Chapter four
Portia ziet al snel wie bij de familie Wemel hoort en wie niet. De kinderen van Molly hebben allemaal het vuurrode haar geërfd van hun beide ouders, want ook Molly's man - die Arthur heet – heeft rood haar.
De volgende aan wie Portia wordt voorgesteld heet Remus Lupos. Hoewel ze hem niet oud schat, heeft hij grijze strepen in zijn bruine haar en is zijn kleding oud en versleten. Hij ziet er niet erg gezond uit. Portia voelt zich een beetje schuldig tussen de mensen die naar haar idee niet zwemmen in het geld. Daar staat ze dan, in haar dure kleding. Ze glimlach beleefd naar Remus en laat zich dan door Tops meeslepen naar de volgende persoon.
"Port, dit is mijn neef Sirius Zwarts," grijnst Tops. Sirius heeft zwart haar en prachtige ogen. Even weet Portia niet wat ze moet zeggen, maar dan geeft ze hem een hand en glimlacht verlegen.
"Ken ik jou ergens van?" vraag hij. Hij knipoogt en Portia bloost. Ze kijkt even naar Tops, die tevreden grijnst.
"Als jij je kleding koopt bij Kreukniet & de Krimp, dan ken ik je misschien wel. Verder kom ik niet vaak het huis uit," zegt ze zelfverzekerd, met een vriendelijke glimlach.
"Hm, nee ik kom daar vrijwel nooit. Laat ik zeggen dat ik daar nog niet echt de tijd voor heb gehad."
Voor Portia kan vragen waarom roept Molly hen voor het eten. Portia gaat tussen Tops en Remus Lupos inzitten en schept eten op haar bord. Het eten is heerlijk en ze vergeet niet om Molly daarmee te complimenteren.
"Zo, Portia, wat doe jij zoal voor de kost," vraagt Remus geïnteresseerd. Portia schept nog wat gebakken aardappels op voor ze antwoord geeft.
"Ik werk in een kledingwinkel, een paar dagen in de week," zegt ze. "Het verdient niet echt veel, maar ik heb wat te doen. Het geld heb ik toch niet al te hard nodig, mijn ouders hebben me aardig wat nagelaten."
"Ik hoorde van mevrouw Tops hier dat je ouders van hoge afkomst waren," zegt Remus. Portia kijkt even opzij naar Tops, die schuldig grijnst.
"Ja, inderdaad. Ik probeer er niet al te erg mee te koop te lopen, want sommige mensen schijnen het een rede te vinden om me af te schilderen als een verwend nest."
"Ik zou niet durven," grijnst Remus en hij knipoogt. Portia glimlacht naar hem en concentreert zich dan weer op haar eten. Ze vindt het irritant dat Tops heeft verteld over haar afkomst, maar is opgelucht dat Remus het goed opvatte. Misschien heeft ze dan toch talent om vrienden te maken.
Als iedereen het toetje hebben verorberd – zelfgemaakte aardbeienijs, Molly's specialiteit, zoals Arthur het noemde – krijgen ze nog een glaasje advocaat. Portia leunt achterover in haar stoel bij de haard en sluit haar ogen. Als zij ze weer opent kijkt ze recht in de glinsterende ogen van Sirius. Hij glimlacht.
"Liet ik je schrikken?" vraagt hij. Hij gaat naast haar zitten en leunt voorover, zijn handen warmend bij de haard.
"Doe niet zo gek," zegt Portia. Hij kijkt haar onderzoekend aan.
"Je bent opgegroeid in een rijk gezin, is het niet?" vraagt hij haar. Portia's glimlach verdwijnt en binnensmond vervloekt ze Tops omdat ze zo'n flapuit is.
"Tops zeker weer?" vraagt ze. Hij schudt zijn hoofd.
"Nee, ze heeft niets over ze gezegd. Ik zie het aan je manier van lopen en hoe jij je hoofd omhoog houdt, heel trots."
"Je hebt er verstand van," zegt Portia een beetje verbaasd. Sirius haalt zijn schouders op en grinnikt.
"Dat valt me gewoon op."
"Wat bedoelde je net toen je zei dat je er nog geen tijd voor had gehad?" vraagt Portia ineens. Het schoot haar ineens weer te binnen. Sirius neemt de tijd voor hij antwoord geeft. Hij leunt achterover in zijn stoel en kijkt haar schattend aan, alsof hij twijfelt of hij wel antwoord moet geven.
"Ik heb een hele tijd in Azkaban gezeten, voor moord," zegt hij uiteindelijk. Portia kijkt hem met opgetrokken wenkbrauwen aan.
"Jij bent geen type om een moord te plegen. Het was een fout, is het niet?"
"Ja, eigenlijk wel," zegt hij, maar hij vertelt niet verder. "Dat is de rede dat ik nog niet bij Kreukniet & de Krimp ben geweest."
"Had je daar dan een keer naartoe gegaan?" vraagt Portia.
"Nu ik weet dat jij er werkt zeker," zegt Sirius. Hij glimlacht naar haar en buigt zich dan weer naar het vuur. Portia staart naar een foto op de openhaard, in gedachten verzonken. Die worden bruut verstoord door Tops, de haar hard op haar hoofd slaat.
"Hè, doe even rustig met haar, Tops. Straks breekt ze haar nek nog," grinnikt Sirius.
"Dat zou een ramp zijn," antwoordt Tops en ze grijnst veelbetekend naar hem. Hij lijkt de hint niet te begrijpen.
"Waarom sla je me op mijn hoofd, Tops?" vraagt Portia lichtelijk geïrriteerd.
"Ik wil naar huis. En aangezien ik bij jou slaap moet jij dus mee," zegt ze. Langzaam staat Portia op en geeft Sirius een hand.
"Nou, dan zie ik je nog wel een keer," zegt ze. Hij knikt. Portia neemt ook afscheid van Remus en de Wemels, bedankt Molly voor het eten en gaat daarna met Tops de deur uit. Op het erf verdwijnselen ze weer, om weer te verschijnen op het veldje voor Portia's huis.
"En, hoe vond je hem?" vraagt Tops als ze binnen zijn en Portia, Tops' bed opmaakt.
"Wie?" vraagt Portia onschuldig. Tops zucht geërgerd. Ze gaat op het bed zitten wat Portia net aan het opmaken is.
"Sirius natuurlijk!"
"Oh," zegt Portia dom. Ze klopt Tops' kussen extra lang op. "Ik vond hem wel aardig."
"Doe niet zo achterlijk. De eerste keer dat je zijn ogen zag was je al weg van hem," grinnikt Tops. Portia ramt haar met een kussen. Binnen de kortste keren ontstaat er een enorm kussengevecht. Als Tops het matras van het bed trekt vind Portia het welletjes. Ze legt Tops in de houdgreep en gaar bovenop haar zitten.
"Oké, misschien vind ik hem meer dan aardig. Maar zoiets kan je toch niet bepalen in één avond?" vraagt ze twijfelend.
"Dan ken je mijn neef nog niet," grinnikt Tops gesmoord, met haar hoofd in een kussen.
