Het oorverdovende geluid bleef aanhouden en voor het eerst in zijn piratenleven maakte Jack Sparrow zich serieus zorgen. En daarbij bleek hij niet de enige verontrustende te zijn. Zijn hallucinaties deden vele pogingen om uit de sloep te stappen. Dit mislukte echter om het simpele feit dat ze aan Jack Sparrow gebonden waren. Deze man had echter nog geen vin verroert; de situatie was alles behalve tot hem doorgedrongen.

Maar niet alleen Jack en zijn volgelingen hadden het paniek zaaiende geluid gehoord. Verschillende dieren kwamen voorzichtig via het stand op het eiland. In de hoop te kunnen ontdekken wat hun rust zo verschrikkelijk aan het verstoren was.

'Jack?'begon één van de hallucinaties voorzichtig. Toen Jack Sparrow onbewogen voor zich uit bleef staren, opende de waanvoorstelling weer zijn mond: 'Captain Jack Sparrow!'

Geschrokken keek de kapitein zijn volgeling aan. Zijn mond opende, maar sloot zich weer, niet in staat iets uit te brengen.
'Schreeuw, Eiland, Hulp!'riep de waanpiraat in kernwoorden uit.

'Meisje, Hulp, Bos!' antwoordde Jack verward terwijl hij vreemd met zijn hand begon te bewegen. Zijn pupillen waren vergroot; zijn hart ging als een dolle tekeer. Hij was in paniek...

Een golf met een vleugje lotbestemming rolde zich voorzichtig op. Hoe dichter hij bij de kust kwam hoe krachtiger en groter hij werd. Zijn kracht was dit maal maar voor één doel bestemd. Hij moest namelijk een piraat het strand op leiden.

Waarschuwend begon een waanbeeld op en neer te springen, al wijzend naar de zee die dreigend op hun af leek te komen. Meerdere illusies keken verschrikt op en begonnen vreemde geluiden uit te brengen. Ergens leken de mannen op dronken piraten die pogingen deden om als kikkers te kwaken.

Maar Jack Sparrow zat daar maar. Met zijn rug naar de dreigende zee gekeerd en zijn pistool beschermend op het eiland gericht. Hij was in zijn paniek zo in staat om ieder bewegend object vol te pompen met kruid.

Opeens leek de sloep van achteren te worden op gelift.

'Captain Jack Sparrow!'klonken de hallucinaties in koor. Jack keek beantwoordend naar achteren, maar het was al te laat. Al happend in het zoute water besefte hij wat er was gebeurd. hij was op het strand aangespoeld en daarbij had het lot een handje geholpen.

Proestend stond Jack op en liep al wankelend wat verder het strand op. Na een meter of tien draaide de piraat zich om. Hij bekeek het volledige plaatje. Hij merkte al gauw op dat zijn illusies waren heengegaan. Maar zelf wist hij wel beter: Ieder moment konden ze weer opduiken. Zowel letterlijk als figuurlijk.

Captain Jack Sparrow zag aan hoe stukken hout zachtjes heen en weer werden gewiegd in het water. Niet veel later realiseerde hij zich dat zijn ogen stukken van zijn sloep aan het volgen waren. Zijn sloep was na zijn val in het water tegen de rosten geslagen. Jack vloekte zachtjes en schopte in zijn woede een steen terug de zee in. 'Verdomme, Verdomme, Verdomme!'

Daar stond hij dan, verlaten en alleen, met geen enkele mogelijkheid terug te kunnen keren naar Tortuga. En nog erger: zonder rum!

De eenzaamheid deed hem denken aan zijn vader. Ondanks zijn eerdere eilandervaringen dook deze geschiedenis hem als eerst in zijn gedachten op.

Om te ontsnappen aan zijn gevoelens vervolgde de man van middelbare leeftijd zijn weg: Het bos in. Het gegil was inmiddels gestaakt. Jack was bang dat hij te laat was, maar weigerde te stoppen met zoeken voordat hij hiervoor ook maar enig bewijs had.

Daarnaast wist hij dat, nu hij ook vast zat op het eiland, hij ook gevaar liep.

Een grot doemde voor captain Jack Sparrow op. Deels uit nieuwsgierigheid betrad de man het duistere gat. Nog voor het licht van de ingang was verdwenen had jack het voorspellende gevoel dat er iets niet snor zat.

Moedig zette de piraat toch nog een stap. Tot zijn stomme verbazing voelden zijn voeten geen ondergrond meer. De lucht deed zijn kledij en haren omhoog wapperen. De misstap had hem ten val gebracht...