D7 - Quint Moon POV

Ik stop de laatste paar bessen in mijn mond en stop de rest in de oude verkleurde zwarte tas die ik naast me heb liggen. Ik doe er ook nog het beetje konijn dat ik nog heb erin samen met een paar zelfgemaakte messen. Één mes steek ik tussen mijn riem en broek, gewoon voor de zekerheid. Ik wil niet gezien worden als ik het hek over klim. Het mag dan wel midden in de nacht zijn, vredebewakers lopen overal.

Ik verstop de verkleurde tas in een holle boom en begin mijn weg naar het hek. Ernaartoe zet ik alvast strikken voor morgen. De dieren die ik zie lopen laat ik nu met rust. Ik heb genoeg aan mijn strikken en ik kan niet met een dood konijn in mijn hand over het hek klimmen. Verdomde boete. Weer even in district zeven zijn is wel het laatste wat ik wil. Ik leef nu al bijna twee jaar in het bos en kom alleen maar weer naar district zeven voor de boete. Ik heb geen andere keus dan op te komen dagen.

Even later ben ik bij het hek en de boom die ik altijd gebruik. Behendig klim ik tak voor tak omhoog. Deze boom is sterk genoeg om mij te kunnen houden.

Ik klim van de tak van deze boom op die van een andere tak van een andere boom aan de andere kant van het hek. Ik zorg ervoor dat ik amper geluid maak. Jaren van jagen heeft ervoor gezorgd dat ik me kan voortbewegen zonder geluid te maken. Voorzichtig klim ik naar beneden en sta na een paar minuten weer met beide benen op de grond. Ik zucht en ga met mijn hand door mijn zwarte haar. Ik luister of ik iemand in de buurt hoor, maar na een paar minuten van doodse stilte weet ik dat de kust veilig is en dat niemand me heeft gezien of gehoord.

Ik begin mijn weg naar het plein en ga verscholen in een zijstraatje staan. Niet veel later begint de zon een beetje op te komen en beginnen er vogels te zingen. Ergens in de buurt hoor ik iemand de luiken open doen en al snel ruik ik versgebakken brood. De bakker is al wakker, wat betekent dat de straten snel gevuld zullen zijn met mensen. Ik kan me niet eens meer heugen wanneer ik voor het laatst brood heb gegeten. Desondanks dat heb ik geen honger. Mijn maag is goed gevuld, dankzij het goedgevulde bos.

Ik blijf in het zijstraatje staan terwijl ik zie hoe mensen langzaam wakker worden en met hun bezigheden beginnen. Het is minder druk dan normaal. De meeste families met kinderen wachten thuis tot het tijd is om naar het plein te gaan.

Niet veel later verschijnen ook die families en weet ik dat het bijna zover is. Kinderen kunnen zich al inschrijven en ik ga in de rij staan. Ik spring er niet tussenuit, simpelweg omdat ik me vannacht heb gewassen in een helder beekje dat door het bos loopt. Als ik dat niet zou hebben gedaan zou ik er tussenuit springen en zouden mensen misschien wel denken dat ik me helemaal niet zou hoeven inschrijven. Ik zie er dan veel ouder uit. Ik ben pas veertien, maar als ik vies van het bos ben in mijn simpele oude kleren lijk ik wel ouder dan achttien. Door het leven in het bos ben ik gespierd en heb ik een gebruinde huid. Mijn handen zijn ruw van het werk dat ik verzet en door alles wat ik meegemaakt en gezien heb ben ik meer volwassen dan andere.

Nu, doordat ik schoon en gewassen ben, kun je nog zien dat mijn gezicht nog moet veranderen.

Zodra ik me heb ingeschreven ga ik in het vak van de veertienjarige jongens staan. Iedereen laat me met rust, en zo heb ik het het liefst.


D7 - Kahlo Topaz POV

Ik ben verrast als ik zie dat de zwartharige jongen in de boom klimt. Ik heb hem vaker in het bos gezien, maar wist niet dat hij moest opdagen bij de boete. Hij woont immers niet in een opvangtehuis, zoals ik dat wel doe.

Ik blijf in de schaduwen en kijk nieuwsgierig hoe hij soepel van de ene boom naar de andere klimt. Ik snap niet waarom hij naar de boete moet. Voor zover ik weet woont hij in het bos, want dat is de enige plek waar ik hem ooit heb gezien. Het liefst zou ik hier ook wonen. Nachtelijke bezoekjes zijn niet genoeg. In het bos is het heerlijk stil en zit niemand op je te vitten. Er is genoeg voedsel om rond te komen. Toch loop ik niet weg. Ik weet dat de vredebewakers me zo te pakken zouden hebben.

Als ik de jongen zie weglopen, loop ik zelf naar de boom en klim over het hek heen. Ik hoef niet te luisteren of iemand me heeft gezien of gehoord. Er is niemand achter de jongen aangegaan, dus zal ik ook wel onopgemerkt blijven. En dat blijf ik gelukkig ook.

Door zijstraatjes kom ik uiteindelijk bij het opvangtehuis aan zonder dat iemand me heeft gezien. Ik glip naar binnen en loop op mijn tenen naar de zaal waar mijn bed staat. De meisjes die ook op deze zaal liggen zijn in een diepe slaap verzonken. De enige die me ik naar me voel staren is kleine Mia, het tienjarige meisje dat een paar bedden verderop slaapt. Nou ja, slaapt... Mia slaapt erg weinig. Ik denk dat ze bang is in het donker. Overdag zie ik haar meestal in een hoekje slapen, in plaats van dat ze in de nacht slaapt.

Als ik onder de ruwe deken lig en naar Mia kijk, kijkt ze me recht aan. Ik houdt een vinger bij mijn lippen en kijk haar doordringend aan. Ze doet mijn gebaar na en draait zich daarna om. Gerustgesteld val ik in slaap.


In de ochtend worden we ruw wakker gemaakt en worden iedereen één voor één in een watertobbe schoon geschrobd. Wanneer ik aan de beurt ben is het water zo zwart dat ik er alleen maar viezer van kan worden. Ik zeg niks en doe wat er van me wordt verwacht.

Voor de verandering krijg ik redelijk schone kleding aan en krijgt iedereen een extra lepel soep. Met mijn kommetje ga ik in een hoekje zitten en eet het langzaam op. Ik ben niet zo hongerig als de meeste kinderen en vermeid zo eerste graad verbrandingen met warm eten. Niemand gaat bij mij zitten, maar dat valt te verwachten. Ik heb geen vrienden en vind dat best. Ik houd van de stilte.

Zodra het tijd is gaan we naar het plein waar de boete plaats zal vinden. Ik schrijf me in en ga in het vak van de zestienjarige meisjes staan. De burgemeester komt op en ratelt het verdrag van verraad met monotone stem op. Ik onderdruk talloze gapen. Door het bos wandelen vergt veel energie. Ik hoor de naam van de meisjestribuut ook niet als de begeleidster het podium op is geklommen, totdat ze het een paar keer herhaalt.

"Wil Kahlo Topaz naar voren komen? KAHLO TOPAZ?" zegt ze hard in de microfoon. Dan pas dringt het tot mij door dat ik Kahlo Topaz ben en dat ik naar voren moet komen.

Met een blank gezicht doe ik wat ik moet doen en geef de begeleidster een hand als ik op het podium sta. Ze graait daarna in de jongensbol en haalt daar een papiertje uit.

"Quint Moon."

Ik zie wat beweging in het vak van de veertienjarige en even later klimt de jongen met het zwarte haar het podium op. De jongen van het bos. De jongen die ik vannacht over het hek heb zien klimmen.


In het gerechtsgebouw komt er niemand om van mij afscheid te nemen, maar dat was te verwachten. Vrienden en familie heb ik toch niet en het opvangtehuis is mij beter kwijt dat rijk.


D7 - Quint Moon POV

In het gerechtsgebouw komt niemand afscheid nemen, maar ik heb ook geen familie en vrienden. Op de zachte bank denk ik na over wat er zal komen. Mijn districtspartner ziet er sterk en gezond uit, heel anders dan de meeste meiden van haar leeftijd. Ik ga me bij niemand aansluiten, maar het is handig om te weten wie je concurrenten zijn.


D8 - Ilon Guin POV

"Liefje! Liefje, je moet wakker worden!" zingt mijn moeder in mijn oor. Ik kreun en draai me om, maar daar wil ze niks van weten.

"Kom op, Ilon! Je kunt niet te laat komen voor de boete!" Ik kreun alleen maar nog meer en mompel iets onfatsoenlijks. Ik hoor mijn moeder zuchten en weer mijn kamer uitlopen. Ik grijns en trek de deken wat beter over mijn heen.

Nog even.

De tweede keer word ik wakker gemaakt door mijn zus, Yuo. Die is minder geduldig dan mijn moeder en rukt dus gelijk mijn deken van me af.

"Hé!" roep ik verontwaardigd. Triomfantelijk staat ze naast mijn bed met mijn deken in haar hand.

"Dan moet je maar luisteren, broertje. De volgende keer kan ik ook gewoon koud water over je heen gooien." Ik grom weer iets onvriendelijks, maar kom wel mijn bed uit. Geïrriteerd ruk ik de deken uit haar kleine perfect verzorgde handen. Ik weet dat Yuo niet alleen maar dreigt.

"Zie je, zo moeilijk was dat niet. Je moet opschieten. Het bad is al voor je klaar gezet," zegt ze en ze loopt mijn kamer uit. Ik gooi mijn deken op het bed en loop naar mijn kledingkast. Speciaal voor vandaag heeft mijn moeder de beste en nieuwste kleding voor me gekocht, helemaal vanuit het Capitool. Dat je vader de burgemeester van district acht is heeft zo zijn voordelen.

Op een slakkentempo slof ik naar de badkamer en sluit de deur achter me. Het bad is gevuld met heerlijk warm water en er drijven rozen blaadjes in. De geur ervan vult de hele badkamer.

Even later lig ik lekker in het bad met mijn ogen dicht. Ik kom er pas uit als mijn moeder al vijf keer heeft gezegd dat ik wat moet eten. Ik kom uit het bad, droog me af en kleed me aan. Ik doe een hand door mijn ietwat lange bruine haar en poets mijn tanden goed schoon.

Uiteindelijk ben ik klaar en verschijn ik beneden in de eetkamer. Mijn moeder heeft een enorm ontbijt klaargezet en Yuo zit al te eten. Mijn vader zal vast al naar het plein zijn vertrokken om te kijken hoe het verloopt. In stilte eet ik een paar broodjes en drink ik mijn warme chocolademelk op. Terwijl Yuo me bestudeerd eet ze een appel.

Na een tijdje kan ik er niet meer tegen.

"Wat?" vraag ik haar geïrriteerd met een stukje brood in mijn mond.

"Weet je, pap vind dat je moet trouwen," zegt ze grijnzend. Ik trek een gezicht en leg mijn half opgegeten broodje neer.

"Waarom moet jij niet eerst? Jij bent ouder," zeg ik nors.

Ze haalt enkel haar schouders op. "Jij bent zijn zoon. Jij moet hem straks opvolgen."

Ik zucht en heb opeens geen trek meer in mijn ontbijt.

Als het tijd is gaan we naar het plein en schrijf ik me in, zo weinig mogelijk. Ik zal wel niet gekozen worden. De kans is klein dat ze zoon van de burgemeester naar de Hongerspelen moet.

Op weg naar het vak van de zeventienjarige jongens duw ik de jongere jongens opzij. Als er eentje op zijn bek gaat, kijk ik hem minachtend aan en loop verder naar een paar vrienden van me.

Als mijn vader het podium op komt en het Verdrag van Verraad opratelt begin ik me te verveling. Ik baan me een weg naar de rand van dit vak dat aan het vak van de zeventienjarige meiden grenst. Een paar giechelende meiden zien me aankomen en beginnen dom te grijnzen. Op mijn beurt lach ik ook naar ze, wat ervoor zorgt dat de meeste rood aanlopen.

"Goedemorgen meiden," zegt ik met een diepe stem.

"Goedemorgen Ilon," zegt het meisje dat het dichts bij mij staat in een verleidelijke stem. Ik leun op de afscheiding van de twee vakken en begin een stukje haar van het meisje rond te draaien om mijn vinger. Ik heb haar vaker gezien. Wat haar naam is, weet ik echt niet. Wat ik wel weet, is dat ze er goed uitziet en dat ik niet veel moeite hoef te doen om te krijgen wat ik wil van haar.

"Zenuwachtig voor de boete?" fluister ik in haar oor.

Er gaat een rilling door haar heen en ze bijt op haar lip. Haar hoofd word nog roder.

"Een beetje," zegt ze onvast. Zachtjes til ik kin op met een vinger zodat ze me recht aankijkt.

"Dat is nergens voor nodig. Niemand zou zo'n mooi meisje als jij naar de Hongerspelen sturen." Ik negeer de jaloerse blikken die de andere meiden dit meisje toewerpen en grijns inwendig.

Meisjes zijn als was in mijn handen.


D8 - Jade Lammourgy POV

Ik word wakker zodra de eerste lichtstralen door de viezige ruit naar binnen komen vallen. Mijn deken heb ik in mijn slaap weggetrapt en mijn kussen weggegooid. Ik kan ook nooit slapen zonder niet te bewegen.

Ik gaap een paar keer luid en kom langzaam mijn bed uit. Op blote voeten op de houten vloer loop ik in mijn versleten nachtjapon naar de woonkamer. Niemand is nog wakker.

Ik schuifel naar de kleine gebarsten spiegel die aan de muur hangt en bekijk me zelf. Ik wrijf de slapers uit mijn grijze ogen en pluk wat aan mijn zwarte krullende haar. Het is werkelijk ontploft en het zal een tijdje duren voordat ik het getemd heb.

Achter me hoor ik een deur kraken en snel draai ik me om. In de deuropening staat mijn broer Bryan met een slaperig hoofd.

"Waar is je wederhelft?" vraag ik hem.

Hij haalt zijn schouders op. "Brody zal wel buiten aan het joggen zijn."

Vreemd. Mijn zesentwintig jaar oude broers zijn bijna altijd bij elkaar.

Bryan moet mijn verbazing gezien hebben.

"Hij is gestresst," zegt hij.

Ik kijk hem vragend aan.

"De boete is vandaag... Ben je wel wakker?"

Ik knijp in mijn arm. "Jep. Helemaal wakker."

Bryan rolt met zijn ogen en loopt naar de keuken.

Even later is iedereen wakker, is Brody weer thuis en heeft mijn moeder de watertobbe gevuld met heet water. Ik ben de eerste die grondig geschrobd wordt, aangezien ik de enigste ben die zich nog moet inschrijven bij de boete. Voor de laatste keer, trouwens. Ik ben eindelijk achttien. Na vandaag zal ik nooit meer de kans hebben om naar de hongerspelen te worden gestuurd.

Zoals gewoonlijk moppert mam over mijn ontembare haar, maar het klinkt anders dan normaal. Alsof ze de sfeer die in huis hangt lichter wilt maken. Niet met succes, natuurlijk.

Ik ben ook niet helemaal mezelf vandaag. Meestal moeten mijn broers dreigen met een emmer water over me heen om me stil te krijgen. Ik kan ratelen. Heel erg.

Als mijn huid schrijnt van het schrobben word ik door mijn moeder vrijgelaten. Ik trek een witte versleten linnen jurk aan en bind een rood lint om mijn middel. De rode lint heb ik van mijn broers gekregen toen ik voor het eerst naar de boete moest. Ze hadden beide meer gewerkt dan normaal en hadden een deel van hun loon aan de rode lint besteed.

Na een snede brood gaan we richting het plein. Ik schrijf me in en zoek mijn vriendin Scarlet op. Ze is zoals gewoonlijk erg stil. Ze is alleen een beetje wit weggetrokken.

We lopen naar het vak van de achttienjarige meisjes en staren naar het podium. Luisteren doe ik niet als de burgemeester begint te praten. Het verdrag van Verraad kan ik in mijn slaap nog opzeggen. Over slaap gesproken... Mijn ogen vallen langzaam dicht...

"Jade Lammourgy."

Pardon?

Verstrooid kijk ik op en zie dat de begeleidster van district acht op het podium staat met een briefje in haar hand. En dan krijg ik door wat er is gebeurd.

Ik ben een tribuut.

Ik commandeer mijn voeten om naar voren te lopen, maar het voelt vreemd aan. Stram. Onnatuurlijk.

Ik weet niet hoe ik er kom, maar ik klim op het podium en ga stevig met beide voeten op de grond naast de begeleidster staan. Het enige wat ik nog hoor is de naam van mijn medetribuut.

"Ilon Guin."

Ik ken hem. Bijna ieder meisje in district acht. Hij is een player van de ergste soort en bovendien nog de zoon van de burgemeester ook.

Ilon komt het podium op en ik zie dat hij zich goed sterk houdt. Maar ik weet dat het een masker is. Vanbinnen is hij doodsbang.


In het gerechtsgebouw neem ik afscheid van mijn ouders, mijn broers en mijn beste vriendin Scarlet. Van mijn moeder krijg ik de ring van mijn oma. Een ring met kleine paarse bloemetjes. Het is werkelijk prachtig.

Mijn districtsaandenken.


D8 - Ilon Guin POV


In het gerechtsgebouw krijg ik een huilende moeder, een trillende vader en een traan inhoudende zus die afscheid komen nemen. In mezelf sterk houden ben ik goed, dus laat ik dan ook geen traan en laat ik absoluut niet merken hoezeer ik ervan overtuigd ben dat ik hier nooit levend uit zou komen. Maar ja.

Ik moet het proberen, toch?

D9 - Riley Corba POV


Ik word gewekt door mijn maag die krampachtig samentrekt. Ik sla mijn armen om mijn buik heen en bijt op de binnenkant van mijn wang. Het zal zo wel over gaan. Inmiddels ben ik de bekende pijnscheuten wel gewend. Het enige wat ik kan doen, is wachten tot het over gaat. Er is immers niets om mijn honger te stille.

Ik weet niet hoelang ik daar lig, maar na een tijdje komt mijn maag weer enigszins tot rust en kom ik uit mijn bed. Ik heb mijn wang open gebeten en krijg er een metaalachtige smaak van in mijn mond. Ik negeer het en loop naar de woonkamer, waar ik mijn moeder aantref. Ze is bezig met het opwarmen van water.

"Goedemorgen mam," zeg ik terwijl ik haar een kus geef.

"Goedemorgen Riley. Je moet even wachten totdat het water opgewarmd is. Voor de boete moet je wel schoon zijn," zegt ze. Mijn gezicht betrekt, maar ik zeg niks. Mam maakt muntthee voor ons klaar en geeft me een warme mok. Ik kan niet wachten totdat het is afgekoeld en dus klok ik het zo achterover. Ik verbrand mijn tong heftig en bijt weer op mijn wang. Er gaat weer een pijnscheut door mijn maag, deze keer van de plotselinge warme plons thee.

Ik wacht tot mam de watertobbe heeft gevuld en klim er daarna in. Het hete water voelt vreemd aan en mijn huid gaat ervan prikken. Mam begint me verwoed te schrobben terwijl ik pijnkreten tegen hou. Het water word al snel modderkleurig.

"Je hoeft niet bang te zijn voor je eerste boete, lief. Er zijn duizenden kinderen. Weinig kans dat jij gekozen word," probeert mam me gerust te stellen.

"Dat weet ik," zeg ik zachtjes.

"En je vriend Caps zal ook wel niet gekozen worden, dus om hem hoef je je ook geen zorgen te maken. En het is echt niet erg als het je allemaal te veel word..."

"Mam!" onderbreek ik haar. "Rustig nou!"

Ze houdt onmiddellijk haar mond en gaat verder met mijn huid eraf te schrobben. Ik ben doodsbang dat ik word gekozen en mam maakt het alleen maar erger. Het liefst zou ik doen alsof er vandaag niks gaat gebeuren, maar dat kan niet. Zodra mijn huid brandschoon is en er een kam door mijn haar valt te krijgen, moet ik mijn boete kleding aandoen. Een simpele bloes met een simpele rib broek. Ik ben bang dat ik het vies maak en durf me amper te bewegen.

Als het tijd is lopen we naar het plein waar de boete plaats zal vinden. Ik schrijf me in en loop naar het vak van de twaalfjarige jongens. Onderweg naar mijn vriend Caps word ik van een paar kanten geduwd en even later steekt iemand zijn been uit. Met een klap kom ik op de stenen terecht. Om me heen hoor ik gelach en ik krabbel snel overeind en ga op een drafje naar Caps toe. Ik zie dat ik mijn handen heb geschaafd en ik voel wat warm van mijn kin naar mijn keel lopen.

"Riley, je hebt je kin opgeschaafd," zegt Caps tegen me. Het is ook zijn eerste boete en hij is helemaal wit weggetrokken.

"Weet ik," antwoord ik. Ik heb niks om het bloeden te stelpen dus laat ik het maar zo. Na de boete zal ik het er wel afhalen.

Tijdens het praatje van de burgemeester wip ik van mijn ene been op het andere been en bijt ik weer verwoed op mijn wang.


D9 - Senia Yule POV

Ik word, zoals gewoonlijk, wakker door de zure lucht van kots en drank. Ik open mijn ogen en kijk om me heen. Het huis bestaat uit één ruimte, wat dus betekend dat ik samen met mijn alcoholistische vader Grint in de woonkamer/keuken slaap. Hij ligt als een bundeltje in een hoekje en heeft over zijn eigen kleding gekotst. Ik sta op uit de keukenstoel en zie dat de grond bezaaid is met lege drankflessen. Ik heb geen idee hoe pap de drank kan betalen, als we niet eens onze magen goed kunnen vullen.

Ik ruim de lege flessen op en zet een watertobbe klaar met warm water erin. Ik stroop mijn mouwen op en check of mijn mes nog stevig tussen mijn riem en broek geklemd zit voordat ik naar mijn vader loop die heftig snurkt en soms wat onverstaanbaars brabbelt. Ik hurk en schud aan zijn schouder.

"Pap, wakker worden!" fluister ik indringend.

De enige reactie die ik krijg is heftig gevloek.

"PAP!" schreeuw ik in zijn oor. Snel doe ik een paar stappen achteruit en houdt mijn rechterhand op het heft van mijn mes. Pap vliegt overeind en kijkt als een bezetene om zich heen. Als hij door heeft dat ik het maar ben relaxt hij.

"Jezus, Senia! Mijn gehoor hoeft niet kapot!" Ik haal enkel mijn schouders op en haal mijn rechterhand van het heft van mijn mes. Hij ziet er redelijk stabiel uit, voorzover dat kan op de ochtend van de boete.

"Kom op. Je moet je wassen. Je stinkt." Pap laat zich gewillig meesleuren naar de watertobbe en even later zit hij erin en ligt zijn bundeltje kleding naast de tobbe. Terwijl hij zich wast schrob ik zijn kleren schoon in een aparte emmer. Ik ben inmiddels al zo erg aan de zure geur gewend dat ik het zonder te kokhalzen de kleding schoon krijg.

Nadat pap weer schoon en aangekleed is en inmiddels zijn eerste fles whisky weer heeft opengemaakt, maak ik mezelf schoon in de watertobbe. Privacy is er niet, en dat heb ik ook nooit gekend.

Na mijn wasbeurt trek ik mijn werkeroverall aan. Geld voor vrijetijdskleding is er niet. Het enige wat ik kan doen om er fatsoenlijk uit te zien is mijn lange zwarte haar te kammen en ervoor te zorgen dat zelfs mijn overall schoon is.

Pap en ik gaan zonder te ontbijten naar het plein. Mijn maag knort niet, dat ben ik allang voorbij. Na een tijdje voel je niet eens meer dat je honger hebt. Het is alsof zelfs je maag de hoop opgeeft.

Ik laat mijn vader, die inmiddels aan zijn derde fles drank is begonnen, aan de rand van het plein staan. Ik schrijf me in voor ontzettend veel voedselbonnen en manoeuvreer me daarna naar het vak van de zestienjarige meiden. Tijdens het praatje van de burgemeester kijk ik om me heen totdat ik mijn beste, en ook enigste, vriend Wan zie staan in het vak van de zestienjarige jongens. Blijkbaar voelt hij dat ik naar hem kijk, want hij draait zijn hoofd om en ziet me staan. Hij knikt even en ik doe hetzelfde. Dan draai ik me weer naar het podium toe en zie ik dat onze begeleider, Christiano Pablo, het podium op is gekomen en met een nors gezicht een briefje uit de meisjesbol haalt.

"Senia Yule," zegt hij met een grimmige uitdrukking op zijn gezicht.

O. Mijn. God.

Hoe ga ik dit overleven? Beter gezegd, hoe gaat mijn vader dit overleven? Hoe kan ik winnen van tributen die al jaren getraind hebben? Ik mag dan wel een mes kunnen hanteren, maar ik kan niet op tegen tributen die werkelijk alles kunnen hanteren. En wat moet je dan dus doen...

Juist.

Ik moet sterk zijn.

Ik heb veel tegenslag gehad en ben niet zomaar klein te krijgen. Ik zal ze laten zien dat er met mij niet te sollen valt!

Met een koud, gehard en ongeïnteresseerde blik loop ik naar het podium toe en ga naast Christiano staan. Uit het publiek stijgt er gefluister op. Weer een lid van de familie Yule moet naar de hongerspelen.

Als Christiano een papiertje uit de jongensbol pakt en de naam 'Riley Corba' roept tik ik geërgerd met mijn vingers tegen mijn been. Uit het vak van de twaalfjarige komt een extreem magere jongen waarvan de tranen over zijn wangen rollen. Zijn kin is open geschaafd en een straaltje opgedroogd bloed plakt aan zijn huid.

Trillend gaat hij naast me staan. Mijn districtpartner zal vast niet langer leven dan het bloedbad.


In het gerechtsgebouw neem ik afscheid van mijn vader, die er gebroken uitziet. We zeggen niet veel, en in plaats daarvan omhelzen we elkaar even kort en verdwijnt hij weer. Na hem komt Wan binnen. Hij omhelst me en blijft me vast houden, terwijl ik verstijft blijf staan.

"Je moet niet opgeven," zegt hij.

"Weet ik."

"En je moet je best doen."

"Weet ik." Even blijft het stil. "Wil je ervoor zorgen dat de oude man te eten heeft?" vraag ik hem.

"Natuurlijk."

En dat is het. De vredebewakers komen hem halen en mijn tijd is om.

Letterlijk en figuurlijk.


D9 - Riley Corba POV

Het afscheid met mijn moeder is verschrikkelijk. We huilen allebei en mam houdt me stevig vast. De vredebewakers moeten haar letterlijk wegtrekken.

Na mijn moeder komt Caps binnen. Veel zeggen we niet tegen elkaar. We weten allebei dat ik niet terug zal komen.


AN: Hey! Jaja, eindelijke de volgende 3 districten. Ik heb alle tributen binnen en kan dus door schrijven. Ik hoop dat ik morgen al de volgende en laatste boetes op internet heb staan. Wie bij die tributen zijn eigen tribuut heeft zitten; zet dit verhaal op story alert! Kun je je eigen tribuut volgen.
Bij de volgende boetes zal ik ook gelijk het sponsorsysteem uitleggen, want ja, je kunt tributen sponsoren. Zo heb je ook nog wat te zeggen in het verhaal.
Wie verder ideeën heeft of iets; het is welkom! Arena-ideeën, gebeurtenissen... het maakt niet uit. Ik heb de arena al een beetje geschetst, maar het kan altijd beter. Ook weet ik al 2 gebeurtenissen dus zeker niet verwacht zullen worden.
Maar vooral: REVIEWWW! Ze helpen, echt! Dus laat even weten wat je van de boetes vind ;)

xxx