A/N: OMG, ik voel me zo schuldig! Door mijn examens (die overig goed verlopen zijn) had ik geen tijd meer om het volgend hoofdstuk online te zetten.

Overmorgen vertrek ik op een monitorcursus en dezelfde dag van mijn terugkomst vertrek ik meteen weer naar Italië en hoewel dat allemaal wel heel leuk is, betekent dat dus ook dat ik niet meer kan updaten.

Dus was ik zo lief om de helft van het volgende hoofdstuk uit te typen en hier een hoofdstuk van te maken :p. Het is wat korter en ik ben er zelf niet zo tevreden mee, maar ik moest en ik zou iets updaten

Bedankt bella-ja-ik-bella, Elfje001, Dite en Twilightnargis voor jullie reviews, you rock, zonder jullie zou ik dit nooit verder kunnen schrijven.

Anyway, Enjoy en Review!

Love,

Helena

Only by the Night

"Emily!"

"Claire!"

Ik hoorde Emily en Claire naar de keuken stappen en kon me al inbeelden wat er gebeurde. Quil en Sam die hun geliefden in hun armen namen, doodsbang dat de bloedzuiger hen gebeten zou hebben.

"Jezus, Quil. Er is echt niets met ons, Rosalie zou ons nooit iets doen." Ik grinnikte bij het horen van Claires verontwaardigde stem. Hiermee onthulde ik echter mijn schuilplaats.

"Blondie is boven? Wat doet ze boven?" Ingedrukte woede en wantrouwen vulden Jacobs stem. Ik hoorde Claire haast haar ogen rollen.

"Rosalie blijft bij ons voor een tijdje." Antwoordde Claire strijdlustig. Een hels lawaai steeg op. Wel tien verschillende stemmen riepen luid door elkaar. Ik zuchtte en maakte mijn weg door het piepkleine gangetje naar beneden. Daar leunde ik tegen de houten deurpost.

Niemand had me horen of zien aankomen en ze waren nog allemaal door elkaar aan het roepen.
"Claire," zei ik kalm en op slag was iedereen stil. Ik liep de kamer verder in, naar Claire toe. Een jongen, die wast Quil was, nam Claires arm en trok haar achter zich. Claire, zo koppig als ze was, maakte haar arm los van Quils greep en ging weer voor hem staan.

Ik hield mijn handen in de lucht als ik een stap dichterbij zette. Quil gromde maar hij maakte geen aanstalten om me aan te vallen.

"Claire, ik denk dat het beter is als ik ha."

"Wat? Rosalie, néé!"

"Ik wil geen ruzie stoken tussen jou en je familie, Claire. Quil… hij houdt van je, zo een liefde moet je koesteren, Claire."Heel even brak mijn masker en de laatste zin kwam eruit met een droge snik.

"Rosalie." Claires gezicht verzachtte en met open armen kwam ze op me af. Ik schudde verwoud mijn hoofd en deed een stap naar achter.

"Nee Claire. Ik ben heen Cullen meer. Ik mag op hun land komen, zij mogen mij verscheuren." Claire snakte naar adem en draaide zich om naar de weerwolven.

"Dat zouden jullie nooit doen. Toch?" vroeg ze aarzelend, haast smekend. Quil schudde zijn hoofd meteen, bij het zien van Claires wanhopige blik. Alle anderen keken elkaar echter aarzelend aan.

Zouden ze het doen? Het lag in hun instinct om mensen te redden van ons, afschuwelijke bloedzuigers. Maar als deze afschuwelijke bloedzuigers hen helemaal niet wilden kwaad doen?

Het bleef stil.

"Jullie zouden het wel doen!" Met een van afschuw vertrokken gezicht zette Claire enkele stappen achteruit en vergrootte zo de afstand tussen haar en de weerwolven. Ook Emily, die al die tijd tegen Sam geleund had, schuifelde nu wat weg.

"Je kan niet oordelen over eeuwenoude gewoonten, Claire. Je kan niet verwachten dat alle racisme in de wereld verdwijnt. Je kan niet verwachten dat een muis en een slang, die prooi en predator zijn, opeens beste vrienden worden. En net zo goed kan je niet van een weerwolf en een vampier verlangen dat ze elkaar niet uitmoorden.

Er was al een grote stap gezet met de wapenstilstand tussen ons en de Cullens. We tolereren elkaar, maar dat is ook al. Het is onmogelijk van ons te verwachten dat we een vampier in huis nemen, Claire," zei Sam in zijn diepe, rustgevende stem.

"Maar het gebeurt! Heel wat mensen hechten geen belang meer aan de vooroordelen en doen hun best het racisme te doen verdwijnen. Er zijn slangen en muizen die bevriend zijn en elkaar beschermen. En de Cullens hebben zelf bewezen dat vampiers en weerwolven elkaar niet enkel kunnen uitmoorden maar ook kunnen samenwerken. Of is het verhaal van Isabella en Renesmee soms niet waar?"

Ik kromp in elkaar bij het vermelden van Bella en Nessie. Aan de andere kant van de kamer zag ik Jacob en Seth hetzelfde doen. Even was ik vergeten dat Bella jarenlang de liefde van zijn leven geweest was. En nadat Bella hem afgewezen had, hij geïmprint was op Nessie. Nessie had hem echter ook afgewezen en was er met Nahuil vandoor gegaan. Ze weigerde terug thuis te komen zolang Jacob, Seth en Leah er nog rondhingen.

"Claire, het spijt me." Bedroefd schudde ik mijn hoofd.
"Je kan niet praten over dingen waar je niet bij was. Bella was … gecompliceerd. Edward hield van haar, wij hielden van Edward. Jacob hield van Bella, de pack beschermt haar. Het was enkel logisch dat we samenwerkten en vochten om Bella te beschermen. De toekomst van ons allen hing ervan af."

Ik draaide me om en wou de deur uitgaan, weg van de weerwolven, maar Claire hield me tegen.

"Je hebt het beloofd." Ik draaide me weer om.

"Wat?"

"Je hebt beloofd hier te blijven tot je een huis vond in Rochester." Ze had gelijk, ik had het beloofd. Te vluchtig natuurlijk, maar ik had het beloofd. En als er iets is wat Rosalie Lillian Hale doet, dan is het haar beloften nakomen.

Ik had mijn belofte gehouden aan Alice, om haar te helpen als ze me nodig had. Van zodra Bella er was had ze me niet meer nodig, dus mijn belofte was niet gebroken door weg te lopen.

Ik had al mijn huwelijksbeloften gehouden. Ik had hem gesteund als hij het moeilijk had. Ik was nooit vreemdgegaan zelfs niet als ik de mogelijkheid had, en ik had veel mogelijkheden gehad. Ik had altijd van hem gehouden tot op het allerlaatste van ons huwelijk.

Ik was opgegroeid in een hoge stand, aan het begin van de 20e eeuw. Ik had geleerd hoe me te gedragen, te zwijgen, maar vooral had ik geleerd om een dame van mijn woord te zijn. Nog nooit had ik een belofte gebroken en dat was ik ook niet van plan. Niemand zou me ooit een belofte doen breken, zeker geen groepje puppy's.

"Ok. Maar enkel als zij," ik wees naar de weerwolven, "het ermee eens zijn." Claire kwam naast mij staan en keek uitdagend naar de anderen. Je kon een speld horen vallen. Uiteindelijk zuchtte Quil en liep hij over de houten keukenvloer naar de andere kant van de kamer. Hij sloeg een arm rond Claires middel en trok haar dichter tegen hem aan. Claire glimlachte en plantte een korte kus op zijn lippen.

Verdriet sneed door me heen toen ik hen zag. De liefde spatte haast van hen af en het deed me verlangen naar vroeger. Naar zijn sterke armen rond mijn middel geslagen, naar zijn ijskoude adem in mijn hals. Alle gevoel verlaatte mijn lichaam tot ik gewoon … leeg was. Ik sloeg mijn armen om me heen, proberend het beetje gevoel dat ik nog had binnen te houden.

Snel wende ik mijn blik af van het gelukkige koppel, het deed te veel pijn om naar hen te kijken. Mijn ogen haakten in Emily's, wiens ogen verwijden bij het zien van de pijn en het verdriet in mijn donkergouden ogen. Prompt liep ze door de kamer door en kwam ze naast mij staan, en sloeg een arm rond mijn schouders.

Geroezemoes steeg op uit de groep maar ik schonk geen aandacht aan hen. In plaats daarvan glimlachte ik dankbaar naar Emily. Ze haalde enkel haar schouders op, maar glimlachte toch terug.

"Ze bliijft." Sams stem straalde autoriteit uit en ik begreep dat de beslissing genomen was. Met mijn ogen bedankte ik hem en hij knikte kort.

Licht protesterend geroezemoes klonk op uit de groep, maar niemand kon tegen Sams bevel in gaan, zelfs Jacob Black niet.

Emily knuffelde me. Kort, maar vastberaden. En ik knuffelde haar terug. Ik was niet dom. Ik wist dat als Emily niet mijn kant genomen had, ik nu zo snel mogelijk richting de zee zou lopen, met een groep weerwolven achter me aan.

"Zo. Wie heeft er honger?" Emily haalde de stapels pannenkoeken te voorschijn. Enkele seconden later was de keuken gevuld met gelach en luide stemmen die door elkaar riepen. Lachend zag ik hoe Claire met een vies gezicht een stukje pannenkoek van haar gezicht wreef. Quil, die naast haar zat, grijnsde breed toen ze haar lepel omboog door op een weerwolfs hoofd te slaan. De jongen voelde het niet eens.

"Rosalie." Verbaasd keek ik op. Sam, die naast me was komen staan, ging verder: "Kan ik even met je praten?"

Ik knikte. Ik had het wel verwacht, dat hij met me zou willen praten. Ik was de indringer, hij was de leider van de pack, hij was verantwoordelijk. Het was zijn taak om met me te praten.

Langzaam stond ik op, mijn houten stoel schraapte over de grond, en volgde de grote gestalte voor me naar buiten. Buiten was het pikkedonker, maar het zilverachtige schijnsel van de sterren verlichtte het bos rondom ons, het gras waar we op liepen en het kleine huisje van Sam en Emily.

Het koude, maar prachtige landschap waar ik me in bevond vormde een groot contrast met de warme keuken, primitief, maar gevuld met warmte, liefde en vriendschap. Veel tijd om over dit contrast na te denken had ik echter niet, want Sam deed al snel teken hem te volgen, het donkere bos in.

Ik zuchtte diep en langzaam liep ik achter hem aan in de wereld van zwart, schaduw en geluiden die je doen opschrikken in de nacht.