Heel lang kon het ruimtescheepje de hyperreissnelheid niet volhouden, maar ze waren in ieder geval veilig buiten het bereik van H2G2 en de kans dat iemand de moeite had genomen ze te volgen door de asteroïdegordel was relatief klein. Het werd een lange vlucht. De rest van de bemanning had voor vertrek de kans gezien om zich in een andere ruimte terug te trekken.

De stoeltjes in het laadruim waren waarschijnlijk eigenlijk alleen bedoeld voor de stuurlieden om even te kunnen zitten tijdens het werk of anders tijdens noodgevallen, niet perse om er nu een reis van varga's op te maken.

Het ruimtescheepje vloog echter wel alles behalve in een rechte lijn. Lotor wist niet waar ze last van hadden. Zonnestormen die het apparatuur van slag maakten of meer ruimtespul dat ze moesten ontwijken waarschijnlijk. Ze bewogen in ieder geval vaak genoeg onverwacht dat de verbannen prins niet durfde te vragen alsof hij alsnog bij de rest van de bemanning kon gaan zitten.

Bovendien droop hij nog van de conserveringsmiddelen.

Lotor zuchtte. Xip was nog steeds niet terug en de batterij van het computertje in zijn harnas waren al kwintants leeg. Hij zat dus weer alleen met zijn gedachten opgescheept, een situatie waar hij inmiddels wel genoeg van kreeg.

De verbannen prins leunde wat verder naar achter. Hij huiverde toen het conserveringsmiddel dieper zijn harnas in kroop, maar dat viel op het moment toch niet meer te redden. Het zat inmiddels in zijn schoen.

Lotors blik gleed langs de strak neergezette lading. Dus de kapitein was er eentje van orde en tucht? Geweldig. Alsof hij daar nog niet genoeg ellende mee had gehad. Hij leek niet van dat soort wezens af te komen.

Eerst vierduizend jaar Zarkon en Dayak, zijn gouvernante die maar niet leek te begrijpen dat hij geen babysitter meer nodig had op zijn leeftijd en nu weer een officier die al het recht had om de baas over hem te spelen, want kaelimerers, hij had er in toegestemd om een tijdje als tweede stuurman te werken. De jongeman verplaatste zich ongemakkelijk in zijn stoel.

Als hij zijn mond maar wist te houden tot hij met een beter plan kon komen. Mond houden en doen wat ze zeggen. Dat was in de afgelopen vierduizend jaar ook de beste manier geweest om in leven te blijven.

Crud, waar was hij aan begonnen? Hij mistte zijn appartement in Anobeithiol met uitzicht op de groene bossen. Hij mistte de frisse lucht, de vriendelijke wezens, het eten. Oh, hij had nog steeds honger. Hadden ze niet iets te snacken aan boord? Al was het maar eetspul. Het smaakte nergens naar, maar het was beter dan niets.

'ETA in drie varga's. Ploeg A kan gaan rusten, ploeg B blijft alert,' klonk de stem van Vasiliki over de intercom.

'En ik?' vroeg Lotor. Het bleef een moment stil waardoor hij begon te twijfelen of ze hem gehoord hadden.

'Blijf alert. Jij kan gaan rusten op de Matier,' zei Vasiliki.

'Begrepen,' zei Lotor en hij rekte zich uit in zijn stoel.

'Xip komt je zo wel gezelschap houden,' zei Vasiliki.

'Yeah, ladingwacht!' klonk de stem van Xip vaag op de achtergrond. Lotor wist niet zeker of hij nu optimistisch of sarcastisch was. Misschien een beetje van beide? Kon dat?

Daarna kon Lotor niks meer over de intercom horen. Misschien omdat ze de luidspreker aan hun kant hadden uitgeschakeld. Hij betwijfelde of het andersom ook het geval was. Affijn, drie varga's wakker blijven moest nog wel lukken. Het was niet dat hij de laatste dagen nu zoveel intensieve arbeid had verricht.

Hoe zou het moederschip zijn? Ook zo'n oud barrel als dit of toch iets moderners? Waar haalden minderbloeden eigenlijk een eigen ruimteschip vandaan?

Rondom het Galra Hoofdkwartier was het niet eens toegestaan om om te gaan met aliens met een gemengde afkomst, laat staan dat ze er mee mochten handelen. Dat werd wel minder naarmate je meer naar de grenzen van het keizerrijk trok, maar het was alsnog een risicovolle onderneming. Nou ja, het bood hem voorlopig in ieder geval onderdak.

De deur naar het laadruim ging open en Xip kwam binnen met wat dingen in zijn armen.

'Alsjeblieft, een fles wetter,' zei Xip en hij gaf de kleine container met vloeistof aan Lotor. 'Ik ben nog op zoek gegaan naar iets te eten, maar we moesten onze rantsoenen gebruiken als omkoopmiddel bij de douane. De Chief had alleen nog dit pakje met twee scheepsbeschuitjes achter weten te houden.'

'Bedankt,' zei Lotor, terwijl hij de fles en de beschuitjes aanpakte. Hij had het wetter in één teug op kunnen drinken en het scheepsbeschuit met twee happen kunnen laten verdwijnen, maar hij hield zich in en nipte voorzichtig wat aan de fles. Het wetter hier aan boord smaakte in ieder geval een stuk beter dan dat chemische spul dat uit de kranen van H2G2 kwam.

'Geen trek?' vroeg Xip.

'Gaat wel,' mompelde Lotor. De kleine alien snoof een keer.

'Wat?' vroeg Lotor.

'Gozer, ontspan.'

'Pardon?!'

'Dit is de Matier. Ik weet dat ze in de rest van het Galra Keizerrijk geen flikker om ons minderbloeden geven en ik kan me nauwelijks voorstellen wat jij moet hebben doorgemaakt met Zarkon als vader, maar je bent nu hier en je bent veilig.'

Veilig? Veilig was een gevaarlijke illusie, een waanbeeld van geluk. Op Anobeithiol had hij zich veilig gevoeld en zie wat daar van was geworden. Veilig bestond niet. Vroeger of later kwam de chaos die alles in het ongeluk zou storten. Lotor moest op zijn hoede blijven. Hij had de afgelopen kwintants veel te veel achterover geleund, maar dat was nu afgelopen.

Met een beslist gebaar bood hij Xip een van de beschuitjes en de fles wetter aan. Toon geen zwakte. Dat was het moment dat de vijand kon toeslaan en crud, hij was in het verleden wel voor hetere vuren gezet. Nog een kwintant zonder eten overleefde hij wel.

Veilig.

Stelletje idioten.