4. De aanval op Severus.
Een luide gil ontsnapte Lily toen ze zag dat Severus languit op de grond lag in het verlaten steegje.
Ze liep naar Severus heen en zag een straaltje bloed over zijn gezicht lopen. Ze keek wild om zich heen of er misschien iemand in de buurt was die hen kon helpen. Ze wou om hulp roepen, maar er kwam geen bruikbaar geluid uit haar keel.
"Sev?" snikte ze, hopend dat hij een teken van leven zou geven. "Wacht even, ik kom zo terug!" fluisterde en ze stond op. Snel deed ze haar sjaal af en legde die over Severus heen. Daarna haastte ze zich naar De Drie Bezemstelen en wou binnenstappen.
"Vandaag geen minderjarigen toegelaten. Het spijt me!" zeiden de drie halve doodskoppen die aan de deur hingen.
"Ach, stik toch!" snauwde Lily, wat haar drie paar boze blikken opleverden. Ze deed de deur snel open en glipte naar binnen.
"Madame Rosmerta?" vroeg ze aan de bar.
Madame Rosmerta kwam tevoorschijn uit een aangrenzend kamertje waar ze haar voorraad opsloeg.
"Een Boterbiertje, kindje? Snel graag, want ik heb het druk, druk, druk!" vroeg ze vriendelijk, maar gehaast.
"Nee... Mijn vriend... Hij... Hij moest even naar het toilet, maar hij bleef lang weg en ik ging kijken waar hij bleef, en toen ontdekte ik hem gewond in het straatje hiernaast. U móet me helpen!" zei Lily gehaast en naar adem happend.
"Jasper! Kan je even komen helpen? Ik moet even met de juffrouw mee." riep Madame Rosmerta haar barjongen. Een knappe jongeman kwam tevoorschijn en nam de bar van Madame Rosmerta over, terwijl die zich samen met Lily naar het verlaten straatje waarin Severus lag, haastte.
"Oh, hemeltjelief!" schrok Madame Rosmerta toen ze Severus languit op de grond zag liggen. Ze boog zich voorover en sprak een simpele spreuk uit waardoor Severus op een onzichtbare brancard leek te zweven. Hij volgde Madame Rosmerta en toen hij langszweefde zag Lily dat het nog erger was dan ze oorspronkelijk had gedacht. Allerlei wonden rezen op uit Severus' lichaam, en ze stopten niet met bloeden. Het leek wel of al het bloed uit zijn lichaam naar buiten werd gezogen.
Een traan rolde over Lily's wangen en ze voelde verachting voor deze plaats. Ze keek altijd enorm uit naar de uitjes in Zweinsveld en deze keer vond ze het extra leuk omdat ze met een goede vriend op een soort van "date" zou komen, en nu gebeurde dit. Ze wou dat Severus nooit naar deze plaats was gekomen, of dat ze hem tenminste niet alleen had laten gaan.
Het
is allemaal mijn schuld!
Toen
ze zag dat Madame Rosmerta en Severus de hoek al bijna om waren,
volgde ze snel.
Nog voor geen Galjoen blijf ik hier alleen achter!
Het volgende uur ging als in een waas voorbij en voor ze het wist zat Lily in de grote, ronde kamer van Perkamentus met waarschijnlijk Rose en Jana die probeerden hun gesprek af te luisteren aan de achterkant van de deur.
"Zo... Lily...-" begon Perkamentus. Plots maakte hij een vingerknip naar de deur, en Lily kon zweren dat ze een pijnkreetje en een klap hoorde achter de deur.
"Zo... Lily...-" herhaalde hij.
"Alles is toch goed met Severus?" onderbrak Lily hem onbeleefd. Blijkbaar besefte ze dat zelf net iets te laat en ze voegde er een blozend 'sorry' aan toe.
"U was er snel bij, dus waarschijnlijk houdt meneer Sneep er geen blijvende letsels aan over." zei professor Perkamentus vriendelijk en geruststellend.
Lily glimlachte opgelucht.
"Maar... Wat ik u wou vragen... Heeft u bepaalde vijanden? Of heeft meneer Sneep er? Zijn er mensen die hem dit aan wouden doen?" vroeg Perkamentus serieus. Lily moest wennen aan de u-vorm, die gebruikten niet veel mensen tegen haar.
"Uuuhm... Niet dat ik weet..." antwoordde Lily, zo ver had ze immers nog niet gedacht.
"Hij heeft dus geen persoonlijke vijanden...?" zei hij nog eens vragend.
"Niet dat ik weet... Maar zoiets doe je je ergste vijand toch niet aan?" trilde Lily.
"Ik weet niet wat ik van de situatie moet denken..."
"Kan ik nu naar Severus?" vroeg Lily aarzelend.
"Tuurlijk, gaat u maar."
Lily stond dankbaar op en snelde naar buiten. Zoals ze verwacht had stonden Rose en Jana haar op te wachten.
"Wat was dat allemaal? Wat had die onzichtbare barrière te betekenen?" vroeg Rose zodra ze buiten gehoorsafstand waren van Perkamentus, op weg naar de ziekenzaal.
"Perkamentus zal geweten hebben dat jullie daar stonden," lachte Lily. "Maar de rest zullen jullie wel weten, niet? Over Severus.."
"Dat hij met opengereten wondes in de ziekenzaal is opgenomen? Ja, dat weten we. Maar de details krijgen we graag van jou."
"Niks details, ik weet er zelf even weinig van!" zei Lily. Soms begreep ze haar vriendinnen echt niet. Ze praatten meer over Severus alsof hij een afgeprijsd product was dat ze net niet had gekocht, dan dat ze hem behandelden als een mens.
Ze versnelde haar pas en ging de ziekenzaal binnen. Ze zag Madame Plijster in haar kantoortje, wat betekende dat alles waarschijnlijk goed ging met Severus. Ze zag hem liggen op het laatste bed in het achterste deel van de ziekenzaal en liep naar hem toe.
"Severus, alles goed met je?" fluisterde ze en ze ging op zijn nachtkastje zitten.
Moeizaam knikte Severus en Lily snapte dat hij het moeilijk had om te praten.
"Heb je veel pijn?" vroeg Lily.
Weer knikte hij, maar nu leek het alsof hij ook wat wilde zeggen.
"Sjjjttt.. Stil maar, ik weet dat het moeilijk is voor je." kalmeerde Lily hem. Severus schudde echter kordaat zijn hoofd en opende zijn mond.
"Het... Het was... Ik zag... achter me... een... gedaante." fluisterde hij stil.
"Heb je gezien wie het was?" vroeg Lily luid.
Severus knikte kort en zei: "Ik zou... zweren... dat het James... Potter was, maar... ik weet het... niet zeker. Het was een man... en hij had een brilletje en haar dat alle kanten uit... stond."
Hij slikte en Lily deed net hetzelfde.
Dat klinkt wel erg veel als James...
