Chapter Three.
Ik voel dat ik de grip op mijzelf begin te verliezen. Mijn vertrouwen in haar is sterker dan ooit, alhoewel ik haar woorden onbewust verdraai. Het is niet echt verdraaien, dat zeker niet. Ik zoek nu alleen naar andere betekenissen en opvattingen van haar woorden.
Ik ben gestopt te geloven dat zij wist dat ik hieruit zou komen en zou genezen. Ik geloof nu dat zij zeker wist dat ik, wanneer ik de juiste therapie, hulp en medicatie zou hebben, zou genezen. Maar ik krijg geen goede hulp. Ik begrijp de therapie niet. Medicatie wordt aan mij niet gegeven, eveneens als een reden waarom ik dit niet krijg. Wanneer ik een pilletje krijg, lost dat niet de oorzaak van mijn problemen op; enkel het gevolg. En dit is niet omdat de goede pilletjes er niet zijn. Het is omdat ze aan mij die goede pilletjes niet willen geven.
Ik heb een gesprek gehad met mijn ouders en twee praatmevrouwen tegelijk. Het enige wat zij probeerden, was om in mijn hoofd te komen. Ze wilden zelfs bij mijn herinneringen aan háár komen! Maar ze mogen niet aan haar komen. Wat in mijn hoofd is, is van mij. Ze wilden zelfs dat ik al mijn herinneringen een beetje ging vervormen, kleiner ging maken, om ze dan weer terug te stoppen in mijn hoofd. Dat zou beter voor me zijn, zeiden ze. Ik snap niet hoe ze dat nog durven te zeggen. Mijn leven draait om haar, zonder haar zou ik het niet volhouden. En zij willen deze herinneringen vervormen! De herinneringen aan toen ik nog gelukkig was. De herinneringen aan toen ik niet meer gelukkig was, maar ik er met haar over kon praten, en ik haar hand vast kon houden.
Ik wil stoppen. Ik wil dat zij stoppen met mij pijn doen. Wanneer de pijn in alsmaar stijgende lijn is, en men niet verwacht dat de pijn ooit minder zal worden, moet men ophouden met die pijn verergeren, omdat ik hier de rest van mijn leven aan vast zal zitten. Ik wil er nu mee stoppen, zodat ik nooit ergere pijn dan dit zal hebben.
En toch, toch vecht ik door. Voor haar. Ik zal niets doen waarmee ik haar bewust pijn doe. Er is een kans dat dit betekent dat we volgend jaar niet samen zijn, maar daar probeer ik zo min mogelijk aan te denken. Zij is de zon en de maan voor mij, zowel overdag al 's nachts het lichtpuntje in mijn bestaan. Ik vecht door, zo goed als mogelijk, en ik probeer niet te vechten tegen zij die mij zouden moeten helpen, alhoewel dat een onmogelijke opgave is. Maar proberen kan altijd. Ik ben er zeker van dat zij weet dat ik toch tegen hen vecht, en ik ben er zeker van dat zij weet dat ik probeer dit niet te doen. De weg is nog lang, maar ik geef niet op. Het laatste stuk zal vast sneller gaan dan het eerste.