Author's note: AAAH! Super bedankt allemaal voor de reviews, ik word er gewoon helemaal blij van:D. Ik heb gemerkt dat mijn hoofdstukken niet heel lang zijn, sorry daarvoor, maar ze zijn bij mij ongeveer 2 à 3 A4tjes, wat ik gewend ben. Ga vooral door met reviewen, maakt niet uit wat, complimenten of kritiek!
En ja, ik weet dat het misschien een klein beetje cliché is met Harry enzo, maar ik ga er nog wat leuks meedoen, tenminste, vind ik.
Maar nu wil ik jullie niet verder ophouden, dus lees gerust verder. En alleen de handmagiërs zijn van mij, met de rest gaat alle eer naar J.K. Rowling.
xxx Litira
Hoofdstuk 4: de rest van de eerste schooldag…
"Wat hebben we nu?" vroeg Amarië aan Hermelien, terwijl ze door de gang liepen.
"Toverdranken en nee, daar wordt je niet blij van," antwoordde ze grimmig.
Verbaasd keek Amarië haar nieuwe vriendin aan.
"Je merkt het wel," besloot Hermelien en samen met Devlin, Harry en Ron liepen ze naar de kerkers.
Daar aangekomen, moesten ze nog even wachten tot de professor hen binnen zou laten.
Tik tik, voelde Amarië op haar schouder. Ze draaide zich om, niet wetend wie het was.
Harry's gezicht vertoonde ondertussen onweer en ook Ron keek walgend.
Blond haar, dat was het eerste wat haar opviel en natuurlijk die kille grijze ogen, wat het geheel toch wat interessanter maakte.
"Ja?" vroeg ze en ze sloeg haar armen over elkaar en wachtte. Ondertussen nam ze hem in haar op. Verder was hij erg bleek en toch wel een beetje knap. Nou ja, nu moest ze eerlijk zijn, hij was echt knap. Zijn houding was arrogant en hooghartig. Ze zag hem zo door de gangen paraderen. Het feit dat er twee jongens met lompe hoofden achter hem stonden, versterkte het beeld alleen maar.
"Ben jij één van die handmagiërs?"
"Ja, hoezo?"
"Dan kun je maar beter met mij kennismaken."
"Waarom dan?"
"Je moet weten met wie je wel en met wie je beter geen contact kunt hebben, als je slim bent tenminste."
"Ik ben slim genoeg om voor mezelf te beslissen, dank je," en Amarië draaide zich weer om naar haar vrienden.
"Ik ben Draco Malfidus en als je inderdaad zo slim bent, onthoud je die naam."
Geen antwoord.
Draco snoof even en draaide zich toen om. Hij liep het lokaal binnen en keek niet meer achterom.
"Wie is dat?" vroeg Amarië toen Draco weg was.
"Schat, misschien wordt je toch doof. Hij zei dat ie Draco Malafidius of zo heette," antwoordde Devlin.
"Wat zijn we weer grappig, Dev. Trouwens, hij zei dat hij Draco Malfidus heette. Word jij niet doof? En ik bedoelde het serieus, maar dan eerder als 'Wat is dat?" Ze keek Harry aan. "Ik zag je gezicht wel."
"Hij zit in Zwadderich en wij haten elkaar al sinds de eerste," legde Harry luchtig uit.
"Begrijpelijk," zei Amarië quasi-serieus.
"Zijn deze leerlingen nog van plan om binnen te komen?" klonk het kil.
Schuldbewust schuifelde het groepje naar binnen en ging haastig aan de overgebleven tafeltjes zitten.
"25 punten aftrek voor Griffoendor, voor te laat komen."
Amarië zag Malfidus achter zijn hand lachen en ze voelde grote minachting voor deze jongen.
Normaal oordeelde ze niet zo snel, maar deze keer wel. Het was gewoon de houding van die jongen, alsof hij van adel was of zo. Iemand die boven de rest stond.
Ze dwong zichzelf er niet meer aan te denken en ze was ook blij toen de les eindelijk afgelopen was.
Professor Sneep, zoals de man had geheten, had haar op haar zenuwen gewerkt en ze kon die kille blik en dat vette haar niet langer zien.
"Hoe houden jullie het uit!" barstte ze in de gang los. De rest moest er om lachen.
"Gewoon, niks van aan trekken," antwoordde Ron. "En trouwens, jij hebt nog geluk, Harry heeft het helemaal erg. Ook niet zo'n goede vriend, zou je kunnen zeggen," legde hij uit toen hij de verbaasde gezichten zag van Amarië en Devlin.
"En dat is nog zacht uitgedrukt," mompelde Harry, waarna iedereen weer moest lachen.
"Gwyn!" riep Amarië enthousiast toen ze haar vriendin 's avonds zag. "Hoe was jouw dag?"
Ze knuffelden eerst, voor dat Gwyndion antwoord gaf.
"Anders. Maar er zitten hier leuke jongens op school!" Ze grijnsde breed.
"Ik ben benieuwd!" En gearmd liepen ze naar de Griffoendortafel om daar samen te eten. Ze kletsten honderduit tot Gwyndion opeens haar vriendin aanstootte.
"Kijk, dat is nou één van die leuke jongens." Ze wees naar de Zwadderichtafel.
Amarië kreunde, "Gwyn, dit meen je niet!"
"Hoezo?" vroeg haar vriendin verbaasd.
"Ik heb hem vandaag ontmoet en hij is hartstikke arrogant! Denkt dat ie alles is en zo. En hij haat mij waarschijnlijk nu ook, want ik heb genegeerd."
"Kon je hem niet gewoon een kans geven? En trouwens, maakt niet uit of ie arrogant is, hij is knap. Dat kun je niet ontkennen."
"Nee en nee," grijnsde Amarië. "maar je weet hoe ik over zulke mensen denk,"
"Hopeloos," zei Gwyndion terwijl ze haar hoofd schudde.
"Nee, eerder geweldig," wat haar een plagende stomp opleverde.
"Maar Aam, waarom kijkt hij dan naar je?"
"Wie?"
"Die knappe jongen, gewit wel, blond."
"Oh, Malfidus? Maar dat komt misschien omdat ik onweerstaanbaar ben," en ze knipperde wild met haar ogen.
"Jij moet echt eens minder zelfverzekerd worden," en ze stonden samen op om naar de leerlingenkamers te gaan. Maar Amarië kon het niet laten om even te kijken of Gwyndion gelijk had.
Amarië zat op haar bed in de leerlingenkamer in haar rode pyjama. Op de andere bedden zat de rest van de meiden die ook in Griffoendor zaten.
"Maar wanneer gaan we dan naar Zweinsveld?" Amarië zat genietend te luisteren naar de verhalen van de meiden over Zweinstein en haar omgeving.
"Volgens mij volgend weekend, we zullen je wel rondleiden. Maar genoeg over ons, vertel ons wat over Làmh Magica enzo! We hebben er echt nog nooit van gehoord," antwoordde Hermelien. "Zelfs ik niet. Nou ja, wel een beetje over handmagie, maar verder niet."
"Kunnen jullie iets speciaals?" vroeg Parvati opgewonden.
"Ligt er aan wat je speciaal vind. Ik ben er aan gewend, dus voor mij is het niet speciaal," merkte Amarië filosofisch op. "Maar ik weet wel dat ik iets kan, wat jullie niet kunnen."
"Vertel! Vertel!" hoorde ze van allerlei kanten komen.
"Andere keer, maar ik zal jullie over mijn school vertellen." Amarië's ogen glommen toen ze aan haar school dacht. "Het is een groot kasteel, net als deze, alleen kleiner. Het staat midden in een bos, goed beschut dus. Binnen is het erg warm, je voelt je er meteen thuis. Er hangen wandkleden, schilderijen en er staan beelden en harnassen in de gangen. Het zelfde als hier dus. Wij hebben ook gewaden, in de kleur van onze afdeling. Onze afdelingen heten Teine, Uisge, Adhar en Tìr," sprak ze in één vloeiende beweging.
"Wat een moeilijk namen! Heette zo de oprichters van de afdelingen? Want dat is namelijk wel zo," sprak Belinda.
"Nee, wij handmagiërs zijn één met de natuurelementen. Teine is vuur, Uisge is water, Adhar is lucht en Tìr is aarde. Het zijn de Keltische namen er voor. De naam van de school is Keltisch. Wat jullie de Grote Zaal noemen, noemen wij de Aite. Het plafond is niet betoverd, maar ik zou nu willen dat het wel zou zijn. Alleen dat het dan de vier elementen zou vertegenwoordigen." Amarië nam even een hap lucht en ging weer verder.
"Trouwens, ons kasteel is ook ingedeeld naar de elementen. De zuidkant is ingericht naar vuur, de westkant naar water, de oostkant naar lucht en dan de noordkant naar aarde. Het zorgt voor de harmonie."
Met deze woorden dacht ze nog even aan haar school, haar thuis. "Maar de rest horen jullie later wel," zei ze opgewekt en ze ging liggen.
De protesterende kreten deerden haar niks en de anderen gingen ook slapen.
"Trusten!" wenste iedereen elkaar toe en binnen een paar minuten was het stil. Niet iedereen sliep daarentegen.
Amarië lag op haar zij, met haar hand onder haar kussen en dacht na over het uitwisselingsproject. Ze was hier nog maar een dag, maar ze had het nu al naar haar zin. Het zou een geweldige tijd worden, dat wist ze gewoon zeker!
