(BTK 2) H 4 Hoorzitting die Albus Perkamentus wilde.
Met tops aan zijn zijde, liep Harry denkend en wel terug naar de boot. Bella en Daphne liepen arm in arm een paar meter voor hem. Hij hoorde Bella zeggen dat hij Bellatrix van haar mocht kussen. Zelf dacht hij ook terug aan die kus. Hij wist dat hij de volwassen Bellatrix al in de nachtmerrie van Bella had gekust. Bij die kus veranderde ze terug in zijn Bella van twaalf jaar. Deze Bellatrix veranderde niet terug, maar bracht ook die zelfde gevoelens in hem op. De zelfde gevoelens als die hij ook van Bella kreeg. Hij wist dat hij van Bella hield maar hield hij ook van de volwassen Bellatrix. Tuurlijk deed hij dat maar het verwarde hem wel. Tops die naast hem liep legde een arm om hem heen. En trok hem een beetje dichter tegen zich aan.
"Jij houdt van allebei Harry. Je weet het nog niet goed maar ze zijn een. Over 22 jaar heb jij de Bellatrix van Azkaban aan jouw zijde. Zo als ze daar is zo zal ze nooit meer zijn of worden". Harry zuchtte en keek op naar zijn Zusje in alles behalve in bloed. Ze had een bepaalde magie over zich die hem deed zuchtte. Ze kon hem als geen ander gerust stellen door iets te zeggen, zonder dat hij erom vroeg. Zijn gevoelens waren als was in haar handen. Hij wist dat Isabella zijn gevoelens voelde en hem daarom begreep.
Maar bij haar was het anders. Ze deed hem zijn gevoelens even vergeten. Even haalde ze de last weg en kon hij er weer fris tegen aan. Ze was de verfrissing in zijn leven geworden. Ook al kon hij haar dan nog maar net. Met haar arm om zijn schouder voelde hij zich even vrij. Zijn blik ging naar Bella en Daphne. Weer was het zijn zusje die hem begreep zonder dat hij erom vroeg.
"Wacht rustig af Harry zij zullen de keus wel voor jou maken. Het zijn goede heksen en ze houden beide evenveel van jou".
De terugweg verliep rustig en in stilte. Bij het avond eten schoven Andromeda en de rest van de Familie Goedleers ook aan. Nog voor dat het eten was opgediend werd Harry getorpedeerd door een kleine raket die de naam Aristona droeg. Het zusje van Daphne had een zwak voor hem. Hij was de broer die ze altijd al wilde. Met een beetje gestoei zaten ze aan de eten's tafel. Daar werd alles van die dag verteld. De kus die Harry aan Bellatrix had gegeven deed vele vragen op roepen. Maar die konden worden weerlegd wanneer ze allemaal de herinnering hadden gezien.
De herinnering werd afgespeeld en iedereen keek mee. Harry die op de grond zat voor het schilderij van zijn ouders.
"Met die ene kus heb je haar leven veranderd Harry" vertelde zijn moeder hem. Andromeda kwam nu naast hem zitten. Harry zag dat de rest weg ging behalve Bella en Daphne. Daphne kroop op zijn schoot en Bella ging dicht tegen hem aan zitten. Andromeda keek het aan en lachte.
"Ik zie dat je het hart van mijn zusje hebt gestolen" vertelde Andromeda aan Harry. Alle drie keken ze haar even raar aan. Andromeda gniffelde en liet de herinnering opnieuw afspelen. Bij de kus begon ze te praten. En vertelde dat Harry bij Bella moest gaan staan. Nu pas zag en hoorde Harry het ook.
De herinnering 's Harry had net de kus gegeven aan Bellatrix en liep weg. Bellatrix keek hem na. Haar ogen waren groot en ze hield twee vingers tegen haar lippen. Met en zucht draaide ze zichzelf tegen een muur en liet zich door haar knieën zakken. Haar vingers kwamen niet van haar lippen af. Ze sloot haar ogen en liet haar tranen langzaam vloeien. Nu stond Harry bij de Bellatrix van zijn herinnering. En hoorde haar heel zachtjes Mummelen.
"Ik zal alles doen voor mijn heer Voldermort. Maar van Harry blijft hij af. Mijn Harry".
De herinnering verdween en iedereen keek elkaar aan. Andromeda pakte de hand van Harry en kneep zachtjes.
"Door die kus van jou heeft ze voor het eerst echte liefde gevoeld. En nu heb je ook haar hart veroverd. En dat weet ik zeker want ik zie het hier ook in mijn kleine zusje". En ze keek Bella aan. Bella keek terug en een beetje schuin naar Daphne en knikte zachtjes. Ze wist dat ze Daphne, daar pijn mee deed maar ze moest het zeggen.
Bij Daphne kwamen er tranen in haar ogen en ze wilde daarom ook weggaan, maar ze werd tegen gehouden door Andromeda.
"Daphne Harry is Heer over Potter/ Prosper en Griffoendor. Als hij ervoor kiest mag hij voor die huizen ook een vrouw nemen. Hij hoeft het niet maar het mag wel". Daphne keek vragend en bijna smekend naar Harry. Er straalde hoop uit haar ogen. Harry wist niet wat hij moest zeggen, hij wilde hen allebei geen pijn doen. Het was Bella die zijn antwoord gaf.
"Daphne, Harry neemt jou ook anders krijgt hij mij ook niet". Andromeda lachte luid bij die woorden.
"Dat is mijn kleine zusje o wat heb ik jou gemist". Daphne echter had zich voor over geworpen en kuste Bella vol op de lippen en stamelde vele malen dankjewel. Harry leek wat geschrokken maar wist niet wat hij moest zeggen. Andromeda fluisterde echter in zijn oor dat het nog jaren weg was voor hij moest trouwen. Dat bracht zijn Zenuwen weer een beetje tot rust.
Daphne was inmiddels mee aan het doen in alle trainingen die Tops aan Harry en Bella gaf. Marcel en Suzanne waren daar ook voor uitgenodigd. Toch waren ze er niet altijd bij. Nu en dan kwam Remus Lupin ook langs. Hij vertelde dan over de tijd met de vader en moeder van Harry. Maar hij gaf hen ook lessen in verdedigen. Ze hadden de waarschuwing van Narcissa ten harte genomen. Het was de zaterdag ochtend toen Amalia hen kwam halen. Dit zou de dag zijn dat Albus Perkamentus zijn rechtszaak begon. Nu moest hij zijn zaak bepleiten voor het tribunaal van de Wikenweegschaar. Harry zou met al zijn vrienden op de tribune gaan zitten en het allemaal bekijken. Dit was de dag dat Albus zijn zaak om het beschermheerschap van Harry weer naar zich toe zou proberen te trekken.
Het was tien uur in de ochtend toen ze allemaal in afwachting waren tot dat de zaak zou gaan beginnen. Gezamenlijk keken ze de zaal rond en zagen iedereen een voor een binnen komen. Overal kwamen mensen vandaan. Iedereen nam hun aangewezen plaats in en keek op naar de minister Cornelius Droebel. Omdat Perkamentus nu de zaak had gemaakt kon hij het woord niet voeren. Dus minister Cornelius Droebel deed dat voor hem.
"Gedachtige aanwezigen. Vandaag word de zaak behandeld van Albus Perkamentus tegen Amalia Bonkel en Minerva Anderling. Over het recht tot en over het beschermer van Harry James Potter in het magische rijk".
Het werd stil in de zaal toen Cornelius Droebel zijn Hamer op de tafel sloeg.
"Willen de drie mensen om wie het gaat hier naar binnen komen en hun plaats in nemen in de daarvoor aangewezen stoelen.
De deuren gingen open en als eerste kwam Professor Anderling samen met Amalia Bonkel naar binnen gelopen. Er werd een hoop gefluisterd in de zaal en iedereen keek naar Amalia. Bella hing even naar Daphne en Harry en vertelde.
"Denk je dat jou vader gelijk had. En dat Perkamentus de zaak al heeft gewonnen voor dat de zaak ook maar is begonnen". Daphne keek wat bedenkelijk maar knikte wel bij die vraag.
"Ik denk dat Amalia en Tante Mini geen schijn van kans maken". Vertelde Daphne aan hen allebei. Harry zat alleen maar met een grijns op zijn gezicht. Bella en Daphne wisten dat hij iets van plan was en vroegen hem er dan ook naar. Ze wisten wel iets maar niet alles. Daphne, die meer wist dan Bella, maar dat mocht ze op haar beurt weer niet aan Bella vertellen.
"Laat ik het zo zeggen ik heb met Isabella en Augusta een heel gesprek gehad en ik denk dat ik zeker ben dat mijn oma mijn beschermer word, is en blijft. We moeten alleen allemaal doen wat we hebben afgesproken". Verder vertelde Harry hen niets. Wel vroeg hij of iedereen nog wist wat ze moesten doen als het zo ver was. Hij voelde nog wel de hand van Marcel op zijn schouder. Hij wist dat die bij hem zou staan. Zijn broer stond achter hem net zo als hij achter hem zou staan.
Het geroezemoes laaide weer op en iedereen zag Albus Perkamentus naar binnen komen. Hij liep naar binnen als of de zaak alweer had gewonnen. De zaak over de mishandeling van Harry zou pas later in het jaar aan bot komen. En dan nog alleen als Amalia het voor elkaar kon krijgen. Daar moest nog het een en ander voor gebeuren. Ook de zaak van Sirius moest worden uitgezocht maar nu was er eerst deze zaak. Amalia en Minerva wisten eigenlijk al dat ze zouden gaan verliezen maar gingen het toch proberen. Cornelius Droebel keek hoe Albus plaats nam en lachte vriendelijk naar hem. Albus gaf hem een knikje en Droebel begon.
"Als eerst wil ik van Amalia horen over het fijt dat ze Harry Potter en Hermelien Griffel meteen door heeft gegeven aan twee andere beschermers". Was de vraag die hij als eerste op een niet echt vriendelijke toon stelde. Amalia stond op en nam een stuk Perkament uit haar zak.
"Op 2 september vorig jaar ben ik beschermer gemaakt van Harry Potter en Mevrouw Griffel. Dit was mij echter niet onder de aandacht gebracht. Het is door een samen loop van omstandig heden dat ik daar achter was gekomen. Met mijn werk als hoofd van de schouwers afdeling kon ik de taken van de bescherming van mevrouw Griffel en meneer Potter niet naar voldoening uitvoeren. Iets wat ik van af het eerste moment al wist.
Ik had het recht om, om die rede een vervanger aan te wijzen. Dat recht heb ik genomen en hen bij Augusta Lubbermans en Minerva Anderling neer gelegd. Daarbij wil ik mede delen dat Harry Potter tot zijn komst op Zweinstein totaal was overgelaten aan zichzelf. Hij is in die tijd verwaarloost en" Dit was het moment dat Droebel ingreep.
"De tijd voor de school doet hier niet ten spraken. We zijn hier om te besluiten of het goed is als Minerva Anderling zijn beschermer is of niet. En ook of ze het mag blijven". Riep hij haar fel toe.
Van af de tribune kon iedereen zien dat Amalia kwaad werd. Haar hoofd werd langzaam rood.
"Hoe bedoelt u dat heeft er niets mee te maken. Het heeft er alles mee te maken Minister". Droebel wilde weer wat gaan zeggen maar zag nu dat Augusta op stond vanaf haar stoel. Droebel keek haar aan en twijfelde een beetje. Hij wist niet of hij haar het woord moest geven. De dodelijke blik die ze hem gaf deed hem besluiten omdat toe te laten.
"Gaat uw gang Mevrouw Lubbermans" riep Droebel stamelend.
"We zijn hier om te kijken of Minerva geschikt is voor positie als beschermer van Harry Potter. Maar iedereen weet dat Albus Perkamentus, zijn eerste beschermer is geweest. Ik zou daarom ook willen weten waarom hij dat niet meer is, en wat hij heeft fout gedaan".
Er ontstond weer een tumult in de zaal. Opnieuw koste het Droebel de grootste moeite om het weer stil te krijgen. Na vijf minuten was het hem dan eindelijk gelukt. Amalia mocht verder gaan met haar pleidooi.
"Albus Perkamentus heeft op meerdere aspecten zijn taak als beschermer zelf op meerdere delen gefaald. Harry is op meerdere manieren mishandeld. Echter dit aspect zullen we later dit jaar bekendmaken als we hem voor deze feiten willen gaan berechten". Door dezen woorden ontstond opnieuw een tumult aan geluid. Droedel moest weer Hameren om ze stil te krijgen. Amalia vond het echter leuk en liet het rustig bezinken.
"Er zijn twee dingen die ik jullie wel kan mede delen. Een hij is door Rubeus Hagrid opgehaald voor zijn spullen op de wegisweg. En twee is dat hij op eigenhoutje naar de Zweinstein express moest gaan. Gelukkig was Arabella Vaals een snul die hem daarnaar toe heeft kunnen begeleiden". Amalia bedankte vervolgens de Wikenweegschaar en ging rustig zitten.
Professor Anderling zat rustig alles af te wachten. Ze hoefde daar alleen maar aanwezig te zijn en net als de rest wachten. Droebel liet alles even bezinken en gaf het woord aan Perkamentus.
"Geachte aanwezige van de Wikenweegschaar. Ik heet jullie allemaal van Harte welkom. Ik kan niet zeggen hoe blij ik ben dat Jullie hier allen zijn". Waarom Perkamentus die woorden zei wist niemand maar iedereen voelde zich meteen op hun gemak. Maar er waren er een aantal die meteen met hun ogen begonnen te draaien. Albus keek de zaal rond en ging weer verder.
"Ik ben hier om Jullie te vertellen waarom ik vind dat Minerva Anderling niet geschikt is om een beschermer te zijn. Zo als zo velen van jullie weten komt daar heel veel bij kijken. Ik ben dan ook van mening dat Minerva het niet in zich heeft omdat te kunnen doen. En ja ik heb in het verleden fouten gemaakt en helaas ook met Harry. Maar ik zal alles recht zetten als ik nog maal de kans zou krijg".
Bella zat naast Harry en werd met de minuut kwader.
"Die oude GGHHMM bij Merlijns baard ik kan hem wel". Bracht Bella nijdig uit.
"AAUUWW" gilde Harry het ineens uit. Daphne zat aan de andere kant van Harry en hield zijn hand vast. Ook zij was heel kwaad geworden op Perkamentus. Zo kwaad dat ze Harry hard in zijn hand kneep. Daarbij boorde ze haar nagels diep in de rug van zijn hand.
Perkamentus echter deed net alsof er niets aan de hand was en ging verder.
"Zoals jullie allemaal weten zal Harry veel moeten overwinnen. Hij is zeer bekend en moet beschermd worden tegen van alles. Ik de redder van deze wereld en de verlosser van Grindelwald kan hem daarin goed begeleiden. Dus ik vraag u geef mij een tweede kans en ik zal bewijzen dat Harry beschermd zal worden". Albus knikte naar iedereen en ging voldaan zitten. Droebel schorste de zitting en vertelde dat ze over een half uur zouden gaan stemmen.
Harry liep met Isabella en tops de gang op. Ze werden gevolgd door Bella en Daphne. Op de gang ging Harry bij zijn oma staan. Niemand wist nog dat Minerva zijn oma was. Bij het testament was er geen krant aanwezig geweest. Dat was iets dat Minerva en Augusta niet wilde.
David kwam uit de kamer gelopen waar ze aan het vergaderen waren. Hij liep regel recht naar Harry toe. Voor hem bukte hij zich en keek hem recht in de ogen aan.
"Harry het ziet er niet goed uit daarbinnen. Heel veel mensen geloven blindelings in Perkamentus. Ik denk dat ze voor hem gaan stemmen en dat hij weer jou beschermer word". Iedereen die om Harry heen stond hapte naar adem. Alleen Harry keek langs David naar iemand die achter hem stond. Er vormde een grijns om zijn gezicht en begon langzaam te gniffelen. Marcel die Achter David stond gniffelde met Harry mee.
David keek om en toen naar Minerva.
Minerva Haalde haar schouders op en gebaarde dat ze het ook niet snapte.
"Het komt goed David dat verzeker ik jou". Harry pakte na die woorden de handen van Suzanne en van Daphne en liep weg. Marcel knikte naar David en liep vervolgens achter Harry aan.
Augusta kwam er ook net aangelopen en keek ze na.
"Is Harry zich al aan het voor berijden of nog niet". Nu keek iedereen meteen naar Augusta. "Wat gaat Harry doen" beet Minerva haar toe.
"Rustig Minerva Harry heeft het mij vanmorgen voorgesteld en het is een heel goed idee van hem. Jij gaat hem niet kwijt raken dat beloof ik jou. Bella lachte ook erg breed. Hermelien die er net aan kwam lopen ging samen met haar ouders bij Bella staan.
"Zijn ze al klaar. Waar is Harry. Moet hij het nog doen. Gaat het lukken. Zijn we goed voor berijd". Hermelien ratelden alles achter elkaar door. Bella keek haar rustig aan en wachtte tot ze adem haalde.
"Nee, net weg, ja, afwachten en ja we zijn goed voor berijd dank zij jouw Hermelien". Was het rustige antwoord van Bella.
Alle volwassenen keken op bij al die vragen die Hermelien in een keer in een adem achter elkaar stelde. Maar dat Bella ze ook allemaal stuk voor stuk beantwoorde was nog vreemder. Er werd geroepen dat ze over gingen tot stemmen. Bella en Hermelien liepen snel terug naar de tribunen. Ze wilde vooraan zitten om te genieten van de show riepen ze uit. De volwassenen waren met stomheid geslagen en volgde de kinderen maar. Amalia en Minerva gingen naar hun plaats in de zaal. Perkamentus zat al in zijn stoel en grijnsde naar de beide dames. Droebel vroeg om stilte en ging over tot de stemming.
"Wie stemt ervoor dat Minerva Anderling, beschermer blijft van Harry James Potter". Er staken 10 mensen hun handen op.
"Wie stemt ervoor dat Albus Perkamentus Beschermer wordt van Harry James Potter". Er staken 21 mensen hun handen op.
"Oke dan is dat hier bij geregel dan wordt Perkamentus weer de beschermer van Harry James Potter. Zijn er nog mensen die hier wat op in willen brengen. Deze mensen mogen nu hun verhaal doen of voor altijd zwijgen". Minerva stond op en wilde wat gaan zeggen. Droebel zag het maar keek gauw de andere kant op. Hij wilde net zijn hamer op de tafel slaan toen de stem van Harry luidkeels door de zaal heen klonk.
"STOP ik heer Potter van het aloude en Nobele huis Potter maak hierbij bezwaar". Iedereen was meteen stil en keek naar Harry. Droebel keek wat geïrriteerd en riep.
"Het spijt mij Harry maar jou mening hierin telt hier niet". Weer wilde Droebel met zijn Hamer op de tafel gaan slaan.
"STOP zij ik minister Droebel" klonk de felle stem van Harry weer. Droebel keek Harry aan en wilde wat zeggen. Harry hief zijn hand op en gaf hem een kwade blik. Droebel hield stil toen hij Augusta zag opstaan. Augusta gaf Harry een teken dat hij zijn verhaal mocht doen.
"Ik Harry James Potter, Heer Potter van het aloude en nobele huis Potter neem hier bij het recht om als bezitter van vier stoelen te spreken". De ogen van Droebel schoten vuur bij het horen van die tekst. Hij sloeg met zijn hamer luit op de tafel. Hij wilde Harry wel wat aan doen maar kon het verzoek van een heer niet weigeren.
"Ik hoop dat dit de laatste keer is dat ik mijn verhaal moet beginnen. Als dat niet zo is zal ik om uw verwijdering vragen minister". Droebel ging recht op staan en deed zijn mond open.
"Voordat u wat zeg Minister Droebel, ik weet dat ik daarvoor minimaal vier huizen achter mij moet hebben staan. Daarom vraag ik u ook om nu te zwijgen. Ik kan u wel alvast vertellen dat ik die vier huizen ook daad werkelijk achter me heb staan". Droebel wist dat hij nu even moest zwijgen. Hij geloofde nooit dat Harry vier huizen achter zich had staan. Maar hij koos toch even eieren voor zijn geld. Perkamentus leek wat ongemakkelijker te worden toe hij Harry zo zag staan. Harry straalde de zelfde magie uit als toen hij dat met Daphne deed. Minerva begon langzaam te gloeien van trots. Maar deed er alles aan om haar ring te verbergen.
"Ik Harry Potter, roep hierbij mijn recht op om te spreken namens mijn huis, het aloude en nobele huis Potter. Aangezien het om mijn eigen persoon gaat en ik heer ben over mijn huis heb ik hier ook een stem in. En ook wel degelijk het recht omdat te doen.
Echter is het algemeen bekend dat ik een heer ben geworden. En toch heeft niemand mij ingelicht over deze zaak. Ik zou graag mijn vier stoelen bij deze stemming bij voegen aan de kant van Minerva Anderling".
Droebel kon zich niet meer inhouden.
"Dat zijn dan veertien stemmen en te weinig dus Perkamentus is". "STOP". Schreeuwde Harry nu vol uit.
"Minister mag ik u voorstellen aan Minerva Anderling, Jonkvrouwen van het al oude en nobele huis Anderling. Dit huis staat achter mij.
"Minister mag ik u voorstellen aan Suzanne Bonkel Erfgenamen en jonkvrouwen van het aloude en nobele huis Bonkel. Ook dit huis staat achter mij.
" Minister mag ik u voorstellen aan Daphne Goedleers erfgenamen en jonkvrouwen van het aloude en nobele huis Goedleers. Ook dit huis staat achter mij.
" Minister mag ik u voorstellen aan Marcel Lubbermans Heer van het aloude en nobele huis Lubbermans. Ook dit huis staat achter mij.
De drie vrienden gingen als een blok achter Harry staan. Droebel slikte even en keek naar Augusta en David. Beide knikten dat ze achter Harry stonden.
"Zoals u ziet minister Droebel heb ik hier vier huizen genoeg om u te verwijderen. Ik heb met huis Potter vier stoelen om te stemmen. Onder huis Potter vallen nog een aantal huizen. Die hebben ook drie stoelen bij elkaar. Dat maakt het totaal op 17 stoelen". Droebel beet op zijn onderlip Harry zag dat hij moeite moest doen om zichzelf in te houden. Dit was voor Harry leuk om aan te zien. Ook onder huis potter valt het huis Bogrod. Ook Bogrod heeft 1 stoel. En is mede daarom in mijn bezit.
"Ik Heer Griffoendor van het al oude en nobele huis Griffoendor sta Achter heer Potter van het aloude en nobele huis Potter". Droebel rees op en wilde protesteren. Harry zag hem staan en gooide zijn linker hand omhoog. Daar zat de ring van het huis van Griffoendor. Droebel slikte en keek vragend om zich heen. Harry die in zijn nopjes was keek gemeen en lachend naar minister Droebel.
"Ik heer Griffoendor geef mijn twee stoelen aan Minerva. Dat zijn dan 20 stoelen minister Droebel".
Droebel begon te lachen en keek nu met een hoge dunk naar Harry.
"Het spijt me heer Potter maar 20 stoelen is niet genoeg. Er waren 21 stemmen voor Perkamentus dus hij is nu uw beschermer". Droebel sloeg met zijn hamer en dat was dat dacht hij. Perkamentus stond op en liep naar Droebel toe. En schudden hem joviaal de hand. Bijna iedereen was opgestaan en pakte hun spullen. Harry en zijn vrienden bleven onbewogen in het midden van de kamer staan. Met een knikje van Harry nam Marcel vervolgens het woord.
"IK HEER LUBBERMANS VAN HET ALOUDE EN NOBELE HUIS LEBBERMANS, DEEL U MEDE DAT WIJ HEER DROEBEL VERWIJDERD WILEN HEBBEN UIT SEZE RECHTSZAAL".
Schreeuwde Marcel door de zaal heen. Iedereen schrok en draaide zich om. Ze zagen Harry nog steeds onbewogen staan. Daphne en Suzanne stonden als een blok beton naast hem. En Marcel stond met een opgeheven hoofd achter hem. Droebel keek hem aan en vroeg.
"Mijn heer Lubbermans waar denk u het recht vandaan te halen om mij te laten verwijderen". Riep Droebel hem kwaad toe. Marcel keek naar Harry. Harry keek hem aan en gaf hem opnieuw een knikje.
"Ik heer Lubbermans van het aloude en nobele huis Lubbermans. Deel u mede dat u meerdere malen heer Potter heeft onderbroken. Heer Potter heeft u gewaarschuwd dat u verwijderd zou worden als u dat zou blijven doen. Nu heeft u voor de zoveelste keer Heer Potter onderbroken toen hij u op de hoogte stelde van de 20 stoelen die hij in zijn bezit heeft. U hebt daarna meteen de rechtszaak gesloten. Het is echter onpersoonlijk, onbeschoft en zeer laatdunkend dat u Heer Potter niet eens vraagt of dat alles was. Het is ook omdat fijt dat ik u laat verwijderen. Wij staan achter heer Potter en daarom beledigt u niet alleen huis potter maar ook huis Lubbermans, Goedleers, Bonkel, Griffoendor en Anderling".
Het was alsof Droebel een klap in zijn gezicht kreeg. Hij was door een jongen van twaalf terecht gewezen en die had nog gelijk ook.
"Het is al goed" beet Droebel hem toe.
"Nou meneer Potter wat had u nog meer te vertellen". Vroeg Droebel aan Harry. Harry echter deed net alsof hij hem niet hoorde. Droebel werd vuurrood en wilde uit zijn vel springen. Amalia zag het en liet Droebel door twee schouwers aan de kant zetten. "Mijn heer Potter wild u het ons alstublieft niet kwalijk nemen dat minister Droebel u zo respectloos heeft behandeld. Hij spreekt voor zichzelf en niet voor ons allemaal. Zou ik u dan mogen verzoeken om u verhaal af te maken". Harry glimlachte vervolgens naar Amalia.
"Ik neem het niemand anders dan Droebel zelf kwalijk. Maar ik was nog niet helemaal klaar". Harry haalde even diep adem.
"Ik heer Prosper van het aloude en nobele huis Prosper sta achter huis Potter". Harry hief zijn rechter hand op en liet de ring van het Prosper huis zien.
"Ik geef mijn 9 stemmen aan Anderling". Droebel kon zich weer niet in houden en gilde dat Harry te jong was en niet eens mocht stemmen. Dit was de druppel voor Harry.
"Minister Droebel hier bij vraag ik de Wikenweegschaar om u te berechten op belediging van 7 aloude en nobele huizen. Dit mag op een later datum gebeuren".
De zaal was opnieuw hellemaal stil. Hier en daar hoorde je heel zachtjes en in de verte wat gemompel. Minerva keek Harry voltrots aan. Het zelfde deden Amalia. Augusta en David.
Suzanne, Daphne en Marcel hadden zich gedragen zo als heren en Jonkvrouwen van een huis, precies zo als ze dat horden te doen. Harry bracht zichzelf tot rust en keek een keer de zaal rond.
"Wat meneer Droebel net schreeuwde daar had hij gelijk in. Ik heer Potter mag niet stemmen.
Ik Heer Potter/ Griffoendor en Prosper van de aloude en nobele huizen Potter/ Griffoendor en Prosper, Benoem hierbij.
Minerva Anderling/ Potter Tot woordvoerster en plaatsvervangend heer van het aloude en nobele huizen Potter/ Griffoendor en Prosper.
Mag ik u dan voorstelen aan mijn vertegenwoordiger Minerva Anderling/ Potter mijn oma".
De handen van Harry gloeide helemaal op en de beide ringen verdwenen. Het zelfde gebeurde er bij Minerva. Bij haar verschenen de ringen om haar vingers. Harry liep naar haar toe en pakte haar hand en kuste de rug ervan. Daphne en Suzanne volgden Harry en hete haar welkom namens hun huizen. Dit deden ze waar iedereen bij stond. Marcel was als laatste die naar Minerva toe liep.
"Ik Heer Lubbermans van het aloude en nobele huis Lubbermans heet u welkom terug in ons midden Jonkvrouwen Anderling/Potter". En ook Marcel kuste de rug van haar hand. Met zijn vieren liepen ze de zaal uit en gingen meteen naar de lekke ketel. Dat had Harry en Marcel met zijn oma Grangran Afgesproken.
