onderzoekende blik kon ontsnappen. Ik haastte me om mijn spullen in te pakken wanneer hij me aanspreekt.

"Zin om te gaan wandelen?"

Verbaast kijk ik naar hem op. "Nee, eigenlijk eerder om te gaan eten." Snauw ik naar hem.

Hij glimlacht. "Ik heb eten voor je bij. Komaan, dan vertel ik je wat je wilt horen."

"Waarom hier niet?" Vraag ik argwanend.

"Teveel oren die alles horen."

Hem niet helemaal vertrouwend volg ik hem toch naar het bos.

We lopen een open plaats in waar allerlei boomstammen op de grond liggen. Tom loopt voor me en neemt plaats op een boomstam. "Ik snap echt niet waarom dit zo stiekem moet gebeuren." Ik ga een eindje van hem zitten.

Tom antwoord me niet maar opent zijn rugzak in de plaats. Hij haalt er een doosje uit en geeft dit aan me. Verrast staar ik ernaar in mijn handen. "Het is voor jou. Open maar."

Behoedzaam open ik de doos, het is gevuld met koude rijst en kip. "Heb je dat speciaal voor me gemaakt?" Vraag ik. Hij haalt zijn schouders op. "Marissa heeft dit voor je gemaakt." Het duurt even voor ik me de naam herinner als zijn moeder. Raar dat hij haar niet moeder noemt.

"Je hebt dit van te voren gepland?" Vraag ik om de stilte op te vullen, ondertussen neemt hij een vork en een flesje water uit zijn rugzak. Hij antwoord terug niet op de vraag maar glimlacht enkel. Mijn buik grolt. Het lijkt er niet op dat hij nog iets gaat zeggen dus begin ik maar te eten. "Heb jij geen honger?" Vraag ik met mijn vork wijzend wanneer ik merk dat hij niet eet. "Nee." Is zijn enige antwoord. Aangezien hij niet van plan lijkt verder nog iets te zeggen richt ik mijn blik op mijn eten. "Het is lekker."

"Ik zal de complimenten geven aan de chef." Terug zwijgt hij, en kijkt toe hoe ik eet.

"Vind je het erg als we de middag spijbelen?" Zijn vraag schrikt me op. Hij had een tijdje niets gezegd en we hadden zwijgend gezeten met enkel het geluid van enkele vogels. Mijn maaltijd was op en ik had net de waterfles geopend.

"Valt te zien of ik mijn antwoorden krijg." Ik neem een slok water.

Hij laat zijn rugzak op de grond vallen en zucht diep. "Waarom ben je toch zo geïnteresseerd in mijn familie?"

Ik draai de dop weer op de fles. "Omdat er iets speciaals met jullie is."

Hij kijkt me recht in de ogen aan en lijkt iets te zoeken. "Wat bedoel je met iets speciaals?" Ik merk dat hij tijd probeert te rekken, maar ik zou mijn antwoorden krijgen. "Jullie zonderen je nogal af. Je hebt net als je familie een bleke huid en goudbruine ogen die zwart kleuren als je kwaad bent. En je eet niet. Ik zou nog bijna gaan geloven in de verhalen waar ik verslaafd aan ben."

Tom zijn ogen vergroten even voor een moment. "En welke verhalen zijn dat?"

"Stephenie Meyer met de Twilight saga." Zeg ik voorzichtig.

"En wat zou ik daarmee te maken hebben?" Het duurt even voor hij antwoord. "Misschien wel alles." Antwoord ik met zekere stem, terwijl ik niet zo zeker ben.

"Je bent heus niet zo zeker als je laat overkomen."

"Wijk niet af." Verbaast knipper ik even met mijn ogen. De taal waarin me spreken gaat me zo gemakkelijk af. We waren Nederlands aan het praten, en Tom lijkt er geen problemen mee te hebben.

"Geloof je echt in die verhalen?" Hij kijkt me recht in de ogen aan, een vervelend karaktertrekje dat me al vaker bij hem was opgevallen.

"Eerst niet, maar ik vind dat jij veel gelijkenissen vertoond. En probeer niet om me bang te maken Tom, het zal je toch niet lukken." Terwijl ik dat zeg maakt mijn hart toch een sprongetje. En ik ben bijna zeker dat hij dat gehoord heeft.

Zijn mondhoeken krullen een beetje omhoog, als in een glimlach die geen echte glimlach is. "Zeg het dan." Hij fluistert nu bijna. Mijn mond gaat open maar er komt geen geluid uit. "Zeg het dan." Herhaalt hij. Ik open mijn mond terug, maar er komt weer geen geluid uit. Waarom was het zo moeilijk om het luidop te zeggen. "V – V –" Ik stotter even. Ik stotter nooit, waarom stotter ik nu. "Zeg het luidop!" Zijn stem is geen fluistering meer.

"Vampier!" Mijn stem klinkt hoog en schril wanneer ik het woord uitspuw. "Vampier." Herhaal ik nog eens zachter. "En ben je bang?" Vraagt hij me, zijn ogen nog steeds in de mijne geboord. "Valt te zien hoeveel er klopt van de boeken." Mijn stem is slechts een fluistering, maar ik weet dat hij me kan horen. "Alles." Fluistert hij me terug.

Alles. Ik sluit mijn ogen en wrijf met mijn hand over mijn voorhoofd. Een meisje genaamd Bella verhuisd naar een klein stadje en ontmoet daar een jongen. Een bleke huid en goudbruine ogen. Hij raakt haar nooit aan. Ze leren elkaar beter kennen, later blijkt dat hij een vampier is. Alles wat ze dacht dat ze wist over vampiers blijken verhaaltjes te zijn. Zijn familie waren 'vegetariërs' en aten geen mensen. Ze eten dieren, vandaar de goudbruine kleur van ogen. Ze waren allen beeldschoon en gingen niet dood door de zon. De zon zorgde er enkel voor dat hun huid glinstert. Vampiers slapen niet en gaan niet dood. Ze blijven 'bevroren' in de leeftijd waarin ze vampier worden. Vampiers hebben een ijskoude huid, want ze zijn de ondode.

Ik open mijn ogen terug. Tom staart me nog altijd aan. "Hoe komt het dat er een verhaal is gepubliceerd?"

"Dat weet ik eigenlijk niet. Enkel dat Bella en Edward echt bestaan. Geen enkel van ons begrijpt waarom ze dat verhaal hebben gepubliceerd, maar het is nu eenmaal zo. En nu moeten we nog voorzichtiger zijn."

Ik denk terug aan mijn eerste dag. Tom zijn uitdagende houding. "Wat was er op de eerste dag?"

Hij glimlacht alsof hij de vraag had verwacht. "Als je de boeken hebt gelezen dan zou je het eigenlijk moeten weten." Ik kijk hem niet begrijpend aan. "Jij rook zo goed dat ik al mijn kracht heb moeten gebruiken om je niet onmiddellijk te bijten. En nu nog hoor. Je ruikt zo goed, en als er een wind blaast en je geur naar mijn vliegt is het nog moeilijk. Maar ik heb de kracht om me te beheersen. Je hoeft niet bang te zijn."

"Ben ik ook niet." Zeg ik ademloos. Mijn hart klopt sneller. Hij trekt zijn wenkbrauw op. Juist, hij hoort mijn hartslag. "Is niet omdat ik bang ben." Zeg ik verwerend.

"Je moet wel zwijgen. Mijn familie vermoord me als ze ontdekken dat jij het weet."

"Laat staan de Volturi." Antwoord ik. De Volturi zijn een orde vampieren in Italië die de regels opstellen. Er zijn maar enkele regels: wordt niet ontdekt en geen enkele mens mag weten dat je een vampier bent.

"Van de Volturi hebben wij niet veel last."

"Vertel me dan nu over je familie." Hij staart me aan. "Ik snap echt niet wat je daar nu interessant aan vind." "Ik snapte gisteren ook niet wat jij interessant vond aan mij, maar ik zaagde toch ook niet. Komaan, je had het beloofd." Ik trek een pruillipje en probeer zielig te kijken.

Hij schudt zijn hoofd en zucht eens diep, terwijl ik goed weet dat hij eigenlijk niet hoeft te ademen.

"Goed dan."

Ik glimlach om mijn overwinning en draai me naar hem, mijn rug leunend tegen de dikke boomstam die over degene ligt waarop we zitten.

AN: Heel erg bedankt voor de geweldige review ^^