005: 001 Begin
De ruime kamer was donker. Het werd enkel verlicht door de staande lamp die in de hoek stond. Onder de lamp stond een zwartleren bank. Tegenover de brede entree, ver aan de rechterkant van de bank stond een kolossaal bureau van een donker soort hout. Achter het bureau waren hoge ramen en deuren naar een klein balkonnetje. Het uitzicht werd geblokkeerd door dikke, donkerbruine gordijnen.
De spanning in de kamer was bijna aan te raken. In deze kamer waren al velen doodsvonnissen getekend. Het lot van een hoop mannen was hier met een enkel woordje bepaald.
Op de zwarte bank zat een lange, slanke, jonge man, strak in het pak gekleed. Zijn bruine ogen stonden alert. Zijn toch al wat blekere olijfoliekleurige huid was nog bleker geworden. Hij had zijn volle lippen samen geperst. Zijn gitzwarte haar zat nog strakker naar achter gekamd dan anders. In zijn hand hield hij een klein glaasje Anisette. Om de paar minuten nipte hij wat van het drankje.
Een gezette, lange man ijsbeerde door de kamer. Hij was gekleed in zijn huiselijke kleding, iets wat voor hem vrij ongewoon was. Hij had zijn handen op zijn rug ineen geslagen en zijn blik voor zich uit gefixeerd. Niet alleen zijn postuur was imponerend, groot en breed, maar ook zijn gelaat. Hij had een rond gezicht met een brede kaaklijn. In zijn kin had hij een karakteriserend kuiltje. Net als de man op de bank had hij donkere ogen die altijd alert stonden. Zijn huid was echter donkerder en gegroefd door de jaren van zorgen en ervaring. Zijn zwarte haar begon bij de slapen al duidelijk te grijzen.
De man op de bank zette zijn lege glaasje op het tafeltje dat naast de bank stond. Hij stond langzaam op en naam een houding aan die van een doorgewinterde militair was. Zijn voeten naast elkaar, zijn rug gerecht en zijn blik recht op zijn doel gericht. Een erfenis van zijn jaren in het Amerikaanse leger, gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hij bekeek de man die voor zijn ogen ijsbeerde met een rimpel in zijn voorhoofd.
"Papa, wat zit u dwars?" vroeg de jonge man in het Siciliaans. Hij liep naar de oudere man toe en ging voor hem staan. De man keek naar hem op. Zijn ogen werden zachter en zijn gezicht verzachtte ook. Hij had altijd een zwak voor deze jongen gehad.
"Mijn jongen, ik heb zo vaak geprobeerd dit te voorkomen. Ik heb geprobeerd jullie te beschermen tegen al het kwaad van de wereld. Maar ik heb gefaald," bekende hij met een teleurstelling in zijn stem. Hij richtte zijn gezicht op de grond. Duidelijk uit zijn doen. Hij liet de gebeurtenissen om hem heen zijn gedachten nooit belemmeren.
De jonge man pakte zijn vader bij de schouders beet. Stevig, als een jonge atleet die de lasten van zijn vader over wilde nemen en op zijn eigen rug wilde dragen.
"Je hebt niet gefaald. De wereld heeft gefaald, de andere Families hebben gefaald. Zij die hun loyaliteit enkel op geld berusten, zij moeten zich schuldig voelen." De jongman kneep in zijn vaders schouder. Hij bleef even zo staan. Er straalde een kracht van hem uit die de hele kamer zou kunnen verlichten. Met een ernstige blik keek hij naar zijn vader.
De oude man keek op, zijn groeven nog zichtbaarder dan ze eens waren geweest. Zijn schouders omlaag gezakt. Hij kon de last niet meer dragen. Het was hem teveel geworden.
"Santino," fluisterde de oude man. De man die ooit het hoofd was van de machtigste familie in New York.
De jongen rechtte zijn rug weer. Zijn gezicht werd somber. In het schemerlicht leek zijn gezicht op dat uit een griezelige film. De scheefgeslagen kaak hing nu nog meer omlaag. Het gelaat was in een grimas getrokken.
"Sonny is mijn broer en ik houd van hem, met heel mijn hart. Ik mis hem nog steeds elke dag, maar dit was zijn eigen keus. Niemand had er iets aan kunnen doen. We wisten allemaal dat zijn drift en zijn heethoofdigheid hem ooit de kop zou kosten. En dit was hoe hij wilde sterven. In het heetst van de strijd. Als beschermer van zijn familie…" Zijn stem brak. De herinnering van de moord op zijn oudste broer deed hem pijn. Sonny en hij waren elkaars tegenpolen geweest. Er was geen dag dat ze geen ruzie met elkaar maakten, elkaar de bloed onder de nagels vandaan halen. Maar aan het eind van de dag konden ze niet zonder elkaar en hielden ze onvoorwaardelijk van elkaar. Er was een band tussen hen, nog sterker dan de band tussen een peetvader en zijn petekind. En uitgerekend op het moment dat Sonny werd doorzeefd door tientallen kogels school hij op Sicilië.
De oude man, Don Vito Corleone, maakte zich los uit de greep van zijn zoon en liep naar het bureau. Hij nam plaats in de bruinleren fauteuil die erachter stond. Zijn hand streek over de donkere rugleuningen. Deze stoel was de eerste aankopen die hij had gedaan toen hij zijn imperium op begon te bouwen. Decennia ging hij mee en werd hij goed onderhouden door de beste leerlooiers. En nog vijf jaar geleden had Santino Corleone, als prins van de familie in die stoel gezeten en geregeerd alsof de koning zijn laatste dagen doormaakte. Met geweld en irrationaliteit.
"Papa, u heeft rust nodig. U moet genieten van de jaren die u nog resten. Mama heeft u nodig. Laat mij dit doen. Geef me het bevel, papa." De jongeman die aan het bureau was gaan staan sprak luid, kordaat. Zijn pikzwarte ogen werden groter en keken zijn vader aan. Er lag een uitdrukking van kracht op zijn gezicht. Hij was er klaar voor.
Met tegenzin stond de oude man op en hij zuchtte wanhopig. Het was het laatste wat hij nog kon doen. Ditmaal was het zijn beurt om naar de jongen te lopen en zijn hand op de schouder te leggen.
Hij keek zijn zoon aan en glimlachte. Maar de glimlach maakte al snel plaats voor weer een serieuze blik.
"Vraag Tom de voorbereidingen te treffen. Zeg hem dat de capo's er moeten zijn. Allebei."
Michael Corleone knikte eerbiedig naar zijn vader. Zijn rug rechtte zich weer, net zoals hij zijn borstkas voelde zwellen.
Don Vito trok zijn hand weer terug en leunde wankel tegen het bureau.
"Morgen begint de toekomst die ik nooit voor jou in petto had."
