Ginny scheen te weten dat Loena in de bieb huiswerk aan het maken was, dus haar vinden was geen probleem. Even later liepen ze over de gang, pretenderend niks bijzonders van plan te zijn. Ginny had Sneep de Lerarenkamer in zien gaan, dus hoopten ze maar dat hij daar lang genoeg zou blijven om ongezien het zwaard te stelen. Marcel had er een slecht gevoel over. Er kon zoveel misgaan. De enige reden dat hij er niet over begon was, tot zijn verbazing, om Ginny niet teleur te stellen. Ergens was ze zo lief en toch zo vastberaden en dapper. Hij kon haar antwoord wel raden: 'Er zit altijd een risico aan vast. En wat is nou het ergste dat ze kunnen doen als ze ons betrappen?' Dat klopte wel. Zowel de familie Lubbermans als de families Wemel en Leeflang waren van zuiver bloed en daar waren die Dooddoeners toch wel zuinig op, zelfs al ging het dan om de grootste bloedverraders die je je kon voorstellen.
'Het wachtwoord is Flubberwurmenslijm,' fluisterde Ginny toen ze bij de ingang naar het kantoor van het schoolhoofd waren.
'Alleen Sneep kan zoiets weerzinwekkends bedacht hebben,' mompelde Loena met een flauwe glimlach op haar gezicht. Marcel moest ook even grinniken bij de scène die hij zich voorstelde. Niet Sneep, maar Loena was schoolhoofd, en hij moest bij haar komen. Hij wist het wachtwoord niet dus probeerde hij lukraak dingen als 'Snottifant' en 'Knarkloppertjes'.
'Flubberwurmenslijm,' zei Ginny, heel zacht, maar toch luid genoeg om Marcels gedachten er weer bij te krijgen. Snel, maar geruisloos liep het drietal de stenen trap op en Loena duwde de deur een heel klein stukje open. Het kiertje was net groot genoeg om te controleren of Sneep daadwerkelijk weg was.
'De kust is veilig.' Ze deed de deur verder open en liet Ginny en Marcel passeren. Alleen Ginny was weleens in het vertrek geweest en Marcel wist dus niet in hoeverre het veranderd was na Perkamentus' dood. Waarschijnlijk niet veel, want de zilveren instrumenten leken hem meer iets voor het voormalige schoolhoofd.
'Daar,' fluisterde Ginny en ze wees op een glazen vitrine. Zonder enige aarzeling pakte Loena een presse-papier van het bureau en gooide daar met een oorverdovend lawaai het glazen ruitje in.
'Geen zorgen,' zei ze bij het zien van de gezichten van Ginny en Marcel. 'Ik heb een geluidsdempende spreuk over de kamer uitgesproken. Hier buiten horen ze niks.' Loena keek even naar de portretten van de schoolhoofden. Wonder boven wonder zaten die nog altijd te slapen in hun portretlijsten.
'We kunnen hier niet blijven staan,' merkte Ginny kordaat op. Ze pakte voorzichtig het zwaard uit de kast en liet haar smalle vingers over het met edelstenen bezette gevest glijden. Toen, plotseling, totaal onverwachts, zoals dat Amycus Kragge eigen leek te zijn, vloog de deur met een daverend geluid open. De vloer trilde onder hun voeten. Even leek hij verbaasd, maar toen viel hij terug in zijn oude doen.
'Wel, wel...' zei Kragge en hij leek met de hongerige blik in zijn ogen plotseling heel erg op een roofvogel, klaar om zijn prooi te verslinden. 'U heeft wel lef, juffrouw Wemel. Nog maar nauwelijks bent u ontsnapt aan uw verhoor en nu alweer in de knoei.' Hij liep langzaam op het drietal af en schopte Ginny toen ineens in haar buik. Die viel op de grond en liet in haar ademsnood het zwaard vallen dat Kragge voordat iemand iets kon doen opraapte. Loena en Marcel stapten echter wel naar voren om Ginny te beschermen, maar het leek Kragge weinig te doen.
'Oh, nog meer wetsovertreders,' spotte hij. 'Lubbermans, die zo laf is dat hij de Cruciatusvloek niet uit durft te spreken en die Lijpe Leeflang met haar Kibbelaar vol onzinpraatjes.' Marcel kookte van woede en moest moeite doen zijn zelfbeheersing niet te verliezen, want hij wist dat hij dan helemaal in de problemen zou zitten.
'Dit is ernstig,' zei Kragge. 'Ik haal het schoolhoofd. Proberen te ontsnappen heeft geen zin. Ik doe de deur op slot en... Oh ja... Expelliarmus.' Hun toverstokken vlogen uit hun handen en Kragge ving ze behendig op met zijn vrije hand. Marcel zuchtte en wierp een vertwijfelde blik op de ramen, maar met dat hij dat deed wist hij dat het zinloos was. Amycus wees hem daar ook nog eens fijntjes op: 'Doe dat maar niet. Of je moet willen dat we je straks van de grond moeten schrapen, maar mij lijkt dat een uiterst onaangenaam karweitje.' Met die woorden en een harde dreun toen hij de deur dichtgooide verliet hij de kamer. Een onaangename klik volgde met dat hij de sleutel omdraaide.
'Wat nu?' vroeg Loena aarzelend.
'Wachten, lijkt me,' mompelde Marcel en hij had al zo'n idee dat dat geen pretje zou zijn. Niet alleen uit bezorgdheid, maar ook omdat hij geen zin had om te denken aan wat er zou gebeuren richtte hij zijn aandacht tot Ginny, die op haar knieën zat, met haar hand tegen haar zij en pijnlijke gezichten trok.
'Gaat het?' Ook Loena was naar haar toegesneld en klopte haar geruststellend op haar rug. Zo bleef ze zitten tot de deur weer openging. Kragges versterking bestond uit zijn zus Alecto, Sneep en Anderling en Banning, de afdelingshoofden van Griffoendor en Ravenklauw.
'Sta op,' zei het schoolhoofd tegen de meisjes, zonder enige vorm van medelijden. Anderling en Banning keken echter bezorgd toe. Ergens stelde dat Marcel ontzettend gerust, al wist hij niet in hoeverre ze nog iets te zeggen hadden.
'Niet te vertrouwen,' mompelde Alecto. 'Vooral dat meisje...' Ze gebaarde vaag naar Ginny. 'Ik zag haar wel naar dat zwaard turen eerder vanmiddag. Tja, een Wemel, hè. Ik betwijfel of ze zèlf enig idee heeft van de waarde van dat ding. Zal wel niet. Ze zal wel niet veel gewend zijn.'
'Daar gaat het niet om,' viel Ginny haar in de rede. Haar gezicht was een beetje rood geworden, maar ze ging onverminderd door. 'Ik deed het niet uit eigen gewin.'
'Oh, het is uit nobele redenen,' zei Amycus spottend tegen zijn zus. Anderling zei niks. Marcel had eigenlijk een beetje verwacht dat ze zou vragen waarom, maar misschien had ze wel een vermoeden en wilde ze hen niet verder in moeilijkheden brengen. Als dat zo was maakte het echter niet uit, want die vraag kwam al snel van Sneep. Marcel had het idee dat ook hij wèl door had dat ze het zwaard niet trachtten te stelen omdat het zo mooi stond boven de open haard. Hij wist vast ook dat Perkamentus het aan Harry nagelaten had.
'Het is niet van u,' zei Loena simpelweg.
'En van u is het ook niet,' was Sneeps antwoord. 'Het hoort bij de school, mijn school.'
'Ik weet wel een gepaste straf, Severus,' kwam Amycus kruiperig tussen beiden. Maar Sneep legde hem met een blik het zwijgen toe.
'Ik ga meteen een veiligere plek voor dit stuk antiek zoeken,' deelde hij mee. 'Dus nog eens proberen mijn kantoor in te sluipen zal overbodig zijn. Wat betreft jullie straf...'
'Severus, mag ik een voorstel doen?' Het was Anderling die dat gezegd had en dat stemde Marcel gunstiger. Zijn afdelingshoofd was weliswaar streng, maar wel rechtvaardig, en zou nooit leerlingen veroordelen tot de martelwerktuigen van Vilder. De Kragges leken beiden bijzonder ontstemd, maar dat kon Anderling duidelijk niet te schelen.
'Ze kunnen Hagrid vast wel van dienst zijn. Ik hoorde dat hij iets moest doen in het Verboden Bos.'
'Ja, dat lijkt me wel een gepaste straf,' zei Sneep. De Kragges leken minder tevreden, maar lieten dat niet merken. Het was een slimme zet van Anderling. De Dooddoeners dachten waarschijnlijk dat in het donker door een bos vol centaurs en andere halfmensen rondlopen met een halfreus vast heel beangstigend zou zijn en hoewel Marcel zich wel plezierigere dingen kon voorstellen, kon het ook vele malen erger.
'Goed dan. Wij brengen ze wel.' Alecto leek totaal niet blij door het feit dat Anderling haar gezag probeerde te ondermijnen, maar liet het niet merken. Ze greep Marcel bij zijn elleboog, zo ruw dat het pijn deed. Haar broer deed datzelfde met de meisjes en drukte ze daarbij dichter tegen zich aan dan strict noodzakelijk was. Loena probeerde zich los te rukken, maar Ginny liet het zonder verzet gebeuren. Zo verlieten ze de kamer, half lopend, half meegesleept wordend door de Kragges.

Het duurde bijna een half uur voordat ze bij Hagrids huisje waren. Ginny leek erg ontdaan, hetgeen Marcel helemaal niet van haar gewend was, en liep niet snel genoeg naar Amycus' zin. Hij sleepte haar zo gewelddadig mee dat ze viel. Dat maakte de Dooddoeners nog kwader en Marcel vond het helemaal niet erg toen ze er uiteindelijk toch waren. Amycus bonsde luid op de voordeur en schreeuwde met een gestoorde blik in zijn ogen: 'Doe open, nu!'
'Ja, ja, geduld!' klonk het aan de andere kant van de deur en Marcel voelde een golf van warmte over zich heen spoelen bij het zien van Hagrids vriendelijke, maar ook een beetje verbaasde gezicht.
'Dit stel heeft geprobeerd een schooleigendom te stelen,' vertelde Alecto met een hatelijk knikje naar de leerlingen. 'Ze dienen hun straf bij jou uit.' Hagrid knikte.
'En ik hoop maar dat je ze flink laat afzien, Hagrid! Toevallig ken ik een mannetje van het Ministerie die gaat over Azkaban. Hij zal erg blij zijn om je daar terug te zien!' Amycus duwde Ginny en Loena naar binnen en zijn zus volgde dat voorbeeld. De deur viel met een dreun dicht en de stilte die volgde werd alleen doorbroken door de Kragges die gniffelend wegbeenden.
'Kom op, ze dreigen maar een beetje, Hagrid,' fluisterde Loena, maar Marcel betwijfelde of ze dat echt dacht. Niks ging Voldemort en zijn Dooddoeners te ver.
'Azkaban is een verschrikkelijke plek,' mompelde Hagrid. 'Maar goed... Wat hebbie uitgehaald?' Marcel vertelde het hele verhaal tot op het punt waarop hij onderbroken werd door Ginny's gesnik. Ze huilde zelden en dat stemde hem ongerust.
'Sorry, hoor,' mompelde ze en ze pakte de enorme zakdoek die Hagrid haar toereikte aan. 'Het is alleen zo erg. Mijn ouders worden constant in de gaten gehouden en als ze maar iets verkeerd zeggen kunnen ze worden opgepakt, Harry kan nu wel dood zijn, evenals Ron... En Hermelien natuurlijk. Het is hopeloos!'
'Zeg dat niet,' zei Marcel snel, ook om die gedachte uit zijn eigen hoofd te verdrijven. 'Loena zei toch al dat je het dan wel gehoord zou hebben. En eerder vandaag was je nog vol goede moed. We gaan gewoon heel hard werken aan de SVP!'
'Zo is dat!' voegde Loena er aan toe met een moedige grijns. 'Voldemort wil juist dat je gaat denken dat het hopeloos is. Maar we moeten proberen ons te blijven verzetten.' Zo kwam het dat ze Hagrid hun plannen vertelden. Marcel was eigenlijk blij dat in ieder geval een volwassene ervan op de hoogte was. Niet dat het veel uit zou maken, maar het feit dat Hagrid achter hen stond gaf zekerheid.