Hoofdstuk 3 – Nog steeds niet veilig
Disclaimer: Ik bezit niet HP!!!
Toen ze weer terug waren in de leerlingen kamer van Griffoendor waren de 5e jaars nog steeds niet uitgepraat over wat er daarstraks was gebeurd. Veel mensen vroegen zich af wie die mysterieuze schaduwpersoon was geweest,terwijl anderen hardop hoopten dat Omber nooit meer terugkwam.
Hermelien was hooguit gepikeerd over het feit dat Omber niet was komen opdagen zodat ze een (belangrijke) les hadden gemist, en dat liet ze duidelijk merken door heel hard op haar te mopperen. Omdat Harry wel beter wist, viel hij haar niet in de reden, maar liet haar uitrazen, terwijl hij af en toe dingen mompelde als 'Helemaal gelijk' en 'aha'.
'-Tijdens haar eigen les notabene! En dan durft zij Zwamdrift de laan uit te sturen, wat een afschuwelijk mens!' raasde Hermelien. Ze praatte zo hard dat verscheidende andere leerlingen naar haar meesten wisten dat het beter was om Hermelien niet voor haar voeten te lopen als ze boos was en de meesten maakten dan ook dat ze wegkwamen. Harry en Ron moesten moeite doen om haar bij te houden.
'-Echt het meest onbeschaamde,onbeschofte mens dat ik ooit heb ontmoet. Ik hoop dat Perkamentus haar snel de laan uit stuurt en,-'
'Ze zou zichzelf de laan uit moeten sturen,' valt Ron haar terloops in de rede.'Ik bedoel maar, ze vind de andere leraren slecht,terwijl ze zelf de ergste leraar Verweer tegen de Zwarte kunsten is die we ooit hebben gehad! Toveren leer je niet alleen uit boeken.'
Hermelien wierp hem een hoogstens walgende blik toe, alsof ze boos was dat hij haar tirade had onderbroken, iets wat Ron niet door scheen te hebben. Op dit ogenblik stonden ze eindelijk stil, ergens midden in de leerlingenkamer, maar het was beter dan al lopend praten.
'Oké, de theorie leer je uit boeken,' kletst Ron gewoon door, 'Maar in de praktijk heb je toch je toverstaf nodig om te voorkomen dat je in het heetst van de strijd om zeep geholpen wordt.' Harry knikt.
'Theorie is ook erg belangrijk,' zegt Hermelien, die haar kans schoon ziet om zich weer in het gesprek te mengen.'Zonder theorie weet je bijvoorbeeld niet hoe je bepaalde zwiepen uitvoert die moeten zorgen voor een goed resultaat van je spreuk.' Harry en Ron kijken elkaar aan.
'Persoonlijk vind ik praktijkles veel nuttiger,' zegt Ron nijdig.'Alleen maar theorie is ook zo saai..'
'Als jij eens wat beter je best deed om op te letten tijdens de les, zou je het ook niet meer nodig hebben om andermans aantekeningen over te schrijven!' bijt Hermelien hem toe. Haar wangen waren (alweer) rood van woede en haar ogen glommen nijdig. Ze was echt helemaal uit haar doen, en Harry wist dat dit ruzie betekende. Zijn vermoeden werd meteen bevestigd toen Ron ook begon te schreeuwen.
'Waarom zou ik nu al niet mijn best doen om op te letten tijdens de les? Het is niet mijn schuld dat de lesstof zo moeilijk is!'
'Je DENKT dat het moeilijk is Ronald, maar dat is niet zo. Jij en Harry stellen het gewoon net zolang uit totdat ik jullie wel moet helpen!' brulde Hermelien terug,met nog roder wordende wangen. Harry zag hoe Ron's oren ook rood werden, een teken dat hij zich schaamde of niet op zijn gemak voelde, iets dat je niet zou denken als je hem zou horen..
'Dus je meent dat we dat exspres doen, om hulp te krijgen?' schreeuwt Ron heel hard terug,terwijl hij een paar stappen naar voren doet zodat hij dichter bij Hermelien komt.
Nog meer van hun klasgenoten kijken verdwaasd om of wijzen en Harry krijgt het nare gevoel alsof hij door de grond kan zakken. Ron en Hermelien trekken alle aandacht naar zich toe en nu ze toch vrij hebben, is dat niet prettig. Hij moet iets bedenken.
'Denken jullie dat die persoon in de schaduwenen Anderling was?' oppert hij luid, in een poging om zijn 2 beste vrienden te laten stoppen met bekvechten. Tot zijn grote opluchting (en verbazing) werkt het ook nog.
Hermelien vergeet de ruzie meteen,keert Ron de rug toe,en draait zich naar Harry, zodat ze hem aan kan kijken. De rode blos van kwaadheid verdwijnd van haar wangen en haar ogen begonnen spontaan te schitteren van opwinding. Ron,die een beetje verdwaasd was door het feit dat Hermelien hem zomaar ineens in de steek heeft gelaten in het midden van een discussie, staat nog steeds op dezelfde plek en staart koppig naar de plek waar Hermelien eerst stond.
'-Maar als het echt Anderling was,' praat Hermelien door, zodat Harry gedwongen wordt zijn blik los te scheuren van Ron om haar zogenaamd enthousaist aan te kijken.,
'- Waarom zou ze dan niet tevoorschijn komen? Ze is hoofd van Griffoendor! En bovendien vond ik dat haar stem ook helemaal niet normaal klonk! Het was een mannenstem, wie weet was het wel een spion!'
'Als het echt een spion was, hoe zou hij of zij dan binnen zijn gekomen?' zegt Harry ongeduldig.'Ik denk dat Omber wel voor extra beveiliging heeft gezorgd. Ze wil koste wat het kost haar baan behouden!' Hermelien trekt al snuifend haar neus op.
'De enige reden dat hier is, is om jou te bespieoneren Harry,' zegt ze geërgerd.'En dat alleen maar omdat het ministerie te laf is om te geloven dat Voldemort is teruggekeerd! He bah, Ron, stel je niet zo aan..'
Bij het horen van de naam 'Voldemort' had Ron een angstig piepgeluidje gemaakt, wat erg aan een muis deed denken. Het had grappig kunnen zijn, als het onderwerp niet zo serieus was geweest.
'En bovendien,' praat Hermelien gewoon door,'Wil het ministerie Harry en Perkamentus over laten komen als leugenaars'. Ze schenkt nog steeds geen aandacht aan Ron, die zich nu bij hen voegt. Over Hermeliens schouder heen ziet Harry dat de meeluisteraars geen aandacht meer voor hen hebben nu de ruzie over lijkt te zijn en hij moet zijn best doen om niet te zuchten van opluchting.
'We moeten erachter komen wie de mysterieuze man of vrouw was,', zegt Hermelien en Harry schrikt een beetje. Hij was helemaal niet meer met zijn gedachten bij Hermelien. Snel doet hij alsof hij goedkeurend knikt, maar nog geen seconde later vliegt het potretgat van de dikke Dame opeens open.
Aan de luide voetstappen te horen, is er iemand binnen de voetstappen zijn gestopt, draait Harry zich om, alleen maar om oog in oog te staan met niemand minder dan Proffesor Anderling. Ze ziet eruit alsof ze in grote panniek hierheen gerend gezicht staat bezorgd en is een beetje zweterig en haar bril staat scheef op haar neus. Voor een paar minuten kan iedereen alleen maar naar haar staren. Hermeliens gezicht staat ongelovig, terwijl Ron nieuwsgierig langs haar heen gluurt.
'Vilder wist me te melden dat het halve lokaal Verweer tegen de Zwarte kunsten is opgeblazen terwijl jullie les hadden,' zegt Profesor Anderling bezorgd, terwijl ze met een hand haar bril weer recht op haar neus zet. 'Is er niemand gewond?'
'Nee,want we waren op dat moment niet eens in het het lokaal,' zegt Ron verontwaardigd, voordat Hermelien haar mond open kan doen.'Omber kwam niet opdagen.' Hermelien kijkt Ron woedend aan, alsof ze geschokt is door zijn directheid.
'Dat kon ze ook helemaal niet,' zegt Proffesor Anderling en haar stem klinkt opeens ietsjes vrolijker. 'Een of andere grapjas dacht blijkbaar dat het een leuke grap zou zijn om haar naar een afgelegen bezemkast te lokken en haar daar op te sluiten. Vilder heeft haar gevonden toen hij een zwabber wou pakken om de gang naast het lokaal bezweringen op te ruimen. Een tweedejaars voelde zich niet zo goed.'
Harry, Ron en Hermelien kijken elkaar grijzend aan. Harry ziet het meteen al voor zich; Vilder die onwetend de deur van een bezemkast opent, zodat Omber recht in zijn armen valt, vergezeld door een verzameling zwabbers, bezems en potten schoonmaakmiddel. Hij moet zijn best doen om zijn lach in te houden en aan de uitgestreken gezichten van zijn vrienden te zien, hebben zij hetzelfde probleem.
Professor Anderling let echter helemaal niet op de drie vrienden. Haar ogen glijden over hun hoofden heen door de leerlingenkamer, zodat ze de 5e jaars bezorgd aan kan kijken.
'Wáár precies bevonden jullie je op het moment dat jullie lokaal werd opgeblazen?' vraagt ze, nu veel rustiger. Er klinkt een bezorgde ondertoon in door,die precies past bij haar al bezorgd kijkende gezicht.
'We waren in de gang aan het wachten op Omber,' zegt Daan Thomas eerlijk.'Maar we hebben geen knal gehoord; wat ons om de oren vloog leek meer op een soort stortvloed van vuil en stof die niet te ontwijken was.' Verscheidende mensen knikken instemmend, maar profesor Anderling trekt haar wenkbrauwen op.
'En die stortvloed van stof en vuil is de reden waarom jullie er zo uit zien?' vraagt ze, nu op een wat nijdiger toon,terwijl ze haar blik opnieuw door de leerlingen laat gaan en boos naar hun met stof en vuil bedekte kleren en gezichten kijkt, terwijl de leerlingen op hun beurt verbaasd lijken over het feit dat Anderling opeens van onderwerp veranderd.
'Als er niemand gewond is,' vervolgt Profesor Anderling koeltjes,'dan raad ik jullie aan om je te verkleden voordat jullie volgende les begint, wat over precies een half uur is. Het toeval wil dat jullie dan Transfiguratie hoop dat jullie er dan weer toonbaar uit jullie me nu willen excusseren, het schoolhoofd verwacht me.'
Na dat gezegd te hebben draait ze zich resoluut om en macheert met grote passen de leerlingenruimte van Griffoendor uit. Niemand durft iets te zeggen of te doen totdat het potretgat zich achter haar sluit. Het is te zien dat niemand zin heeft in strafwerk vanwege niet luisteren of slecht gedrag. Marcels' gezicht, dat al een beetje bleek is – en dan niet alleen door het stof – is zo mogelijk nog bleker geworden.
Pas als de voetstappen van Anderling zijn verdwenen, lijkt iedereen weer tot leven te komen; sommigen gaan meteen naar hun slaapzaal op zich 'op te frissen',waaronder natuurlijk Marcel Lubbermans,terwijl het anderen waarschijnlijk niet zo veel kan schelen omdat ze op hun dooie gemak in een paar van de versleten fauteuils gaan zitten, die zo dicht mogelijk bij naar de warme, knapperende haard schuiven en fluisterend een gesprek beginnen, met hun hoofden zo dicht mogelijk bij elkaar. Het onderwerp is niet moeilijk te raden en Harry vermoed dat de meesten popelen om de rest van de school te vertellen over wat hen is overkomen.
Opeens maakt hij noodgedwongen een sprongetje van schrik, omdat hij iets zacht en harigs langs zijn enkels voelt strijken. Zodra hij over de schrik heen is, kijkt Harry nijdig naar de grond wat dat rare harige ding is.
Meteen herkent hij de grote,gele ogen van Knikkebeen, de ruwharige kat van Hermelien. Blijkbaar heeft hij gehoord dat zijn bazin er is en is hij nu op zoek naar wat aandacht. Harry,die zich een beetje begint te schamen omdat hij zo geschrokken is van een kat,kijkt nijdig toe hoe Knikkebeen al miauwend naar Hermelien struint en met zijn kop langs haar onderbeen strijkt om haar aandacht te trekken. Het helpt wel, want Hermelien, - die in tegenstelling tot Harry geen sprongetje van schrik maakt als ze dit voelt – merkt hem op en bukt zich om hem op te tillen. Knikkebeen geeft haar een kopje,terwijl hij plagend naar Harry kijkt, net zoals hij 2 jaar terug in hun 3e jaar bij Ron heeft gedaan toen hij een spin had gevangen die hij voor hun neuzen op ging vreten.
'Nou, we weten in ieder geval zeker dat Anderling het niet was,' zegt Hermelien opgewonden, zodat Harry voor de 2e keer die dag ruw uit zijn gedachten gegooid wordt en zijn blik weer losscheurt van Knikkebeen.
'- Want anders had ze het wel verteld, ze houdt bijna nooit dingen achter.' Gaat Hermelien gewoon verder, terwijl Knikkebeen Harry nog steeds uitdagende blikken toewerpt vanaf zijn veilige plekje op haar arm,die hun doel niet bereiken.
Als Harry naar Ron kijkt, ziet hij dat die er ook niet helemaal met zijn gedachten bij is. Met glazige ogen staart hij uit het raam naar iets buiten wat hij waarschijnlijk als enige ziet. Harry weerstaat de neiging om hem een klap op zijn schouder te geven, wat hem absoluut wakker zou hebben gemaakt. Hij merkt dat Hemelien stil is gevallen en als hij haar weer aan kijkt, ziet hij een stel groene, zeer pissige ogen zich in de zijne boren.
'Ron heeft niet gehoord wat ik net gezegd heb hé?' zegt Hermelien verbazend zacht. Harry schudt loom zijn hoofd en kijkt nog een keer naar Ron. Pas nu ziet hij dat er ook een kleine halve glimlach om zijn mond speelt. Hermelien ziet dat blijkbaar ook, maar ze kijkt een beetje vreemd op van die aanblik.
'Wat mankeert hem opeens?' zegt ze, nog steeds op datzelfde zachtje toontje. Knikkebeen kijkt lui van Ron naar Harry en gaapt. Harry krijgt ineens het gevoel dat hij zin heeft om Knikkebeen eens een goede trap te geven; hij heeft nu zijn buik al vol van die arrogante blik die de kat telkens lijkt te gebruiken.
'Zullen we hem weer terug naar de aarde halen?' vraagt Hermelien, nu iets harder. Harry knikt, maar hij heeft een loom gevoel in zijn maag. Op de een of andere manier heeft hij het gevoel dat Ron niet meer dan hen weet over de grap, maar die rare lach geeft hem de kriebels. Hermelien zucht diep, en steekt één hand uit naar Ron's rechtschouder,klaar om hem van zijn roze wolk te gooien als plotseling een hels kabaal door de leerlingenkamer klinkt.
Ron schrikt zich een ongeluk en draait zich om, alleen maar om oog in oog te staan met een hevig geschrokken Hermelien,die haar arm haastig laat zakken in een poging te doen alsof er niets gebeurd is. Verdwaasd kijkt Ron van Harry naar Hermelien en brengt er met moeite uit:
'Wa-wat is er gebeurd? Ben ik in slaap gevallen? En wat was die knal?"
'Het leek inderdaad of je sliep,' zegt Hermelien gepikeerd. 'Heb je niet naar Anderling geluisterd Ron?'
'Is ze al weer weg dan?' is zijn korte antwoord, voordat hij zijn aandacht op de rest van de leerlingenkamer richt. Harry volgt zijn blik, maar op een aantal omgevallen stoelen na is er niets te zien. Verscheidende mensen kijken geschrokken op en Harry vraagt zich af of hij nog meer verrassingen verdragen kan.
'Die knal kwam niet uit deze ruimte,' zegt Hermelien.'Het kwam ergens anders vandaan.'
'Laten we het gaan uitzoeken!' zegt Ron enthousaïst. Hij wil al weg lopen,maar Hermelien laat Knikkebeen abrupt vallen en grijpt zijn arm. Knikkebeen blaast en schiet er meteen vandoor.
'We mogen de leerlingenkamer niet uit van Anderling!' zegt Hermelien.'Volgens haar was het niet veilig. Ben je dan niet eens bang geweest dat die schaduwfiguur een gevaarlijke insluiper zou kunnen zijn?'
'Nee,' zegt Ron schouderophalend.'Wees nou alsjeblieft niet zo'n drampot Hermelien. Ik weet dat jij diep van binnen net zo nieuwsgierig bent als ik.'
'Ik ben helemaal niet nieuwsgierig!' zegt Hermelien gepikeerd,maar Harry kan aan haar ogen zien dat dat niet waar is.
'Nu kan ik jullie vertellen waarom ik de hele tijd uit het raam staarde!' zegt Ron vrolijk.'Die schaduwfiguur is nog steeds in het zag hem naar buiten rennen waarna hij iets tevoorschijn toverde uit zijn toverstok. Het leek wel op een beetje op een bezem.'
'En je hebt ons niet gewaarschuwd?' roept Hermelien zo hard dat er een paar mensen naar hen kijkt haar vernietigend aan.
'Denk je dat ik daar op dat moment aan dacht?' zegt hij boos,'Het ging veel te snel!'
'Het is niet zijn schuld Hermelien,' zegt Harry sussend. 'Ron probeerde heel goed op hem te letten voor het geval hij iets verdachts deed en,-'
'Hij deed helemaal niets verdachts,' zegt Ron verontwaardigd, zodat hij Harry ruw onderbreekt in het midden van een zin.
'Hoewel niemand hem ooit op Zweinstein gezien heeft lijkt het alsof hij het kasteel op zijn duimpje kent en hij heeft zojuist - voordat ik wakker schrok door die klap – heeft hij het verwoestte lokaal gerepareerd!' Harry ziet tot zijn genoegen dat Hermelien's mond open valt van verbazing, maar Rons ogen stralen van trots.
'Eerst dacht ik dat hij iets slechts van plan was,' gaat hij verder, 'Want hij kwam heel kordaat het grasveld op lopen en zag er nogal nors uit, een beetje zoals ma loopt als ze over de rooie gaat. En man, dan kun je je maar beter bergen! Maar goed,ik wist dus niet wat ik ervan moest denken, maar toen haalde hij opeens een toverstok uit zijn zak,mompelde iets wat ik niet kon verstaan en toen sprong er een of andere straal uit die stok. Voor ik het wist was het lokaal weer hersteld en hij verdwenen.' Op dat moment snuift Hermelien luid, zodat Ron zich nogal geïrriteerd tot haar richt.
'Geloof je me niet of zo?' begint hij woedend, maar Hermelien schudt haar hoofd.
'Ik vind het gewoon heel raar dat die persoon zich zo gedraagt,' zegt ze bruusk.'Het is zeer verdacht. Misschien had profesor Anderling gelijk en is het een spion!'
Harry zucht hardop. Hermelien lijkt hoogstens te weigeren het idee aan te nemen dat die 'spion' van haar ook gewoon een goede man kan zijn,maar er is toch een lichte angsttoon in haar stem te horen.
Terwijl Ron woedend zijn reactie op Hermeliens' uitspraak geeft, kijkt Harry de leerlingenkamer rond. Hij wou dat zijn vrienden eens ophielden met dat eeuwige werkt hem meestal enorm op de zenuwen, maar hij weet dat het beter is om er niet op te reageren. In de tussentijd spoken er vele vragen door zijn hoofd. Wie is die persoon in de schaduwen? Waarom heeft hij hen geholpen? En nog belangrijker: HOE wist hij of zij sowiezo dat het lokaal zou ontploffen?
Weer staart hij even uit het raam; de zon is weer achter de wolken verdwenen en er valt een kleine schaduw over Hagrid's huisje. Hagrid zelf is in de tuin aan het werk, Muil de wolfshond houdt hem gezeldschap. Door de afstand is het niet te zien wat hij aan het doen is, maar Harry hoopt van harte dat het - Hagrid kennende - niet weer iets illigaals is.
Zonder de zon lijkt het weer veel slechter dan het eigenlijk is. De wolken zijn een rare combinatie van wit en grijs, maar toch nog steeds geen regenwolken.
Vanuit zijn ooghoeken ziet hij dat Marcel op hem af komt lopen en hij draait zich snel om.
'Hey Harry,' begroet Marcel hem vrolijk, ondanks dat zijn ronde gezicht angstig staat. 'Heb jij je nog niet omgekleed? Over 10 minuten hebben we weer les hoor.'
'Weet ik Marcel,' zegt Harry ongeduldig, maar die praat door:
'Vond jij die ontploffing niet ontzettend eng? Wij hadden in dat lokaal kunnen zitten! We hebben ontzettende mazzel gehad dat die schaduwman ons geholpen heeft. Ik vraag me alleen af wie het was, want we hebben geen gezicht gezien.'
'Het was vast geen leraar,' zegt Harry, 'Want anders had Anderling ons dat wel verteld. Nee, het was volgens mij iemand van buiten het kasteel.'
'Zeg dat niet!' piept Marcel, wiens gezicht lichtelijk betrekt. 'Voor hetzelfde geldt is het een spion of zo!'
'Als het een spion was geweest had hij ons vast aangevallen!' zegt Harry sussend. 'En dat heeft hij niet gedaan. Hij heeft ons leven gered en,-
KIJK UIT!'
Zonder dat Marcel het door heeft, komt er een voorwerp uit de lucht vallen; recht op de twee af. Harry, die half en half in paniek raakt, reageert echter snel door Marcel hardhandig aan de kant te duwen en zelf achteraan te springen. Als hij niet onzacht op zijn buik op de grond valt, hoort hij hoe achter hem het vreemde voorwerp in duizend stukken uiteen knalt. Marcel maakt zachtje jammergeluidjes terwijl hij met grote ogen naar Harry kijkt, die overeind krabbelt en over zijn zere ledematen wrijft.
Het duurt echter even voordat Harry zich realiseerd dat het doodstil is geworden in de leerlingenkamer. Iedereen heeft hem horen schreeuwen en ze staren nu allemaal naar hem en Marcel, die langzaam bleek wordt.
'Harry!' Ron en Hermelien komen haastig op hem af rennen,met geschokte gezichten, en Ron helpt hem overeind,terwijl Hermelien zich over Marcel ontfermt.
'Man, je was bijna geplet!' zegt Ron diep onder de indruk, terwijl hij naar het gevallen object staart, dat nog steeds op dezelfde plek ligt.
'Wat was het eigenlijk?' vraagt Harry verwonderd. Hij blikt naar de plek waar hij en Marcel tot een paar seconden terug stonden te praten en ziet iets zwarts liggen. Het is uit elkaar gesplinterd, maar het is wel duidelijk dat het iets gevaarlijks was.
'Harry, iemand probeert ons om te brengen!' piept Marcel achter hem. Zijn stem klinkt snotterig, alsof hij ieder moment in tranen kan uitbarsten.
'Rustig maar Marcel,' probeert Hermelien hem te sussen, terwijl ze hem onhandig overeind trekt aan één arm. 'De leraren doen er vast alles aan om nog zo'n aanslag te voorkomen. Wees blij dat Harry zulke goede ogen heeft.'
Plotsklaps veranderd Marcel's gezicht en hij draait zich helemaal naar Harry, die glimlacht.
'Je hebt mijn leven gered!' zegt Marcel zachtjes. 'Je hebt me gered..'
'Daar zijn vrienden voor,' antwoord Harry, die een beetje rood wordt en Marcel's dankbare woorden wegwuift. Ron grinnikt zacht als Marcel met stralende ogen Harry's hand grijpt en hem hevig schudt.
'Ik sta bij je in het krijt Harry!' zegt hij schriel. 'Je bent me iets verschuldigd. 'De volgende keer red ik jouw leven!'
Hermelien en Ron trekken tegelijkertijd hun wenkbrauwen op bij die belofte en Harry moet toegeven dat hij ook zo zijn twijfels heeft. Marcel is nou niet bepaald de beste van de klas en bovendien ook nog vreselijk onhandig. De kans dat hij Harry's leven kan redden, is heel klein, maar Marcel kijkt zo hoopvol dat hij het niet hardop durft te zeggen.
'Oké Marcel, afgesproken,' zegt Harry met een glimlach, terwijl hij Marcel's hand terug schudt. 'Maar ga het niet overdrijven, zo'n kans doet zich niet zo heel vaak voor..'
'Maar als er nog meer van die aanslagen komen – en dat gaat zeker gebeuren - wel,' zegt Marcel enthousaist en zijn gezicht begint te glimmen.
'Ik dacht dat je dat eng vond?' vraagt Daan Thomas, die achter Ron opduikt met een bezorgde uitdrukking op zijn gezicht.
'Dat is wel zo, maar als ik zo mijn schuld bij Harry kan innen, vind ik het minder erg,' zegt Marcel dapper. 'En als jullie me nu willen excusseren, volgens mij kom ik te laat voor Gedaanteverwisselen.' Na dat gezegd te hebben, maakt hij resoluut rechtsomkeerd, pakt zijn tas van een stoel en klautert door het potretgat. Al snel is hij verdwenen, een groep stomverbaasde klasgenoten achterlatend..
Wordt vervolgd...
A/N: Na een lange tijd van geen inspiratie, heb ik besloten te proberen (herhaling: PROBEREN) dit verhaal verder te schrijven. Verwacht er a.u.b niet teveel van...*zucht*
Geupload op: 2 Juli 2009 (heropload nadat hij herschreven is)
Woorden: 3,966
Reviews zijn welkom!
