VIER
Gefrustreerd viel hij op de bank neer. Het zou niet lang duren voordat de rest van de familie terug zou komen; het onweer was bijna opgehouden en als ze nog langer door zouden gaan met slagbal, zouden ze gehoord worden. Hij had geen zin gehad om mee te gaan. Momenteel voelde hij zich leeg en doods, alleen de vage geur van vers gemaaid gras wanneer hij zijn ogen sloot en zich concentreerde, maakte dat hij zich wat beter voelde. Aan de andere kant, dat gevoel was niet goed voor hem. Hij gromde chagrijnig. Tot nu toe had hij geen conclusie gevonden voor het feit dat ze nog steeds in zijn hoofd zat. Het meisje, het zo zwaar gewonde meisje. Ze waren net op tijd geweest, maar met toeval op dezelfde plek. Hij had het haast niet aan kunnen zien. Een paar tellen later had haar dood geworden, door de diepe beet in haar schouderblad. Carlisle en hij hadden hem van haar afgesmeten, en zodra Carlisle hem in zijn greep had was hij naar haar toegesneld. Haar arm had in een onnatuurlijke houding gelegen, en door zijn medische ervaring wist hij gelijk dat haar arm op minimaal één plek gebroken moest zijn geweest. De diepe wond in haar schouderblad kon hij, en hij en zijn soort, als enige herkennen. De beet was diep en het bloed was er donkerrood, met een ijzerkleurige rand eromheen. Edward sloot zijn ogen gepijnigd. De blik in haar ogen had hem pijn gedaan, de angst en de pijn waren tastbaar geweest, maar het weten dat hij er een eind aan moest maken, was haast nog moeilijker. Het is je lot, zoon. Wrang dacht hij terug aan Carlisle, die in korte tijd met de dader had afgerekend en zich naast hem had neergezet. En Edward had het gedaan, natuurlijk had hij het gedaan. Vanaf het moment dat hij haar verschrikte blauwgrijze ogen had gezien en de geur van vers gemaaid gras had geroken wist hij dat hij het vergif uit haar moest halen. Haar bloed was een geheel nieuwe ervaring geweest. Zodra zijn lippen de warme vloeistof raakten kwam Edward in extase. Met de geur van vers gemaaid gras in zijn neus en de smaak van een zachte vanillesaus nu in zijn mond, was hij aan een verrukkelijke reis begonnen, eentje die hij niet wilde eindigen. Ook toen haar bloed weer zuiver was, wilde hij niet stoppen, wilde hij haar bloed in zich blijven nemen en van het gevoel blijven genieten. Mensenbloed gaf zoveel meer voldoening dan het bloed van dieren... Maar dat was het! Dat was het!
Op het moment dat de rest van de Cullens het huis binnenkwamen was Edward al naar beneden gestormd en stond in de hal te wachten. "Carlisle!" Hij heeft iets ontdekt. Edward knikte verwoed. Carlisle had het precies goed gedacht. "Kan ik je even spreken?" Zijn vader knikte en volgde hem in normale snelheid de trap op, terwijl Edward al een paar seconden boven was. Zodra Carlisle zijn kamer in was barstte hij los. "Zou het.. zou het kunnen dat..." Hij viel stil. Als het mogelijk was geweest zou er een blos van schaamte over zijn porseleinen huid gekropen zijn, maar Edward kon niet blozen. Zeg het maar, Edward. "Ik denk dat ik een seconde te lang heb doorgebeten." Hij zonk neer op de bank in zijn kamer en drukte zijn handpalmen hard tegen zijn slapen. Naast hem ging Carlisle voorzichtig op het bed zitten. Ga door. "De enige oplossing die ik als een mogelijkheid zie, - en dit moet hem haast wel zijn want ik ben álles langsgegaan -, is dat ik een seconde te lang heb doorgebeten. Er moet een miniem deel van mijn bloed in haar bloed gekomen zijn en... o god, wat als ik haar mijn lot heb gegeven?!" Dat heb je niet, Edward, ze is nog gewoon een mens. Dat stelde hem enigszins gerust, maar het feit dat Carlisle wist dat ze nog mens was betekende ook dat hij haar had opgezocht, iets wat hij aan Edward verboden had te doen. Carlisle mocht dan geen gedachten kunnen lezen als Edward, maar hij wist zijn zoon beter in te schatten dan menig ander in al die jaren. "Nee, je kunt nog steeds niet naar haar toe, Edward. Laat haar, haar eigen leven leiden. Laat haar een mens zijn, geef haar geen blijk van onze wereld, dat verdiend ze niet." Hij knikte, maar met tegenzin. Door haar bloed geproefd te hebben was zij als een obsessie voor hem geworden, één waarvan hij niet wist tot hoeverre hij hem in controle zou kunnen houden.
Nadat hij haar, haar, want haar naam wist hij niet en Carlisle blokkeerde zijn gedachtes over haar voor hem, had achtergelaten bij Carlisle, had hij iedere dag meer naar haar verlangd. Nooit had hij mensenbloed geproefd, en het was een nieuwe voldoening geweest waar bijster moeilijk afstand van te bewaren was. Hij wilde haar zien, opnieuw zien, weten wie ze was en wat ze deed, de geur van vers gemaaid gras om haar heen ruiken die meer intens zou worden hoe dichterbij ze zou komen. Maar het meest van alles, het liefst wat hij wilde, was haar bloed opnieuw proeven. Hoewel hij geen ervaring had met enig ander mensenbloed was hij ervan overtuigt dat zij de enige was met zo'n zachte, zoete smaak, en hij wilde er alleen maar meer, meer, meer van.
Waar denk je aan, Edward. Geschrokken keerde hij terug naar de werkelijkheid. Carlisle keek hem een moment met gefronst voorhoofd aan. "Ik weet dat het moeilijk voor je is zoon, maar je moet je ertegen verzetten. Er is een ander probleem waar we ons misschien drukker over moeten maken." Edward keek hem verbaasd aan en een onbehaaglijk gevoel bekroop hem. "Wat?" Wat als ze eigenschappen van onze soort overneemt? Hij schudde zijn hoofd. "Nee, dan moet ze veel meer bloed in zich hebben. Dit kan haar niet als één van ons maken." Dat weet ik zoon. "Maar wat als ze delen van onze eigenschappen heeft, of in kleinere proporties?" Edward staarde voor zich uit. Wat dan, inderdaad.
Wat moest hij met zichzelf aan? Edward wist zich geen raad. Hij dwaalde door het huis, en hoewel iedereen 's nachts op een bed of bank ging liggen en zijn rust pakte, ook al konden ze niet slapen, kon Edward zichzelf ook daartoe niet aanzetten. Wie was ze, hoe heette ze, hoe zag ze eruit als ze niet doodsbang was en in een onnatuurlijke houding op de grond lag? Hij kon het niet meer aan, hij moest het weten. Met een onnatuurlijke snelheid vloog hij de trap op naar zijn kamer en sloot de deur achter hem. Zijn laptop stond altijd aan. Als hij 's nachts te onrustig was om ergens te gaan zitten of liggen, zat hij vaak achter zijn laptop tijdrovende spelletjes te spelen, of dwaalde hij door het bos. Soms ging hij op jacht, maar hij was meer dan verzadigd op het moment. Een ander voordeel van het mensenbloed; een kleiner portie gaf alsnog een veel duurzamer ervaring dan het effect van dierenbloed.
Onwillekeurig dacht hij even aan Carlisle en Esmé, die al meerdere keren nadrukkelijk hadden gezegd dat hij niet naar haar opzoek moest gaan. Hij begreep het, natuurlijk begreep hij het. Het was gevaarlijk, voor haar dan. Maar hij kon niet langer zonder. Ze was een obsessie, en de geur van vers gemaaid gras was nog amper ruikbaar. Hij moest haar vinden.
Met zijn tientallen jaren ervaring op het internet was het niet moeilijk en snel had hij resultaat. 'Curieus ongeval in Arnoon,' luidde de titel van het krantenbericht dat online was verschenen. Met trillende handen klikte hij de link aan en wachtte tot de pagina zich in een tiende seconde had geladen. Er was geen foto. Dat teleurstelde hem enigszins. Op topsnelheid las hij het artikel door en zijn hart sloeg een slag over. Luciènne Roderijn. Luciènne. Frans, het betekende licht. Na tientallen jaren in de examenklas kende hij ieder woord Frans. En Duits, Spaans en Engels, maar dat terzijde. Hij staarde als geobsedeerd naar de naam, voordat hij in spoed een nieuwe internetpagina opende en haar naam intypte. Een nieuw gevoel van spanning trok door zijn lichaam toen hij de verschillende matches met haar naam vond. Binnen twee tellen had hij haar account op facebook gevonden, nog geen tel later zat hij naar een foto te staren.
Bij het zien van haar gezicht leek het alsof hij het vers gemaaide gras weer wat beter kon ruiken, en onwillekeurig verwijdden zijn pupillen zich iets. Haar lange haren vielen in soepele krullen tot ver over haar schouders, de kastanjebruine kleur was in mooi contrast met haar hier stralende, blauwgrijze ogen. Ze had grote ogen, zag hij. En dus niet alleen wanneer ze opengesperd van angst waren. Een normaal postuur, een casual kledingstijl. Onwillekeurig keek hij naar haar op de foto gezonde, ontblote schouder, en proefde de zoete smaak weer in zijn mond. Voordat hij snel zijn laptop sloot voor hij te dorstig werd, keek hij nog één keer naar haar profielpagina. Haar adres stond onschuldig in de rechterbovenhoek.
