A/N: Hoi allemaal! Ik wil even zeggen dat, zoals jullie al gemerkt hebben, ik niet meer zo vaak post. Dat komt omdat ik het mega druk heb met school. Ik doe mijn best en ik probeer om zo vaak mogelijk te posten maar ik kan niet beloven dat het heel snel zal gaan. Ik ben een week weg geweest maar nu heb ik de tijd om te schrijven. Ook wil ik Marielene, Winmau, Greendiamond123 en bedanken voor hun review en en Peetje1200 voor het feit dat ze mijn verhaal nu volgen (net zoals de eerdere followers natuurlijk). Als laatste zou ik graag willen weten of er dingen zijn die jullie graag zien gebeuren met Joyce. Schrijf maar een PM en wie weet gebruik ik jouw idee wel in mijn verhaal, ik zet dan natuurlijk wel in en A/N vooraf van wie het idee is. Veel leesplezier!
Ik zie alleen maar zwart. Zwart, zwart en zwart. Het is maar goed dat ik niet claustrofobisch ben want anders was ik vast gek geworden.
Wat er gebeurd is? Geen idee. Wat ik nog wel weet? Nou dit; Ik heet Joyce Roselynn, ik ben 14 jaar oud, ik woon ergens in een villa in het bos met mijn ouders en, het belangrijkste, ik ben een heks. En mijn ouders ook. En ik ben een transformagiër en ook een ziener. En ik zou als ik het me goed herinner naar een nieuwe toverschool gaan: Zweinstein Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus.
Ook is er iets met een blonde jongen. Ik weet niet wat mar er is iets mis met hem. En ik voel me kaal. Alsof ik iets mis. Maar ik weet niet wat het precies is dus dat is een zorg voor later.
Nou dat was het dus. Ik heb geen idee hoe ik bewusteloos ben geraakt. Ik denk ten minste dat ik bewusteloos ben want op sommige momenten voel ik iets. Dat gebeurt steeds vaker.
Nu ook weer. Maar nu is het anders. Nu zie ik ook witte vlekjes. Eindelijk iets anders dan al dat zwart.
De vlekjes worden steeds groter en vormen een samenhangend beeld. Ik zie mijn moeder aan mijn bed zitten en mijn vader voor mijn bed op en neer lopen.
Als mijn moeder ziet dat ik wakker ben begint ze spontaan te huilen. "Peter, ze is wakker," zegt ze tegen mijn vader. "Ik ga een heler halen," en hij loopt weg.
"Lieverd, hoe gaat het met je?" vraagt mijn moeder. "Het gaat wel mam, het voelt alleen heel raar, alsof er iets mist. En ik weet niet meer wat er is gebeurd,"
"Oh, schat. Je bent in Goudgrijp uit een karretje gevallen. Je viel wel 5 meter naar beneden en bent toen met je hoofd op een rots gevallen. Daarom voel je je denk ik ook zo kaal, je bent je zieners gave kwijt,"
"Wat? Hoezo, ik ben mijn zieners gave kwijt? Het is weg? Het is in de meest letterlijke betekenis van het woord, weg?" Vraag ik vol ontzet aan mijn moeder.
"Het spijt me liefje, het is echt weg. De helers hebben nog geprobeerd om het te herstellen maar dat is niet gelukt. Maar blijf even rustig. Je vader is een heler aan het halen en als alles goed is kom je misschien nog net optijd op Zweinstein voor de sorteerceremonie. Draco wil je trouwens graag zien, hij schrijft minsten uilen per dag," zegt mijn moeder.
Bij het vallen van Draco's naam word ik boos. "Draco kan ophoepelen. Het is zijn schuld dat ik hier lig dus ik wil voorlopig niks meer met hem te maken hebben,"zeg ik boos.
"Dat begrijp ik liefje, en ik heb ook tegen Draco gezegd dat hij je met rust moet laten en dat jij wel contact met hem op zal nemen als je dat nog wilt. De witte bloemen zijn trouwens van Draco, en de blauwe zijn van Daan Tomas, die jongen die ook in het karretje zat. Aardige jongen trouwens,'' vertelt mijn moeder.
"Wil je Daan een uil sturen om te zeggen dat alles goed gaat? En dat ik het heel aardig van hem vind dat hij bloemen heeft gebracht," vraag ik.
"Dat zal ik doen liefje," zegt mijn moeder.
Dan loopt mijn vader naar binnen met een paar helers.
"Lieverd, hoe voel je je, gaat alles goed?" vraagt hij met op zijn gezicht alleen maar bezorgdheid te zien.
"Het gaat wel pap, ik ben alleen een beetje moe," geef ik als antwoord.
Mijn vaders gezicht klaart op bij die woorden. "Oké lieverd. Dan is het goed. De helers gaan je nu onderzoeken en als alles goed is mag je naar huis. Het is nu 3 uur 's nachts en als alles goed is zijn we rond 6 uur thuis. Dan kun jij nog even slapen en eten en daarna pakken we samen je koffer. Dan verschijnselen we je naar Zweinstein vanavond dus ga je niet met de trein,"
Ik volg mijn vader niet helemaal, maar het zal wel goed komen. Mijn ouders worden weg gestuurd en de helers beginnen aan hun onderzoek.
Alles is goed want ik mag naar huis! We moeten alleen wel met de auto want de helers vinden me nog te zwak om met mijn ouders bij te verschijnselen. Slaat nergens op want ik voel me prima. Ik vind het wel jammer dat ik nu de trein mis maar dat maakt niet uit.
Als we thuis uit de auto stappen loop ik meteen naar mijn kamer en val in een diepe slaap. Ik word om een uur of half 12 wakker gemaakt door mijn moeder.
"Joyce, wordt je wakker? Dan kun je wat eten en daarna je koffer pakken," zegt ze.
" Ja mam, ik kom er aan. Kun je aan… wat was de naam van de huiself ook al weer?" vraag ik aan mijn moeder.
"De huiself heet Pippa," zegt mijn moeder
"Kun je aan Pippa vragen of ze twee croissantjes met jam voor me wilt maken? Dan kleed ik me aan en kom ik zo naar beneden,"
"Ja is goed liefje, tot zo," en weg is mijn moeder.
Als ik gegeten heb pak ik samen met mijn moeder mijn hutkoffer in. Als laatste doet mijn moeder er een grote kledinghoes in waar duidelijk een jurk in zit.
"Mam waar is die jurk voor?" vraag ik aan mijn moeder.
"Daar kom je op Zweinstein wel achter liefje.
Het is inmiddels kwart voor 6 dus ik trek mijn Zweinstein gewaad aan en verschijnsel samen met mijn ouders naar de poort van Zweinstein waar een heel grote man op me wacht.
"Ah, jullie moeten de familie Roselynn zijn, en dan ben jij vast Joyce. Ik ben Rubeus Hagrid Sleutel bewaarder en terrein knecht van Zweinstein. Meneer en mevrouw Roselynn, ik moet jullie vragen om hier afscheid te nemen van Joyce want jullie mogen niet verder,"
Mijn ouders nemen me in een dikke knuffel en fluisteren in mijn oor dat ze van me houden en dat ze me weer zien met kerst.
"Ik hou ook van jullie," zeg ik terug en ik laat ze los. Mijn ouders verdwijnselen naar huis en ik loop op Hagrid af.
Onderweg naar het kasteel praten we over het Beauxbatons, over mijn vakantie en over mijn val in Goudgrijp. Als we bij de deur naar de grote zaal afscheid nemen, beloof ik hem dat ik volgend weekeind thee kom drinken. Dan loopt hij weg en sta ik alleen voor de deur.
"Hier gaan we dan," fluister ik tegen mijzelf en ik duw de deur open.
Whahaha, weer een kleine cliffhanger. Ik hoop dat jullie het weer een leuk hoofdstuk vonden. Ik zou zeggen; Review!
