Hoofdstuk 4
Zander opende zijn ogen. En voor het eerst in een paar dagen voelde hij zich goed en uitgeslapen. Ondanks dat Bonnie nog steeds weg was voelde hij dat het beter met hem ging. Toen hij Bonnie zag in die droom voelde hij zijn hoop oplopen. Ze leefde gelukkig nog. En dat was het allerbelangrijkste. Nu kon hij zijn zoektocht goed beginnen. Hij pakte een paar spullen in waaronder de trui van Bonnie. Gewoon als geheugensteuntje. En hij ging op pad. Op naar het meisje van zijn dromen.
Bonnie werd langzaam wakker. Ze baalde er echt van dat ze niet langer met Zander kon praten. Maar hopelijk was het genoeg om hem naar haar te laten zoeken. Bonnie stond op en liep naar de badkamer. Toen ze in de spiegel keek schrok ze. Haar roodblonde haar hing slap over haar schouders en ze had zwarte kringen om haar ogen. Toen ze de badkamer weer uitliep keek ze de kamer goed rond en zag een kast staan. Ze maakte de kast open en er hingen allemaal mooie jurken. Ze pakte er één van het rek en trok het aan. De deur ging open en Bonnie draaide zich om. Daar stond een meisje met een dienblad in haar hand. Voorzichtig zette ze het dienblad op tafel en voor Bonnie iets kon zeggen was ze al verdwenen. Bonnie ging aan tafel zitten en begon te eten. Ze was net klaar toen de deur weer open ging en Elijah naar binnen kwam lopen. Bonnie keek hem met bange ogen aan. 'Zo daar zijn we weer', zei Elijah. Bonnie antwoorde niet en keek de andere kant op. 'Ik wil dat jij je kracht gebruikt om Klaus weer tot leven te wekken', ging Elijah ongestoord verder. Bonnie keek verschrikt op. Meende hij dat nou?
Zander had het strand achter zich gelaten en liep nu in de bossen vlakbij. Hij had nog niks gevonden wat in de richting van Bonnie kon lijden. En hij kreeg er nu wel genoeg van. Hij snapte niet waar Bonnie kon zijn. Het enige wat hij van haar wist was dat ze nog leefde gelukkig en dat ze in een of andere hotelkamer zat. 'Dat is het!', dacht Zander bij zichzelf. Hij moest gewoon alle hotels af gaan. Nu Zander op dit nieuwe idee was gekomen begon hij te rennen. Op naar Bonnie.
