HOOFDSTUK 4: OORLOG
"Kom binnen," zegt Vale terwijl hij de voordeur van zijn huis voor ons open houdt.
Doran, ikzelf en Kivo's ouders volgen hem doorheen het smalle gangetje tot in de woonkamer. Daar zit zijn vrouw Iris al op ons te wachten. Volgens het eenvoudige klokje dat op de vensterbank staat, is het nog maar kwart over vijf. We zijn dus ruim op tijd voor de nieuwsuitzending die al sinds deze ochtend overal in het district wordt aangekondigd.
Iris kwam het ons zelf vertellen toen we bij de familie Morrison thuis ons ontbijt van geitenmelk aan het drinken waren. Ze is er speciaal heel het dorp voor rondgegaan, want zij en Vale zijn hier de enigen die een televisie hebben. Straks om zes uur stipt zal president Snow via het noodkanaal een belangrijke toespraak houden. Meer dan dat weten we nog niet, al heb ik zelf wel een vaag vermoeden waarover het zou kunnen gaan. Plutarch en Fulvia hebben altijd gezegd dat de opstand van de rebellen echt zou beginnen zodra zij Katniss uit de arena gered hadden. Dat is intussen al bijna drie dagen geleden. Het zou me eigenlijk niet verbazen moest Snow vanavond een officiële oorlogsverklaring voorlezen.
Wanneer we met zijn zessen rondom de stevige houten tafel gaan zitten, kijkt iedereen een beetje verwachtingsvol naar mij. Aarzelend laat ik mijn rechterhand diep in de achterzak van mijn rok glijden. Ik haal het dunne rolletje papier tevoorschijn en schuif het elastiekje eraf. Daarna leg ik mijn vijf bankbriefjes van vijftig Pan naast elkaar op tafel.
Ik vind het niet echt heel erg om ze nu te moeten afgeven. Maar toch voel ik me niet helemaal op mijn gemak. Toen ik bij het Capitoolverzet ging en op het idee kwam om thuis onder mijn bed een rugzak voor noodgevallen te verbergen, heb ik daar uiteraard ook cash geld in gestoken. Iets waarvan ik wist dat het zeker van pas zou komen als ik ooit onverwachts moest vluchten. Niemand had me verteld dat ik bij de ouders van Kivo zou kunnen onderduiken. Maar nu Doran en ik bij hen logeren, vind het gewoon niet eerlijk om op hun kosten te leven en te verzwijgen dat ik geld op zak heb. Daarom wou ik vanochtend - een half uurtje na het ontbijt - alles aan Andrew en Noria geven. Alleen had ik er te weinig bij stil gestaan dat tweehonderdvijftig Pan in een district als dit een fortuin is.
Andrew zei dat hij in heel zijn leven nog nooit zo veel geld bij elkaar had gezien. Juist daarom konden hij en Noria er zelf eigenlijk niet veel mee doen. De inwoners van dit dorpje zijn zo arm dat ze nooit briefjes van vijftig Pan in huis hebben. We zouden ze onmogelijk kunnen uitgeven zonder een heleboel lastige vragen te krijgen. Iedereen zou willen weten waar zo'n grote hoeveelheid geld opeens vandaan komt. Daarom stelde Noria al snel voor om alles naar Vale en Iris te brengen.
"Ik denk dat de rebellenbeweging in de stad het wel kan gebruiken," zegt Iris terwijl ze de vijf bankbiljetten gladstrijkt. Naast haar zie ik Vale instemmend knikken.
"Ze zijn al maanden bezig met geld in te zamelen voor de opstand," vult hij aan. "En zij zullen wel weten hoe je een briefje van vijftig kwijtgeraakt achter de rug van de vredebewakers."
"Voor mij is het goed als jullie alles aan de rebellen geven," antwoord ik terwijl ik probeer om mijn stem zo neutraal mogelijk te laten klinken. "Per slot van rekening ben ik er zelf ook één."
Gelukkig lijkt iedereen het met dat voorstel eens te zijn. Stiekem ben ik opgelucht dat dit probleem zo gemakkelijk opgelost is, en dat de reactie van Vale en Iris al bij al nog meeviel. Ze hadden me het even goed kwalijk kunnen nemen dat ik op mijn leeftijd meer geld bezit dan alle inwoners van dit dorp samen. Maar net als Andrew en Noria lijken zij te snappen dat niet alle Capitoolinwoners per definitie slecht zijn. Ik durf nog steeds niet te zeggen dat tweehonderdvijftig Pan een lachertje is in vergelijking met het maandloon dat mijn vader als CEO van Minerva verdient. En over de gouden halsketting die nog steeds in de bodem van mijn rugzak verstopt zit, kan ik naar mijn gevoel maar beter zwijgen. Dat is trouwens ook wat Doran me heeft aangeraden toen we eergisteren met de hovercraft naar hier kwamen.
Eigenlijk ben ik vooral blij dat Enya al naar het Wildbos vertrokken was toen ik vanochtend dat geld aan Andrew en Noria wou geven. Tijdens het ontbijt heeft ze al vervelend genoeg gedaan. Ze was slim genoeg om me niet rechtstreeks uit te schelden waar Doran en haar ouders bij waren. Maar de spottende blik in haar ogen toen ze vertelde waar het brood in de kast vandaan kwam, is me niet ontgaan. Ze heeft het gisteren op school geruild tegen een deel van de verse pruimen die zij en haar vriendin Nuvie geplukt hadden. En de klasgenoot van wie ze het brood kreeg, had het twee dagen voordien uit de vuilnisbakken bij de personeelskantine van de Nationale Manege gevist. Nu zal het ons avondmaal worden. Blijkbaar is het niet de eerste keer dat Enya eten mee naar huis brengt, want Andrew en Noria vonden haar verhaal de normaalste zaak van de wereld. Ze hebben mij achteraf zelfs nog verteld dat de meeste kinderen in het dorp regelmatig een ronde langs de vuilbakken van de rijkere districtsinwoners maken, en dat ik aan dit soort dingen zal moeten wennen nu ik bij hen inwoon. Ze waren behoorlijk verbaasd toen ik antwoordde dat ik in de Garage wel vaker dingen opat waarvan ik wist dat ze uit een afvalcontainer kwamen. Pas toen begreep ik wat Doran tijdens onze reis in de hovercraft bedoelde toen hij zei dat ik een voorsprong had.
Ik schrik op uit mijn gedachten wanneer Vale me opeens rechtsreeks aanspreekt. Hij en Iris hebben Doran net nog een aantal details over het Capitoolverzet laten vertellen. Die verhalen ken ik zelf natuurlijk al maanden, dus heb ik met een half oor meegeluisterd zonder echt op te letten. Maar de vraag die Vale me nu stelt, is wel een belangrijke.
"Dus je weet niet goed wat je voor de rebellen kan doen nu het Capitool ontdekt heeft dat je bij het Verzet zit?"
"Eigenlijk niet, nee," geef ik eerlijk toe. "Spioneren lijkt me geen goed idee nu ze me daar al eens op betrapt hebben. En ik betwijfel of soldaat worden iets voor mij zal zijn, met al die gevechtstraining en fysieke proeven. Dus wat kan ik nu het beste doen?"
Het blijft even stil rond de tafel terwijl Vale over mijn vraag nadenkt.
"Ik vrees dat wij je daar niet echt mee kunnen helpen," zegt hij uiteindelijk. "Je zal zelf moeten kiezen hoe je aan de oorlog wil meewerken. Dat is iets wat mensen voor zichzelf moeten uitmaken."
"Zo denk ik er ook over," vult Iris aan. "Wij kunnen dat niet in jouw plaats beslissen."
Ergens had ik al voelen aankomen dat ik een antwoord als dit zou krijgen. Vale en Iris kennen mij nog maar net, dus ze kunnen moeilijk bepalen waar ik goed in ben. En in feite hebben ze ook wel gelijk. Het besluit om me bij Plutarchs verzetsgroep aan te melden, heb ik vorige zomer ook helemaal alleen genomen. Zonder daarvoor het advies van iemand anders te vragen. Ik zal dus zelf over mijn probleem moeten nadenken. Hoe dan ook ben ik niet van plan om me gewoon in het huisje van de familie Morrison te verstoppen totdat de oorlog voorbij is. Ik kan nu al raden wat Enya daarover te vertellen zou hebben. En om één of andere reden kan ik de gedachte niet verdragen dat uitgerekend zij me een lafaard zou noemen. Ze doet nu al vervelend genoeg tegen mij.
Net op dat moment hoor ik hoe er op de voordeur wordt geklopt. Iris schuift haar stoel naar achter en verdwijnt in de gang om de bezoekers binnen te laten. Het is al na half zes, dus de anderen zullen nu wel snel komen. Bij belangrijke tv-uitzendingen verzamelt het hele dorp zich in dit huis. Daarstraks durfde ik het niet, maar nu vraag ik uit nieuwsgierigheid toch aan Vale waarom alleen hij en Iris een televisietoestel hebben. Zijn antwoord bevestigt wat ik zelf al vermoedde. Die tv was een groepsaankoop, net als de weckketel en de kippen. De enige manier om het voor de arme gezinnen in dit dorp betaalbaar te houden. Bovendien is dit huis het enige in de buurt dat op het elektriciteitsnet is aangesloten. Stom van je om daar niet eerder aan te denken, mompel ik in stilte tegen mezelf. Zonder stroom kan je hoe dan ook geen tv kijken.
Daarna vertelt Vale me nog dat de meeste inwoners van district 10 voor deze oplossing kiezen. Ze vinden het verstandiger om samen geld te geven aan één goede tv die jaren meegaat, in plaats van iedereen zijn eigen oude en versleten toestel te laten kopen. Ook in de stad zijn er heel wat straten waar slechts één gezin een tv heeft, en waar alle buurtbewoners verzamelen om naar belangrijke uitzendingen te kijken. Zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse Hongerspelen.
"Moeten jullie die echt verplicht volgen?" wil ik weten. Toen ik nog niet zo lang in het Capitoolverzet zat, heb ik ooit eens aan Fulvia gevraagd waarom de mensen in de districten ook elk jaar opnieuw naar de Spelen kijken. Terwijl het toch hun kinderen zijn die elkaar moeten vermoorden. Maar volgens haar gaan de meeste districtsinwoners eigenlijk niet uit vrije wil voor hun tv zitten. De regering van Snow zou hen er toe dwingen,beweerde ze.
"We moeten daar inderdaad iedere zomer naar kijken," komt Andrew tussenbeide. Hij heeft al een tijdje niets meer gezegd, al is hij ons gesprek wel aandachtig blijven volgen. "De vredebewakers in ons district hebben een lijst van huizen waar er een tv staat. Tijdens de Spelen sturen ze regelmatig patrouilles langs om na te gaan wie aanwezig is en wie niet. Ze maken er geen probleem van als je af en toe eens een avond overslaat. Maar een paar jaar geleden was er in ons dorp iemand die weigerde om de Spelen te volgen. Toen ze zagen dat hij al zeven dagen op rij thuis was gebleven in plaats van hier bij Vale en Iris voor de tv te zitten, is één van de ondercommandanten bij hem langs geweest. Wat die man precies tegen hem gezegd heeft, weet ik niet. Maar daarna heeft hij geen enkele avond meer gemist."
"En naast het boetepodium zetten ze altijd twee grote schermen waarop je de uitzendingen kan bekijken. Voor mensen die geen vrienden met een tv hebben. Als de vredebewakers je daar zien, zijn ze ook tevreden," vult Vale aan. "Dat is in ieder geval de manier waarop het hier gebeurt. Hoe ze het in de andere districten doen, weet ik niet."
Fulvia had dus toch gelijk. De mensen in de districten volgen de Spelen niet omdat ze het zelf willen, maar omdat het moet. Zelfs als dat betekent dat ze hun eigen kinderen live op tv zien sterven. In het Capitool kwamen de vredebewakers ons nooit controleren. Maar daar was dat ook niet echt nodig. Niemand van ons moest aan de Boete meedoen, dus voor ons waren de Hongerspelen altijd een soort van spannende wedstrijd. Behalve misschien deze zomer dan, toen de winnaars opnieuw de arena in gingen.
"Komen ze bij andere tv-uitzendingen ook controleren?" wil ik weten.
"Nee, alleen bij dingen die rechtstreeks met de Hongerspelen te maken hebben," antwoordt Andrew. Zoals bijvoorbeeld de Boetes en de Zegetoer. En natuurlijk vooral wanneer er livebeelden vanuit de arena te zien zijn."
"Word je altijd gestraft als je tijdens de Spelen te weinig voor de tv zit?" vraagt Doran.
"Vorige zomer hebben we geluk gehad," begint Noria aarzelend. "De twee vredebewakers die toen in ons dorp langskwamen, vielen eigenlijk nog wel mee."
Daarna vertelt ze ons in het kort hoe Enya echt niet meer in staat was om verder te kijken nadat Kivo gestorven was, en hoe de patrouille van dat jaar daar rekening mee hield. Ze hebben Enya niet gedwongen om de vierenzeventigste Hongerspelen tot het einde te blijven volgen. Integendeel, ze waren zelfs bereid om haar naam drie keer stiekem toch te noteren. Ook al zat Enya op dat moment thuis in haar zolderkamertje. Volgens Noria heeft ze zelfs het beroemde moment met de bessen niet live gezien.
"Weet de districtscommandant dat ze de lijst toen met opzet hebben vervalst?" De vraag is eruit voordat ik het zelf besef.
"Die heeft er denk ik nooit iets van gemerkt," antwoordt Noria. "En dat is maar goed ook, want als vredebewaker kan je daar een erg zware straf voor krijgen."
Het blijft even stil terwijl ik probeer om dit verhaal te verwerken. Die patrouille heeft ongetwijfeld een groot risico genomen door de aanwezigheidslijst doelbewust verkeerd in te vullen. Zeker als je bedenkt dat ze het uit vrije wil deden. Wat meteen bewijst dat er wel degelijk aardige vredebewakers bestaan. Per slot van rekening hebben ze ook niet echt een probleem gemaakt van Kivo's werk bij de schapenboer. Zelf heb ik eigenlijk al heel lang een vrij negatief beeld van het leger, omdat ik weet hoe de zwervers in het Capitool behandeld worden. Maar Dennis heeft me meer dan eens gezegd dat niet alle vredebewakers slecht zijn. En soms is het goed om daaraan herinnerd te worden, zoals nu.
Intussen is het al kwart voor zes geworden. Er komen steeds meer mensen de kamer binnen, en het duurt niet lang voordat ik het gevoel heb dat alle inwoners van dit kleine dorpje er zijn. De meesten leunen tegen de muur of zetten zich in kleermakerszit op het tapijt dat voor de tv ligt. Af en toe vang ik de blik op van iemand die naar Doran en mij kijkt. Maar niemand spreekt ons rechtstreeks aan. Als capitoolinwoner voel ik me hier eigenlijk nog steeds een vreemde.
Enya zit achteraan in de kamer op de vensterbank, naast haar beste vriendin Nuvie. Ik heb hen vanochtend nog samen naar het Wildbos zien vertrekken om eetbare planten te zoeken. Ze zijn minstens een halve dag weggebleven. Nuvie fluistert iets in het oor van Enya, waarna ze allebei in de lach schieten. Opeens vraag ik me af of ze misschien weer eens over mij aan het roddelen zijn. Ik hoop van niet. Het is allang duidelijk dat die twee allebei een hekel aan mij hebben. Voor hen ben ik gewoon een verwend nest uit een rijke capitoolfamilie. Iemand die niet in hun dorp thuishoort.
Wanneer de wijzers van de klok twee minuten voor zes aangeven, zet Vale de tv aan. Het scherm licht op en ik hoor hoe iedereen in de kamer stil wordt. Er verschijnt een verslaggever in beeld die het journaal van zes uur aankondigt. Ik twijfel er niet aan dat heel Panem op dit moment voor de tv zit. Jong of oud, rijk of arm, dakloze of bewoner van een luxueus appartement. Niemand zal deze uitzending missen. En nu er een belangrijk nieuwsbericht gepland is, kan je er ook zeker van zijn dat we vanavond geen elektriciteitspanne zullen krijgen.
Het journaal begint met de mededeling dat president Snow over een paar minuten zelf live op tv zijn toespraak zal houden. Maar eerst komt er nog een ander nieuwsbericht. Eentje dat mij griezelig bekend in de oren klinkt. Gisterenavond laat is de veertienjarige zoon van een hoge regeringsfunctionaris als vermist opgegeven. Natuurlijk werd er onmiddellijk groot alarm geslagen. Maar nog voordat de zon opkwam, heeft een vredebewakerspatrouille zijn dode lichaam gevonden in een tuin achter een kantoorgebouw. Ook deze aanslag is het werk van Panem Zonder Capitool. De terreurbeweging die al een paar dagen lang paniek zaait in mijn geboortestad door kinderen van rijke of hooggeplaatste personen te ontvoeren en te vermoorden. Ze willen eindigen met vierentwintig doden, in wat zij de Wraakspelen noemen. Deze keer hebben ze hun slachtoffer om het leven gebracht door hem vanaf de dertigste verdieping naar beneden te gooien. Volgens het briefje dat de daders achterlieten, wil PZC even creatief zijn als de Spelmakers. Vandaar dat ze elke keer een andere moordmethode bedenken. De tv toont beelden van de tuin achter het kantoorgebouw. Een deel van het grasveld is afgespannen met plastieken linten waar het logo van het vredebewakersleger op afgedrukt staat. Op de grond ligt een draagberrie die met een stevige zwarte doek is afgedekt.
"Dit is erover," hoor ik de vrouw die links van mij staat zachtjes tegen haar man zeggen. "Als je zoiets doet, ben je even slecht als de Spelmakers."
"Denken ze echt dat ze hiermee alles gaan oplossen?" vult iemand anders aan.
Ik hoor nog meer stemmen die op gedempte toon tegen elkaar beginnen te fluisteren. Jammer genoeg kan ik er niet veel van verstaan omdat iedereen door elkaar praat. PZC is natuurlijk al eens eerder in het nieuws geweest, toen de twee dochters van Denebola Crawford gewurgd werden. Al heb ik de indruk dat de meeste mensen van dit dorp de acties van die terroristen echt wel afkeuren. Misschien staan ze toch minder zwart-wit tegenover het Capitool en zijn inwoners dan ik dacht. Ik kijk snel even over mijn schouder, naar Enya en Nuvie die nog steeds naast elkaar op de vensterbank zitten. Maar van hun gezichten valt er weinig af te lezen. Als ze hier al een mening over hebben, dan zijn ze blijkbaar van plan om die gewoon voor zichzelf te houden.
Het geroezemoes in de kamer stopt pas wanneer het balkon van het presidentiële paleis in beeld verschijnt. Het volgende moment zien we Snow zelf, zoals altijd gekleed in een deftig pak waar een witte roos op vastgespeld is. Hij tikt een keer tegen de microfoon om na te gaan of die werkt en begint dan aan zijn toespraak.
"Burgers van Panem," zegt hij om de menigte op de Stadscirkel stil te krijgen. "We staan voor één van de belangrijkste momenten uit onze geschiedenis. Sinds het einde van de Donkere Dagen hebben het Capitool en de twaalf districten altijd in vrede met elkaar samengeleefd. Tot vandaag."
Hij pauzeert enkele seconden, om zijn woorden tot iedereen te laten doordringen. Daarna vertelt hij nog eens in het kort hoe niemand minder dan Hoofdspelmaker Plutarch Heavensbee zich schuldig maakte aan hoogverraad door een geheim complot tegen de regering te leiden. De zes laatste tributen waren allemaal nog in leven toen ze uit de arena werden gehaald. Drie van hen zijn gearresteerd en overgebracht naar de Centrale Gevangenis van het Capitool. Daar moeten ze blijven totdat men zeker weet of ze al dan niet bij de samenzwering betrokken waren. De overige drie - waaronder Katniss Everdeen - zijn in handen van de rebellen gevallen. Over hun medische toestand is er op dit moment nog niets bekend.
"Dat ziet er niet goed uit voor Peeta en Johanna," zegt Doran zachtjes in mijn oor.
Daar zou hij weleens gelijk in kunnen hebben. Johanna was één van de eerste tributen die lid werd van het rebellenbondgenootschap. Bij de crisisvergadering vlak na de bekendmaking van de Kwelling kregen we al te horen dat zij mee zou doen. En wat Peeta betreft, Snow en zijn regering zullen hem nooit zomaar laten gaan. Je hoeft geen genie te zijn om dat nu al te weten. De enige die nog een kans maakt om snel vrij te komen, is Enobaria.
"Zou Katniss nog leven?" fluister ik terug. Ik herinner me nog heel goed hoe hevig ze bloedde toen ze in de hovercraft werd gehesen.
"Ik weet het natuurlijk niet zeker, maar ik denk van wel," antwoordt Doran. "De dokters van 13 hebben vast en zeker alles op alles gezet om haar te redden."
Daarna richten we onze aandacht allebei weer op het scherm. President Snow is nog lang niet klaar met zijn toespraak. Wanneer hij zegt dat de drie ontvoerde tributen waarschijnlijk naar het ondergrondse district 13 zijn overgebracht, kan je in de woonkamer van Vale en Iris een speld horen vallen. De camera's tonen een paar close-ups van de geschokte gezichten van de mensen die op de Stradscirkel staan.
"U hoort het goed, dames en heren, district 13 bestaat nog steeds," bevestigt president Snow.
Meteen begint iedereen in de kamer luid door elkaar te praten. Tot nu toe wisten enkel echte rebellen - of mensen die nauw met hen samenwerken zoals Vale en Iris - dat district 13 niet verwoest werd tijdens de Donkere Dagen. De regering heeft die informatie altijd heel zorgvuldig verzwegen. Maar na de gebeurtenissen tijdens de derde Kwartskwelling kunnen ze dat natuurlijk niet langer blijven volhouden.
Het publiek op de Stadscirkel wordt pas stiller wanneer de president een paar keer stevig in de handen klapt. Vlak bij de microfoon, zodat iedereen het duidelijk kan horen. Zelfs hier in de woonkamer van Vale en Iris heeft zijn gebaar het gewenste effect. Ook al ligt mijn thuisstad volgens mij bijna drieduizend kilometer hiervandaan. Zodra de rust min of meer weergekeerd is, haalt president Snow een blad papier tevoorschijn. Hij rolt het open en leest zonder aarzelen voor wat er op geschreven staat.
"Hierbij verklaar ik, Coriolanus Snow, president van de Republiek Panem, officieel de oorlog aan de rebellen die onder leiding staan van het regime van Alma Coin, presidente van district 13."
De camera's zoomen zo veel mogelijk in terwijl Snow een vulpen in de hand neemt en live op tv zijn handtekening onder de tekst zet. Daarna geeft hij de rol papier terug aan de twee mannen die naast hem op het balkon zijn verschenen. Ik herken hen onmiddellijk, want ik heb hen vorige winter allebei nog op het vierenzeventigste Galadiner gezien. Het Hoofd van het vredebewakersleger en de Minister van Defensie. Wanneer ze de rol aannemen en hun eigen handtekening naast die van Snow neerschrijven, besef ik opeens met een schok dat het nu echt zover is. We zijn in oorlog.
De regie schakelt weer over naar de studio, waar twee verslaggevers de gebeurtenissen van daarnet beginnen te analyseren. Maar niemand in de kamer luistert naar hen. We hadden allemaal wel verwacht dat er vroeg of laat een oorlog zou komen. Toen Katniss en Peeta vorige zomer samen de Spelen wonnen met die bessen, was het al heel snel voor iedereen duidelijk dat er iets veranderd was. Iets dat niet meer tegengehouden kon worden. Maar als je de president tijdens een officiële toespraak letterlijk hoort zeggen dat het oorlog is, dan geeft dat toch een heel ander gevoel. Een opstand tegen de regering beginnen is één ding. Wie er uiteindelijk zal winnen en hoe het land er na de gevechten uit zal zien, is een totaal andere vraag. In ieder geval weten we nu waarom het journaal van zes uur vandaag zo belangrijk was. Iris wil net de tv uitzetten wanneer Vale haar tegenhoudt.
"Wacht even," zegt hij. "Er komt nog iets, denk ik."
En daar blijkt hij al snel gelijk in te hebben. De officiële verklaring van president Snow was voor mij al behoorlijk schrikken. Zelfs al heb ik altijd geweten dat ik als verzetslid aan een opstand meewerkte. Maar het nieuwsbericht dat nu volgt, is nog erger. Nog veel erger. Voor mij, tenminste.
"Zoals bekend hebben verschillende inwoners van het Capitool actief meegewerkt aan het complot van Hoofdspelmaker Plutarch Heavensbee," begint de presentator van het journaal zijn verhaal. "Daarbij horen onder andere zijn persoonlijke assistente Fulvia Cardew en een jonge regisseuse op wiens computer beelden van de documentaire 'Spelen voor het Volk' teruggevonden zijn. Eén van de meest verrassende namen op de lijst is misschien wel Aludra Dawson, de minderjarige dochter van de CEO van de bekende Minerva-winkelketen. Vlak na het einde van de Kwartskwelling werd zij thuis in haar appartement ontvoerd. Uit onderzoek blijkt dat de daders vrijwel zeker rebellen zijn die haar naar district 13 gebracht hebben. Heel waarschijnlijk zijn er op dit moment in het Capitool nog meer spionnen actief die nog niet ontmaskerd zijn. De regering zal haar uiterste best doen om hen zo snel mogelijk op te sporen."
De presentator leest nu vijf namen voor die mij allemaal bekend in de oren klinken. Cressida natuurlijk, en Messalla die een paar maanden geleden al moest vluchten. Maar ook Castor en Pollux worden nu officieel beschuldigd van spionage. Gelukkig zitten ze volgens Doran allebei in district 13 en denkt de regering blijkbaar dat voor mij hetzelfde geldt. Ook Anthony staat sinds gisterenavond geseind als voortvluchtige spion. Zo te horen wilden de vredebewakers hem arresteren, maar kon hij nog net op tijd ontsnappen. Niemand weet waar hij nu is.
Ik krijg niet eens de kans om opgelucht te zijn over de mensen die niet genoemd worden, zoals bijvoorbeeld Tigris, Amalthea en Leandro. Want vlak daarna zie ik de gezichten van mijn ouders in beeld verschijnen. Eén van de cameraploegen is er deze middag in geslaagd om hen te strikken voor een korte reactie.
Eerst is mijn moeder aan de beurt. Ik voel hoe heel wat mensen in de woonkamer Van Vale en Iris me aankijken, maar zelf kan ik alleen maar roerloos naar het scherm staren. Met mijn twee handen strak voor mijn mond geslagen luister ik naar het interview met mam. Ze is totaal overstuur en ze voelt zich mislukt als moeder. Omdat ze nooit gemerkt heeft waar ik mee bezig was, en omdat ze niet kon verhinderen dat haar enige dochter helemaal op het verkeerde pad is geraakt. Ze had me niet zo vrij mogen laten, zegt ze half huilend, en ze had me beter moeten beschermen tegen slechte invloeden. Het lijkt wel alsof ze zichzelf de schuld wil geven van wat ik heb gedaan.
Maar het gesprek met mam is nog niet half zo erg als de beelden van mijn vader die ik daarna te zien krijg. Pap is niet boos en ook niet woedend. Hij is simpelweg razend. Wanneer de interviewer hem een microfoon onder de neus duwt, buldert hij dat ik de hele familie Dawson ten schande gemaakt heb. Dat hij zich dood schaamt omdat zijn eigen dochter een verraadster blijkt te zijn. Niet alleen vanwege het feit dat ik al bijna een jaar meewerk aan de samenzwering tegen de regering, maar ook omdat ik in de periode daarvoor blijkbaar al bezig was met dingen die hij nooit goedgekeurd zou hebben. Dingen die mij in contact brachten met de meest onbetrouwbare mensen in het Capitool. Misschien is het niet eens zo vreemd dat ik uiteindelijk in de echte criminaliteit beland ben, voegt hij er zelfs nog aan toe. Vaagjes besef ik dat hij het nu waarschijnlijk over de daklozen en over mijn werk in de Garage heeft. Maar waarschijnlijk hebben de vredebewakers vlak voor dit interview uitdrukkelijk aan mijn vader bevolen om dat niet letterlijk zo te zeggen nu zijn woorden in heel Panem uitgezonden worden. Voor de inwoners van de districten moet het geheim blijven dat er ook in het rijke Capitool mensen op straat slapen. Zelfs hier in Kivo's dorp is er op dit moment bijna niemand die dat weet.
Daarna laat de reporter kort iemand van het regeringsleger aan het woord, die uitlegt welke straf mam en pap gekregen hebben voor mijn verraad. Ze hoeven zelf geen van beiden naar de gevangenis omdat intussen met zekerheid bewezen is dat ze echt van niets wisten. Mijn vader mag zelfs zijn baan als CEO behouden. Maar ze moeten wel een zware schadevergoeding betalen, en ze worden morgenochtend ook uit ons luxueuze dakappartement gezet. In de plaats daarvan zullen ze vanaf nu tevreden moeten zijn met een veel goedkopere en weinig populaire flat. Het appartement dat in het midden op het gelijkvloers ligt. Je hebt er geen tweede badkamer en je zit vlak bij de riolen. Al mogen mijn ouders eigenlijk nog van geluk spreken dat ze in ons gebouw mogen blijven wonen. De vredebewakers hebben hen niet eens uit het Stadscentrum weggestuurd.
Op het eerste zicht klinkt het als een banale straf, en ik besef heel goed dat het nog veel erger had kunnen zijn. Mijn vader zal die boete vast wel kunnen betalen. Maar toch weet ik dat de gedwongen verhuis naar de benedenverdieping een veel grotere vernedering is dan je zou denken. In het Capitool hangt je status sterk samen met het soort flat waarin je woont. Hoe hoger in het gebouw, hoe beter. Wij hadden één van de meest gewilde appartementen. Helemaal op de bovenste verdieping en dan ook nog eens aan het einde van de gang. Mijn ouders zullen zeker niet blij zijn met het feit dat ze die plek nu moeten afgeven. Zeker omdat het live op tv aangekondigd is en iedereen het nu zal weten. Onze vrienden, onze kennissen, de collega's van mijn moeder. En natuurlijk ook al het personeel dat in één van de Minerva-supermarkten werkt. Wat zullen zij zeggen nu hun grote baas naar een minderwaardige flat is gestuurd? Hier zal zeker nog een paar dagen flink over geroddeld worden. En dat is natuurlijk precies waar de bedenkers van deze straf op hopen.
Wanneer de regie weer overschakelt naar de studio, zit ik nog steeds als verstijfd op mijn stoel. Al vanaf het begin wist ik dat mam en pap het nooit goed zouden vinden dat ik met daklozen omga en voor de verzetsgroep van Plutarch werk. Maar die gedachte had ik tot nu toe altijd zo veel mogelijk verdrongen. Omdat ik me er eigenlijk altijd een beetje schuldig over bleef voelen. Natuurlijk was er de kans dat ik ooit betrapt zou worden. Maar dat mijn ouders daar nu ook op zo'n manier in betrokken geraakt zijn, is iets wat ik nooit heb gewild.
Doran legt zijn hand op mijn schouder - om me te troosten denk ik - maar ik duw hem weg en wring me tussen de mensen door naar de deur die op de gang uitgeeft. Achter mij hoor ik nog net hoe de nieuwslezer een bericht over het bombardement op district 12 aankondigt. Met uitzondering van de Winnaarswijk zou het hele gebied volledig van de kaart geveegd zijn. Ze zullen nu beelden van de rokende puinhopen laten zien. Maar daar blijf ik niet op wachten. Ik ren de gang in, ruk de voordeur open en vlucht naar buiten. Bijna struikel ik over de drempel omdat ik helemaal verblind ben door mijn eigen tranen.
Waarom ben ik zo egoïstisch geweest? Ik wist goed genoeg dat rebellenspionage als hoogverraad wordt beschouwd en dat mijn ouders nooit zouden willen dat ik naar de Garage ga. Waarom heb ik het dan toch gedaan, en er al die tijd staalhard tegen hen over gelogen? Ben ik echt zo slecht?
Maar wat had ik anders kunnen doen? Zonder het werk van Dennis en Alcyone zouden de daklozen van het Capitool helemaal aan hun lot overgelaten worden. Is het dan echt zo verkeerd om hen te helpen? Natuurlijk niet. Misschien had ik dat ook gewoon zo tegen mijn ouders moeten zeggen. Al zouden ze me waarschijnlijk toch nooit geloofd hebben. Zeker mijn vader niet. Die heeft altijd al een hekel gehad aan zwervers.
Stiekem bij de Garage gaan werken valt misschien nog enigszins goed te praten. Maar mijn deelname aan het Capitoolverzet is een heel ander verhaal. Zoiets is volstrekt illegaal en daar was ik me volledig van bewust toen ik vroeg of ik lid mocht worden. Geen wonder dat mam en pap nu in alle staten zijn. En toch. Had ik dan gewoon moeten toekijken hoe we elk jaar vierentwintig jongeren van ongeveer mijn leeftijd de arena in sturen? Waar ze op één na allemaal sterven en de winnaar getekend voor het leven uit komt? Dat was eigenlijk ook geen optie. Zeker niet als je bedenkt wat de Spelmakers met Kivo gedaan hebben. Ik weet het niet. Ik weet het gewoon niet meer. Het enige waar ik op dit moment wel zeker van ben, is dat ik mijn beide ouders ongetwijfeld diep gekwetst heb.
Pas wanneer ik de warmte van de zon niet meer voel, merk ik dat ik het Wildbos in ben gelopen. Doorheen de takken van de bomen kan ik met wat moeite nog net een paar daken van het dorp zien. Misschien is het beter om terug te gaan voordat ik verdwaal. Per slot van rekening ben ik hier nog nooit geweest. Maar ik voel me er nog niet klaar voor om de anderen opnieuw onder ogen te komen. Ik kijk nog eens achterom. Niemand heeft me gevolgd, zelfs Doran niet. Gelukkig kent hij me goed genoeg om te weten dat ik nu even alleen wil zijn en dat ik geen echt domme dingen zal doen. Uiteindelijk ga ik gewoon op een omgevallen boomstam zitten, waar ik een hele tijd doelloos voor me uit blijf staren.
Ik kijk pas op als ik een paar druppels naar beneden voel vallen. De hemel boven het bos is helemaal grijs geworden. Bah, nu gaat het ook nog eens regenen. Als ik hier blijf, dan ben ik straks doorweekt. De beste manier om snel ziek te worden. En daar schiet niemand iets mee op. Ikzelf niet, en mijn ouders ook niet. Dus kom ik toch maar overeind en slenter ik terug naar het dorp.
Wanneer ik de eerste huisjes voorbij wandel, is er buiten geen mens te zien. Misschien zit iedereen nog steeds bij Vale en Iris. Zelfs als het journaal nu afgelopen is, blijft er meer dan genoeg gespreksstof om over te discussiëren. Snows oorlogsverklaring aan district 13, de straf die mijn ouders gekregen hebben, het bombardement op district 12. Allemaal dingen waar ik me nu op zijn minst gedeeltelijk mee verantwoordelijk voor voel. Totaal ontmoedigd slof ik naar het huisje van de familie Morrison. Maar de ramen zijn donker en deur blijft dicht als ik erop klop. Blijkbaar zijn Doran en de anderen nog steeds niet hier. Net nu het steeds harder begint te regenen.
Om één of andere reden wil ik niet teruggaan naar het huis van Vale en Iris. Iedereen zal me aanstaren. Maar ik moet toch ergens schuilen. Dan valt mijn oog op het berghok voor brandhout dat tegen de linkerzijgevel van het huisje staat. Daar ben ik gisteren zelf nog in geweest, en ik weet dat de deur niet op slot kan. Precies wat ik op dit moment nodig heb. Even later zit ik gehurkt met mijn rug tegen een stapel klein gehakte boomstammetjes. Hier blijf ik in ieder geval droog. Omdat het berghok geen ramen heeft, laat ik de deur op een kier staan om toch wat licht te hebben. Buiten valt de regen intussen in stromen naar beneden. Onder andere omstandigheden had ik het geroffel op het houten dak misschien nog gezellig gevonden. Maar daar ben ik nu echt niet voor in de stemming.
President Snow mag dan wel de oorlog verklaard hebben aan de rebellen, ik vrees dat er tussen mij en mijn vader nu ook een regelrechte oorlogsstemming zou hangen moest ik nog thuis zijn. En ik twijfel er niet aan dat zijn eigen ouders precies hetzelfde zullen denken. Zij hebben hun kinderen - pap en zijn twee zussen - altijd opgevoed met het idee dat alle daklozen nietsnutten zijn en dat respect voor het gezag heel belangrijk is. Ik zie mijn grootouders hooguit twee of drie keer per jaar omdat mam en oma niet zo goed met elkaar overweg kunnen. Maar toch ben ik er zeker van dat ook zij nu razend kwaad op me zijn. Wat de ouders van mijn moeder gezegd zouden hebben, weet ik niet. Die heb ik zelf nooit gekend. Drie maanden na mijn geboorte zijn ze allebei gestorven in een verkeersongeval op één van de gevaarlijkste kruispunten in het Capitool. En mam was hun enige kind. Langs haar kant heb ik dus geen familie meer.
Een paar minuten lang blijf ik roerloos zitten. Ik kan hier voorlopig toch niet weg, daar regent het nog steeds veel te hard voor. Uiteindelijk begin ik uit pure verveling het berghokje rond te kijken. Maar op de stapel brandhout na is er natuurlijk niet veel te zien. Dan valt mijn oog opeens op iets wits dat in een kier tussen twee boomstammetjes weggemoffeld zit. Het lijkt wel een stuk papier. Lag dat hier gisteren ook al? Ik kan het me niet herinneren. Al ben ik toen hooguit een halve minuut in het berghok geweest. Veel te kort om op dit soort details te letten.
Zonder er echt goed bij na te denken, probeer ik het blad uit de spleet te peuteren. Geen gemakkelijk karwei, want het zit behoorlijk diep weggestopt. Maar uiteindelijk lukt het toch. Voorzichtig strijk ik het verkreukte papier glad. Pas nu zie ik dat ik een soort krantje in A5-formaat vastheb. Helemaal bovenaan op de eerste bladzijde is in grote letters VRIJ PANEM gedrukt. Meteen begin ik het artikel te lezen dat eronder staat. Het plan om zo veel mogelijk winnaars uit de arena te laten ontsnappen werd vlak na de bekendmaking van de Kwelling al bedacht, zo legt de schrijver uit. Sommige tributen - zoals Johanna en Beetee - kregen al maanden op voorhand te horen dat ze Katniss moesten beschermen. Desnoods door hun eigen leven te geven. Die informatie klopt inderdaad. Maar hoe kan de schrijver van deze tekst zo'n belangrijke rebellengeheimen kennen?
Verbaasd sla ik de eerste bladzijde om. Op de tweede pagina zie ik een tekening van Snow die zijn kleindochter van dertien een standje geeft omdat ze ruzie gemaakt heeft met een klasgenoot. Achter de rug van de president toont de tv net een bloederige gevechtsscène uit de arena. Twee jonge tributen die elkaar proberen te vermoorden terwijl de stem van de commentator enthousiast uitleg geeft en hen zelfs lijkt aan te moedigen. Ik kan het niet laten om even te grinniken, want het gezicht van Snow is echt wel karikaturaal getekend. Onze eigen capitoolkranten zouden een spotprent als deze nooit durven publiceren. Zeker niet als er zo'n duidelijke politieke boodschap in verwerkt zit.
Snel begin ik de rest van het krantje te doorbladeren. Op pagina drie staat een kort tekstje waarin de wandaden van Panem Zonder Capitool heel scherp veroordeeld worden. We mogen niet even slecht zijn als de vijand, lees ik, en dit soort acties zal alleen maar meer haat oproepen. De rebellenleiders van district 10 willen alvast benadrukken dat ze met deze moorden absoluut niets te maken hebben. Daarna volgt er nog een lijst met adressen in de stad waar je dingen zoals suiker, koffie en tonijn in blik kan kopen. Had Noria niet gezegd dat vis in district 10 nauwelijks te krijgen is? De data en uren waarop klanten kunnen langskomen, staan er ook bij afgedrukt. Het lijkt wel een soort schema voor zwarte handel. Plotseling besef ik wat ik in mijn handen heb. Dit is een illegaal verzetskrantje.
Ik heb Fulvia een paar keer horen vertellen dat sommige lokale rebellengroepen een eigen informatieblad uitgeven. Al gebeurt dat zeker niet in alle 12 districten. Het is dan ook streng verboden. Zelfs het bezit van zo'n krantje - zonder er persoonlijk aan meegeschreven te hebben - kan volgens Fulvia al gevaarlijk zijn. In het Capitool word je zelf niet gestraft wanneer iemand anders illegale propaganda in je brievenbus komt steken. Maar we weten allemaal dat de wetten in de districten vaak strenger zijn. Wat natuurlijk meteen verklaart waarom het krantje hier tussen het brandhout weggemoffeld ligt. Ik kan me heel goed voorstellen dat je zoiets na het lezen best zo snel mogelijk in de kachel gooit. Uit nieuwsgierigheid kijk ik even naar de publicatiedatum die bovenaan de titelpagina vermeld staat. Woensdag 12 juli. Dat verbaast me niet echt. De Kwelling eindigde dinsdagnacht, en ze hebben dit nummer natuurlijk pas na de reddingsactie van Plutarch verspreid. Stel je voor dat die samenzwering te vroeg was uitgelekt.
Intussen ben ik aan de laatste bladzijde gekomen. Zou er op de achterkant nog iets staan? vraag ik me af terwijl ik het krantje dichtklap en omdraai. Het volgende moment zit ik als gebiologeerd naar het papier te staren terwijl ik de wereld om me heen vergeet. Ik neem het korte tekstje heel grondig door. Herlees het een tweede keer. En nog een derde keer. Maar ik voel dat ik mijn beslissing nu al genomen heb. Dit is wat ik als rebel wil doen.
Wanneer ik eindelijk opkijk, zie ik dat het gestopt is met regenen. Doorheen de scheidingswand tussen het berghok en het huisje van de familie Morrison hoor ik gestommel en vage stemmen. Dat betekent dat de anderen weer terug zijn. Hoe dan ook heeft het geen enkele zin om me hier nu nog te blijven verstoppen. Ik kruip langzaam overeind, het krantje stevig in mijn rechterhand geklemd. Daarna loop ik voorovergebogen het berghok uit.
Doran laat me meteen binnen als ik op de voordeur klop. In mijn haast struikel ik bijna over het matje dat voor de deur ligt om je voeten te vegen. Andrew en Noria zitten samen aan tafel en zijn het oudbakken brood aan het snijden dat ons avondeten moet worden. Enya is nergens te zien. Maar het geluid van voetstappen op de plankenvloer van de hooizolder maakt duidelijk dat ze wel degelijk hier is.
"Ik ben blij dat je terug bent," zegt Doran. "We hadden er geen idee van waar je was en we begonnen al ongerust te worden, maar-"
Hij stopt midden in zijn zin wanneer ik het verzetskrantje omhoog houd. Andrew en Noria kijken me allebei geschrokken aan. Ze hadden vast nooit gedacht dat ik die stapel brandhout zo grondig zou doorzoeken. Al hoeven ze natuurlijk niet bang te zijn dat ik hen zal verraden.
"Laat maar zitten,' antwoord ik op een toon die bruusker is dan ik bedoelde. "Mijn ouders zijn kwaad op me en daar is niets aan te doen. Ik wil er nu eigenlijk ook niet meer over praten. Maar ik moet jullie wel iets laten zien," voeg ik er vastberaden aan toe.
Met een klap leg ik het krantje neer op de tafel, de achterkant naar boven gericht. Daar staat de mededeling die ik zonet heb gelezen. Spioneren is sinds mijn ontmaskering natuurlijk uitgesloten en soldaat worden zie ik zelf niet zitten. Maar als ik me voor deze oproep aanbied, dan kan ik me tijdens de oorlog zeker weten nuttig maken voor de rebellen. En dat is precies wat ik wil. Ik blijf achter Doran, Andrew en Noria staan terwijl ze zich alle drie over de krant heen buigen. Ook ik lees in stilte de tekst nog een keer, hoewel ik hem intussen al woord voor woord vanbuiten ken.
VERPLEGERS EN VERPLEEGSTERS GEZOCHT
Vijfenzeventig jaar lang hebben we het Capitool gediend en onze kinderen naar de Hongerspelen gestuurd. Nu krijgen we eindelijk een kans om onze vrijheid te heroveren. Er zullen niet alleen soldaten nodig zijn om te vechten tegen het regeringsleger, maar ook mensen die onze rebellendokters willen steunen bij het verzorgen van de gewonden. Daarom zoeken we vrijwilligers die willen deelnemen aan onze snelcursus basisverpleegkunde. Voorkennis is niet vereist. Geïnteresseerden kunnen zich melden in de hoofdstad, Slachthuisstraat nr. 10, tot en met zaterdag 15 juli om 21u00. Schrijf je nu in en help mee om Panem van zijn onderdrukkers te verlossen.
Toen ik daarstraks aan Vale en Iris vroeg of ze geen nieuwe opdracht voor me wisten, kreeg ik als antwoord dat ik zelf een beslissing zou moeten nemen. Dat ze zoiets niet in mijn plaats konden doen. Maar ik voel dat ik mijn keuze nu al gemaakt heb. Vandaag is het vrijdag 14 juli, dus ik lees deze oproep gelukkig nog net op tijd. Ik zal de opstand steunen door rebellenverpleegster te worden.
Zo, dit was hoofdstuk vier. Gelukkig iets korter dan het vorige hoofdstuk en er zijn toch wel een paar belangrijke dingen in gebeurd.
Als eerste natuurlijk Aludra's beslissing om deel te nemen aan de snelcursus basisverpleegkunde van de rebellen. Ik denk niet dat iemand van jullie dit verwacht had, want voor mijzelf kwam het eigenlijk ook als een verrassing! Toen ik over de plot van dit verhaal begon na te denken, wist ik dat ik een probleem had. Aludra kan na haar ontmaskering natuurlijk geen spionagewerk meer doen (want een goede spion moet volgens mij juist een onopvallende persoon zijn) en ze lijkt mij ook niet het type dat soldaat kan of wil worden. Dus moest ik iets anders verzinnen. Gelukkig voor mij heb ik de plot van dit verhaal grotendeels in het jaar 2014 bedacht, dat wil dus zeggen 100 jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Hier in België zijn er dat jaar heel wat herdenkingen geweest en ook de media hebben er heel wat aandacht aan besteed. En ook al ben ik zelf zeker geen expert in oorlogsgeschiedenis, ik heb wel ooit eens gelezen dat sommige meisjes en vrouwen vrijwillig verpleegster werden omdat er destijds in het leger alleen mannen vochten. Toen wist ik dat ik een goede taak had voor Aludra. Ik ben zelf nog steeds tevreden met mijn keuze en hoop dat jullie het ook een goed idee vinden!
Mijn zus heeft zelf verpleegkunde gestudeerd en haar cursussen liggen nog steeds bij ons thuis. Dus in tegenstelling tot spionage - waar ik weinig of geen relevante informatie over kon terugvinden - heb ik hier gelukkig wel een paar dingen kunnen opzoeken. Al kan ik helaas niet garanderen dat er in mijn verhaal echt geen enkele fout zal staan: ik ben zelf nu eenmaal geen verpleegster en ik heb gemerkt dat het altijd moeilijk blijft om je echt in te werken in een onbekend onderwerp. (Ik zou trouwens een hele slechte verpleegster zijn want ik heb een hekel aan naalden.)
Daarnaast wil ik ook een korte toelichting geven bij het stukje over de vredebewakers die de aanwezigheidlijst hebben vervalst. Toen ik 'De keuze' en 'Spionne' afgewerkt had, viel het mij op dat ik eigenlijk alleen maar over slechte vredebewakers had geschreven. Zelf hou ik niet echt van dit soort ongenuanceerde voorstellingen en ik zie dit dan ook als één van de zwakke punten in mijn verhalen. Daarom heb ik geprobeerd om het deze keer toch een klein beetje anders te doen. In één van de volgende hoofdstukken zal nog een nieuws personage geïntroduceerd worden dat bewijst dat niet alle vredebewakers slecht zijn.
In de originele boeken van Suzanne Collins werd nooit iets gezegd over de grootouders van de personages. Maar omdat bijna alle belangrijke personages districtsinwoners zijn, vond ik dit eigenlijk logisch: in de districten worden de mensen niet zo oud. Dus ik veronderstel dat Katniss, Peeta en alle anderen hun grootouders simpelweg nooit gekend hebben. Bij Aludra kon ik dit natuurlijk niet doen omdat ze uit het Capitool komt. In de vorige twee verhalen heb ik nooit iets over haar grootouders verteld, dus vond ik een korte uitleg hier wel passend.
Tot slot nog een kleine opmerking over het feit dat Andrew en Noria geen briefjes van 50 pan kunnen gebruiken omdat deze te veel waard zijn. Dit idee heb ik niet zelf bedacht. Als kind las ik ooit een verhaal over een arm jongetje in een Zuid-Amerikaanse sloppenwijk dat werkte als schoenpoetser en dat van een aardige toerist 10 dollar kreeg. Jammer genoeg kon hij met dat briefje van 10 dollar niets doen omdat iedereen het verdacht zou vinden dat een arm jongetje zoveel geld heeft. Dat idee vond ik erg bruikbaar voor mijn verhaal, dus heb ik het in dit hoofdstuk verwerkt.
