Hier komt een super lang hoofdstuk. Later meer info...
Hoofdstuk 4 Grimboudplein 12
POV Emma
George verscheen met een luide knal in haar kamer en vroeg: "Klaar om te gaan?" Emma, die nogal geschrokken was door de knal, knikte en gaf hem een lange kus. Toen ze elkaar weer loslieten, pakte George haar hutkoffer en Emma liep naar beneden om haar ouders gedag te zeggen. Daarna liep ze weer naar boven, waar George met haar hutkoffer stond te wachten.
Ze Verdwijnselden naar een pleintje met een grasveld en huizen eromheen. De groezelige gevels van de omringende huizen zagen er niet bepaald uitnodigend uit. Sommige hadden kapotte ramen, die glinsterden in het licht van de straatlantaarns. De verf van veel voordeuren bladderde af en overal lagen grote stapels afval.
"Wat een smerige boel hier." zei Emma en George grinnikte. "Ja."
Er verscheen plotseling een huis tussen de nummers 11 en 13. Eerst een gehavende deur, daarna door vuile muren en groezelige ramen. Het was alsof er een opblaashuis werd opgepompt, dat de huizen aan de zijkant opzij drukte.
"Kom." George pakte haar hand en samen liepen ze naar de voordeur. De zwarte verf van de deur was haveloos en bekrast en de zilveren klopper had de vorm van een kronkelende slang. Er was geen sleutelgat of brievenbus.
George pakte zijn toverstok en tikte één keer op de deur. Emma hoorde een hoop metaalachtig geklik en iets wat op het gerammel van een ketting leek. De deur ging knarsend open.
"Kom." Zei George weer. "en wees stil in de hal." "oké." fluisterde Emma en ze liepen naar binnen.
In de rook het naar vocht, stof en een zoetige, rottige geur. De hal werd verlicht door oude gaslampen. Overal gingen oude portretten schots en scheef, en aan het plafond hing een grote kroonluchter.
George liep voorop langs twee lange, mottige gordijnen en een grote paraplubak die van een afgehakt trollenbeen leek te zijn gemaakt. Ze liepen een donkere trap op en kwamen langs een rij gekrompen hoofden op houten wandplaten. Emma zag tot haar afschuw toen ze dichterbij kwamen dat het hoofden van huiselfen waren.
Ze liepen naar de tweede verdieping en gingen de derde deur van de overloop binnen.
George liet haar hand los, en zette haar hutkoffer op een van de bedden.
"Waarom moest ik stil zijn?" "Achter die gordijnen, in de hal, zit een portret dat reageert op geluiden. Als je iets zegt, begint ze meteen te schreeuwen." "Aha. Wie zijn hier nog meer?" "De halve Orde van de Fenix." "Wat is dat?" George glimlachte. "Het is een geheim genootschap. Perkamentus heeft het opgericht en heeft de leiding. Het bestaat uit mensen die het de vorige keer hebben opgenomen tegen Jeweetwel." "Oh." zei Emma. "Is Skye hier ook?" George knikte. "Weet je waar ze is?" George schudde zijn hoofd. "Waarschijnlijk bij Fred." "Zijn Harry, Ron en Hermelien er ook?" "Harry komt vanavond, en Ron en Hermelien zijn boven. Eerste deur op de tweede verdieping." "Oké, ik denk dat ik hun maar eens ga begroeten." "Ja, is goed. Dan zie ik je later wel weer." zei George en Emma liep naar hem toe en kuste hem op zijn mond. "Bedankt voor het ophalen en mijn spullen brengen." George grijnsde. "Graag gedaan."
Emma liep naar boven en hoorde in een kamer Skye lachen. Emma grinnikte even. Sinds Skye Fred had, was ze veel aardiger en ze was ook continu bij hem. Ze klopte op de deur en de stem van Hermelien zei: "Binnen." Emma opende de deur en liep naar binnen.
"Hoi, Hermelien en Ron." zei ze glimlachend. Hermelien omhelsde haar en Ron zei: "Hallo Emma." Ze praatten wat over de vakantie en na een tijdje ging de deur open. Hermelien vloog naar de deur en omhelsde Harry.
"HARRY! Ron, Emma, hij is er! Harry is er! We hebben je helemaal niet binnen horen komen! O, hoe is het met je? Is alles goed? Ben je erg kwaad op ons geweest? Ik wil wedden van wel. Ik weet dat onze brieven waardeloos waren, maar we mochten niks vertellen. We moesten Perkamentus beloven dat we niks zouden zeggen en we hebben juist zoveel te vertellen en -"
Ze ratelde Hermelien nog even door. Emma luisterde niet en dacht aan gister. Toen George haar zo liefdevol had behandeld en gekust. Ze was zo blij dat het weer goed was tussen hun twee. Glimlachend dacht ze terug aan haar eerste date. Die was op Zweinstein en ze kende elkaar nog maar kort. Hij had gevraag of ze even met hem wilde wandelen en ze had toegestemt. Hij had haar meegenomen naar het park en haar daar gekust.
"DUS JULLIE MOGEN NIET NAAR DE VERGADERINGEN! O WAT ERG! MAAR JULLIE ZIJN WEL LEKKER HIER, HA - JULLIE ZIJN GEZELLIG BIJ ELKAAR! IK HEB EEN MAAND BIJ DE DUFFELINGEN GEZETEN! EN IK HEB MEER MEEGEMAAKT DAN JULLIE SAMEN EN DAT WEET PERKAMENTUS! WIE HEEFT DE STEEN DER WIJZEN GERED? WIE HEEFT VILIJN UITGESCHAKELD? WIE HEEFT JULLIE GERED VAN DE DEMENTORS? WIE MOEST VORIG JAAR LANGS DRAKEN EN SFINXEN EN ANDERE AFSCHUWELIJKE MONSTERS ZIEN TE KOMEN? WIE ZAG HEM TERUGKEREN? WIE MOEST AAN HEM ONTSNAPPEN? IK!"
Emma schrok op uit haar gedachten en staarde Harry verbaast en geschrokken aan. Hermelien stond op het punt om in tranen uit te barsten.
"MAAR WAAROM ZOU IK MOETEN WETEN WAT ER AAN DE HAND IS? WAAROM ZOU IEMAND DE MOEITE NEMEN OM ME TE VERTELLEN WAT ER GEBEURT?"
"Dat wilden we dolgraag, Harry, echt..." begon Hermelien.
"DOLGRAAG ZAL HET NIET GEWEEST ZIJN, ANDERS HADDEN JULLIE WEL EEN UIL GESTUURD! MAAR JULLIE MOESTEN VAN PERKAMENTUS BELOVEN..."
"Nou, dat was ook zo..." begon Hermelien.
"IK HEB VIER WEKEN OPGESLOTEN GEZETEN IN DE LIGUSTERLAAN! IK MOEST KRANTEN JATTEN UIT VUILNISBAKKEN OM ERACHTER TE KOMEN OF ER IETS GEBEURD WAS!"
"We wilden..."
"JULLIE HEBBEN JE ZEKER WEL DOODGELACHEN, HA, TERWIJL JULLIE GEZELLIG MET ZIJN DRIEEEN WAREN?"
"Nee, echt niet..." Zei Ron.
"Harry, het spijt ons vreselijk." zei Hermelien wanhopig en er glinsterden tranen in haar ogen. "Je hebt groot gelijk, Harry... ik zou ook razend zijn als mij dat was overkomen!"
Harry keek haar woedend aan, en begon te ijsberen,
De stilte werd alleen verbroken door het naargeestige gekraak van de planken onder Harry's voeten.
"Waar zijn we hier eigenlijk?" vroeg hij plotseling. "In het Hoofdkwartier van de Orde van de Feniks." zei Emma.
"En zou iemand zo vriendelijk willen zijn om uit te leggen wat de Orde van de Feniks -"
"Het is een geheim genootschap." zei Hermelien vlug. "Perkamentus heeft het opgericht en heeft de leiding. Het bestaat uit mensen die het de vorige keer hebben opgenomen tegen jeweetwel."
"Wie horen er allemaal bij?" vroeg Harry en hij bleef staan.
"Behoorlijk wat mensen..." zei Hermelien.
"We hebben er een stuk of twintig ontmoet." zei Ron, "maar volgens ons zijn er nog meer."
Harry staarde hen nijdig aan. "En?"
"En? En wat?" vroeg Ron.
"Voldemort." zei Harry woedend, en Ron en Hermelien krompen ineen, maar Emma niet. "Wat gebeurt er? Wat voert hij in zijn schild? Waar is hij? Wat doen we om hem tegen te houden?" vroeg Harry.
"We zeiden toch al dat we niet bij de vergaderingen van de Orde mogen zijn?" zei Hermelien nerveus. "Daarom weten we de details niet... maar we hebben wel een algemeen beeld." voegde ze er haastig aan toe.
"Fred en George hebben Hangoren uitgevonden." zei Ron. "Die komen goed van pas."
"Hangoren?" vroeg Emma.
"Ja. Alleen hebben we ze de laatste tijd niet kunnen gebruiken, omdat ma erachter kwam en door het lint ging. Fred en George moesten ze gauw verstoppen, voor ma ze in de vuilnisbak gooide. Maar voor ze ons doorkreeg, hebben we er veel aan gehad. We weten dat sommige leden van de Orde bekende Dooddoeners in de gaten houden..." zei Ron. "Sommigen zijn bezig om meermensen voor de Orde te werven..." zei Hermelien. "En sommigen bewaken iets of iemand." zei Ron. "Ze hebben het tenminste constant over wachtlopen." "Zou dat toevallig op mij kunnen slaan?" vroeg Harry sarcastisch.
"O ja." zei Ron, alsof het hem langzaam begon te snappen.
"Nou, wat hebben jullie gedaan als jullie niet bij de vergaderingen mochten zijn?" vroeg Harry. "Jullie zeiden dat je het zo druk had." "Dat is ook zo." zei Hermelien vlug. "We zijn bezig geweest om het huis te ontsmetten. Het staat al tijden leeg en er hebben zich allerlei dingen in voortgeplant. We hebben de keuken schoon weten te krijgen, de meeste slaapkamers en ik geloof dat we morgen de woonka- AARGH!" Met twee harde knallen verschenen Fred en George midden in de kamer. Koekeroekus kwetterde angstiger dan ooit, vloog naar de klerenkast en ging naast Hedwig zitten.
"Hou daarmee op!" zei Hermelien zwakjes.
"Hallo, Harry." zei George met een brede grijns en hij knipoogde. "We dachten al dat we je zoetgevooisde stem hoorden." "Je moet je woede niet zo opkroppen, Harry. Gooi het er toch gewoon uit." zei Fred, ook met een grijns van oor tot oor. "Misschien zijn er tachtig kilometer verderop nog mensen die je niet gehoord hebben." "Dus jullie zijn geslaagd voor je Verschijnselbrevet?" vroeg Harry chagrijnig.
"Met vlag en wimpel." zei Fred. Hij had iets in zijn hand wat op een lang, vleeskleurig stuk touw leek. "Als jullie gewoon via de trap waren gekomen, had dat hoogstens dertig seconden langer geduurd." zei Ron. "Tijd is goud, broertje." zei Fred op het moment dat de deur openging. Skye kwam met een geïrriteerde blik op haar gezicht en Dexter op haar schouder binnen. "O, Hoi Harry, Hoi Emms." Emma glimlachte en Skye ook even.
"Hoe het ook zij, Harry, je stoorde onze ontvangst. Hangoren." zei Fred en hij hield het touw omhoog. "We proberen te horen wat ze beneden uitvoeren." "Wees voorzichtig." zei Ron, die naar het oor staarde. "Als ma dat ding ziet..." "Dat is het risico waard. Ze hebben een belangrijke vergadering." zei Fred.
De deur ging open en een grote bos rood haar verscheen. "O, hallo, Harry en Emma!" riep Ginny opgewekt. "Ik dacht al dat ik je stem hoorde." ze ze tegen Harry en ze wendde zich tot Fred en George. "Doe die Hangoren maar weg. Ma heeft een Fnuikspreuk uitgesproken over de keukendeur." "Hoe weet je dat?" vroeg George beteuterd en Emma moest even grinnikken.
"Tops heeft me verteld hoe je dat kunt ontdekken." zei Ginny. "Je gooit gewoon iets naar de deur en als het geen contact maakt met het houtwerk, is het Gefnuikt. Ik heb vanaf de trap Mestbommen gegooid, maar die stuitten gewoon terug. Dan krijg je zo'n Hangoor nooit onder de deur door."
Fred zuchtte diep. "Zonde. Ik wilde echt graag horen wat die ouwe Sneep in z'n schild voert."
"Sneep!" riep Harry. "is die er ook?" "Ja." zei George, die de deur dichtdeed en naast Emma op bed ging zitten. Hij sloeg een arm om haar heen terwijl Skye, Fred en Ginny op een van de andere bedden gingen zitten.
"Hij brengt regelmatig rapport uit. Strikt geheim." zei George "Zak." zei Fred terloops. "Hij staat nu aan onze kant." zei Hermelien berispend. "Geloof jij het?" snoof Skye.
"Bill mag hem ook niet." zei Ginny, alsof de zaak daarmee was afgedaan.
"Is Bill er ook?" vroeg Harry. "Ik dacht dat hij in Egypte werkte?" "Hij heeft gesolliciteerd naar een administratieve functie, zodat hij naar huis kon komen en voor de Orde kon werken." zei Fred. "Hij zegt dat hij de piramides mist, maar..." hij grijnsde. "daar staan weer andere dingen tegenover." "Hoe bedoel je?" vroeg Hary. "Herinner je je Fleur Delacour?" zei George. "Ze heeft nu een baantje bij Goudgrijp, om 'aar Hengels te verbieteren..."
"En hoe is het met Percy? Zit hij ook bij de orde?" De Wemels keken elkaar gespannen aan. "Laat zijn naam alsjeblieft niet vallen waar pa en ma bij zijn. Ze hadden ruzie met Percy en ma heeft het er verschrikkelijk moeilijk mee gehad." zei Ron somber. "je weet wel huilbuien en zo. Ze is naar Londen gegaan om met Percy te praten, maar die smeet de deur gewoon voor haar neus dicht. Ik weet niet wat hij doet als hij pa ziet op het werk - hem straal negeren, neem ik aan." "Maar Percy móet weten dat Voldemort terug is." zei Harry langzaam. "Hij is niet achterlijk. Hij moet weten dat je vader en moeder niet alles op het spel zouden zetten als er geen bewijs was." "Ja, nou, jouw naam kwam ook ter sprake tijdens die ruzie." zei Ron. "Percy zei dat jouw woord het enige bewijs was en... ik weet niet... dat vond hij blijkbaar onvoldoende." "Percy neemt de Ochtendprofeet serieus." zei Hermelien en de anderen knikten. "Waar hebben jullie het over?" vroeg Harry. "Heb je - je was toch geabonneerd op de Ochtendprofeet?" vroeg Hermelien nerveus. "Klopt." zei Harry. "Lees je - eh - lees je hem altijd grondig?" vroeg Hermelien nog veel zenuwachtiger. "Nou, niet van voor tot achter." zei Harry verdedigend. "Als ze iets zouden schrijven over Voldemort zou dat voorpaginanieuws zijn. Ja toch?" Iedereen behalve Harry en Emma krompen ineen bij het horen van die naam.
Hermelien vervolgde haastig: "Nou, je moet hem wel van voor tot achter lezen om het op te pikken, maar - eh - een paar keer per week schrijven ze over jou." "Dat zou ik gezien -"
"Niet als je alleen de voorpagina leest." zei Hermelien hoofdschuddend. "Ik heb het niet over grote artikelen. Ze laten gewoon af en toe je naam vallen, als een soort vaste grap. Het is eigenlijk behoorlijk gemeen Ze borduren voort op die onzin van Rita Pulpers." "Maar die schrijft toch niet meer voor de Ochtendprofeet?" "Nee, ze heeft zich aan haar belofte gehouden, maar ze heeft wel de basis gelegd voor wat ze nu proberen te doen." "En dat is?" vroeg Harry ongeduldig.
"Nou, je weet dat ze schreef dat je flauw viel en dat je litteken pijn deed en zo?"
"Ja." zei Harry. "Nu schilderen ze je af als een gestoord, op aandacht gefixeerd persoon die zichzelf als een tragische held beschouwt." zei Hermelien vlug. "Ze vlechten steeds kleine steken onderwater in allerlei stukjes. Als er een onwaarschijnlijk verhaal in de krant staat, zetten ze er iets bij in de trant van: "Een verhaal dat Harry Potter had kunnen verzinnen" en als iemand een raar ongeluk heeft gehad staat er: "Laten we hopen dat hij er geen litteken op zijn voorhoofd aan overhoudt, anders wil hij dadelijk nog dat iedereen hem vereert"-"
"Ik wil helemaal niet dat iemand me vereert." zei Harry kwaad. "Weet ik, Harry." zei Hermelien vlug en angstig. "Wéét ik. Maar snap je waar ze op uit zijn? Ze proberen je ongeloofwaardig te maken. Ik wil wedden dat Droebel erachter zit. Ze willen dat de gemiddelde tovenaar je beschouwt als een ventje dat door niemand serieus wordt genomen, dat belachelijke verhalen verzint omdat hij het geweldig vindt om beroemd te zijn en dat zo lang mogelijk wil rekken." "Ik heb nooit - ik wil helemaal niet - Voldemort heeft mijn ouders vermoord." sputterde Harry. "Ik ben beroemd omdat hij mijn ouders heeft vermoord, maar mij niet kon doden! Wie wil er nu op zo'n manier beroemd worden? Denken ze niet dat ik veel liever nooit -" "Dat wéten we, Harry." zei Ginny ernstig.
"En uiteraard hebben ze geen woord geschreven over het feit dat je bent aangevallen door Dementors." Zei Hermelien. "Iemand heeft ze opdracht gegeven om dat te verzwijgen. Eigenlijk had dat groot nieuws moeten zijn: losgebroken Dementors. Ze hebben niet eens gemeld dat je het Internationale Statuut van Geheimhouding hebt geschonden. We dachten dat ze dat wel zouden doen, omdat het precies aansluit bij het beeld van stomme aansteller dat ze van je willen creëren. We denken dat ze wachten tot je van school wordt gestuurd en dan groot uitpakken - ik bedoel, als je van school wordt gestuurd. Eigenlijk zou dat niet mogen als ze zich aan hun eigen regels houden, want die heb je niet overtreden."
Ze hoorde voetstappen op de trap. "O, o." Fred gaf een ruk aan het Hangoor. Er klonk opnieuw een luide knal en hij en George verdwenen. Nog geen seconde later verscheen mevrouw Wemel in de deuropening. "De vergadering zit erop; kom maar naar beneden, dan gaan we eten. Iedereen wil je graag ontmoeten, Harry. En wie heeft die Mestbommen neergegooid bij de keukendeur?" "Knikkebeen." zei Ginny zonder een spier te vertrekken. "Hij speelt er graag mee." "O." zei mevrouw Wemel. "Ik dacht dat het Knijster was; hij doet wel vaker van die rare dingen. Denk eraan: niet te hard praten in de hal. Ginny, je handen zijn vreselijk vies. Wat heb je in vredesnaam uitgevoerd? Ga ze wassen voor we aan tafel gaan."
Ginny trok een gezicht en volgde haar moeder.
"Hoor eens..." mompelde Harry, maar Ron schudde zijn hoofd en Hermelien zei zacht: "We wisten dat je kwaad zou zijn, Harry. Dat nemen we je echt niet kwalijk, maar probeer het te begrijpen: we hebben écht ons best gedaan om Perkamentus op andere gedachten te brengen -"
"Ja, ja, goed." zei Harry kortaf. "Wie is Knijster?" "De huis-elf die hier woont." zei Ron. "Een echte mafkees, anders dan Dobby."
Hermelien keek Ron fronsend aan. "Hij is geen mafkees, Ron." "Z'n grootste ambitie is om onthoofd te worden, zodat ze z'n kop aan de muur kunnen hangen, naast die van z'n moeder." zei Ron geïrriteerd. "Is dat normáál, Hermelien?" "Nou, misschien is hij een tikje vreemd, maar dat is niet zijn schuld." Ron sloeg zijn ogen ten hemel.
"Hermelien zit nog steeds in de SHIT." Skye grinnikte. "Het is geen SHIT!" zei Hermelien verhit. "Het is de Stichting Huiself, voor Inburgering en Tolerantie. En ik ben niet de enige. Perkamentus vindt ook dat we aardiger moeten zijn tegen Knijster."
"Ja, ja." zei Ron. "Kom mee, ik rammel."
Hij ging de anderen voor naar de trap, maar voor ze hun voet op de eerste tree hadden gezet. "Stop!" fluisterde Ron, terwijl hij zijn arm uitstak om de anderen tegen te houden. "Ze staan nog in de hal. Misschien kunnen we iets horen."
Ze keken voorzichtig over de trapleuning. De vieze, sombere hal stond vol heksen en tovenaars. Ze fluisterden opgewonden tegen elkaar.
Een dun, vleeskleurig touwtje gleed plotseling langs Emma's ogen. Ze keek op en zag hoe Fred en George op de overloop boven haar voorzichtig een Hangoor lieten zakken naar de donkere groep mensen in de hal. Vrijwel direct liepen ze echter naar de voordeur en verdwenen uit het zicht.
"Hè, verdomme." fluisterde Fred, die het Hangoor weer omhoogtrok. De voordeur ging open en weer dicht. "Sneep blijft nooit eten." zei Ron tegen Harry en Emma. "Gelukkig niet." mompelde Skye. "Kom op." "zei Ron. "En vergeet niet om zachtjes te praten in de hal, Harry." fluisterde Hermelien.
Toen ze de rij elfenkoppen passeerden, zagen ze Lupos, mevrouw Wemel en Tops bij de voordeur staan en de vele sloten en grendels weer magisch verzegelen.
"We eten in de keuken." fluisterde mevrouw Wemel, die hen onder aan de trap opwachtte. "Dat is door die deur daar, Emma en Harry. Als je op je tenen zou willen lopen..."
BENG. "Tops!" riep mevrouw Wemel geërgerd, nog voor ze zich had omgedraaid om te kijken.
"Het spijt me!" jammerde een heks van in de twintig, met roze haar, die languit op de grond lag. "Dat is de tweede keer dat ik over die stomme paraplubak ben ge-"
Maar de rest van haar zin werd overstemd door een oorverdovend, bloedstollend gekrijs.
De mottige fluwelen gordijnen waar Emma eerder was langs gelopen vlogen open. Heel even dacht ze dat ze naar een raam keek, waarachter een oude vrouw met een zwarte muts gilde - maar toen besefte Emma dat het een levensgroot portret was. De oude vrouw kwijlde, de gelige huid van haar gezicht was strakgespannen en overal in de hal begonnen nu ook andere portretten te gillen. Het was zo'n vreselijk lawaai dat Emma haar handen tegen haar oren drukte en Dexter greep Skye angstig vast en drukte zijn hoofd tegen haar borst.
Lupos en mevrouw Wemel holden naar het portret en probeerden de gordijnen dicht te trekken, maar dat lukte niet. De vrouw krijste harder. "Schorem! Voortbrengselen van vuil en voosheid! Halfbloeden, gedrochten, scheer je weg. Hoe durven jullie het huis van mijn voorvaderen te bezoedelen -"
Tops maakte steeds opnieuw haar excuses en zette het trollenbeen weer overeind. Mevrouw Wemel staakte haar pogingen om de gordijnen te sluiten en Verlamde de andere portretten in de hal. Een man met lang zwart haar kwam door een deur tegenover Emma naar buiten stormen. "Hou je kop, smerige ouwe heks, hou je KOP!" bulderde hij en hij greep de gordijnen die mevrouw Wemel had losgelaten.
De oude vrouw trok wit weg. "Jij!" jammerde ze toen ze de man, die Emma kende als Sirius, zag. "Verrader van je eigen bloed, misbaksel, nagel aan mijn doodskist." "Ik zei hou je KOP!" bulderde Sirius en hij en Lupos wisten de gordijnen dicht te trekken. Het gekrijs van de oude vrouw stierf weg en er viel een stilte.
Sirius draaide zich om.
"Hallo Harry, hallo Emma." zei hij. "Ik zie dat jullie mijn moeder hebben ontmoet."
"Wie...?" vroeg Harry. "M'n lieve ouwe moedertje, ja." zei Sirius. "We proberen haar al een maand van de muur te krijgen, maar volgens mij heeft ze een Permanente Plakbezwering uitgesproken over de achterkant van het doek. Vooruit, naar beneden, voor ze allemaal op nieuw wakker worden." "Maar wat doet een portret van je moeder hier?" vroeg Harry verbaast, terwijl ze via een deur in de hal een smalle stenen trap afdaalden.
"Heeft niemand je dat verteld? Dit was het huis van mijn ouders." zei Sirius. "Maar ik ben de laatste Zwarts, dus is het nu van mij. Ik heb het aan Perkamentus aangeboden als Hoofdkwartier - zo'n beetje mijn enige nuttige bijdrage."
Ze volgden Sirius naar een deur onderaan de trap, die naar de keuken leidde.
De keuken was een grote ruimte met ruwe stenen muren. Het meeste licht kwam van een groot vuur aan het einde van het vertrek. Door een waas van tabaksrook doemden de schimmen trekken op van de zware, ijzeren potten en pannen die aan het donkere plafond hingen. Er waren een heleboel stoelen aanwezig en in het midden stond een lange houten tafel, die bezaaid was met rollen perkament en iets wat op een voddenbaal leek. Meneer Wemel en Bill, zaten aan het einde van de tafel zachtjes te praten, met hun hoofden dicht bij elkaar. Mevrouw Wemel schraapte haar keel en meneer Wemel keek op en sprong overeind.
"Harry!" zei meneer Wemel. Hij liep haastig naar hem toe en schudde hem de hand. "Goed je te zien! Ah, ben je er ook Emma? Leuk je weer eens te zien." Ook Emma schudde hem de hand.
"Hoi Bill." zei Emma vrolijk. "Hey, Emma. Goeie reis gehad, Harry?" riep Bill, terwijl hij twaalf rollen perkament tegelijk probeerde op te rapen. "Heeft Dwaaloog jullie niet via Groenland laten vliegen?" "Dat probeerde hij wel." zei Tops. Ze liep naar Bill om te helpen en stootte meteen een kaars om, die op het laatste stuk perkament viel. "O jee - sorry -" "Geeft niks, liefje." zei mevrouw Wemel, een beetje geergerd. Ze repareerde het perkament met een zwaai van haar van haar toverstok. Ze pakte de plattegrond van tafel en stopte hem in Bills overvolle armen. "Dit soort dingen moet meteen worden opgeruimd als de vergadering afgelopen is." Ze liep naar een oude servieskast en begon er borden uit te halen.
Bill pakte zijn toverstok, mompelde: "Evanesco!" en de rollen perkament verdwenen. "Ga zitten." zei Sirius tegen Harry. "Levenius Lorrebos ken je al, geloof ik?" "Hoorde ik m'n naam?" mompelde een man die Emma voor een hoopje stof had aangezien. "Ik ben 't geheel met Sirius eens..." Hij hief een vuile hand op, alsof hij ergens voor stemde, en keek wazig uit zijn ogen. Ginny giechelde.
"De vergadering zit erop, Lor, en Harry is er." zei Sirius terwijl iedereen ging zitten. "Hé." zei Levenius nerveus. "Sodeju, je hebt gelijk. Zo... alles kits, Harry?" "ja." zei Harry. "Ah, jij bent Emma Collins he? Van de ontvoering, en Peter Pippeling, en de ex van de Toverschooltoernooi kampioen." Emma staarde hem verbijsterd aan. Skye grinnikte. "Eh... Ja." Ze schudde zijn vieze hand. Emma ging naast Skye zitten, die haar lach in probeerde te houden. Emma veegde haar handen af aan haar spijkerbroek.
"Als jullie willen dat er vóór middernacht iets op tafel komt, kan ik wel een beetje hulp gebruiken." zei mevrouw Wemel tegen iedereen.
"Nee, blijf jij maar zitten. Harry. Jij hebt een lange reis achter de rug." "Wat kan ik doen, Molly?" zei Tops, die enthousiast aan kwam lopen.
"Eh - nee, laat maar, Tops. Rust jij ook maar uit. Je hebt vandaag genoeg gedaan." "Nee, nee, ik wil graag helpen!" zei Tops opgewekt en ze stootte een stoel om terwijl ze naar de servieskast liep waar Ginny bestek uit haalde.
Al gauw was een reeks zware messen uit zichzelf bezig vlees en groenten te snijden, onder het toeziend oog van meneer Wemel, terwijl mevrouw Wemel in een grote ketel roerde die boven het vuur hing en de anderen borden, meer bekers en eten uit de provisiekast haalden. Alleen Harry, Levenius en Sirius zaten nog aan tafel.
Emma hielp Skye en Hermelien met de borden. "Fred - George - NEE, DRAAG DIE DINGEN GEWOON!" gilde mevrouw Wemel plotseling.
Emma draaide zich on en zag dat Fred en George een grote ketel met stoofpot, een ijzeren kan Boterbier en een zware houten broodplank, compleet met mes, zo hadden betoverd dat ze door de lucht zoefden. De stoofpot schraapte over de tafel en kwam vlak voor de rand tot stilstand, met achterlating van een lange zwarte schroeiplek; de kan Boterbier viel met een klap om en de inhoud spatte alle kanten uit, en het mes schoot uit de broodplank en landde onheilspellend trillend in de tafel. Dexter, die op de tafel had gezeten sprong geschrokken weg van de tafel, naar Skye toe.
"ALLEMACHTIG!" gilde mevrouw Wemel. "DAT WAS HELEMAAL NIET NODIG - IK BEN HET ZAT - ALLEEN OMDAT JULLIE NU MOGEN TOVEREN, HOEF JE NIET VOOR ELKE FUTILITEIT JE STOK TE TREKKEN!"
"We wilden tijd besparen!" zei Fred, die vlug naar de tafel liep en het broodmes uit het hout wrikte. Skye en Emma lachten. "Sorry, Sirius - ik wilde niet -"
Harry en Sirius lachten ook. Levenius, van zijn stoel was gevallen moest ook lachen.
"Jongens," zei meneer Wemel, die de ketel met stoofpot weer in het midden van de tafel zette. "jullie moeder heeft gelijk. Jullie zijn nu meerderjarig en we mogen enig verantwoordelijkheidsgevoel van jullie verwachten..."
"Jullie broers zijn nooit zo onhandelbaar geweest!" tierde mevrouw Wemel.
"Bill hoefde niet om de twee meter te Verschijnselen! Charlie sprak geen bezweringen uit over alles wat los en vast zat! Percy..." Ze zweeg abrupt. Angstig keek ze naar haar man, wiens gezicht plotseling uitdrukkingsloos was geworden.
"Oké, aan tafel!" zei Bill vlug. "Het ziet er heerlijk uit, Molly." zei Lupos, die stoofpot voor haar opschepte en haar het bord gaf.
Een paar minuten lang concentreerde iedereen zich op het eten en werd de stilte alleen verbroken door het gerinkel van borden en bestek en het geschraap van stoelen. Toen wendde mevrouw Wemel zich tot Sirius.
"Dat wou ik je al een tijdje vragen, Sirius. Er zit iets in dat schrijfbureau in de woonkamer. Het rammelt en kleppert constant. Het zou natuurlijk gewoon een Boeman kunnen zijn, maar misschien is het verstandig om aan Alastor te vragen of hij even wil kijken voor we het openmaken." "Ja, goed." zei Sirius ongeïnteresseerd.
"En de gordijnen in de woonkamer zitten vol Doxy's." vervolgde mevrouw Wemel. "Ik dacht dat we die misschien morgen konden aanpakken." "Ik verheug me er nu al op." zei Sirius sarcastisch.
Emma en Skye praatten met elkaar over de mysterieuze reis van Skye's ouders terwijl ze hun toetjes opaten.
"Het is toch vreemd? Ik bedoel, ik zie mijn vader eerst nog, twee uur later schijnt hij op een missie of zo te zijn. Mijn oom en tante gaan vervolgens op mij letten en blijven samen met Draco logeren!" "Ja, Skye hier hebben we het al over gehad. Sturen ze wel brieven?" "Ja, met Ricardo. Ze beloofde me elke week te schrijven en als ze dat niet deden, moest ik eerst zelf een brief sturen, en als ze daar niet op antwoordde, moet ik het aan iemand vertellen." Emma knikte en nam nog een hap van haar taartje.
Toen iedereen klaar was geeuwde een paar mensen en zei mevrouw Wemel:
"Bijna bedtijd, lijkt me." "Nog niet, Molly." zei Sirius, die zijn lege bord wegschoof en naar Harry keek. "Harry, je verbaast me. Ik had gedacht dat je alles zou willen weten over Voldemort zodra je hier binnen was." De sfeer in de keuken veranderde met een snelheid die vergelijken was met de komst van een Dementor. Eerst was het er slaperig en loom geweest, maar nu was iedereen alert en zelfs gespannen. Er was een rilling rond de tafel gegaan toen Voldemorts naam viel.
"Dat wilde ik ook!" zei Harry verontwaardigd. "Ik heb het aan Ron, Hermelien en Emma gevraagd, maar zij zeiden dat we niet worden toegelaten tot de Orde en..." "En dat is ook zo." zei mevrouw Wemel. "Jullie zijn veel te jong." Ze zat kaarsrecht overeind, met haar gebalde vuisten op de armleuningen van haar stoel. Elk spoortje slaperigheid was verdwenen.
"Sinds wanneer moet iemand per se tot de Orde van de Feniks behoren om vragen te mogen stellen?" zei Sirius. "Harry heeft een maand lang opgesloten gezeten in dat Dreuzelhuis. Hij heeft het recht om te weten wat..."
"Wacht eens even!" viel George hem in de rede.
"Waarom krijgt Harry wel antwoord op zijn vragen?" zei Fred boos. Skye rolde met haar ogen.
"Wij proberen je al een maand lang uitte horen, maar je hebt ons geen ene moer verteld!" zei George.
"Jullie zijn te jong, jullie behoren niet tot de Orde." zei Fred met een hoog stemmetje dat veel op dat van zijn moeder leek. "Harry is nota bene nog minderjarig!"
"Het is niet mijn schuld dal jullie niet gehoord hebben wat de Orde doet." zei Sirius kalm. "Dat is een beslissing van jullie ouders. Harry daarentegen...""Het is niet aan jou om te beslissen wat goed is voor Harry!" zei mevrouw Wemel op scherpe toon. De uitdrukking op haar normaal zo vriendelijke gezicht was dreigend. "je bent toch niet vergeten wat Perkamentus heeft gezegd?" "En dat was?" vroeg Sirius beleefd maar met het gezicht van iemand die zich voorbereidt op een gevecht.
"Dat we Harry niet meer moeten vertellen dan hij weten moet." zei mevrouw Wemel, met zware nadruk op de laatste vier woorden.
"Ik ben ook niet van plan om hem meer te vertellen dan hij weten moet, Molly." zei Sirius. "Maar aangezien hij degene is die Voldemort heeft zien terugkeren, heeft hij meer recht dan de meeste mensen om -"
"Hij is geen lid van de Orde van de Feniks!" zei mevrouw Wemel. "Hij is pas vijftien en -"
"Heeft minstens zoveel meegemaakt als de meeste leden van de Orde." zei Sirius. "En heel wat meer dan sommige leden." "Niemand ontkent dat hij veel gedaan heeft!" zei mevrouw Wemel. Haar stem werd schril en haar vuisten trilden op de armleuningen van haar stoel. "Maar hij is nog een -"
"Hij is geen kind meer!" zei Sirius ongeduldig. "Hij is ook niet volwassen!" zei mevrouw Wemel, die rood begon te worden. "Harry is James niet, Sirius!" "Ik weet heel goed wie Harry is, Molly, dank je." zei Sirius kil. "Dat weet ik nog zo net niet." zei mevrouw Wemel. "Als ik je soms hoor praten, is het net alsof je denkt dat je je beste vriend terug hebt!" "En wat is daar mis mee?" vroeg Harry. "Wat daar mis mee is, Harry, is dat jij niet je vader bent, al lijk je nog zoveel op hem!" zei mevrouw Wemel, terwijl ze naar Sirius keek. "Je zit nog op school, en dat zouden de volwassenen die verantwoordelijk voor je zijn niet moeten vergeten!"
"Dus je bedoelt dat ik een onverantwoordelijke peetvader ben?" zei Sirius, wiens stem ook scheller wserd.
"Ik bedoel dat je wel vaker ondoordachte dingen hebt gedaan, Sirius. Dat is de reden waarom Perkamentus je steeds op het hart drukt om thuis te blijven en -" "Laten we de instructies van Perkamentus hier buiten laten!" zei Sirius. "Arthur!" Mevrouw Wemel wendde zich tot haar man. "Arthur, zeg jij er ook eens wat van!"
Meneer Wemel nam de tijd. Hij zette zijn bril af en poetste die langzaam op met zijn gewaad, zonder zijn vrouw aan te kijken. Pas toen hij hem zorgvuldig weer had opgezet, gaf hij antwoord.
"Perkamentus weet dat de situatie veranderd is, Molly. Hij accepteert dat Harry tot op zekere hoogte geïnformeerd zal moeten worden nu hij in het hoofdkwartier logeert."
"Ja, maar dat is heel wat anders dan hem aan te moedigen om te vragen wat hij wil!"
Emma zag dat Skye naar buiten tuurde en Emma volgde haar blik. Buiten zat Skye's huisuil, Ricardo. "Verwachtte je post?" fluisterde Emma. Skye knikte. "Van mijn ouders."
Emma richtte haar aandacht weer op het gesprek.
"Ik vind dat Harry ook zijn zegje moet doen." zei Lupos. "Hij is oud genoeg om zelf te kunnen beslissen."
"Ik wil weten wat er gebeurd is." zei Harry meteen.
"Nou, goed dan." zei mevrouw Wemel met stokkende stem. "Ginny - Ron - Hermelien - Emma - Skye - Fred - George - de keuken uit! Nu!" "Wij zijn meerderjarig!" riepen Fred en George in koor. "Als Harry mag blijven, waarom ik dan niet?" riep Ron. "Ma, ik wil het ook horen!" jammerde Ginny. "NEE!" schreeuwde mevrouw Wemel en ze stond op. Haar ogen waren vochtig. "Ik verbied jullie -" "Molly, je kunt Fred en George niets meer verbieden." zei meneer Wemel vermoeid. "Ze zijn meerderjarig." "Maar ze zitten nog op school." "Voor de wet zijn ze volwassen." zei meneer Wemel op dezelfde vermoeide toon.
"Ik - o, goed dan! Fred en George mogen blijven, maar Ron -" "Harry vertelt mij en Hermelien toch alles wat jullie gezegd hebben!" zei Ron verhit. "Ik bedoel - ja toch?" voegde hij er onzeker aan toe. "Tuurlijk." zei Harry.
Ron en Hermelien glimlachten breed. Skye en Emma stonden op. Emma zag dat Skye wat in Freds oor fluisterde en die knikte en daarna gingen ze naar boven, gevolgd door mevrouw Wemel met Ginny en Dexter, die via de trapleuning en alles wat vast zat omhoog klom.
Skye en Emma gingen naar de eerste verdieping, waar ze samen in een kamer sliepen. Toen ze binnen waren en de deur dicht was, Skye opende het raam en Ricardo vloog naar binnen. Ze maakte meteen de brief los en las hem. Ze zuchtte en ging met een plof op haar bed zitten. "Wat is er?" vroeg Emma en Dexter begon op het bed te springen. "Ze zitten nu ergens in Afrika. Ze zeggen dat het nog maanden duurt voordat ze terug zijn. Ze gaan nog naar Azië en moeten half Afrika nog. Mijn moeder houdt een boekje voor me bij, van dingen die ze daar hebben geleerd en gezien. Er zitten ook foto's en zo bij..." Ze zuchtte nog een keer. "Ik heb echt geen zin om de volgende vakantie weer met Draco door te brengen." Emma liep naar haar toe en legde haar arm om Skye's schouders. "Het komt wel goed, je kunt desnoods bij mij logeren." Skye glimlachte triest.
"Ik ga slapen." zei Skye. Emma knikte en stond op. "Ik ook. Welterusten." "Ja, jij ook." Emma liep naar haar bed en trok haar pyjama aan.
Oke, ik en Emma hebben over dit hoofdstuk heel lang gedaan. Het was veel te lang, en we hebben zoveel als mogelijk weggelaten. Bijna alles is uit het boek, en ik kan me voorstellen dat het dan een beetje saai word... Maar ik beloof dat dat midden het verhaal en in deel 6 zeker gaat veranderen.
Maar eerst moeten jullie je door de saaie hoofdstukken wurmen en afwachten op onze creatieve ideën!
liefs Skye
