Hoofdstuk 3
Grijsgrauw licht viel de volgende morgen door het enkelglas raam, enkel of niet, het maakte niet veel uit, een simpele spreuk zorgde ervoor dat de warmte binnen bleef en het koude buiten. In de ziekenkamer was het soezerig warm, en die twee mensen in het bed sliepen vredig verder. Het ochtendlicht kroop langzaam verder de kamer in en verjoeg alle schaduwen en het duister van de nacht. Uiteindelijk opende Ginny haar bloeddoorlopen ogen. Het had gisteren, na de droom, lang geduurd voor al eer ze de slaap weer had kunnen vinden. En dat zag je ook aan de zwarte wallen onder haar ogen. Ze draaide zich om en keek in de diepgroene ogen die haar bezorgd opnamen. Harry had die nacht ook weinig geslapen. Hij had zich maar blijven afvragen wat zijn Ginny zo van streek had kunnen maken. Hij speelde afwezig met een lok van haar haar, dat in scherp contrast stond met het witte beddengoed. Ginny zette zich rechtop en sloeg haar armen om haar knieën, die ze tot tegen haar borst had opgetrokken. Fluisteren vertelde ze haar droom. Toen ze uitgepraat was, rolden er dikke tranen over haar wangen. Het bleef een hele tijd stil. Net zoals jaren geleden, toen ze de soortgelijke dromen met hem had gedeeld, verklaarde hij haar niet gek. Hij geloofde haar, omdat hij van haar hield.
' We slaan ons er wel doorheen,' zei hij. 'Jij en ik.'
' Maar, wie zijn de Luitenants?'
' Ik weet het niet. Maar ik zal een brief schrijven naar Hermelien, als zij het niet weet, weet niemand het. Ze kan zoeken in de bibliotheek van het ministerie, we hebben een enorm archief.'
Niet ver van St. Holisto vandaan, maar wel mijlen ondergronds, vlamde één van de talloze haarden in de inkomhal van het ministerie van toverkunst op, en stapte Hermelien eruit. Op dit vroege uur waren er nog maar weinig mensen op het ministerie aanwezig. De grote, hoge hal was vrijwel verlaten op de oude tovenaar van het krantenkioskje na.
' Goedemorgen, mevrouw Wemel.'
' Morgen, Alfred. Is de nieuwe Profeet al binnen?'
' Ja, hier heb je hem, alsjeblieft.'
' Bedankt.'
Ze borg de krant op in haar tas en naderde het gerestaureerde beeld van de tovenaar en huiself. De fontein was het centrum van het ondergrondse complex. Naast de fontein, bevond zich het monument voor de slachtoffers van de Slag om Zweinstein. Eén voor één lichtte de portretten van de gevallenen op. Remus, Tops, Fred, Perkamentus en Severus Sneep, wiens portret pas was toegevoegd, nadat Harry zijn naam gezuiverd had.
Hermelien liep verder naar haar bureau. Nog steeds vond ze de beelden van zo veel jaren geleden te pijnlijk om lang te bekijken. Haar hakken klakten ritmisch tegen de marmeren vloer, het geluid weergalmde in de verlaten gang. Toen ze bij haar bureau was aangekomen, stapte ze naar binnen en gooide haar tas op de bureaustoel. Ze bladerde door een stapel formulieren. Na een tijdje besefte ze dat ze niet alleen was. Ze draaide zich om en zag een witte sneeuwuil op het kastje achter haar zitten.
' Norbert!'
Snel ontfrutselde ze de brief van de uitgestrekte poot van Harry's uil die hij gekocht had na de dood van Hedwig. Vlug las ze de haastig neergekrabbelde brief door. Ze bedankte Norbert, griste haar tas van haar bureaustoel, en rende haar bureau uit. De bibliotheek bevond zich maar een verdieping lager, dus besloot Hermelien de trap te nemen.
Ze wist ongeveer waar ze zoeken moest. Elke middag vertroefde ze wel tussen de boeken. Niet iedereen kon de afdeling waar zij moest zijn zomaar binnen, maar zij was Hermelien Griffel en deuren bleven voor haar dus niet gesloten.
Ze liep helemaal naar achteren, waar de meest vreemde en angstaanjagende boeken stonden. Sommige boeken probeerden je te bijten terwijl je ze las, anderen probeerden je over te halen tot de duistere zijde, en nog anderen produceerden een stikkend luchtje waardoor je dagen buiten bewust zijn was. Gehaast zocht ze de afdeling die de geschiedenis van de twee oorlogen omtrent Marten Viliijn behandelde. Willekeurig nam ze een aantal stoffige boeken van hun schap en liep naar een tafeltje waaraan ze ze kon lezen. Gelukkig werd dit gedeelte van de bieb amper door iemand bezocht. Eén of twee maal kwam er iemand voor bij, maar ze werd niet gestoord. Ze las en las. Zonder succes. Totdat haar oog op een klein stukje tekst viel dat handelde over de Eerst oorlog.
Ron leidde Ginny en Harry door het huis dat hij en Hermelien gekocht hadden toen Hermelien zwanger was van Roos, hun eerste kindje. Ze moesten constant uitkijken waar ze hun voeten neerzette, want Hermelien had tientallen huiselfen in huis opgevangen. De hele woon kamer zat vol met de kleine wezentjes die tv keken, dobbelden, kaarten, toverschaak speelden. Harry vroeg zich af Ron en Hermelien eigenlijk nog wel wat privacy hadden.
Ze namen plaats in de veranda en meteen kwamen er huiselfen aangerend met hapjes en drankjes.
' Eerst leek dit een vreselijk idee,' zei Ron, ons huis veranderen in een opvangcentra. Maar ze zijn verdomd handig, altijd bereidt om je te helpen, of om kelner te wezen.
Harry lachte, maar hij werd meteen weer serieus. ' Je zei dat Hermelien iets belangrijks te weten was gekomen?'
Maar voor Ron antwoord kon geven, verscheel Hermelien in de deuropening. Ze liep de veranda in en liet zich in een stoel naast Ron zakken.
' Als ik gelijk heb, hebben we een enorm probleem. In de Eerste oorlog, waren de Luitenants de dementors die zich bij Voldemort hadden aangesloten.'
' Maar, dat kan niet,' zei Harry. ' Na de val van Voldemort verdwenen ze. We hebben de hele wereld, elk plekje afgezocht naar hen, maar ze waren er gewoon niet weer, verdwenen samen met Voldemort.'
' Ik weet het, maar blijkbaar zijn ze er dus nog.'
