H.4
Zenuwachtig keek Mirthe om zich heen. Volgens Harmonia kon Professor Segard er elk moment zijn. Tamara lachte. "Je hoeft niet zo zenuwachtig te kijken hoor, ze komen er heus zo wel aan." En precies op dat moment hoorden ze zenuwachtige stemmen uit een gang iets verderop weg komen. "Zie je wel?" Zei Tamara. Mirthe moest haar gelijk geven, er kwamen inderdaad mensen aan. Niet veel later ging de deur open, en kwam er een lange vrouw binnen, van middelbare leeftijd. Achter haar kwamen veel onzekere, zenuwachtige, kleine eerstejaars. Precies hetzelfde als zij.
"Ah, mevrouw Tadess en mevrouw Aylenn, jullie zijn er ook allebei, zie ik. Dan zijn we nu compleet. Als jullie mij even zouden willen excuseren, dan ga ik even informeren of alles gereed is, en dan kunnen jullie daarna de zaal betreden." Professor Segard sprak iedereen beleefd aan en liep toen met grote passen naar de deur, waar ze doorheen glipte zonder dat iemand iets kon zien van wat erachter op hun wachtte. "Kom mee." Tamara trok haar aan haar arm mee naar de andere eerstejaars, en gaf toen het meisje waar ze voor stopte een knuffel. "Vida, lang niet meer gezien." Vida was een echt klein meisje. En met echt klein bedoelde ze ook echt klein. Zij was al niet groot, ongeveer 1.50, maar Vida was zeker anderhalve kop kleiner. Vandaar dat ze ook veel jonger leek. Ze was tenger, en zag er al met al heel breekbaar uit. Haar schouderlange blonde haar veranderde niets aan dat beeld. Vida knikte Tamara toe, en keek toen haar aan, en stak haar hand uit. "Ik ben Vida." Zei ze. "Ik ben Mirthe." Was haar antwoord. Tamara had zich ondertussen al naar iemand anders gewend; een redelijk lange, magere jongen. Niet dun, maar echt mager. Zijn mantel en kleren konden dat niet verbergen. "Mirthe, dit is Milan, Milan, dit is Mirthe." Stelde ze ons aan elkaar voor. Ze lachte hem even toe, en draaide zich om toen ze de deur open hoorde gaan. Professor Segard was terug. "Eerstejaars, straks begint het banket, om het begin van het nieuwe schooljaar, en de nieuwe leerlingen te vieren. Maar voordat we daarmee gaan beginnen, en jullie in de Grote Zaal plaatsnemen, verdelen we jullie over de vier afdelingen. Die Indelingsceremonie is belangrijk, want tijdens je hele verblijf hier, is je afdeling bijna je familie. Je volgt je lessen samen met je afdeling, slaapt samen op de afdelingszaal, en verbrengt je vrije tijd door in de leerlingenkamer. De afdelingen zijn Griffoendor, Huffelpuf, Ravenklauw en Zwadderich. Tijdens jullie verblijf op Zweinstein leveren opmerkelijke prestaties of triomfen afdelingspunten op, en aan de afdeling met de meeste punten word aan het eind van het jaar een beker uitgereikt. Dat waren alle belangrijke punten. Zouden jullie nu een rij achter mij aan willen maken, want dan kunnen we naar binnen gaan." Alle leerlingen liepen prompt naar achteren om maar niet vooraan te hoeven staan, waardoor het erop neerkwam dat ze als eerste in de rij stond. Geweldig…
De Grote Zaal was overweldigend, hij was groot en sprookjesachtig. Het plafond leek wel verdwenen, want in plaats daarvan fonkelden er duizenden sterren. In de zaal zelf stonden vier lange tafels, waar leerlingen zaten. Boven de tafels zweefden kaarsen. Aan het eind van de zaal was nog een lange tafel, die anders stond, waar de docenten aan zaten, en zo een goed overzicht hadden over de zaal. Professor Segard liep langs de tafels, en stopte tussen de leerlingen en de leraren in. Volop in het zicht dus. Toen viel haar iets op wat haar nog niet was opgevallen. Iets verderop stond een krukje, met daarop een soort tovermuts, maar dan wel een hele oude, met allemaal gerepareerde lapjes om hem bij elkaar te houden. Binnen een paar seconden was de hele zaal ineens stil, omdat de gekke oude hoed begon te bewegen. Ergens ging een scheur of een vouw open, en de hoed begon een gek lied te zingen.
De indelingsceremonie, waarachtig en waar,
Zo begint er weer een nieuw schooljaar.
Bij het zien van deze hoed zien er toch wat pimpelpaars,
Ja, dat zijn nou de eerstejaars.
Ik ben de Sorteerhoed van deze school,
En weet meer over je dan je schoenzool.
Vergis je niet in wat je ziet,
Maar kijk verder en luister bijvoorbeeld naar dit lied,
Zet me op, en ik vertel je zoal,
Bij welke afdeling jij presteren zal.
De eerste afdeling is Griffoendor,
Waar ze uitblinken om hun uitzonderlijke moed.
De tweede afdeling is Huffelpuf,
Bekend om hun onvoorwaardelijke trouw.
Of hou je van hersenkraken,
En hoor je bij Ravenklauw?
Of ben je één van de sluwe lui,
En hoor je bij Zwadderich?
Of… in dit nieuwe jaar,
Maar jezelf maar vast klaar,
Ben je een uitzondering en hoor je bij die andere groep?
Maar dat hoor je wel zodra ik je roep.
Zet me nou maar op je hoofd,
Dan zorg ik ervoor dat ik je van je gedachten roof.
Iedereen was stil na die openbaring. De hoed zou ons indelen in de afdelingen. De stilte werd verbroken door Professor Segard, die naar voren liep, en achter de hoed ging staan. "De leerlingen die ik opnoem komen naar voren, en gaan op de kruk zitten met de Sorteerhoed op hun hoofd." Ze rolde een lijst uit, en noemde de namen op. "Aylenn Mirthe." Haar hart sloeg een slag over. Tenminste, zo voelde het. Waarom moest zij nou weer als eerste?! Blozend liep ze naar voren, ging zenuwachtig op de kruk zitten en zette de Sorteerhoed op. "Ah…, hier heb ik zo lang op gewacht." Zei een stemmetje in haar oor. Ze schrok zich zo kapot dat ze hem bijna weer af wilde zetten. "Ja ja, ik zie het. Dit is het laatste teken. Het is maar goed dat ik ze hiervoor al ingelicht heb." Volgens mij mompelde de hoed maar wat in zichzelf, want ze snapte er helemaal niks van.
"Oh, maak je maar niet druk, je zult er snel genoeg achter komen." Op de één of andere manier had ze het gevoel dat hij haar gedachten kon lezen, en dat vond ze niet zo'n prettig idee. De Sorteerhoed reageerde daar niet op, maar vervolgde zijn eerdere gemompel. "Aha, zeer zelfstandig, en intuïtie. Dat voegt inderdaad wel iets toe. Nou, het moet er maar gewoon een keer van komen." De Sorteerhoed zweeg enkele seconden, seconden waarin ze steeds zenuwachtiger werd, en zei toen, zodat iedereen het kon horen: "Silverhoorn."
Het weinige gefluister dat er in de zaal was geweest verstomde ogenblikkelijk. Iedereen staarde haar aan. Ze voelde zelfs de brandende blikken van de Professoren achter haar. Toen liep er een man naar voren. Hij keek de Grote Zaal rond, en sprak toen. "Beste leerlingen van Zweinstein, vandaag is een dag om te onthouden. De dag dat Zweinstein er een vijfde afdeling bij krijgt!"
De zaal was nu niet meer stil. Nee, iedereen was aan het praten. En zij zat hier vergeten op de kruk met de Sorteerhoed op haar hoofd.
Zuchtend liet ze zich op het bed vallen. De rest van de dag was als in een waas voorbij gegaan. Op de een of andere manier had de man die ook had vertelt dat er een vijfde afdeling bijkwam ergens een tafel vandaan getoverd, en ook nog plek gemaakt om hem neer te zetten. Vervolgens had ze daar helemaal in haar eentje naartoe moeten lopen, en gaan zitten. Erg prettig. Vervolgens had ze zich zo klein en onopvallend mogelijk gemaakt, totdat er nog iemand om werd geroepen die in dezelfde afdeling terecht zou komen. Peppi ging verlegen naast haar zitten. Ze had blond/bruin licht krullend haar, en blauwe ogen. Ze leek haar heel erg aardig, maar Aino, haar tweelingzus, was minder, en ze gingen veel met elkaar om. Later werd Tamara omgeroepen, een meisje dat Jaci heette, en een meisje dat Feerra heette. Er werden 8 jongens bij de afdeling ingedeeld. Eigenlijk 9. Sirius werd er ook bij ingedeeld. Dat was voor sommige toch wel een hele grote verrassing, maar zoals hij keek leek het haar alsof hij het al had verwacht.
Het volgende verrassende ding was de plek waar ze zou slapen. Het was in een huisje aan het meer, met een ondergrondse gang verbinding met het kasteel. Om de een of andere reden was er binnen geen plek voor een afdelingskamer.
