Het vierde hoofdstuk is er!

Met al mijn trots presenteer ik ze! ;3

Mijn OC, Harumi, is van mij en alle andere InuYasha characters zijn van de eigenaar van InuYasha!

Veel leesplezier!


Met barstende hoofdpijn werd ik wakker. Ik kreunde en veerde langzaam overeind om op te merken dat ik niet in mijn eigen kamer lag.

"Waar ben ik?" vroeg ik zachtjes."Je bent in de ziekenboeg van het kasteel, Vrouwe Harumi."

Ik keek de verpleegster aan die mijn wonden verzorgde. Alles deed pijn, het was onverdraagbaar.

De deur ging open en Yuuki wandelde de ziekenboeg binnen. Toen ze zag dat ik wakker was, glimlachte ze breed.

"Oh! Mijn lieve Harumi! Hoe voel je je? Doet het nog pijn?" Yuuki was zeer bezorgd om mij en dat had ik verdomd graag.

"Ik voel me miserabel, maar het gaat wel." De verpleegster gaf mij een kopje thee."Hier, drink dit op, de pijn gaat dan verminderen."

Yuuki keek naar hoe dat ik mijn thee kalm op dronk.

De pijn ebde langzamerhand weg en ik zuchtte opgelucht nadat ik alles had opgedronken.

"Vrouwe Yuuki," Yuuki keek me aan en terwijl nam de verpleegster het kopje weg."wat gaat er nu gebeuren met Sesshoumaru?" vroeg ik zachtjes.

Wat ik nu niet wou veroorzaken was zout in de wonden strooien en ze verergeren.

Yuuki zuchtte en nam mijn hand vast.

"Hij heeft zijn misdaden bekent, wat goed is, maar Hiroshi heeft hem dan toch nog gestraft." Sesshoumaru is gestraft...

"Wat voor straf, Vrouwe Yuuki?" Ze schudde haar hoofd.

"Daar heb ik geen idee van, lieverd. Hiroshi ging met zijn raadsleden bespreken wat ze met hem gingen doen. Voorlopig zit hij in de kerkers." vertelde ze mij.

Ik voelde me schuldig. Door mij word Sesshoumaru gestraft, gewoon omdat ik hier ben beland. Hij haatte mij, sowieso. Hij had gepland om mij te vermoorden, maar zo zwak ben ik ook alweer niet.

Yuuki schudde me uit mijn gedachten.

"Wil je iets doen?" Ik keek haar verward aan en knikte langzaam.

"Kunnen we naar buiten gaan? Ik wil graag wat frisse lucht nemen." zei ik zachtjes. Yuuki knikte en hielp mij overeind. Ik kon stappen, alle geluk, maar het ging stroef.

Plots vroeg ik me af hoelang ik had geslapen. Waarschijnlijk een dag of drie. Het zou me helemaal niet verwonderen!

Tesamen met Yuuki stapte ik naar de tuin en bewonderde ik Yuuki's rozentuin.

Onder andere, toonde ik Yuuki ook mijn eigen kracht en liet ik een kleine struik van wilde rozen uit de grond komen. Verbaasd keek ze naar de rozen, ze wou ze aanraken maar ik stopte haar.

"Deze bloemen bevat gif. Ik wil niet dat je ziek wordt." "Ziek.. Zoals Sesshoumaru?" Ik knikte langzaam.

"Ik zie je veel te graag om jou dit aan te doen, Vrouwe Yuuki." zei ik zachtjes. Ze glimlachte naar mij en omhelsde mij zachtjes.

Yuuki had mij alleen gelaten, nadat ik vroeg of ik eventjes alleen mocht zijn. Ik had het gevoel dat iemand me aankeek en ik had gelijk ook nog. De bewakers hadden mij neig in het oog om te zien dat ik niet nog eens viel of om te zien dat ik me niet verwondde.

Het was onmogelijk om naar de kerkers te gaan en Sesshoumaru te zoeken. Maar, zou dat wel een goed plan zijn?

"Harumi," Ik keek achter me en zag Saki."wat wil je doen?" vroeg ze en ondersteunde mij. Ik glimlachte en keek naar de heldere hemel.

"Zou het stom van mij zijn mocht ik Sesshoumaru bezoeken?" vroeg ik dan en keek haar aan. Met grote ogen keek ze me aan, ze begreep me helemaal niet. Inderdaad, ik ben complex en idioot, net zoals mijn ideëen. Saki toverde een glimlach op haar gelaat.

"Je ben best raar ingesteld, Harumi. Ik breng je wel naar Sesshoumaru's kerker." zei ze en hielp me met het stappen.


Ik rook haar.

Wat doet zij hier? Ik heb getracht haar te vermoorden, haar te vernietigen. Wat wilt ze proberen te doen, mij te manipuleren?

Ik snoof en draaide mijn hoofd weg.

"Onnozel wicht." "Dat heb ik gehoord, Sesshoumaru." zei ze met een zachte, doch strenge toon.

Ze stond voor mijn kerker en ik zag haar, sinds ijzeren baren ons van elkaar scheidden.

Overal had ze verbanden, haar vingers en handen zaten zelfs onder het verband. Wou ze medelijden wekken?

Ze had een glimlach op haar gelaat. Waarom? Ze keek van haar voeten, naar mij.

"Sesshoumaru, ik had nooit verwacht dat jij je daden zou bekennen," Ik brak haar af."En? Wat ben jij ermee?" vroeg ik brutaal. Ze sloot haar ogen, ademde in en uit en zuchtte. De geïrriteerde aura die ik eventjes voelde, verdween gelijk sneeuw voor de zon. Wat wou ze bereiken?

"Ik weet niet wat je motieven waren, of ik nu in je weg zat of ik nu in jouw ogen irritant was, toch wil ik je bedanken -" "Vrouwe Harumi!" siste Saki, haar kamermeid, verrast. Ik draaide mijn hoofd weg en had geen enkel idee waarom ze me wou bedanken, maar toch bleef ik verder luisteren.

Zodra ze terug sprak, keek ik haar aan.

"Zwijg Saki," zei ze streng en keek mij aan."ik wou je bedanken omdat ik zonder jou mijn krachten niet zou hebben." Ik fronste.

"Dus onze confrontatie en jouw bijna-dood situatie heeft jouw geholpen?" vroeg ik verbaasd, waarop ze knikte. Ik merkte de speelse, doch zelfverzekerde aura. Ze was klaar voor wraak.

"Ik ben sterker geworden en ik kan me uiteindelijk verdedigen. De volgende keer dat je me aanvalt zal niet gemakkelijk zijn, Sesshoumaru."

Ze... Ze intrigeerde me. Ze had lef om mij zo uit te dagen!

"Je hebt lef, Harumi." zei ik kalm."Oh ja, dat weet ik Sesshoumaru. Volgende keer beter, Sesshoumaru! En omdat je je nog lief hebt gedragen tegenover mij," Ze zocht in haar zak naar iets. Ben ik een hond?!

Ik gromde, maar het stopte meteen toen ze een klein flesje toonde.

"Wat is het?" vroeg ik."Je bent ziek, niet waar? Mijn gif heeft je ziek gemaakt, niet waar?" Ik had geen zin om dit te bekennen, naast mijn daden, maar ik moest genezen.

Ik knikte en nam het flesje aan.

"Dit is een antigif. Normaal moet het meteen werken." zei ze en ik dronk het in één keer op. Ze glimlachte lief en draaide haar rug naar mij toe.

"Moet ik zorgen voor minder ergere straffen, Sesshoumaru?"

"Neen." antwoordde ik bot. Ik hoef zulke daden niet. Ik ben een man, de opvolger van de Inu no Taisho.

Harumi grinnikte en schudde haar hoofd.

"Mannen... Wel, nog veel geluk in jouw kerker, Sesshy!" Ik gromde luid. Ze was zo pienter, arrogant en ze gebruikte een nickname voor mij!

Ik rook haar en Saki's geur niet meer en zuchtte luid.

"Stom wicht. Laat me toch eens met rust..." gromde ik.


"Ben je zeker dat je dit gaat doen, Harumi?! Het kan je reputatie beschadigen als Vrouwe Yuuki's surrogaat dochter!" Ik hief mijn hand op, als gebaar om te zwijgen.

Kreeg ik mijn allures weer? Nah, ik had gewoon een geweldig idee.

"Saki, ik heb een geweldige straf voor Sesshoumaru." zei ik en lachte gemeen. Ik keek haar aan, met een twinkle in mijn ogen. Saki had geen idee van wat er aan de hand was.

"Gaan we eens de Inu no Taishou een bezoekje brengen? En eventueel een voorstelletje doen?" vroeg ik. Saki knikte langzaam haar hoofd, ze had geen idee van wat er ging gebeuren, noch van wat ik ging doen.

En dit ging gemeen zijn.

Tesamen met Saki wandelde ik naar binnen en begeleidde ze me meteen naar Hiroshi's studeerkamer.

"Alsjeblieft Harumi, maak het niet te erg, okay?" "Geen zorgen, Saki." Ik glimlachte en klopte aan.

Een kalme, maar kwade stem beval ons binnen te komen. Ik opende de deur en bekeek Hiroshi met een bescheiden en vriendelijke glimlach aan.

"Goede middag, Heer Hiroshi." "Ah, Harumi! Hoe gaat het met je?" Zijn aura lichtte op ik voelde hoe tevreden hij was om mij in zo'n goede staat te zien.

"Zeer goed, Heer Hiroshi." zei ik en glimlachte. Mijn glimlach verraadde mijn speelsheid.

"Zo'n speelse aura... Heb je misschien een ideetje voor mij?" vroeg hij en kruiste zijn armen. Hij leunde zelfs naar voren, zo geïnteresseerd was hij!

"Ja, inderdaad!" zei ik, ik straalde gewoon.

"Zeg maar op, ik ben één en al oor!" zei hij opgewekt.

"Wel, Heer Hiroshi, wat als we Sesshoumaru een beschamend taakje geven voor een aantal maanden?" vroeg ik. Hiroshi kon zijn glimlach niet verbergen en keek mij erna aan.

"Ga maar verder, Harumi, je hebt mijn interesse."