Ergens op een heuvel omringd door uitgestrekte bossen bevindt zich de Toverschool. Het is een majestueus kasteel met immense torens en geweldige glasramen, die dienen als de belangrijkste lichtbron van het gebouw. Hier wordt de volgende generatie magische wezens opgeleid.

's Morgens vroeg verschijnen kinderen van alle leeftijden die de gangen van het onvoorstelbare kasteel doen bruisen van het leven. De gangen vullen zich met enthousiaste jongelingen en al snel wordt het gebouw overspoeld met leerlingen die les volgen aan dit magische instituut.

De bel rinkelt en alle studenten gaan naar hun lokalen, maar een jongetje is te laat en dwaalt rond in de eindeloze, versierde gangen van de academie. Paniekerig zoekt hij zijn weg.

Oei, oei, oei, waar moest ik ook al weer zijn? Langs hier? Hij kijkt door het raam van een lokaal. Nee, hier niet.

Hij zoekt verder in de hoge, gewelfde bakstenen gangen die vol kunst staan, maar heeft niet door dat hij bekeken en gevolgd wordt. Toch kan hij een vreemd beklemmend gevoel niet van zich afschudden. Hij kijkt even om zich heen, maar ziet noch hoort iemand en rent weer verder in de zoektocht naar zijn lokaal. Zijn voorgevoel was echter niet onterecht.

Een gedaante kruipt ondersteboven op handen en voeten over het plafond. Vanuit de schaduwen gloeien zijn ijsblauwe ogen als mistlichten op een koude zondagmorgen. Zijn verminkte gezicht licht blauw op.

"Se naka hur", fluistert de gedaante.

Waarom heeft deze school ook zoveel gangen? moppert het verdwaalde jongetje. Het wezen met de ijsblauwe ogen springt in een vloeiende beweging naar beneden en landt gracieus achter de jongen. Die merkt eindelijk op dat hij niet alleen is en draait zich om. Hij ziet het monster en schreeuwt:

"Aah!"

Grommend valt het wezen aan en met een gegorgelde gil spuit er een grote smeer bloed op de muur. De bloedspatten druipen ervan af, alsof de stenen tranen van bloed huilen.


In de refters van het Sint-Jozefscollege zit iedereen 's middags al klaar om te eten wanneer Kelly, Nathalie en Kim door de parkdreef rennen. Ze hollen op volle snelheid richting de cafetaria

"Ik haat die van Nederlands, met zijn vragen altijd!" hijgt Kelly.

"Kan hij ons nu nooit eens rustig naar de cafetaria laten gaan?" briest Nathalie.

"Ja. Wat moet hij ook van ons weten? De rare kwast!" puft Kim.

De meisjes rennen net langs het betrekkelijk kleine kasteel van het Sint-Jozefscollege wanneer plots een man verschijnt uit een dwarrelende vlaag witte glinsteringen. De lange, breedgeschouderde, blonde jongeman draagt een uitvoerige, zwarte toga zoals een advocaat. Alleen is de prille twintiger te aantrekkelijk om een advocaat te zijn en de glimlach op zijn gezicht geeft hem iets onschuldigs.

"Oh, weer zo'n freak!" wijst Nathalie de jongeman aan.

"Ah!" zet Kim hem onmiddellijk stil door haar handen te strekken.

"Mijn beurt!" knijpt Kelly haar ogen lichtjes toe en de blonde twintiger vliegt minstens vijf meter achteruit en komt terecht in de modder. Kelly's worp deed Kims magie echter teniet en de man kan terug bewegen.

Hij drukt zich op en keert zijn gezicht naar de meisjes. Hij steekt zijn hand uit en smeekt hen te stoppen:

"Nee, alsjeblieft! Jullie begrijpen het niet!"

"O ja? Begrijp dit maar. Auto!" wijst Nathalie een auto aan die voor het kasteel geparkeerd staat, zwaait ze met haar arm en verplaatst ze de wagen naar de man in een deinende lichtzee. De auto materialiseert en komt op hem neer. Het volgende moment is de blonde jongeman verdwenen.

"We hebben hem!" juicht Kim. Dan verschijnt de twintiger echter, hijgend en met schone kleren, achter de meisjes.

"Stop, alsjeblieft! Ik heb jullie hulp nodig!" smeekt hij.

"Onze hulp? Meen je dat?" vraagt Kelly wantrouwig.

"Ja, inderdaad", knikt hij.

"Waarom? Wie ben jij?" vraagt Nathalie.

"Mijn naam is Ivan. Ik ben een tovenaar en leerkracht op de Toverschool", stelt Ivan zich voor. Hij kijkt hen vriendelijk aan met zijn smekende, bruine puppy-ogen.

"Ivan, hé? Hoe ken jij ons? Ik bedoel, waarom kom je naar ons toe?" vraagt Kim.

"Er is iets vreselijks gebeurd op de Toverschool. We hebben de hulp van de Betoverden nodig!"

"En wie zijn dat?" vraagt Kelly.

"Jullie natuurlijk!" grijnst hij breed, alsof ze de domste vraag ter wereld hebben gesteld.

"Hola, wij hebben die rare gaven nog maar een paar weken. Wij zijn heus niet de…" Nathalie is al meteen vergeten hoe hij hen noemde.

"Betoverden. Maar jawel! Kom met me mee! Ik zal het jullie tonen."

"Vertrouwen we hem?" richt Kim zich tot haar vriendinnen.

"Ach, hij ziet er eerlijk uit. We proberen het", glimlacht Kelly bekoorlijk naar de knappe jongeman. Blond, knap, in de twintig…dit kan leuk worden.

"Dank u, duizendmaal dank! Kom maar dichter bij mij staan", gebaart hij naar zichzelf.

"Als je aandringt", mompelt Nathalie, waarna zij, Kelly en Kim dichter bij de blonde tovenaar gaan staan. Vervolgens verdwijnt het gezelschap in een dwarrelende vlaag witte glinsteringen. Deze glinsteringen zweven als een zachte windhoos de lucht in naar het majestueuze kasteel: de Toverschool.


Vanuit de dwarrelende vlaag witte glinsteringen stappen de vier een gigantische inkomhal in die kan tippen aan die van Antwerpen-Centraal Station. De vloer bestaat uit glanzende, gepolijste marmeren tegels in een prachtig mozaïek van zanderig geel en Indisch rood. De muren, wanneer ze niet onderbroken worden door een rood gebinte, zijn bedekt door talrijke stukken antiek en schilderijen.

"Wat is dit hier?" vraagt Kim.

"Dit is de Toverschool, de academie voor magische kinderen", licht Ivan toe.

"Ongeveer zoals Zweinstein?", Na een verwarde blik van de leraar-tovenaar realiseert Nathalie zich al snel dat hij waarschijnlijk geen Potterhead is zoals zij, "Wat is nu het noodgeval?"

"Volg me, maar het ziet er niet prettig uit." Dat belooft, zucht Kelly inwendig. Ivan leidt de meisjes vanuit de statige inkomhal door een lange corridor. Daar zien ze een verschrikkelijk schouwspel.

De jongen die vanochtend te laat kwam, ligt met zijn armen en benen wijd uitgespreid op de koude vloer. Zijn borstkas is opengerukt en zijn kleren zijn besmeurd met bloed. De muur waar hij bij ligt, is beklad met opgedroogd bloed. Een groepje mensen in zwarte toga's zoals die van Ivan staan rond het lijk.

"O mijn god!" slaat Kim zich de handen voor de mond en wendt de ogen af.

"Ik zei toch dat het er niet goed uit zag", brengt Ivan haar in herinnering.

"Maar niet zo afschuwelijk!"

"Wat is hier gebeurd?" vraagt Nathalie.

"Een van onze leerlingen is vanochtend dood teruggevonden. Zijn hart was eruit gerukt." De arme jongen, treurt Kim.

Dan benadert een eigenaardige man van rond de 50 à 60 jaar met pepergrijs haar de vier. Hij draagt een gelijkaardige toga als Ivan, maar beweegt door de ruimte met een waardigheid en zelfverzekerde houding die gepaard gaan met autoriteit. Hij spreekt Ivan meteen aan:

"Ah Ivan, ik zie dat je de Betoverden hebt gevonden!" Hmm, dan toch maar drie? vraagt de oudere man zich af.

"Ja, ze wilden me bijna doden!" grinnikt hij.

"Echt? Dat is niets voor zulke machtige heksen."

"Hé, wij zijn hier ook nog! Wie ben jij dan weer?" vraagt Kelly. Er is iets aan de man dat haar niet zint.

"Ik ben Costabor, hoogleraar van de Toverschool", buigt hij voor hen met gespreide armen.

"Nog iets, waarom noemen jullie ons steeds 'de Betoverden'?" vraagt Nathalie.

"Weten jullie dat dan niet? Ivan, heb je het hun niet uitgelegd?"

"Nee, maar dat was ik net van plan", mompelt hij tegen de hoogleraar.

"Als jullie ons iets te vertellen hebben, vertel maar! We zijn een en al oor", kruist Kim de armen over de borst.

"Goed dan, volg me maar naar mijn kantoor." Ivan wandelt een paar gangen verder en laat de meisjes daar een kantoortje in.


Ivans kantoortje stelt niet veel voor. Het is gewoon een typisch muffig hok met een bureau als voornaamste meubel, geflankeerd door een zachte, groene zetel voor de eigenaar en drie antieke stoelen aan de andere kant van het bureel. Het schrijfblad is ordelijk en georganiseerd en een grote kalender hangt aan de muur achter het bureau. Vreemd genoeg is er nergens een persoonlijke toets terug te vinden.

Wanneer de meisjes het kantoor binnen zijn, zet Ivan zich neer in de zachte, groene zetel terwijl zij onwennig blijven rechtstaan. Hij wijst de drie antieke stoelen aan tegenover hem.

"Zet jullie maar neer, want wat ik jullie te vertellen heb, zal nogal een schok zijn."

De meisjes gaan zitten en maken het zich gemakkelijk op de antieke stoelen. Zodra hij hun aandacht heeft, begint Ivan te vertellen:

"Jullie zijn de Betoverden. Er wordt gezegd dat zij de machtigste heksen ooit zullen worden en dat hun – jullie – krachten gestaag zullen groeien. Na wat ik van jullie heb gezien, weten jullie dus al dat jullie bepaalde krachten hebben."

"Inderdaad, het gebeurde na Kims zestiende verjaardag", herinnert Nathalie zich.

"Ja, dat is nog niet alles", hij ademt diep in en vervolgt dan met een zucht, "Jullie zijn zussen."

"Zussen?" herhalen de drie meisjes tegelijk. Verbaasd en verontwaardigd kijken de drie hem aan.

"Eigenlijk halfzussen; jullie hebben dezelfde vader."

"Dat kan niet! Wij hebben allemaal verschillende vaders."

Kim gelooft het voor geen meter. Deze hele situatie had iets onverklaarbaars, iets wat op het randje van bijgeloof en hysterie lag. Ze heeft zo'n goede band met haar vader. Het kan toch niet zijn dat de man die ik mijn leven lang 'papa' heb genoemd ineens gewoon een vreemde is; de man van mijn moeder, maar niet mijn vader.

"De mannen die jullie voor jullie vaders aanzien, zijn niet jullie echte vader. Jullie biologische vader is Koen Hellfire, een heel machtige en gerespecteerde tovenaar."

"En waar is dan onze 'vader'?" briest Kelly. Haar kon het niets schelen. De man die haar volgens haar moeder verwekt had, was toen al getrouwd. In een dronken bui is hij met haar moeder naar bed gegaan toen zijn vrouw in het ziekenhuis lag. Hij was een teleurstelling en had in haar hele leven niet eens naar haar omgekeken. Voor haar verandert er niets.

"Jullie vader is spijtig genoeg onlangs gestorven, net voor jullie je krachten kregen."

"Geweldig, we ontdekken dat onze vaders niet onze vaders zijn, maar een of andere tovenaar, en dan blijkt die nog eens dood te zijn ook!" grinnikt Kim mistroostig. Tranen beginnen zich te vormen in haar ogen.

"Hoe kan hij nu onze vader zijn, want mijn moeder en die van Kim waren toen en zijn nog altijd getrouwd?" vraagt Nathalie.

"En ze zijn zeker niet vreemdgegaan!" voegt Kim woest toe. In tegenstelling tot Kelly's vader…

"Dat is iets zeer ingewikkelds om uit te leggen…" probeert Ivan tijd te rekken om maar niet de volle lading te krijgen van de tienermeisjes, die nu emotioneel in de war zijn.

"Probeer maar."

"Jullie vader koos jullie moeders uit en sliep met hen. Om ervoor te zorgen dat jullie moeders zeker zwanger zouden raken, sprak hij een vruchtbaarheidsspreuk uit."

"Onze moeders zouden nooit met een vreemde man naar bed gaan!" snauwt Nathalie. Mijn moeder zou zich nooit tot zoiets verlagen. Hoe durft dat schoolmeestertje!

"Als tovenaar had hij een gave die hem in staat stelde welke vorm dan ook aan te nemen, ook het uiterlijk van jullie 'aangenomen' vaders. Jullie moeders zouden het nooit hebben gemerkt."

"Waarom is hij niet gewoon getrouwd en heeft hij zo kinderen gekregen? Waarom heeft hij dat op die manier gedaan?" vraagt Kelly.

"Jullie vader werd al wat ouder en wist dat geen enkele vrouw nog met hem aan kinderen zou willen beginnen. Hij had ook geen tijd om aan zijn persoonlijke leven te werken, dus heeft hij dit plan bedacht en uitgevoerd. Negen maanden na de bevruchting kwamen jullie ter wereld."

"Dit is zo'n zware schok. Ik moet even bekomen", mompelt Kim met de blik op oneindig.

Buiten het kantoor staat Costabor, hoogleraar van de Toverschool, te luistervinken. Hij probeert voorzichtig een kijkje te nemen door het raampje van de deur van Ivans kantoor. Verdorie! Hoe kan het dat hij ze gevonden heeft? Ik hoop maar dat hij ze niet naar het Betoverde Boek leidt, denkt de eigenaardige tovenaar.

"Na zijn dood heeft jullie vader jullie wel wat nagelaten", deelt Ivan voorzichtig mee.

"Echt? Wist hij dat wij bestonden?" vraagt Nathalie cynisch.

"Natuurlijk, hij wist zeker dat jullie bestonden. Hij heeft jullie zijn huis nagelaten en alles wat erin staat."

"Een huis? Meen je dat?" vraagt Kelly verbaasd. Toch iets goeds aan de man. Het zou een hele vooruitgang zijn op haar appartement in de mindergegoede wijken van Antwerpen.

"Ja, ik kan jullie erheen brengen als jullie willen." Nee, dan zullen ze weldra het Betoverde Boek vinden! vreest Costabor het ergste buiten in de gang.

"Zullen we?" vraagt Ivan.

"We hebben geen keus zeker", zucht Kim. In een dwarrelende vlaag witte glinsteringen verdwijnt Ivan met de meisjes. Costabor vervloekt de vier inwendig. Waarom moest die naïeve knul zo nodig Koen Hellfires dochters zoeken? Ach ja, mijn meesters plan om de Betoverden te lokken heeft in ieder geval gewerkt. Nu alleen nog het Betoverde Boek bemachtigen…


Ivan brengt Kelly, Nathalie en Kim naar de hal van een rustiek belle époque huis in Zurenborg. Deze laatnegentiende-eeuwse wijk werd opgetrokken door de rijke Antwerpse burgerij, die zich van het gewone volk wilde afscheiden en dankzij haar enorme rijkdom van Zurenborg een van de prachtigste Antwerpse wijken heeft gemaakt qua architectuur. Net zoals in de Toverschool kan je de klasse en grandeur je zintuigen voelen binnendringen in de rijkversierde hal van het hagelwitte huis.

"Mja, best leuk ingericht." Nathalie lijkt niet onder de indruk te zijn van het belle époque huis, maar binnenin is ze overdonderd door haar erfenis. Leefde onze vader hier?

"We hebben alles gelaten zoals het stond toen hij stierf", stelt Ivan hen gerust. Het zou een schande zijn geweest de vele antieke meubelen weg te halen en zou bovendien de nagedachtenis van Koen Hellfire bezoedelen.

"Hoe is hij eigenlijk gestorven? Onze vader, bedoel ik?" vraagt Kelly, toch licht nieuwsgierig.

"Hij is rustig heengegaan in zijn slaap", bijt Ivan op zijn lip alsof hij iets belangrijks verzwijgt, maar de drie meisjes zijn te overweldigd door het prachtige interieur om het op te merken.

"Wat gebeurt er nu met dit huis?" vraagt Nathalie.

"In jullie vaders testament staat dat jullie hier mogen wonen zolang als jullie willen."

"En hoe denkt hij dat wij dat gaan betalen?" tuit Kim haar lippen. Ik kan me inbeelden dat een oud huis zoals dit nogal wat kosten met zich meebrengt.

"Met al zijn geld heeft hij alle rekeningen betaald voor de volgende vijf jaar. Jullie moeten de komende tijd geen cent betalen."

"Die dacht nogal vooruit", mompelt Kelly. Ook al heeft hij ons een volledig huis nagelaten, het is nog altijd geen excuus voor wat hij heeft gedaan.

"Voor ik het vergeet, op de zolder ligt een zeer krachtig boek."

"Een boek?" draait Nathalie nieuwsgierig naar de blonde leraar-tovenaar.

"Niet zomaar een boek: het Betoverde Boek! Je kan het vergelijken met een encyclopedie van bijna alle magische wezens. Jullie krachten zijn er trouwens direct mee verbonden."

"Ik wil dat boek wel eens zien", knikt Kim. Misschien staat er iets in dat deze hele situatie kan oplossen of doen verdwijnen?

"Ga maar naar de zolder; daar ligt het. De trap op, de gang ten einde en de volgende trap op."

De nieuwsgierigheid wordt de meisjes te veel en ze rennen met zijn drieën de trap op die begint aan het einde van de inkomhal. Die trap draait dan links naar omhoog naar de eerste verdieping. Daar slaan de meisjes linksaf, hollen ze de gang door en beklimmen ze de laatste trap naar boven.

Helemaal bovenaan de trap wacht een dikke, stoffige, houten deur. De meisjes kunnen hun vinger er niet op leggen, maar er gaat iets mystieks en krachtigs uit van de simpele houten deur. Het gevaarte zwaait plots open en gunt hen een blik op de grote, ruime, stoffige zolder vol kartonnen dozen.

Pal in het midden van de ruimte ligt een enorm, rond, pluchen, houtskoolkleurig vloerkleed waarin een oranje pentagram is geborduurd. Aan de linkerkant van de zolder staat een koffietafeltje bij een oude, muffe sofa. Achter het pentagramtapijt, dat omzoomd is door een rand van berbertapijt, ligt een dik, leiblauw boek eenzaam op zijn staander voor een groot rood, grauwgeel en groen glasraam.

Hand in hand wandelen Kelly, Kim en Nathalie de zolder in, de pentagrammat over, tot aan de staander. Voorzichtig schuifelen ze langs het glasraam zodat ze met hun neus pal boven het boek zitten. De mystieke kracht die ze vanachter de deur voelden, lijkt van dit boek, het Betoverde Boek, uit te gaan. Het is alsof het hen roept.

Het Betoverde Boek is een groot, dik boek met een harde, donker leiblauwe kaft. Op de omslag staat een pentakel in de kleur van suikermeloen. De vijf punten van de figuur raken net de zilveren cirkel errond en zijn iets donkerder dan de rest van het pentakel, meer grijsgroen. In de vlakken tussen de zijden van het pentagram staan hoekige, groene bloemen afgebeeld die uitwaaieren in paarse ranken.

In elke hoek van de kaft staat een suikermeloenkleurige, geweven bloem (vier in totaal dus) in een cirkeltje, dat verbonden is met de grotere cirkel van het pentakel. Deze zilveren cirkel is gegraveerd met vreemde runen. Donker leiblauwe, zwierige lijnen vullen de overige ruimte van de kaft op.

"Wauw, dat is een dik boek!" fluit Nathalie verbaasd voor ze het stof van de boekenkaft blaast.

"Kijk, er staat een pentagram op de omslag!" wrijft Kelly over de rijkelijk versierde figuur.

"Nee, dat is een pentakel", corrigeert Ivan haar. De meisjes kijken op van hun magische erfenis en zien tot hun verbazing de blonde twintiger de zolder binnen stappen. "Terwijl het pentagram de vijf metafysische elementen symboliseert, staat het pentakel voor eeuwigheid, totaliteit en eenheid, zoals jullie hechte vriendschap en jullie band met het Betoverde Boek. Het is een zeer nuttig boek, maar omdat het zo krachtig is, willen heel veel anderen het bemachtigen."

"Is het echt zo machtig?" vraagt Kim.

"Ja, er staan heel veel spreuken in en veel geheime zaken die alleen maar in jullie boek terug te vinden zijn. Gelukkig kan het kwade het niet aanraken."

"Hoe bedoel je?" vraagt Nathalie verward.

"Daar heb ik zelf geen idee van. Ik geef alleen maar door wat me verteld is."

"Je zei dat je onze hulp nodig had, niet?" vraagt Kelly, die een besluit genomen heeft.

"Inderdaad."

"Wel, ik denk dat we je misschien toch maar helpen."

"Echt? Meen je dat?" grijnst de leraar-tovenaar breed.

"Ja," knikt Nathalie, die ook overtuigd is van hun roeping, "we zullen je helpen."

"Hebben jullie eigenlijk een idee wie die jongen heeft aangevallen?" vraagt Kim.

"Nee, een of ander beest. Daarom vragen we jullie om hulp."

"We zullen vannacht surveilleren door de gangen van je school", besluit Kelly.

"Als er een beest zich schuilhoudt, zullen we het vinden", stelt Nathalie de jonge tovenaar gerust.

"Duizendmaal dank, Betoverden!" omhelst Ivan de drie hartelijk terwijl zij hem ongemakkelijk een schouderklopje geven.


Midden in de nacht is de Toverschool compleet verlaten. Alleen Kelly, Nathalie en Kim wandelen rond door de gangen van het kasteel. Ze bespreken hun tactiek in de grote inkomhal, waar vier gangen op uitkomen.

"Dus het plan is duidelijk?" vraagt Kelly nog eens voor de zekerheid.

"Ja, als we iets verdacht zien of horen, contacteren we elkaar via de walkietalkies en gaan we naar elkaar toe", herhaalt Kim het plan. De twee andere meisjes knikken bevestigend, waarna ze elk hun eigen weg inslaan. Nathalie neemt de westelijke gang voor haar rekening, Kelly de noordelijke en Kim de oostelijke. Na een tijdje zitten ze al diep in het gangenstelsel van de school, maar hebben ze het wezen nog niet gevonden.

"Hier nog altijd geen spoor. Over!" meldt Kim via de walkietalkie.

"Hier ook niks. Over!" meldt Nathalie op haar beurt.

"Dito. Geen enkel….", plots hoort Kelly iets, "Oké, er is hier toch wel iets. Over!"

Vanaf het hoge, gewelfde plafond kijken gloeiende, ijsblauwe ogen toe, die Kelly's bewegingen nauwlettend volgen. De enge verlaten gang bezorgt Kelly kippenvel.

"Kelly, rustig aan! Waar ben je? Over!" vraagt Kim. Het rosharige meisje kijkt naar de deur waar ze voor staat.

"Lokaal 154. Over!"

"Blijf waar je bent! Ik ben er zo. Over en uit!" zegt Nathalie. Ineens teleporteert ze tevoorschijn naast Kelly vanuit een stralende zee poederblauwe lichtbolletjes. Kelly schrikt door haar plotse verschijning.

"Aah! Doe dat nooit meer!" roept ze geschrokken.

"Kalm maar, zus!" plaagt Nathalie haar.

"Over een paar minuten ben ik daar ook. Verplaats je niet; ik kom eraan! Over en uit!" meldt Kim.

"Oké, gewoon blijven staan dan gebeurt ons niets", bijt Kelly bang op haar lip en tikt ze nerveus met de hak van haar schoen op de marmeren vloer. Dan klinkt er door de gang:

"Putes ni ak."

"Wat was dat?" vraagt Nathalie geschrokken.

"Ik heb geen idee en ik wil het ook niet weten", gromt Kelly bang en kwaad.

Het beest met het verminkte gezicht en de ijsblauwe ogen klimt verder over het plafond naar de twee meisjes toe en springt naar beneden. Het landt zachtjes achter hen en richt zich op met een kwaadaardige grijns op zijn verminkte gezicht, verlicht door zijn ogen die branden als ijsblauwe waakvlammetjes.

"Pira he", gniffelt het.

"Zeg niet dat het ding, wat het ook mag zijn, achter ons staat", piept Nathalie bang. De twee jonge heksen draaien zich om en schrikken zich een bult:

"Aah!"

'Rhaa!" brult het beest terwijl het zijn lange klauwen spreidt.

"Doe iets!" gilt Nathalie. Kelly knijpt haar ogen klein tot spleetjes en het wezen vliegt tegen de muur naast hen.

"Wat nu?"

"Rennen?"

"Rennen!"

Ze spurten zo snel mogelijk weg, maar het beest is terug op de been. Het is bovendien veel sneller en haalt hen al vlug in.

"Pira he!"

Het wil naar hen uithalen met zijn lange klauwen, maar Nathalie wijst naar een schilderij aan de muur en verplaatst het richting het beest in een straal poederblauwe, deinende lichtbolletjes. Wanneer het kunstwerk zijn oorspronkelijke vorm weer aanneemt, barst het kader in stukken en scheurt de kop van het wezen het doek aan flarden. Door de klap valt het beest hard neer op de vloer.

"Waar blijft Kim toch?" briest Kelly. Het wezen komt weer overeind en springt naar hen toe met de roofzuchtige elegantie van een jaguar.

"Aah!" schreeuwen Nathalie en Kelly, maar net dan arriveert Kim. Ze komt aanhollen vanuit een gang aan hun rechterkant.

"Zo niet, hé!" strekt ze haar handen, waarmee ze het beest stilzet. Het hangt onbeweeglijk in de lucht met een moorddadige grimas op zijn verminkte gezicht. Dolgelukkig lopen Kelly en Nathalie naar hun vriendin (en zus) toe.

"Is dat de dader?" vraagt ze.

"Geen idee en daar wil ik ook niet achter komen", hijgt Kelly. Op dat moment beweegt het beest weer. Het vervolledigt zijn sprong en komt plat op zijn gezicht neer op de marmeren vloer. Het krabbelt terug overeind en draait zich om naar de drie zussen.

"Rrrr!" gromt het.

"Ik haat hem nu al. Ridder!" wijst Nathalie een stenen ridderbeeld aan zijdelings achter het wezen. Ze zwaait met haar arm en teleporteert het beeld tot vlak achter het wezen in een straal poederblauwe lichtbolletjes. Vervolgens knijpt Kelly haar ogen tot spleetjes. Het beest vliegt naar achteren en wordt doorboord door het zwaard van het ridderbeeld.

"Aah!" schreeuwt het wezen uit.

"Dat zal hem leren", knikt Kim goedkeurend, maar het beest duwt zich van het stenen beeld af en zijn gapende wonde groeit uit zichzelf weer toe. "Hoe kan dat nu weer?" panikeert Kim.

"Hij kan zich vast regenereren", gokt Kelly. Het wezen maakt zich klaar om hen weer aan te vallen.

"Weg hier! Naar huis!" grijpt Nathalie haar vriendinnen bij de hand en teleporteert samen met hen weg in een poederblauwe straal deinende lichtbolletjes. Het beest verkoopt zo enkel ijle lucht een klap.


De drie jonge heksen daarentegen komen terecht in het huis van hun biologische vader. Nathalie teleporteerde hen recht de inkomhal in.

"Oef, wat ben ik blij om daar weg te zijn!" zucht Kelly opgelucht.

Nathalie kijkt wat rond. "Dit is niet het huis dat ik bedoelde, maar het volstaat. Voor nu dan."

"Waar zijn eigenlijk de slaapkamers?"

Terwijl de anderen in de hal bleven, is Kim naar de eerste verdieping geslopen. Daar houdt ze halt voor de eerste deur die ze tegenkomt. Ze opent hem en ziet een groot hemelbed staan in het midden van een voor de rest lege kamer.

"Hierboven zijn de slaapkamers!" roept ze naar beneden. Nathalie en Kelly lopen naar boven en gaan de kamer binnen waarin Kim staat.

"Wat een groot bed, zeg", bewondert Nathalie het hemelbed.

Kim geeuwt. "Ik ben zo moe. Het kan me niet meer schelen waar ik slaap."

"Laten we allemaal maar in deze kamer slapen. Het bed is toch groot genoeg", stelt Kelly voor.

"Ja, laten we dat maar doen. Ik ben nu toch veel te bang om alleen te slapen", rilt Nathalie van de gedachte alleen al. Bijna gekeeld worden door een demonisch beest staat niet hoog op mijn verlanglijstje.

De drie meisjes kleden zich om en trekken enkele nachtkleren aan die ze in een dressing hebben gevonden. Samen gaan ze in het grote hemelbed liggen onder de zachte, dikke lakens.

"Slaap lekker, zusjes!" grinnikt Kelly. Ik kan nog steeds niet geloven dat mijn beste vriendinnen mijn halfzussen zijn.

"Hoe raar. Tot vandaag was ik enig kind en nu heb ik twee zussen. Slaap lekker!" geeuwt Kim.

"Dat went wel", mompelt Nathalie, die al half in dromenland is. Voor haar zijn haar halfzussen niet zo'n nieuwe ervaring. Van haar beide ouders (ook de vader die eigenlijk haar vader niet is) heeft ze elk halfbroers uit een vorig huwelijk. Van haar derde halfbroer wist ze niet eens dat die bestond, totdat ze uitgenodigd werd op zijn huwelijk toen ze elf was.


Terwijl de drie Betoverde zussen in slaap vallen, heeft iemand anders…iets anders het erg druk. Diep in de gewelven van de Toverschool is het wezen met het verminkte gezicht en de gloeiende ijsblauwe ogen met een soort ritueel bezig. Het beest hurkt neer bij een bloederig, uitgerukt hart.

"Hoe na seka re!" strooit het wat poeder over het 'gestolen' hart. "Ghi ha ler."

Het pakt het hart op en houdt het voor zijn borstkas. Het hart begint te zweven en glijdt traag naar de borstkas van het wezen. Wanneer het hart zijn borstkas raakt, plooit zijn huid erover heen en zinkt het hart verder weg in zijn lichaam tot het helemaal geabsorbeerd en verdwenen is.

Plots verschijnt Costabor. "Moet je die dingen nu echt doen?" trekt hij zijn neus op voor het ritueel.

"Zoe! Ab mai re kloef eng res re bunt", legt het beest uit in zijn vreemde taal.

"Ja, ja, ik weet het. Als jij geen hart steelt, rot het jouwe helemaal weg en sterf je. Hoe dan ook, ben je vannacht toevallig een stel meisjes tegengekomen?"

"Zoe! Ilr mai kloef", huilt het.

"Deden ze je pijn? Verman je toch! Je kunt je eigen wonden weer genezen. Waarom grien je dan?"

"Ilr seck un ferls ing mai re."

"Hebben ze je gespietst met een stenen zwaard? Had ze dan toch gedood!"

"Ilr zun putes."

"En dan? Ze zijn heksen, ja. Dat heeft je nooit eerder tegengehouden ze te doden."

"Ilr haks ber. Ilr zun berst!" spuwt het beest op de grond.

"Zij? Krachtig? Het zijn beginnelingen! Die heb je zo gedood."

"Zoe. Meh oel zun mai yel?"

"Wil je nog een slachtoffer? Hier!" zwaait Costabor met zijn arm en een klein, onschuldig meisje van open al 12 jaar verschijnt plots uit de vloer.

"Meneer Costabor, waarom moest ik naar hier komen?" vraagt ze onbezorgd. Ze heeft geen idee wat haar te wachten staat. De jeugd van tegenwoordig is zo naïef, zucht Costabor.

"Veel plezier ermee!" grinnikt de hoogleraar, waarna hij verdwijnt in een dwarrelende vlaag witte glinsteringen. Het beest staat recht en valt het meisje aan. Ze schreeuwt het uit wanneer het haar aan stukken rijt:

"Aaaaaah!"

Het snijdt onmiddellijk haar nek over met zijn lange klauwen. Ze bloedt dood en valt neer op de kille, marmeren ondergrond.


De volgende ochtend worden Kelly, Nathalie en Kim rustig wakker in het hemelbed van hun vader in zijn huis. Kim rekt zich geeuwend uit.

"Ik heb zo raar gedroomd. Wij waren aan het ronddwalen door de gangen van een soort kasteel en we werden plots aangevallen door een beest."

"Dat was gisterenavond en echt gebeurd", zegt Kelly slaperig.

"Oh, vreselijk", laat Kim het hoofd hangen. De drie meisjes kleden zich om en wandelen vervolgens de trap af naar het gelijkvloers. Ivan teleporteert dan net de inkomhal binnen in een dwarrelende vlaag witte glinsteringen.

"Er is weer een leerling aangevallen vannacht", meldt hij met een uitgestreken gezicht.

"Wat? Nee, wij zijn daar tot midden in de nacht gebleven en wij zijn dat beest tegengekomen. Die zal na ons geen zin meer hebben gehad om nog iemand aan te vallen", verzekert Kelly hem van hun moeite.

"Wel, er is toch een meisje aangevallen en gedood."

"Echt? Wacht, we komen met je mee."


Even later heeft Ivan de drie zussen gebracht naar de plek in de Toverschool waar het wezen het meisje aanviel. Wat verder in de gang zien ze haar bebloede en opengerukte lijk.

"Oh God, nee!" houdt Kim een vuist voor haar mond tegen de braakneigingen.

"Wie doet toch zoiets?" vraagt Nathalie verbolgen.

"Daarom vroegen we jullie om hulp. Jullie hebben het gisteren toch gezien?" vraagt Ivan

"Ja, het had ijsblauwe ogen, een verminkt gezicht en zeer lange klauwen", beschrijft Kelly het wezen.

"Doet dat een belletje rinkelen?" vraagt Nathalie.

"Er komt nu niet meteen iets in me op, maar…"

"Haar hart lijkt er ook uit te zijn genomen", bemerkt Kim. "Waarom zou je zoiets doen?"

"Geen idee", haalt de blonde tovenaar de schouders op. "Misschien om het op te eten? Kunnen jullie dat niet opzoeken in het Betoverde Boek?"

"O ja, dat kunnen we ook doen", glimlacht Nathalie.

"Wel, dan moeten we terug naar huis", zegt Kelly.

"Naar de zolder!" spoort Kim Nathalie aan. Zij neemt de brunette en Kelly bij de hand en teleporteert hen in een straal poederblauwe lichtbolletjes naar de zolder van hun vaders huis. Costabor, die ook bij het lijk van het meisje stond, komt plots dichter bij Ivan.

"Weten de Betoverden al wie het heeft gedaan?" vraagt hij nieuwsgierig.

"Nee, maar ze gaan het opzoeken in het Betoverde Boek. Het zal nu niet lang meer duren."

Nietsvermoedend begeeft Ivan zich naar zijn kantoor terwijl Costabor aan het denken slaat. Vervloekt, nu zal ik het Betoverde Boek nooit meer kunnen bemachtigen! Oké, rustig aan, Costabor. Het is misschien nog niet helemaal verloren.


Op de zolder van hun vaders huis staan de drie jonge zusterheksen achter de staander van het Betoverde Boek. Ze hebben het dikke spreukenboek opengeslagen en bladeren erin op zoek naar het wezen. Kim slaat een bepaalde pagina om van het Betoverde Boek.

"Hé toevallig, als dat niet onze oude bekende is!"

"Wat? Wat zie je?" vraagt Kelly.

"Kijk maar!" wijst Kim de pagina aan. Op de vergeelde bladzijde staat een duidelijke tekening van een man met een pentagramtatoeage.

"Wel heb je ooit: de Wiccatin!" grinnikt Nathalie. Ze bladert verder in het dikke boek, "Vampier, weerwolf, vliegende schotel, pantoffeldiertje…"

"Daar! IJsblauwe ogen!" wijst Kim een pagina aan met opnieuw een karakteristieke illustratie.

"Wat staat er?" vraagt Kelly.

"Volgens dit boek hebben we te maken met een Warlock, alias Kwade Tovenaar. Een Warlock was, voordat het in een demon veranderde, een gewone tovenaar, maar doordat het een verbond sloot met de Duivel, veranderde het in een beest met ijsblauwe ogen, een verminkt gezicht en lange, lelijke klauwen."

"Ja, dat klinkt als onze jongen", knikt Nathalie bevestigend.

"Wat staat er nog?" vraagt Kelly.

"Door het feit dat een Warlock een verbond sloot met de Duivel, is de Warlock een kwaadaardige demon. Het is zo slecht dat de kwaadaardigheid zijn hart weg doet rotten. Daarom doodt het zijn slachtoffers en snijdt het hun hart eruit."

"Als het geen verbond had gesloten met de Duivel om mee te beginnen, had het dat probleem niet gehad", bemerkt Nathalie doodleuk.

"Om ervoor te zorgen dat het het hart kan absorberen, voert het een ritueel uit dat het elke avond moet herhalen omdat elke dag zijn hart wegrot. Dus moet het ook elke dag een ander hart stelen."

"Staat er ook iets in over hoe je zo'n Warlock kunt uitschakelen?" vraagt Kelly.

"Ja, er staat een soort vernietigingsspreuk bij. Ik zal hem even voorlezen:

Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen."

"Moeten wij alleen die spreuk zeggen en het is weg?"

"Blijkbaar wel."

"Betekent dit dat we vanavond alweer moeten ronddolen door de gangen van dat kasteel?" pruilt Nathalie. Een zo'n nacht in dat enge kasteel was al erg genoeg.

"Ik denk niet dat we een andere keus hebben", zegt Kelly.

"Daar gaan mijn avondplannen", zucht Kim.


Laat op de avond patrouilleren Kim, Nathalie en Kelly samen door de gangen van de Toverschool. Ondertussen houden ze hun ogen goed open en letten ze op vreemde geluiden.

"Goed idee om samen te blijven, Kim", complimenteert Nathalie haar.

"Ach, als we worden aangevallen, is het best dat we met z'n drieën zijn."

"Ja, vorige keer hadden we al zoveel moeite", grinnikt Kelly. De meisjes lachen en beginnen verhalen op te rakelen om de spanning te verzachten, wat enkel verder gelach uitlokt. De Warlock, aan de andere kant, houdt alweer een absorptieritueel wanneer het de Betoverden hoort lachen.

"Putes zun ei", grijnst het, zijn ijsblauwe ogen fel gloeiend. Het kruipt de muren op en lokaliseert de heksen aan de hand van hun gelach.

"Hé, weten jullie die ene keer nog toen Teun op zijn achterwerk viel bij die klim?" grinnikt Kim.

"O ja, zijn broek zag helemaal bruin! Iedereen dacht dat hij in zijn broek gekakt had", schaterlacht Nathalie.

"En toen zei mevrouw Hofwegen dat hij zich nergens voor hoefde te schamen! 'Ongelukjes gebeuren nu eenmaal', zei ze", lacht Kelly.

"Hahaha!" lacht de Warlock mee vanop het plafond boven de meisjes.

"Hoorden jullie dat ook?" schrikt Kelly. Ineens springt de Warlock van het plafond naar hen toe.

"Daar!" strekt Kim haar handen en zet ze het wezen stil. Het blijft pal boven hun hoofd in de lucht hangen.

"Laten we ons maar een beetje verplaatsen", stelt Nathalie voor. Ze verzetten zich een paar stappen en dan werkt Kims magie uit. De Warlock springt verder en het knalt recht tegen een muur met zijn gezicht.

"Au-auw!" grient het.

"Ha, net goed! Speer!" wijst Nathalie een speer aan aan een muur en zwaait ze met haar arm richting de Warlock. De speer licht poederblauw op, deint uiteen in stralende lichtbolletjes en vliegt naar het wezen in een poederblauwe stroom. Wanneer het lange wapen terug samenklit, doorboort het de demon. Vervolgens zet Nathalie zich schrap om de spreuk te zeggen.

"Ik hoop maar dat die spreuk werkt.

Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen."

"Aah!" De armen van de Warlock vliegen in brand, maar doven snel weer uit.

"Het werkt niet!" panikeert Nathalie.

"Laat mij maar!", Kim zet de demon alweer stil met gestrekte handen en zegt de spreuk op,

"Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen."

"Rhaa!" Nu vliegt zijn romp in brand, maar ook die dooft uit. Het wezen trekt vervolgens de speer uit zich en springt furieus op de meisjes af.

"Dat dacht je maar!", Kelly knijpt haar ogen tot spleetjes en de Warlock vliegt terug tegen de muur, "Ik zal eens tonen hoe het moet.

Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen."

"Aah!" Alleen zijn benen schieten deze keer in brand, maar opnieuw doven ze uit. Door de wrede marteling, die voor de jonge heksen niet meer dan geklungel is, kookt het beest van woede. "Rhaaa!"

"Hou toch je mond!" zet Kim het weer stil door haar beide handen te strekken.

"Hij schiet telkens in brand, maar niet helemaal. Wat nu?" vraagt Nathalie.

"Wat als we alle drie de spreuk tegelijkertijd zeggen?"

"Armen, romp en benen, dat moet lukken", knikt Kelly.

"Zet je schrap!" waarschuwt Kim hen en ze strekt haar handen opnieuw terwijl ze cirkeltjes maakt in de lucht. Dit laat de Warlock weer bewegen. De zussen zeggen meteen de spreuk met zijn drieën op:

"Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen."

Nu schiet de Warlock helemaal in brand, maar het dooft weer gedeeltelijk. "Het werkt weer niet!" roept Nathalie.

"Ik denk dat we het moeten blijven herhalen", oppert Kim. De twee andere meisjes knikken en de drie pakken elkaars hand vast om uit elkaar kracht te putten. Tezamen herhalen ze de spreuk:

"Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen.

Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen,

anders zal het jouw hart in zich leggen.

Om de Warlock te verslaan, moet je deze spreuk zeggen…"

De Warlock schiet opnieuw volledig in brand en blijft deze keer branden. Het vuur laait enorm op terwijl het geschreeuw van de demon toeneemt, tot het wezen plots ontploft en verdwijnt met vlam en al.

"Het is ons gelukt!" juicht Kelly.

"Geweldig", grijnst Nathalie.

"Kunnen we dan nu naar huis gaan? Ik wil hier geen moment langer blijven", vouwt Kim de armen over de borst. Ik krijg gewoon de rillingen van deze plek.


De volgende ochtend teleporteren Nathalie, Kelly en Kim weer naar de Toverschool. Ze verschijnen in Ivans kantoor.

"En Betoverden, is het gelukt?" vraagt de jonge leraar-tovenaar.

"Ivan, noem ons toch niet steeds de Betoverden", rolt Kelly met haar ogen. Van mij mag deze blonde knaap me best persoonlijk aanspreken. Wie weet meer?

"Hoe willen jullie dan dat ik jullie noem?"

"Noem ons gewoon bij onze namen", knikt Nathalie glimlachend.

"Het is een beetje raar om steeds de Betoverden te worden genoemd", knipoogt Kim. Dat is een titel waar ik nog niet klaar voor ben. En waar ik ook niet zo snel aan zal wennen.

"Goed, maar is het gelukt? Is het beest weg?" dringt de magische twintiger aan.

"Ja, de Warlock die de leerlingen aanviel, is weg", bevestigt Kelly.

"Kaboum, foetsie!" voegt Nathalie er knikkend aan toe. Dan betreedt Costabor Ivans kantoor. Hij is verrast de drie jonge heksen te zien, levend en wel.

"Zo Betoverden, jullie zien er ongedeerd uit. Hebben jullie het wezen kunnen verslaan?" vraagt hij. Hij heeft immers niet meer van zijn compagnon gehoord sinds gisterenavond.

"Ja, het is weg en zal jullie niet meer lastigvallen", knikt Nathalie nogmaals.

"Ah, dat is goed. Ik ga dan weer." Ik heb hen blijkbaar onderschat. Misschien schuilt er toch enige waarheid in die voorspelling? Zonder verder dralen holt Costabor het kantoor weer uit.

"Is hij altijd zo raar?" trekt Kelly een wenkbrauw op. Misschien hebben al die tovenaars dat gemeenschappelijk?

"Hij heeft zo zijn dagen, maar ik wil jullie ongelooflijk bedanken voor al jullie hulp", bedankt Ivan hen.

"Het was niks. We zouden het zo weer doen", glimlacht Nathalie.

"Nu je daar toch over begint, wij hebben al een tijdje last van…"

"Je zou en moest dat zeggen", mompelt Kim. Ze kijkt Nathalie stuurs aan, die op haar beurt de schouders ophaalt in spijt.

"Weet je, Ivan, wij dachten eraan onze spullen te verhuizen naar het huis van onze vader", zegt Kelly. Het is zonde zo'n prachtig huis onbewoond te laten.

"Echt? Willen jullie in zijn huis wonen?" grijnst Ivan breed.

"Het is niet zozeer dat we in zijn huis willen wonen, maar dat we als zussen een plaats voor onszelf willen. Begrijp je?" knipoogt Nathalie.

"Weet je, jullie vader zou trots zijn geweest op jullie."

"Is elke vader dat niet op zijn dochters?" giechelt Kim.

"Als jullie willen, kan ik jullie helpen met het verhuizen van jullie spullen."

"Oh, dat hoeft niet, Ivan. Dat kunnen we perfect alleen. Toch bedankt", bedankt Nathalie hem voor het aanbod.

"Goed. Ik zie jullie nog wel."

"Natuurlijk, je mag altijd bij ons langskomen", glimlacht Kelly bevallig, met een korte glimp van haar beugel. Je kan misschien zelfs een keertje overnachten.

De vier nemen afscheid van elkaar en Nathalie teleporteert met haar twee zussen naar huis in een fonkelende zee van poederblauwe lichtbolletjes. Het zijn me toch een stel speciale meisjes, denkt Ivan.