Hoofdstuk 4 het Prosper landgoed

'Dus waar wil je eerst heen?' Vroeg Ginny zodra ze uitgegeten waren en haar tassen had gepakt.

'Ik dacht eraan om eerst de moeilijkste aan te pakken. Het vakantiehuis van de familie Zwarts met de bijbehorende huiself,' zuchtte Harry.

'Hmm, ik hoopte ergens rustig heen te gaan waar jij me over afgelopen jaar zou kunnen vertellen. Kun je Knijster niet naar dat vakantiehuis sturen om die huiself wat vriendelijker te maken,' suggereerde Ginny.

'Ja, waarschijnlijk is dat wel makkelijker gaf Harry toe.' "Knijster" riep Harry vervolgens.

De elf verscheen naast Harry en Ginny in de grote zaal. 'Wat wilt U meester Harry, meesteres Ginny,' groette de elf beleefd.

'Ik heb vandaag begrepen dat ik nog een elf vaan de familie Zwarts heb ontvangen. Zij zou zich bevinden in het vakantiehuis van de familie Zwarts ik zou graag willen dat jij daarnaartoe gaat en haar voorbereid op mijn komst van morgen,' zei Harry.

'Uw wens is mijn bevel meester Harry.' Zei de elf voor hij verdwijnselde.

'Nou die elf is echt heel erg veranderd,' zei Ginny

'Ja, die ketting van Regulus aan hem geven was een goed idee. Zullen we nu naar het Prosper landgoed gaan,' zei Harry. Terwijl hij zijn arm aan Ginny aanbood.

Ginny pakte de aangeboden arm pas toen ze van het terrein van Zweinstein af waren en konden verschijnselen.

Eenmaal aangekomen bij het oude landhuis waar ze een paar dagen eerder de Duffelingen uit het tuinhuisje gehaald hadden. Liet Ginny Harry gelijk weer los. Harry zuchtte het was duidelijk dat Ginny nog moeite met hem had. 'Laten we naar binnen gaan.' Zei Harry terwijl hij naar de voordeur liep. Hij deed de deur open en gelijk stond er een huiself voor hem.

'Wie bent U, en waarom komt u het landgoed Prosper bezoeken.' Zei de elf.

'Ik ben Harry James Potter zoon van James Potter en Lilly Potter-Evans en dit is Ginerva Molly Wemel dochter van Arthur en Molly Wemel.' Zei Harry en bij het laatste deel van de zin wees hij naar Ginny.

'Moest jij mijn volledige naam gebruiken,' Zei Ginny boos.

'Eh, sorry Ginny'. Zei Harry verontschuldigend.

'Meester Harry, wat is er met meester James en meesteres Lilly gebeurt? Het laatste dat fluitje weet is dat meester James zei dat hij moest schuilen en dat wij ervoor moesten zorgen dat er niemand anders dan de familie binnen kon komen.' Zei dezelfde elf.

'Ehm wat is je naam eigenlijk? En is er ergens waar we kunnen zitten?' Vroeg Harry die geen idee had hoe hij dit nieuws moest brengen.

'Oh ja, ik ben fluitje, meester Harry. Want ik kom als U fluit. En volgt u mij maar naar de zitkamer meester of zit U liever in de blibiotheek?' Vroeg de elf beleefd.

'Ehm de zitkamer is prima. Trouwens heb je ook nog een andere naam waarbij ik je kan noemen ik heb namelijk een vriendin die nogal fel tegen slavernij is.' Vroeg Harry.

Fluitje dacht na en zei toen; 'noem mij maar Eva dan. Eva zal de rest van mijn straks wel vragen hoe ze genoemd willen worden.' Zei ze.

'Hier zijn we in de zitkamer. De thee komt zo hoe wilt u uw thee meester Harry en meesteres Ginny.'

'Doe mij maar met 1 klontje suiker en Ginny?' Vroeg Harry.

'Ik kan zelf wel praten Harry, zei Ginny grof. Doe mij maar zonder iets Eva,' zei ze met een vriendelijke glimlach naar de huiself.

Even later verscheen Eva met de thee. 'Met 1 suiker voor de meester en zonder iets voor de meesteres. Wilt U verder nog iets meester.'

'Ik dacht dat je wilde weten wat er met James en Lilly Potter was gebeurt Eva. Ik zal het je vertellen maar ga eerst maar even zitten.' Zei Harry.

Eva's ogen werden groot. 'Meester wilt dat Eva gaat zitten. Als een gelijke?'

Oh jee nog een Dobby dacht Harry, terwijl hij zei. 'Ja, Eva. Wat ik je namelijk wil vertellen kan nogal een schok zijn en ik zou het vervelend vinden als je jezelf verwond.' Zei Harry. Toen de elf zat ging Harry verder '16 jaar geleden op Halloweensavond kwam Voldemort naar het huisje waar James, Lilly en ik ons verschuilden. James probeerde hem af te vechten en Lilly zij had niet hoeven sterven maar deed het toch om mij te beschermen. Succesvol als ik wel mag zeggen. Ze zijn allebei een heldendood gestorven die avond,' zei Harry somber. Ginny legde een arm om zijn schouder en gaf hem een knuffel. Hij begon te huilen. Eindelijk kon hij huilen om de dood van zijn ouders, met Ginny bij hem om hem op te vangen.

De elf zat stil op de stoel waar hij was gaan zitten zodra hij Harry de eerste zin hoorde spreken wist hij dat het definitief was. Zijn geliefde meester James was dood. Hij begon te huilen en ondertussen bedacht hij hoe hij dit aan de rest moest vertellen. Zijn tranen waren ondertussen al opgedroogd. 'Meester hoe ging het verder met u?' Vroeg zij voorzichtig nadat haar meester was opgehouden met huilen.

'Ik groeide op bij mijn oom en tante het was niet echt een gelukkige jeugd totdat ik mijn brief voor Zweinstein kreeg. En daarna had ik het nogal druk met het redden van de wereld samen met mijn twee beste vrienden. Eva, zijn er meer huiselfen in dit huis? Ik voel me verantwoordelijk voor hen en wil hun persoonlijk vertellen wat er met hun vorige meesters gebeurt is.' Zei Harry.

'Ja meester. Eva zal klapje, dada en mamam halen dan kunnen ze u persoonlijk vertellen hoe ze graag genoemd willen worden.' Waarna Eva de deur uit liep.

Even later verschijnselden 2 oude huiselfen de kamer binnen. 'Meester James U leeft nog.' Zei de een.

'Nee dat is meester James niet. Kijk maar hij heeft de ogen van meesteres Lilly. Dit moet meester Harry zijn,' zei de ander.

'Ehm hallo, ik ben Harry. Hoe heten Jullie?' Vroeg hij enigszins verlegen.

'Meester Harry, we hebben zolang op u gewacht. Sinds het ongeluk van meester James en meesteres Lilly. Ik ben trouwens Puck en dit is mijn vrouw Titania.'

'Jullie weten van de aanval van Marten op mijn ouders,' vroeg Harry verbaasd.

'Nee, maar toen uw ouders stierven waren de kinderen nog maar net geboren. En een huiself weet altijd waar zijn familie is dus toen ze stierven wisten we dat het een kwestie van tijd was voor de nieuwe meester ons zou vertellen wat er was gebeurt.' Zei Puck.

'Oh oke.' Zei Harry verbaasd. 'Willen jullie dan nog weten hoe ze gestorven zijn, anders dan het een heldendood was?' Vroeg Harry een paar seconden later.

Nog voor Puck of Titania antwoord konden geven kwam de laatste elf van het huis binnen. 'Gegroet meester Harry,' Zei de elf. 'Kleef hoorde dat meester Harry naar Kleef gevraagd had.' Zei de nieuwe elf.

'Oke Kleef, Puck en Titania. Jullie vorige meesters James en Lilly Potter zijn vermoord door Marten Asmodom Vilijn. Hij is ook bekend onder de namen Voldemort, Jeweetwel en de Heer van de Duister.' Zodra Harry deze woorden had uitgesproken begonnen de elfen te huilen. Toen de elfen uitgehuild waren ging Harry verder. 'Zodra James en Lilly merkten dat hij eraan kwam stuurde James, Lily met mij naar boven toe terwijl hij hem zou proberen tegen te houden. Zonder toverstok probeerde James zo lang mogelijk hem tegen te houden. Hij werd vermoord zonder enige wroeging. Hij liep naar boven toe waar hij Lilly een kans bood om levend te ontsnappen. Zij nam dit niet aan. Zij ging zo voor mij staan dat hij niets anders kon doen dan haar vermoorden om bij mij te komen. Ook zij werd toen vermoord. Doordat zij haar leven gaf voor mij kon hij mij niet eens aanraken, Laat staan vermoorden. Toch probeerde hij dat. De vloek kaatste terug en hij verloor al zijn macht.' Zei Harry ten slotte.

De elfen waren stil. Harry dronk zijn thee op. 'Wenst u verder nog iets van ons, meester Harry?' Vroeg Puck toen de thee op was.

'Zouden we nog wat thee mogen, En is hier een hersenpan in het huis die we hier kunnen gebruiken.' Zei Harry vriendelijk. 'Ginny, als de hersenpan hier is kan ik je het hele verhaal vertellen. Niemand anders dan ik en misschien Ron en Hermelien kennen het verhaal zo compleet.'

'Waarom heb je dan een hersenpan nodig?' Vroeg Ginny.

'Omdat ik denk dat je sommige dingen beter zelf kan zien dan ik ooit kan uitleggen.' Was zijn antwoord. Hij zuchtte. 'Oke laat ik maar bij het begin beginnen. De profetie die Sybilla Zwamdrift deed tegen Albus Perkamentus tijdens haar sollicitatiegesprek. De profetie die Marten te pakken wilde krijgen door mij naar de hal der profetieën te lokken. Zoals je weet viel de registratie die het ministerie had kapot. Die avond nadat we terug waren liet hij me de profetie zien. Ik zal je mijn herinnering van die avond zo laten zien.' Hij schonk voor zichzelf een kopje thee in die samen met een hersenpan net binnen was gekomen. Hij riep de herinnering op en deed hem in de hersenpan. 'Zullen we gaan,' zei hij tegen Ginny en samen doken ze de herinnering in.

Ginny en Harry stonden in het kantoor van professor Perkamentus. Vergezeld door een boze 15 jaar oude Harry en een Perkamentus die zijn gezicht in zijn handen begroef. Perkamentus liet zijn handen zakken en keek de 15 jaar oud Harry door zijn halfronde brilletje aan. 'Het is tijd dat je hoort wat ik je eigenlijk vijf jaar geleden al had moeten vertellen.' zei hij. 'Ga zitten, Harry. Ik zal je alles vertellen. Ik vraag alleen een beetje geduld. Als ik uitgesproken ben, mag je alles doen wat je wilt. Ik zal je niet tegenhouden.'

Met een nijdige blik plofte de 15 jarige Harry op de stoel tegenover Perkamentus en wachtte af.

Perkamentus staarde door het raam naar het zonovergoten schoolterrein, keek toen weer naar de 15jarige Harry en zei: 'Vijf jaar geleden arriveerde je voor het eerst op Zweinstein, heelhuids en ongedeerd, precies zoals ik het geplant had. Nou – niet helemaal ongedeerd. Je had geleden. Ik wist dat ik je tot tien zware en moeilijke jaren veroordeelde toen ik je als baby voor de deur van je oom en tante legde.'

Hij zweeg even. Beide Harry's zeiden niks. De van ongeduld de ander in afwachting van wat er komen ging. Ginny keek naar de oude Harry en zei zachtjes. 'Hij wist het en toch stuurde hij je er telkens weer heen.' De ongenoegen in haar stem was duidelijk hoorbaar.

Perkamentus vervolgde zijn verhaal. 'Je zou kunnen vragen – en met reden – waarom dat noodzakelijk was. Waarom werd je niet geadopteerd door een toverfamilie? Veel tovenaars zouden dat graag hebben gedaan, zouden het een eer hebben gevonden om jou als hun eigen zoon op te voeden. Mijn antwoord is dat het mijn eerste prioriteit was om je in leven te houden. Je verkeerde in veel groter gevaar dan ook maar iemand besefte, behalve ik misschien. Voldemort was een paar uur eerder weliswaar verslagen, maar zijn aanhangers – en veel van zijn volgelingen zijn bijna net zo verschrikkelijk als hij – waren nog op vrije voeten, woedend, wanhopig en gewelddadig. En ik moest naar de toekomst kijken. Dacht ik dat Voldemort voorgoed verdwenen was? Nee. Ik wist niet of het tien, twintig of vijftig jaar zou duren, maar op een dag zou hij terugkeren, en omdat ik hem maar al te goed ken, was ik ervan overtuigd dat hij niet zou rusten voor hij je vermoord had.' Ginny hapte naar adem. 'Ik wist dat Voldemorts kennis groter is dan die van enige andere levende tovenaar,' vervolgde Perkamentus. 'Zelfs mijn krachtigste en meest gecompliceerde beschermende spreuken en bezweringen zouden vermoedelijk onvoldoende zijn als hij weer over al zijn vermogens beschikte. Maar ik kende ook zijn zwaktes, en daarop baseerde ik mijn besluit. Je zou beschermd worden door oeroude magie die hij minacht en daarom altijd onderschat heeft – tot zijn eigen schade. Ik doel uiteraard op het feit dat je moeder haar leven heeft opgeofferd. Daardoor heeft ze je een bescherming gegeven die tot op de dag van vandaag door je aderen vloeit en die Voldemort niet verwacht had. Ik besloot te vertrouwen op je moeders bloed en je af te leveren bij haar zuster, de enige familie die ze nog had.'

'Mijn tante houd niet van me, 'zei Harry. 'Ze geeft geen ene –'

'Maar ze heeft je wel in huis genomen, 'viel Perkamentus hem in de rede. Misschien schoorvoetend, woedend, verbitterd en met tegenzin, maar ze nam je in huis en voltooide zo de bewering die ik over je had uitgesproken. Door je moeders offer werd die bloedband het sterkste schild dat ik je kon geven.'

'ik snap nog steeds niet –' Zei de 15jarige Harry.

'Zolang je in het huis waar je moeders bloed woont ook jouw huis kunt noemen, kan Voldemort je daar niet deren. Hij heeft haar bloed vergoten, maar het leeft nog steeds voort in jou en haar zuster. Haar bloed werd jouw toevluchtsoord. Je hoeft er maar één keer per jaar te komen, maar zolang je het je thuis kunt noemen, kan Voldemort je niets doen. Dat weet je tante. In de brief die ik tegelijk met jou voor de deur legde, beschreef ik wat ik gedaan had. Ze weet dat je het misschien vijftien jaar lang overleefd hebt omdat zij jou onderdak heeft geboden.'

'Wacht, 'zei Harry. 'Wacht eens even.' Hij ging overeind zitten en keek Perkamentus aan. 'U hebt die brulbrief gestuurd! U zei dat ze niet moest vergeten – dat was uw stem!'

Perkamentus knikte. 'Het leek me verstandig om haar eraan te herinneren aan het pact dat ze had gesloten door je in huis te nemen. Ik was bang dat ze door de aanval van de Dementors zou gaan inzien hoe gevaarlijk het kon zijn om jou als geadopteerde zoon te hebben.'

'Dat klopt. 'zei Harry. 'Nou – eigenlijk gold het meer voor mijn oom. Hij wilde me eruit gooien, maar toen die brulbrief kwam zei mijn tante – dat ik moest blijven.' Hij staarde even naar de grond en zei toen: maar wat heeft dat te maken met – '

Waarmee wilde je de zin vervolgen, vroeg Ginny aan de oudere Harry. Die 'Sirius' terug fluisterde. Ze knikte begrijpend hij was toen immers nog maar net overleden.

'Vijf jaar geleden,' vervolgde Perkamentus, alsof zijn verhaal niet onderbroken was, 'arriveerde je op Zweinstein. Je was misschien niet zo gelukkig en weldoorvoed als ik graag gezien zou hebben, maar je leefde en was gezond. Je was geen verwend moederskindje, maar wel een normale jongen, zo normaal als ik gezien de omstandigheden kon verwachten. Mijn plan leek te werken. En toen… nou je herinnert je de gebeurtenissen in je eerste jaar op Zweinstein vast net zo goed als ik. Je ging de uitdaging op een magnifieke manier aan en eerder, veel eerder dan ik verwacht had stond je oog in oog met Voldemort. Je overleefde het en deed zelfs meer: je stelde het moment uit waarop hij zijn volledige macht en vermogens terugkreeg. Je vocht als een man. Ik was…. Trotser op je dan ik ooit zou kunnen zeggen. En toch had dat geweldige plan van mij één nadeel. Zelfs toen besefte ik al dat het mijn hele plan zou kunnen ruïneren, maar omdat het zo belangrijk was dat het zou slagen, maakte ik mezelf wijs dat het enige nadeel geen onoverkomelijke hindernis mocht vormen. Ik was de enige die ervoor kon zorgen dat mijn voornemen slaagde, en dus moest ik als enige sterk zijn. Ik werd voor het eerst op de proef gesteld toen jij op de ziekenzaal lag, nog zwak na je strijd met Voldemort.'

'ik begrijp u niet, 'zei Harry.

'Weet je nog dat je vroeg waarom Voldemort je als baby had proberen te doden?'

De jonge Harry knikte.

'Had ik je het moeten vertellen?' vroeg Perkamentus. De jonge Harry keek in de blauwe ogen van Perkamentus en zweeg. 'Zie je het nadeel? Nee… misschien niet. Zoals je weet besloot ik geen antwoord te geven. Elf jaar was nog veels te jong om met die kennis opgezadeld te worden, dacht ik. Ik was nooit van plan geweest het je al op je elfde te vertellen. Toch had ik het destijds al moeten onderkennen. Ik had mezelf toen al moeten afvragen waarom het me niet veel meer verontrustte dat je toen al de vraag stelde waarop ik ooit zo'n verschrikkelijk antwoord zou moeten geven. Ik had moeten beseffen dat ik veels te blij was dat je het antwoord die dag nog niet hoefde te horen… Je was jong, Veels te jong. Je tweede jaar op Zweinstein brak aan. En opnieuw nam je uitdagingen aan waar veel volwassen tovenaars voor zouden zijn teruggeschrokken; opnieuw bracht je het er beter van af dan ik ooit had kunnen dromen. Je vroeg me opnieuw waarom Voldemort dat teken had achtergelaten. We spraken wel over je litteken… We kwamen heel dicht bij het cruciale onderwerp. Waarom vertelde ik het toen niet? Nou wanneer je het op je twaalfde zoiets te horen krijgt, is dat eigenlijk niet net zoiets als op je elfde. Ik liet je gaan, bebloed, uitgeput maar opgetogen, en onderdrukte mijn gevoelens van onbehagen. Je was te jong, en ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om die avond van triomf te bederven… Snap je het nu, Harry? Zie je het nadeel van mijn briljante plan? Ik was met open ogen in de val gelopen die ik had willen vermijden, die ik had móéten vermijden.'

'Ik begrijp het niet – '

'Je was te belangrijk voor mij,' zei Perkamentus. 'Je geluk was belangrijker voor mij dan het feit of je de waarheid kende, je gemoedsrust belangrijker dan mijn plan, je leven dan de levens die misschien verloren zouden gaan als het plan mislukte. Met ander woorden ik gedroeg me die avond precies zoals Voldemort verwachtte van dwazen die kunnen liefhebben. Is er een excuus? Ik weet zeker dat iedereen die je gevolgd zou hebben als ik – en ik heb je aandachtiger gevolgd dan je ooit zou kunnen voorstellen – je niet nóg meer pijn had willen doen. Wat kon het mij schelen of er in de vage toekomst misschien vele naamloze, anonieme mensen en wezens werden afgeslacht, als jij nu maar gezond en gelukkig was? Ik had nooit kunnen denken dat ik ooit zo iemand onder mijn hoede zou hebben. Je derde schooljaar brak aan. Ik zag van een afstand hoe je Dementors afweerde, hoe je Sirius vond en redde. Had ik het toen moeten vertellen, op het moment dat je je peetvader had weggegrist uit de klauwen van het ministerie? Je was nu dertien en mijn uitvluchten begonnen op te raken. Dertien was jong, maar je had bewezen dat je uitzonderlijk was. Ik kreeg last van mijn geweten, Harry. Ik wist dat het niet lang meer kon duren… Vorig jaar keerde je terug uit het doolhof, nadat je Carlo Kannewasser had zien sterven en zelf ternauwernood aan de dood was ontsnapt… en ik vertelde het nog steeds niet, al wist ik dat ik het niet lang meer kon uitstellen nu Voldemort was teruggekeerd. En nu, vanavond, weet ik dat je de kennis die ik al die tijd verborgen heb gehouden al langer had aangekund. Je hebt bewezen dat ik je veel eerder op de hoogte had moeten brengen. Mijn enige excuus is dit: ik heb je zien worstelen met meer lasten dan enige andere leerling van deze school, en ik kon mezelf er niet toe brengen er nog een last aan toe te voegen – de zwaarste van allemaal.'

De jonge Harry bleef stil, De oudere zei tegen Ginny: 'na deze herinnering zal ik je alles over die jaren vertellen.' Toen duidelijk werd dat Perkementus zijn verhaal niet verder vervolgde zei de jongere Harry. 'Ik begrijp het nog steeds niet'

'Voldemort probeerde je als baby te vermoorden vanwege een voorspelling die kort voor je geboorte was gedaan.' Ginny hapte naar adem. 'Hij wist van het bestaan van de profetie maar niet wat deze precies inhield. Hij dacht dat hij hem in vervulling liet gaan door je te doden, maar kwam tot zijn schade erachter dat hij zich vergiste, want zijn vervloeking kaatste terug. En daarom was hij, sinds zijn terugkeer in zijn eigen lichaam en vooral sinds je miraculeuze ontsnapping vorig jaar Juni, vastbesloten om de hele profetie te horen. Dat is het wapen dat hij zo ijverig zocht: hij wilde weten hoe hij je moest vernietigen.'

Even was de jonge Harry stil en leek hij de omgeving in zich op te nemen. Toen zei hij: 'De profetie is kapot. Ik probeerde Marcel omhoog te hijsen in de – de kamer met de boog, en toen scheurde zijn gewaad en viel hij stuk…'

'De bol die aan scherven viel was de registratie van de profetie, die bewaard werd in het departement van mystificatie. Maar de profetie is aan iemand gedaan, en de persoon die hem gehoord heeft kan hem nog haarscherp herinneren.'

'Wie dan? 'vroeg de jonge Harry.

'Ik.' Zei Perkamentus. 'Zestien jaar geleden, op een koude, natte avond, sprak ik in een kamer boven de Zweinskop met iemand die lerares Waarzeggerij wilde worden. Ik voelde er eigenlijk veel voor om het hele vak te schrappen, maar de sollicitante was de achter achterkleindochter van een beroemd en begaafd zieneres en het leek me niet meer dan beleefd om haar te spreken. Het werd een teleurstelling. Ze had geen spoortje van de gave. Ik zei – beleefd, hoop ik – dat ze me geen geschikte kandidate leek en wilde weggaan.'

Perkamentus stond op en liep naar de zwarte kast naast de stok van Felix. Hij bukte zich, schoof een knip weg en pakte de ondiepe met runen versierde kom waarin Harry zijn vader Sneep had zien treiteren. Perkamentus zette de hersenpan op zijn bureau en legde zijn toverstok tegen zijn slaap. Met zijn stok trok hij een zilverachtige ragfijne draden uit zijn hoofd en legde die in de kom. Waarna hij weer ging zitten en keek naar de inhoud van de pan. Toen hief hij zuchtend zijn toverstok op en prikte met de punt in de zilverachtige substantie. Uit de kom rees een gedaante op, behangen met omslagdoeken en met ogen die enorm vergroot werden door haar bril. Met haar voeten in de kom draaide ze langzaam rond, maar toen Sybilla Zwamdrift sprak was dat niet op haar gebruikelijke mystieke, zweverige toon, maar met een raspende keelstem die Harry haar maar bij één andere gelegenheid had horen gebruiken. 'Hij die de macht heeft om de Heer van de Duister te overwinnen nadert... het kind van hen die hem driemaal hebben getrotseerd, geboren aan het eind van de zevende maand… de Heer van de Duister zal hem aanmerken als zijn gelijke, maar hij zal een kracht bezitten die de Heer van de Duister niet kent… en een van de twee moet sterven door toedoen van de ander, want de een kan niet voortleven als de ander niet dood is… hij die de macht heeft om de Heer van de Duister te overwinnen wordt geboren aan het eind van de zevende maand…' De langzaam ronddraaiende gestalte van professor Zwamdrift zonk weer weg in de zilveren massa.

Er heerste een doodste stilte, niemand zei iets tot de jonge Harry ten slotte vroeg. 'Professor Perkamentus? Even zweeg hij. 'Het betekende dat… wat betekent het?' Vroeg Harry onzeker.

'het betekent,' zei Perkamentus, 'dat het ook iemand anders had kunnen zijn. De profetie van Sybilla had op twee tovenaarskinderen kunnen slaan. Ze werden dat jaar allebei eind Juli geboren, hun ouders behoorden tot de orde van de Feniks en beide ouderparen waren drie keer ternauwernood aan Voldemort ontsnapt. De ene jongen was jij. De andere was Marcel Lubbermans.' Ginny hapte voor de derde keer naar adem.

'Maar dan… maar… waarom stond mijn naam dan op de profetie en niet die van Marcel?' Stamelde de jongere Harry.

'De officiële registratie kreeg een nieuw label na Voldemorts eerste poging om je te doden,' zei Perkamentus. 'Het leek de bewaarder van de hal der profetieën duidelijk dat Voldemorts aanslag alleen maar kon betekenen dat Sybilla jou bedoelt had.'

'Maar het zou kunnen dat ik het níét was?' zei Harry.

'Ik ben bang,' zei Perkamentus alsof ieder woord hem grote moeite kostte, 'dat er geen enkele twijfel bestaat dat jij het bent, Harry.'

'Maar u zei – Marcel is ook eind Juli jarig – en zijn ouders –'

'Je vergeet het volgende deel van de profetie, de laatste kenmerkende eigenschap van de jongen die Voldemort zou kunnen verslaan… Voldemort zelf zou hem aanmerken als zijn gelijke. En dat deed hij ook, Harry. Hij koos jou, en niet Marcel. Hij gaf jou het litteken dat zowel een zegen als een vloek voor je is geweest.'

'Maar misschien koos hij de verkeerde!' zei Harry. 'Misschien heeft hij de verkeerde gemerkt!'

'Hij koos de jongen die naar zijn idee de grootste bedreiging zou vormen,' zei Perkamentus. 'En dan nog iets, Harry: hij koos niet het kind van bloedzuivere ouders – volgens zijn opvattingen de enige volwaardige tovenaars – maar een halfbloed, zoals hij zelf ook was. Hij herkende zichzelf in jou voor hij je ooit gezien had, en door je te merken met dat litteken doodde hij je niet, maar schonk hij je een toekomst en vermogens waardoor je tot nu toe vier keer aan hem ontsnapt bent – iets wat jouw ouders noch die van Marcel ooit gepresteerd hebben.'

'Maar waarom? Waarom probeerde hij me te vermoorden toen ik klein was? Hij had moeten afwachten wie gevaarlijker leek toen we ouder waren, Marcel of ik –'

'Dat zou inderdaad praktischer zijn geweest,' zei Perkamentus. 'Maar Voldemort kende niet de hele profetie. De Zweinskop die Sybilla had gekozen omdat het er goedkoop was, trekt al lang een, laten we zeggen gevarieerdere clientèle dan de drie bezemstelen. Zoals jij en je vrienden tot jullie schade ondervonden, en ik die avond ook, kun je er in de Zweinskop nooit van uitgaan dat je niet afgeluisterd wordt. Toen ik op weg ging naar mijn gesprek met Sybilla Zwamdrift, had ik uiteraard niet het idee dat ik iets zou horen dat het afluisteren waard was. Mijn – onze – enige meevaller was dat de luistervink ontdekt werd toen de profetie net was begonnen, en onmiddellijk de kroeg uit werd gegooid.'

'Dus hij hoorde alleen - ?'

'Hij hoorde het begin waarin werd aangekondigd dat in Juli een jongen geboren zou worden wiens ouders Voldemort drie keer hadden getrotseerd. Daarom kon onze spion zijn meester er niet voor waarschuwen dat hij het gevaar liep zijn macht aan jou over te dragen en hem te merken als zijn gelijke als hij je probeerde te doden. Voldemort wist niet dat het riskant kon zijn om je te vermoorden, dat het misschien verstandiger zou zijn om af te wachten en meer te weten te komen. Hij wist niet dat jij een kracht zal bezitten die de Heer van de Duister niet kent…'

'Maar die kracht bezit ik niet!' zei Harry gesmoord. 'Ik heb geen krachten die hij niet heeft! Ik kan niet vechten zoals hij vannacht deed, ik kan geen bezit nemen van mensen of – of ze doden –'

'Op het Department van Mystificatie is één deur altijd op slot. Die kamer bevat een kracht die zowel sterker is als vreselijker is dan de dood, dan de menselijke intelligentie en alle natuurkrachten bij elkaar. Het is misschien de meest mysterieuze kracht die daar bestudeerd wordt. Jij bezit hem in overvloed, en Voldemort helemaal niet. Die kracht dreef je ertoe Sirius te gaan helpen, en redde je toen Voldemort bezit van je nam. Hij kon het niet verdragen om in een lichaam te huizen wat zo doortrokken was van iets wat hij zo verafschuwt. Uiteindelijk maakte het niet uit dat je je geest niet kon afsluiten wat je redde was je hart.'

Harry sloot zijn ogen. En even later vroeg hij: 'Het einde van de profetie… iets over… wat de een kan niet voortleven… '

'als de ander niet dood is, 'zei Perkamentus.

'Betekent dat,' zei Harry. 'Betekent dat… dat een van ons uiteindelijk… de ander moet doden?' Vroeg de jonge Harry.

'Ja,' zei Perkamentus.

Er viel een stilte. Ginny vroeg toen, 'kunnen we terug gaan.'

'Tenzij je wilt weten waarom ik nooit klassenoudste geworden ben kunnen we inderdaad net zo goed gaan.'

Eenmaal terug in de zitkamer bood Harry Ginny een kopje thee aan. 'Wil je nu er wel wat in hebben?' Vroeg Harry.

Even was ze stil, waarna ze zei. 'Ja 2 klontjes suiker graag.'

Ginny en Harry dronken hun thee in stilte op. Harry verbaasde zich erover hoe weinig tijd er eigenlijk voorbij was gegaan terwijl ze in de hersenpan waren. Zijn thee was niet eens koud geworden. Toen de thee op was vroeg Harry. 'Heb je verder nog vragen?'

Ginny die ondertussen de ergste schok verwerkt had zei met een poeslieve glimlach: 'Een paar. Wat is er allemaal gebeurt op school met jou gebeurt waar ik geen weet van heb? En wat heb je afgelopen jaar in allemaal gedaan terwijl ik vast zat op Zweinstein en bij tante Muriel.'

Harry's hart versnelde toen hij de glimlach van Ginny zag gecombineerd met haar vurige ogen. 'Ik zal wel beginnen bij Zweinstein. Mijn eerste jaar. De steen der wijzen van Nicolas Flame werd bijna gestolen uit Goudgrijp door de toenmalige professor Krinkel. De steen werd door Hagrid verplaatst naar Zweinstein waar het verborgen werd achter een serie van uitdagingen. De eerste was Pluisje een driekoppige hond die in slaap valt zodra hij muziek hoort. Als je door het luik ging dat hij bewaakte landde je op een duivelsstrik. De derde uitdaging was een betoverde sleutel zien te vinden tussen duizenden andere vliegende sleutels. De vierde was professor Anderlings reuzenschaakspel. Daarna lag een trol die Krinkel gelukkig al bewusteloos had gemaakt. De op een na laatste uitdaging was een raadsel waarbij de verkeerde uitkomst een dodelijk drankje van Sneep was. En als laatste was er de spiegel van Neregeb waar de steen in zat die je alleen kon vinden als je de steen wel wilde vinden maar niet gebruiken. Daar kwam ik Krinkel tegen die Voldemort uit zijn achterhoofd bleek te groeien. Voldemort werd op krachten gehouden door het bloed dat hij dronk van de eenhoorns uit het verboden bos. Hij viel mij aan maar kon mijn aanraking niet verdragen dus hield ik mijn handen in het gezicht van Krinkel. Tot ik flauwviel en gelukkig Perkamentus eraan kwam. Oh en dat bloed van eenhoorns drinken heb ik hem zien doen toen ik moest nablijven bij Hagrid in het verboden bos omdat ik hem geholpen had zijn draak naar Charlie te smokkelen. Ik neem aan dat je gehoord hebt hoe Ron en ik bevriend zijn geraakt met Hermelien. En dat ik tijdens mijn eerste Zwerkbalwedstrijd de snaai inslikte terwijl ik bijna van een door Krinkel behekste bezem viel terwijl Sneep mij probeerde te redden. Dat was denk ik de hoogtepunten van mijn eerste jaar.'

Ginny's mond viel open. 'Dat was je eerste jaar. En je had gelijk over die trol, je eerste wedstrijd en het nablijven. En nu weet ik ook wanneer Ron dat schaakspel verslagen heeft en waarom het zo goed was dat Hermelien mee was.' Zei ze uiteindelijk. 'Wat ga je me vertellen over het tweede jaar dat ik niet weet?' Vroeg Ginny erna.

'Mijn tweede jaar.' Zuchtte Harry. 'Ik denk daar begin met mijn verhaal een paar dagen voor jouw broers hun reddingsactie. Mijn verjaardag en de dag dat ik Dobby voor het eerst ontmoette. De avond van mijn 12de verjaardag zat ik op mijn kamer en moest ik doen of ik niet bestond omdat de Duffelingen bezoek hadden van een belangrijk man van oom Hermans werk. Toen ik die avond op mijn kamer kwam ontmoette ik Dobby voor het eerst. Hij zei dat voor mijn eigen veiligheid ik niet terug naar school moest gaan. Hij hoopte dat ik niet terug naar school wilde als ik geen brieven ontving van mijn vrienden. Vandaar ook dat ik toen niet op de brieven van Ron reageerde. Toen bleek dat mij dat niet overgehaald had ging Dobby naar de woonkamer toe en gebruikte een zweefspreuk om het te laten lijken alsof ik taart die mijn tante als toetje had gemaakt op het hoofd van het bezoek laten vallen. Uiteraard kreeg ik daarvan de schuld en kreeg ik een waarschuwing van het ministerie. De dagen erna werd ik opgesloten in mijn kamer, tralies voor mijn ramen gemaakt en het enige eten dat ik kreeg kwam door het kattenluikje. Ik was dus ook erg gelukkig dat je broers mij kwamen halen. Ze haalden zelfs mijn hutkoffer op die ze in de bezemkast hadden weggesloten. Daarna sloot Dobby de poort naar perron 9¾. Toen duidelijk was dat we de trein hadden gemist, dachten we eerst eraan om bij de auto te wachten. Een vliegende auto, waarom zouden we wachten we vliegen gewoon achter de trein aan, dachten we. Dat ging goed tot het laatste stuk en daar vlogen Ron en Ik met de auto de beukwilg in. We waren zo blij dat we het overleefd hadden dat we niet eens nadachten over de straf. Dobby was trouwens ook verantwoordelijk voor die betoverde beuker. Misschien vind je interessant om te weten dat het enige dat ik in het dagboek gezien heb is de avond dat Marten Hagrid verraadde en beweerde dat hij de kamer opende. Wij zijn toen naar Hagrid gegaan en die avond werd hij naar Azkaban gebracht. Vanwege dat hij de vorige keer de verdachte was. Het enige wat hij tegen ons kon zeggen was: Volg de spinnen. De dag dat Hermelien versteent werd zei ze 'oh, ik moet even naar de bieb.' Ze had gevonden wat voor beest in de kamer leefde. Wij niet en hadden het briefje dat in haar hand zat gekreukeld ook niet gezien. Die nacht zijn we de spinnen gevolgd. Je weet die gigantische spinnen van wie ik er één in het doolhof tijdens het toverschool toernooi tegenkwam. De eerste daarvan bleek binnengesmokkeld door Hagrid, hij schijnt hem zelfs een vriendin bezorgt te hebben. Wij zo naar hun nest gegaan. En dankzij de Ford Angelica die wild geworden was zijn we er weer levend uit gekomen. Dankzij Jammerende Jenny wisten we waar de ingang van de geheime kamer was en dankzij Hermelien wisten we wat voor wezen er leefde. Dus toen jij meegenomen was naar de kamer, hebben Ron en ik professor Smalhart gedwongen met ons mee te gaan. Onderweg probeerde hij ons geheugen te wissen met Rons gebroken toverstaf. De vloek kaatste terug en je weet wat er van hem geworden is. Omdat ik professor Perkamentus verdedigde tegen Marten kwam Felix met de sorteerhoed te hulp. Felix blindeerde de Basilisk en ik versloeg hem met het zwaard van Griffoendor dat ik uit de sorteerhoed kreeg. Helaas kreeg ik een tand van de basilisk in mijn arm. Met mijn laatste kracht trok ik hem uit mijn arm en stak hem in het dagboek. Terwijl jij langzaam wakker werd heelde Felix mijn arm met zijn tranen. Oh en ik gaf het dagboek aan de vader van Malfidus met een sok erin. Hij gaf het dagboek aan Dobby en zo heb ik hem bevrijd. Dat was wel de gevaarlijke stunt uit mijn tweede jaar.'

'Meester Harry, Meesteres Ginny blijft u eten?' Vroeg Eva die net binnengelopen was.

Harry keek naar het horloge dat hij van mevrouw Wemel had gekregen en zei ,'ik denk dat nog net op tijd zijn voor het eten in de grote hal van Zweinstein. Meneer en mevrouw Wemel zullen wel erg ongerust zijn als we daar niet verschijnen. Hopelijk de volgende keer Eva. Ik roep jullie wel als ik jullie nodig heb.' Zei Harry ten slotte. Hij deed de deur naar de hal open en liep deze samen met Ginny in. 'Eh weet jij nog de weg naar buiten,' vroeg Harry voorzichtig.

Ginny begon te lachen. 'En zei Het lijkt erop alsof je Eva nu al weer nodig hebt.'

Eva had klaarblijkelijk haar naam gehoord want ze stond alweer naast hem en vroeg: 'Zal Eva u naar buiten begeleiden Meester Harry, Meesteres Ginny?'

'Ja graag,' zei Ginny vriendelijk. Terwijl Harry een stuk minder vrolijk keek. Eenmaal buiten liepen ze het terrein af. 'Eigenlijk wel jammer dat we geen tijd meer hadden voor die rondleiding, het terrein lijkt me groot genoeg voor zijn eigen zwerkbalveld.' Zei Ginny terwijl ze naar de poort toe liepen. Buiten de poort verdwijnselde Harry en Ginny naar de poort van Zweinstein en haastte zich over het terrein om op tijd in de grote zaal te zijn. Er waren nog net twee plaatsen over. Zowel Harry als Ginny leken te balen dat ze nu zover van elkaar vandaan moesten zitten. Ginny ging naast haar moeder zitten en begon een gesprek met haar over wat ze die middag gedaan had. Harry aan de andere kant van de tafel kwam naast Ron en George te zitten. Die in een uitgebreid gesprek over de topfopshop bezig waren.

Toen Harry naast George kwam zitten zei hij met een wink. 'Ha beste geldschieter, hoe was je middag met ons kleine zusje.'

Rons oren werden rood en Harry vond die brandplek op de tafel plotseling heel interessant, terwijl hij mompelde: 'Goed.'

'Als het niet goed was dan had je nu waarschijnlijk last van vleermuizen. Dus vertel op hoe ging het?' Zei George vrolijk

'Beter dan dat afspraakje met Cho,' zei Harry tegen Ron.

Ron moest lachen, en zei 'ja maar veel slechter dan met haar kan het ook niet gaan.'

'Je vind het niet erg,' zei Harry verbaasd.

'Zoals ik in de 6de al zei beter jij dan een ander. En sorry trouwens voor van de zomer. Ik dacht dat jij begonnen was en dat vond ik niet kunnen. Eerst het uitmaken en dan later weer met haar staan te zoenen.'

'Ik zoende haar niet, zij begon. Ze zei toen als herinnering voor als je weg bent.' Verdedigde Harry zich.

'Aaaah, gaan we nou te horen krijgen hoe jullie bij elkaar gekomen zijn?' Plaagde George.

'Dat kun je aan heel Griffoendor vragen die toen op school was. Niet te missen een aanvoerder van het zwerkbalteam die de leerlingenkamer binnenkomt na winst van de beker en dan gelijk zijn vervangende zoeker op de bek neemt.' Zei Ron met een grijns.

Harry werd zo rood als een tomaat, terwijl George hem op de schouder klopt en zegt. 'Goed gedaan broertje.'

'Trouwens Ron hoe gaat het nou met jou en Hermelien?' Zei Harry als afleiding.

Rons oren die net weer normaal waren kleurde weer rood. En terwijl hij naar een punt in de verte staarde zei hij, 'we hebben geen ruzies meer gehad.'

'Dat is genoeg reden voor een feestje in de leerlingenkamer, zou ik zeggen.' Zei George. Die de rest van de maaltijd doorging over wat daarvoor allemaal gedaan moest worden. Terwijl Harry en Ron rustig dooraten.

Na het eten ging Harry naar de slaapzaal en riep "Knijster."

'Meester Harry, hoe kan ik u van dienst zijn.' Zei de elf.

'Twee dingen, ten eerste morgen vertrek ik naar het nest met de Wemels, kun je ervoor zorgen dat mijn spullen daar ook zijn? Ten tweede hoe gaat het met Trijntje?'

'Zal ik voor zorgen meester Harry. Met Trijntje gaat het goed meester Harry, Trijntje was alleen nog eenzamer dan Knijster en verwelkomd graag elk gezelschap.'

'Dat is goed om te horen, ik denk dat ik morgen aan het eind van de ochtend naar haar toe ga en dan zal ik eens kijken voor een betere verdeling. Het huis waar ik vanmiddag was had vier huiselfen en dat kan makkelijk door minder huiselfen bijgehouden worden.'

'Dank u meester Harry. Heeft Knijster uw toestemming om haar dit goede nieuws te brengen.'

'Ga maar Knijster,' zei Harry vriendelijk.

Daarna ging hij weer terug naar de leerlingen kamer waar hij keek hoe Hermelien en Ron een spelletje toverschaak aan het spelen waren. En zo vloog alweer een vredige avond voorbij.