Hoofdstuk 4:
Erin Perkamentus
Erin stopte haar portemonnee weer in haar zak en nam het pakketje schoolboeken aan. Met een grote grijns op haar gezicht liep ze over de Wegisweg. Niets kon deze dag beter maken, toch? Eindelijk mocht ze écht naar school.
Ze kende Zweinstein alsof het haar eigen huis was. Ze was er opgegroeid. Maar toch was het anders. Ze zou nu écht les krijgen, écht in een afdeling horen… maar eerst moest ze een toverstok uitkiezen.
Ze wandelde Ollivander's in, de beste toverstokmaker van de wereld. Er waren al twee andere mensen. Hagrid en een jongen met zwart haar en een bril. Hagrid stormde op haar af en tilde haar op en zwierde haar rond, waarna hij haar net zo onvoorzichtig neerzette. Toen Hagrid haar neerzette waaide het haar van de jongen een beetje omhoog, waardoor Erin de bliksem op zijn voorhoofd zag.
Haar mond viel even open, maar daarna probeerde ze weer normaal te doen. "Harry Potter." zei ze verbaasd. Erin wist dat hij ongeveer even oud moest zijn als zij, maar ze zitten dus in hetzelfde jaar. Harry kijkt haar verbaasd aan. "Sorry, maar wie ben je?" vroeg hij. Erin glimlachte.
"Ik ben Erin Perkamentus. We zitten in het zelfde jaar op Zweinstein." Hij lachte ook. "Ben jij de dochter van Perkamentus?" vroeg hij. Erin knikte. "Nou ja, zo goed als. Ik ben geadopteerd. Ik heb mijn echte ouders nooit gekend, net als jij." Ze eindigde haar zin triest.
Ze vraagt zich echt af wie haar echte ouders waren, en of ze op hen lijkt. Voor Harry vind ze het echt ontzettend sneu. Zijn ouders zijn vermoord door Voldemort. Misschien de hare ook wel, denkt ze.
Ze ziet dat Harry zijn toverstok al heeft. "Mooi, mag ik eens kijken?"vraagt ze. Harry geeft braaf zijn toverstok. Ze trekt haar wenkbrauwen op. "Feniks?" vraagt ze. Harry kijkt haar verbaasd aan. Erin glimlachte vriendelijk. "Sorry, je bent natuurlijk niet opgegroeid in de toverwereld. Wat toevallig is, want ik ben precies het tegenovergestelde. Ik ben half op Zweinstein opgegroeid." zei ze.
Harry's ogen lichtten op. "Dat lijkt me geweldig!" zei hij. Erin knikte. Dat is het ook. "Wat moet je nog hebben, Harry?" vraagt ze. "Gewaden." zei hij. Een mooie, grote sneeuwuil die Hagrid vast had kraste. Erin's ogen werden groot van opwinding. "Wauw." fluisterde ze bijna onhoorbaar. "Das een mooie, Harry." zei ze iets harder.
Ze schudde even haar hoofd, alsof ze zich probeerde te herinneren wat ze hier eigenlijk kwam doen. Ze lachte weer even. "Als je me wil excuseren Harry, ik wil nu graag mijn stok kopen. Ik zie je waarschijnlijk in de trein. Ik hoop dat ik bij jou op de afdeling kom." Harry glimlachte een beetje onnozel, hij had geen flauw idee wat een afdeling was.
"Ik hoop dat ik ook bij jou kom, Erin. Veel succes met je toverstok. Ik zie je wel in de trein." zei hij. "Dag Hagrid!" kon ze er nog net uit krijgen voor Hagrid de deur dichtsmeet.
Ik draaide me om naar Ollivander. "Hallo meneer." zei ik netjes. Ollivander keek me verontrust aan en gaf me een zwarte toverstok. "Berken en drakenhartbloed," zei hij angstig, alsof ik hem elk moment kon aanvallen. "tweeëntwintig en een halve centimeter. Flexibel." Erin pakte de stok en zwaaide, zo soepel als ze geleerd had.
De vaas die op zijn bureau stond knalde uit elkaar. "Sorry!" zei ze snel. Maar Ollivander repareerde de vaas weer en gaf een andere stok. "Esdoorn en eenhoornhaar. Achttien en een halve centimeter. Fijne zwiep." Vanaf het moment dat ze aanstalten maakte om te zwaaien pakte hij de stok uit haar handen.
Hij dacht, hij peinsde. Ik was een moeilijke klant. Hij zocht. Maar uiteindelijk vond hij ook.
Hij overhandigde Erin een mooie, bijna witte stok. "Dit is een zeer bijzondere stok. Hij is van Goderic Griffoendor geweest. Taxushout met feniksveer. Dertig komma twee centimeter, lekker soepel." Met bevende hand gaf hij hem aan.
Toen ik hem in mijn hand pakte voelde het zo fijn, alsof de stok al zijn hele leven wachtte om in mijn hand te kunnen belanden. Ik sproeide gouden vonkjes.
