Beloofd

'Edward.'

De gespannen stilte werd verbroken door mijn broer – degene van wie ik zijn naam nog niet wist, maar hij die sterk op een beer leek. Edward leek het niet te horen. Wezenloos staarde hij voor zich uit. Ik zwaaide met mijn hand even voor zijn ogen. Hij reageerde niet. Voordat ik iets kon vragen omklemde Alice mijn pols en trok me de woonkamer uit. 'Kom, dan geef ik je een rondleiding,' zei ze vrolijk. Ze leek het gedrag wat Edward zojuist vertoond had niet vreemd te vinden. Een beetje sloffend liep ik achter haar aan – wat ook niet anders kon aangezien ze mijn pols nog altijd in een ijzeren greep hield. Ik luisterde maar half naar de verhalen die ze bij iedere ruimte had en erg goed nam ik de omgeving niet in me op. Mijn hoofd werd momenteel gevuld door andere gedachten. Wie was Bella? En wat betekende dit – wat dat dan ook was – voor haar? Betekende ik iets voor haar? En was dat iets goeds, of iets slechts? Doordat ik zo in gedachte was hoorde ik de vraag die Alice me stelde maar half. Zonder er echt over na te denken antwoordde ik met ja, het ging eigenlijk automatisch.

'Lauren, je kamer is hier hoor. Hoe kun je nou zeggen dat je het mooi vind als je de andere kant op kijkt?'

Ik wuifde mijn gedachten weg en keek Alice schuldbewust aan. 'Sorry ik was even in gedachte, wat zei je?'

'Ik zei, dit is je nieuwe kamer. Ik hoop dat je het niet erg vind om hem met mij te delen.'

Verbaast stapte ik de ruimte binnen. Het is zo mooi, zo groot. Met een gelukzalig gevoel in mijn buik laat ik me op een van de bedden vallen. Zo erg leek vampier zijn toch niet. Alice nam plaats op het bed naast het mijne en glimlachte naar me. Ik deed hetzelfde terwijl ik rechtop ging zitten. 'Ik had het me heel anders voor gesteld, vampier zijn,' zei ik.

Alice glimlach verdween. 'Heb je er ooit over nagedacht dan?' Ze klonk wat afkeurend.

Ik schudde mijn blonde krullen. 'Eigenlijk niet,' gaf ik toe. 'Misschien eventjes toen ik hoorde dat ik er zelf een was.' Om eerlijk te zijn wist ik tot die tijd niet eens dat ze werkelijk bestonden. Vampiers waren van die dingen die alleen in slechte horrorfilms voorkwamen. Zo dacht ik er in ieder geval over.

'Wat heeft Edward je allemaal verteld?' vroeg Alice en ze glimlachte gelukkig weer.

Na eventjes nadenken wist ik me het vegetariër verhaal te herinneren. Daarbij hoorde het verhaal over oogkleur en zonlicht, dat over snelheid en kracht.

'Ohja. En dat over voortplanten,' voegde ik er nog aan toe.

Alice lippen werden een smalle streep en ze keek me aan, haar hoofd iets naar rechts gebogen. 'Dus je weet dat vampiers niet kunnen voortplanten?' vroeg ze.

Ik knikte. 'Ja, dat weet ik.' Was dat teleurstelling dat doorklonk in mijn stem?

Alice reageerde niet. Misschien had ik me het verbeeld en had ik niet teleurgesteld geklonken. Of misschien had Alice het niet gehoord.

'Vind je het erg?'

Ik schrok op en het duurde even voordat alles tot me doordrong.

'Dat van het voortplanten bedoel ik hè,' voegde Alice er voor de duidelijkheid aan toe.

Ik knikte ten teken dat ik dat begreep. 'Nou, het was niet dat ik al iemand op het oog had of zo.'

Alice giechelde. Het klonk als belletjes in de wind, heel zacht, heel lief.

Ik kon het niet helpen dat ik ook moest lachen.

'En de rest? Snap je dat?'

'Het is niet dat ik het niet snap, maar eigenlijk-' Er verschenen rimpels in mijn voorhoofd. '-denk ik dat het nog niet zo tot me doordringt.'

Alice glimlachte bemoedigend naar me. 'Carlisle heeft gelijk, je kunt het best.'

Ik was nog niet geheel overtuigd en schonk Alice een ik-weet-het-niet-hoor-blik.

'Het komt echt wel goed hoor, Lauren.'

'Beloof je dat?' vroeg ik zachtjes.

'Dat beloof ik.'