Hoofdstuk 2 Vitrage en Thee

'Heb je slecht geslapen, schat?' vroeg Narcissa bezorgd. 'Je ziet zo bleek.'
Lucius wilde dat ze hun zoon niet zo bemoederde. Hij was tenslotte volwassen. Draco mompelde iets dat klonk als 'nachtmerries' en boog zich over zijn ontbijt. Eten deed hij echter niet, maar dat kon Lucius hem niet kwalijk nemen; het eten was de laatste dagen abominabel. Geërgerd schoof hij zijn bord opzij en wendde zich tot zijn echtgenote.
'Is er een specifieke reden waarom de maaltijden smaken alsof ze in dat nest van Wemel zijn bereid?'
Vanuit zijn ooghoek zag hij dat Draco zijn voorbeeld volgde en zijn bord van zich af duwde. Narcissa leek iets te willen zeggen over zijn gebrek aan eetlust, maar gaf in plaats daarvan haar man antwoord.
'Lucius, gun Juvie even de tijd. Tenslotte heeft zij niemand die haar de kneepjes van het vak kan leren,' Ze negeerde Lucius die denigrerend 'het vak' mompelde en vervolgde: 'Bedenk eens hoe traumatisch het voor haar geweest moet zijn om te zien hoe iedere huis-elf vermoord werd, terwijl ze weinig meer kon doen dan toekijken vanachter de voorraadkast.
'Traumatisch voor haar?' vroeg Lucius ongelovig. Zijn wenkbrauwen verdwenen praktisch in zijn haar.
Hij kon zich niet voorstellen dat het voor iemand traumatischer was om te ontdekken dat al zijn huis-elfen waren uitgemoord dan voor hem. Hij verdacht Jeegers en Kodde. Ze hadden jarenlang geloerd op de kans om hem een hak te zetten. Dit was echt het soort ordinaire wraakactie dat bij hen paste.
Hij had vanmorgen wel meer dan twintig minuten moeten zoeken naar een strik voor zijn haar, die bij zijn outfit paste. En het was absoluut uitgesloten dat hij die elf ooit nog eens zijn teennagels liet knippen.
Als het Ministerie hem niet extra zou observeren – ondanks dat de halve Toverwereld Lucius' alibi van afgelopen zaterdag kon bevestigen – dan had ze zeker haar familie in de huis-elfenhel gezelschap kunnen gaan houden.

Hoewel weinig mensen het van haar kalme gelaatsuitdrukking zouden kunnen aflezen, was Narcissa inwendig allesbehalve rustig. Er was tenslotte zo veel om zich zorgen over te maken. Niet zo veel als het afgelopen jaar, toegegeven, maar de toekomst was nu onzeker op een heel ander vlak. Ze wist dat ze geluk hadden dat ze op dit moment niet in een cel in het Ministerie zaten, ook al hadden ze huisarrest in afwachting van hun proces. Ze blikte opzij naar Lucius die nu De Ochtendprofeet gepakt had en aan het klagen was over de aanstelling van Romeo Wolkenveldt. Ze zuchtte inwendig. Wat had hij dan verwacht? Zou hij er nog steeds van dromen om zelf Minister van Toverkunst te worden, vroeg ze zich ongelovig af.
Lucius gedroeg zich alsof zijn wereld niet volkomen ingestort was. Alsof de man - ze huiverde lichtelijk - het wezen, dat de afgelopen jaren hun leven had beheerst, letterlijk, niet verslagen was door de zeventienjarige jongen op wie hij altijd afgegeven had. Hij leek nog het meest op de Lucius van een jaar of twintig geleden. Ze keek hem observerend aan. In hoeverre was het een act? Hij leek volkomen te negeren wat er de afgelopen dagen was gebeurd en – vooral - hoe onzeker de toekomst was. Maar ze wist als geen ander hoe goed hij was in het verbergen van zijn gevoelens en gedachten.
Hij keek op van de krant en trok vragend zijn wenkbrauwen op. Ze glimlachte geruststellend - ook zij bezat de gave haar emoties te verbergen - en vroeg: 'Zal ik nog wat verse thee laten komen?'
Hij knikte kort en ze klapte kort in haar handen. Tevergeefs. Een geërgerde zucht ontsnapte haar, maar ze negeerde haar echtgenoot die duister grinnikte en riep op duidelijke toon: 'Juvie!'
Het bleef een beetje barbaars om een elf te moeten roepen, maar al haar aanwijzingen ten spijt, had het wezen nog steeds moeite om gewoon te Verschijnselen als ze klapte.
Met een luid geraas belandde er een kleine huis-elf midden op de tafel. De Ochtendprofeet viel op Lucius' bord en hij vloekte hartgrondig. Draco keek met grote ogen en beet op zijn lip. Om niet te lachen waarschijnlijk.
Juvie keek alsof ze zich met het broodmes wilde straffen. Ze had geen haar op haar hoofd, op een enkele pluk na die van haar voorhoofd langs haar kleine puntige oor naar beneden viel. Haar lippen trilden en haar ronde mopsneus, die als een kleine mandarijn in het midden van haar gezicht geplakt leek, schudde mee. De vele lagen vitrage die ze als een petticoat om haar lijfje had gedrapeerd, wapperden vrolijk op.
Narcissa haastte zich om in te grijpen.
'Juvie, fijn dat je dit keer de botervloot miste. Zou je ons van een verse pot thee willen voorzien? Naast de eettafel graag.'
Juvie knikte gretig en zei opgewonden: 'Dat kan Juvie wel, mevrouw Malviezus. Thee. Naast de tafel!'
Narcissa kon nog net aanvullen: 'In de kan, Juvie!' toen de huis-elf met een hoop rammelende theekopjes van de tafel Verdwijnselde.
Ze wreef met een elegant gebaar over haar voorhoofd. Het gaf geen pas als ze rimpels kreeg van een huis-elf. Dat was zelfs de Heer van het Duister niet gelukt.
In ieder geval zorgde de huis-elf ervoor af en toe een flauwe glimlach om Draco's lippen te toveren. Bezorgd keek ze naar haar zoon. Hij zag eruit alsof hij nachten niet geslapen had, wat waarschijnlijk ook zo was. Narcissa vermoedde dat het lang zou duren voor de nachtmerries minder werden. Voor hen alledrie. Als ze überhaupt zouden afnemen. De dreiging van Azkaban hing als Damocles' zwaard boven hun hoofd. Als ze vanmiddag nog geen bericht teruggehad had van haar advocaat, zou ze opnieuw een uil sturen.
Vanachter de krant vloekte Lucius opnieuw. 'Die vuile verrader!' schold hij. 'En dat enkel voor een Modderbloedje.'
De rol van Sneep, inmiddels in alle bladen openbaard, was een grote klap geweest. Niet alleen voor Lucius, ook haar zoon leek nog steeds niet te kunnen bevatten dat zijn peetvader niet de man was, die hij gedacht had te kennen.
Zelf had ze gemengde gevoelens over de onthulling van die Potterjongen. Severus had immers …
Ze slaakte een kreetje toen Juvie pal naast haar stoel opdook, het deksel rammelend op de porseleinen theepot die van Narcissa's grootmoeder was geweest. Ze pakte de pot gelijk over en knikte naar de elf. 'Je kunt over een half uurtje afruimen.'
'Is goed, mevrouw Mallius. Juvie kan dat!' Narcissa's stoel wiebelde van de kracht van Juvie's verdwijning en ze sloot even haar ogen en bad om geduld.
Kon ze die vermoorde huis-elfen maar Necrotiseren, dacht ze, met een vleugje sarcasme.

o~0~O~0~o

Gedurende de middag hingen Harry, Ron, Hermelien en Ginny wat doelloos rond, in en om het huis. Voordat hun gesprekken zich konden verdiepen, was er altijd wel iemand die hen riep of de kamer inliep waar ze op dat moment vertoefden.
De middag bracht ook de overige Wemels terug naar Het Nest. Eerst verschenen Charlie, Bill en Fleur. Mevrouw Wemel leek kracht te putten uit de aanwezigheid van haar twee oudste zoons. Ze redderde druk met thee en deelde dikke plakken Ketelkoek uit.
Meneer Wemel en Percy arriveerden toen ze een nieuwe pot thee ging zetten. Ze brachten de anderen op de hoogte van de ontwikkelingen op het Ministerie. Bill discussieerde met Percy en meneer Wemel over een oplossing voor de Dementors. Romeo wilde niet eens overwegen ze opnieuw in Azkaban te gebruiken, maar het probleem was nu wat ze met de wezens moesten aanvangen.
Harry zat naast Ron op de bank, met Hermelien en Ginny voor hen op het tapijt. Hij speelde afwezig met Ginny's haar terwijl hij luisterde naar de gesprekken om hem heen. Hermelien vroeg zich af hoelang het zou duren voor Zweinstein geopend kon worden en mevrouw Wemel informeerde naar Fleurs ouders en zusje in Frankrijk.
De plotselinge gestalte van George in het oplaaiende haardvuur was als het naderen van een Dementor. Woorden bevroren op lippen, handgebaren verstijfden in de lucht en een golf van somberheid en verdriet rolde door de kamer. Harry had geweten dat hij vroeg of laat weer geconfronteerd zou worden met George, maar toch was hij niet voorbereid op het schuldgevoel dat hem overspoelde. Hij snakte letterlijk naar adem en keek toen gegeneerd om zich heen. Iedereen staarde echter gefixeerd naar George, die niemand aankeek, maar onzichtbare asdeeltjes bleef afkloppen. Als bij afspraak begon plotseling iedereen te praten.
'Het lijkt me logisch dat professor Anderling het nieuwe schoolhoofd wordt,' zei Ginny, 'wie komt er anders voor in aanmerking?'
'Minister Wolkenveldt denkt dat ik waarschijnlijk ook wel een paar keer moet getuigen, dus zoeken we nu iemand die mij kan vervangen,' zei Percy gewichtig tegen zijn vader.
'Geef nog eens een plak koek,' mompelde Ron tegen Hermelien, die hem verontwaardigd aankeek. Voor ze hem kon berispen – voor zijn ongevoeligheid of gulzigheid, dat wist Harry niet – vloog mevrouw Wemel door de kamer, sloeg haar mollige armen om haar zoon heen en drukte hem tegen haar boezem. George stond doodstil, met zijn armen slungelachtig langs zijn lichaam. Zijn lange haar bedekte de plaats waar zijn oor had horen te zitten en zijn ogen, doods in zijn bleke gezicht, staarden over de schouder van zijn moeder.
Een nauwelijks hoorbare snik ontsnapte – of het van George of van zijn moeder was, was niet duidelijk – en toen klampte George zich aan zijn moeder vast. Harry voelde Ginny's schouders schokken onder zijn handen en zag Percy steels over zijn ogen wrijven.
De vloedgolf van schuld kwam weer met grote kracht aanzetten en rolde door iedere cel van zijn lichaam om zich ten slotte te nestelen in zijn buik. Het klauwende, knagende gevoel maakte hem misselijk. Zijn ademhaling kwam sneller en sneller en hij zocht uit alle macht houvast. Vaag hoorde hij een protesterend geluid en hij keek op. De knokkels van zijn vingers die om Ginny's schouders gekruld lagen, waren wit en haar ogen keken hem verbaasd en bezorgd aan. Onmiddellijk trok hij zijn handen weg en legde ze op zijn knieën.
'Sorry,' mompelde hij opgelaten, haar blik ontwijkend.
George werd inmiddels begroet door de rest van de familie. Een omhelzing van zijn vader, een klap op zijn schouder van Charlie. Bill moest Percy met zachte drang verwijderen toen hij snikkend aan George's arm bleef hangen.
'Kom kinderen, laat George eens even gaan zitten,' besloot meneer Wemel zijn zoon te redden. Zijn vrouw viel hem bij: 'Wie schenkt er nog eens thee en sap bij? George liefje, wil je ook een plak Ketelkoek?'

o~0~O~0~o

'Weet je zeker dat je niet even zou gaan rusten?' vroeg de vrouw in het portret bezorgd.
Minerva glimlachte vermoeid. 'Je klinkt precies hetzelfde als Poppy, Dina. Eens een Heler altijd een Heler?'
Dina Duivekater antwoordde niet, maar keek toe hoe Minerva haar veer neerlegde en achterover leunde in de hoge, rechte stoel.
'Als ik had geweten wat er allemaal bij komt kijken als schoolhoofd …'
'Dan had je de functie alsnog aanvaard,' zei Dina.
Minerva glimlachte. 'Ja, vermoedelijk wel, al heb ik me verkeken op de extra taken waarvan ik als plaatsvervangend hoofd geen weet had. Al die commissies en adviesraden. Ik snap niet hoe Albus er altijd zo opgewekt onder bleef.'
'Je redt het wel,' zei de voormalige Heler. 'Je hebt ons tenslotte, al is dat soms een dubieus genoegen,' voegde ze eraan toe met een zijdelingse blik op Firminus. Minerva zag dat hij zijn ogen snel wat dichter kneep en nog wat luider snurkte dan geloofwaardig was.
'Ik vraag me af ... hij zou inmiddels toch wel eens ...' Haar stem stierf weg en ze keek vluchtig over haar schouder. Dina volgde haar blik naar het portret van Albus.
'Ik verwacht het wel, maar je weet nooit wanneer het je tijd is.'
Beide vrouwen schrokken op van een uil die plotseling binnenvloog. Hij landde op haar bureau en stak een poot uit. Minerva dacht niet dat ze de vogel kende, maar ze veronderstelde dat dat in haar functie logisch was. Ze verwijderde het stuk perkament en gaf de uil een uilensnoepje. Nieuwsgierig opende ze de brief. Ook het handschrift was haar niet bekend en dat terwijl de aanhef 'Beste Minerva' luidde. Haar ogen scanden de brief om te verwijden toen ze de naam van de afzender zagen. Ellen. Ze had haar jaren niet gezien. Hoe oud zou ze zijn? Was ze geen zesdejaars toen Minerva begon met lesgeven op Zweinstein?
Ze begon opnieuw te lezen, nu aandachtig. Ellen wilde het lichaam van haar zoon komen halen om hem te kunnen begraven. Ze vroeg zich af hoe vaak ze haar zoon de afgelopen jaren had gezien of gesproken. Had ze de details rond zijn dood in de Ochtendprofeet moeten lezen? Het perkament in haar hand trilde licht.
Nadat ze een brief had geschreven, vroeg ze de uil of hij nog een bericht wilde bezorgen. Snel schreef ze een krabbeltje voor Harry en bevestigde beide boodschappen aan de poot van de uil. Een toverspreuk zorgde ervoor dat alleen de geadresseerde haar bericht kon lezen.
'De Hersenpan?' raadde Dina. Minerva vroeg zich af of de vrouw een Legilimens was, of de ogen van een havik bezat. Hoewel ze de Hersenpan van Albus niet genoemd had in het briefje, was dat inderdaad de reden dat ze Harry gevraagd had langs te komen.
De stenen kom had twee dagen geleden open en bloot op het bureau gestaan toen ze voor het eerst het kantoor betrad. Meerdere herinneringen wervelden rond en hoewel ze verschillende schimmen herkende (Albus, Severus, Levenius), gaf dat geen uitsluitsel over de eigenaar van de herinneringen. Ze was huiverig om te kijken en niet alleen vanwege het schenden van iemands privacy.
Gelukkig had Everhard haar kunnen vertellen wie er het magische object als laatste gebruikt had. Ze had de herinneringen weer in de glazen flacon gedaan die ernaast stond en besloten om het samen met de Hersenpan aan Harry te geven. Haar gevoel vertelde haar dat Albus dat gewild zou hebben. Tenslotte waren er geen erfgenamen, afgezien van Desiderius en Harry zou de komende tijd wel eens behoefte kunnen hebben om zijn geest wat leger te maken.

o~0~O~0~o

Tijdens de avondmaaltijd in het Nest vielen er regelmatig stiltes die dan pijnlijk snel werden opgevuld met allerlei onbenullige opmerkingen. George zei niet veel, maar de uitdrukking op zijn gezicht na elke halve zin was schokkend. Het was alsof je wachtte op een echo die niet weerkaatst werd, dacht Harry triest. Hoe moest het zijn om je een half mens te voelen? Zou dat gemis ooit wennen?
Het was niet te vergelijken, wist Harry, maar hij moest opeens terugdenken aan een moment op de lagere school toen de hele klas een cadeautje aan het maken was voor Moederdag. De juffrouw had voorgesteld iets voor zijn oma te maken en toen dat ook geen optie bleek, had ze hem proberen te overreden iets voor zijn tante te tekenen. Hoe het kwam dat het glas van de bak met wandelende takken opeens kapot sprong, had de zevenjarige Harry destijds niet geweten, maar hij was dankbaar voor de afleiding geweest. Het was een van de eerste keren geweest dat hij geconfronteerd werd met het feit dat hij niemand had die van hem hield, niemand had van wie hij kon houden.
Vlak daarna was carrièredag gekomen, ook zo'n gevreesde schoolactiviteit. Dagenlang was de ene trotse klasgenoot na de andere samen met zijn vader de klas binnengewandeld en had vol trots tegen de juf gezegd "Dit is nou mijn vader! Hij is –" En of de man nu dokter of putjesschepper was, maakte nauwelijks verschil, zeker niet in Harry's ogen.

o~0~O~0~o

Hermelien liep over het grasveld tot ze uit het zicht van Het Nest was. Ze wilde even alleen zijn. Terwijl iedereen in de keuken door elkaar liep, was zij naar buiten geglipt. Ze liep langs een stapel boomstronken die meneer Wemel vermoedelijk nog tot haardhout moest hakken en besloot even te gaan zitten.
Ze controleerde de boomstronk op uitstekende stukken en nam plaats. De avondlucht was fris met de belofte van de zomer vermengd. Af en toe floot er een vogeltje of ritselde er iets op de grond - een Kabouter waarschijnlijk - maar verder was het bladstil. Een prima plaats om haar gedachten op een rijtje te zetten. Deze dag in het Nest was haar hard gevallen. Natuurlijk vanwege de bijna wanhopige sfeer die er hing - de afwezigheid van Fred haast tastbaar - Hermelien kende zichzelf goed genoeg om te weten dat ze de hele dag waakzaam rond Ron en Ginny had gedraald, een oogje op Harry had gehouden en Molly zo veel mogelijk uit handen had genomen. Het was makkelijker om haar aandacht naar buiten te richten in plaats van naar binnen. Het nadeel was natuurlijk dat ze niet aan haar eigen verdriet toekwam, zelf nog niet kon rouwen.
Te midden van al die Wemels vandaag, zeker toen George was binnengevallen, had ze beseft dat het holle gevoel van binnen niet alleen veroorzaakt werd door Fred, en Tops en professor Lupos, maar ook door het gemis van haar eigen familie.
Ze was dan misschien niet meer zo hecht met haar ouders als vroeger - logisch als je elkaar het grootste gedeelte van het jaar niet zag - maar de gedachte dat ze voor haar ouders momenteel niet eens bestond, was ongelooflijk pijnlijk.
Eigenlijk was ze vooral bang. Wat als ze iets fout had gedaan? Wat als het niet meer lukte om hun geheugen terug te laten keren? En dan was er nog altijd de mogelijkheid op Langetermijnspreukschade; stel je voor dat ze net zo eindigden als Smalhart.
Doelloos plukte ze aan de grassprieten naast de boomstronk waarop ze zat. Hoe erg het vooruitzicht was dat er iets mis gegaan kon zijn, de mogelijke gevolgen in het andere uiterste waren bijna net zo beangstigend. Wat als ze kwaad zouden worden? Wat als ze niet zouden snappen waarom ze voor haar gevoel geen keus had gehad? Het risico was groot dat ze hun vertrouwen voorgoed verspeeld had. Ze had hun hele leven overhoop gegooid. Wat als ze haar niet konden vergeven? Wat als ze in Australië wilden blijven en haar nooit meer wilden zien? Haar ogen prikten en ze richtte ze op de sprietjes gras tussen haar vingers. In het midden zat een enkel madeliefje. Automatisch plukten haar vingers aan de witte blaadjes. In haar hoofd weerklonken de bijpassende woorden uit haar jeugd; 'hij houdt wel van me, hij houdt niet van me'. Eén voor één zweefden de tere blaadjes naar de grond. 'Ze houden wel van me, ze houden niet van me … wel van me ... niet.
Ze keek het laatste blaadje na terwijl haar wangen steeds vochtiger werden.

o~0~O~0~o

Volgende week hoofdstuk 3: Draco's Doolhof