Disclaimer: I do not own Twilight. It belongs to the most wonderful woman in the world SM.

A/N: Thanks to; Boke121, Melina-linn, twilightfreaky, anne-marith, twilighter, Cssst, Elfje001, Cassidy, ho0ii, Nanaa, Jessie, Anne-Marith, Lisaa... voor de alweer geweldige reacties!

Derde hoofdstuk; Beslissingen. I hope you enjoy


Het was de derde dag, en de zon ging langzaam onder. Ik kon mijn ogen niet van haar afwenden. Ze was zo mooi, hoe ze op het vochtige gras lag, met haar gezicht in de zon.

Ze was prachtig, ook al was ze niet echt.

Ik moest mezelf iedere keer wijsmaken dat het mijn verbeelding was. Dat het niet de echte B-… dat ze niet echt is. Ze is een paar keer verdwenen, omdat mijn lichaam zo verlangde om haar aan te raken. Ik kon mijn lichaam, mijn handen, niet tegenhouden om haar hand vast te pakken.

En zo verdween ze stukje bij stukje.

Ze was er al bijna niet meer, en ik wist dat het niet lang meer zou duren voordat ze echt zou verdwijnen. Dat ik haar niet meer kon zien. Misschien dat ik het geluk heb dat ze morgen nog terugkomt. Maar dat betwijfelde ik.

Ik zit hier al drie dagen, aan één stuk door. Het enige wat ik heb gedaan is haar bewonderen. Er was ook niets liever in deze wereld wat ik zou willen doen. Het enige wat ik echt zou willen, en daar zou ik mijn eigen zielige leven voor geven, is om haar terug op de wereld te brengen.

En niet alleen voor mijzelf, maar ook voor Alice. En voor Charlie.

Charlie was er kapot van. Carlisle moest met iets komen, waardoor hij niet verdacht werd. Jasper en Emmet hadden er voor gezorgd dat het op een auto ongeluk leek. Ook Charlie vond dat het mijn schuld was. Als ik haar nooit had verlaten, was dit niet gebeurd.

Wat me verbaasde, was dat ik toch iets van hem mocht zeggen op haar begrafenis.

Daar in het midden, tussen alle bloemen, ligt haar kist. Een kist zonder lichaam. Iedereen van het stadje Forks is hier gekomen om afscheid van haar te nemen. De zon schijnt. Het is het perfecte weer, want zij was als de zon in mijn donkere bestaan. Mijn familie en ik staan op de voorste rij. Charlie kwam naar me toegelopen, met rood omringde ogen.

'Edward, je weet dat ik je niet mag. Je weet dat ik vind dat het jou schuld is, ik ga er niet omheen draaien. Maar ik ben mijn dochter kwijt. Mijn enige kind. En hoe moeilijk ik het ook vind om toe te geven, ik zie dat je om haar geeft. Ik weet ook dat je veel voor Bella betekende, dus ik wil geen ruzie met je maken op haar begrafenis. Als haar laatste wens is dat ik je een kans geef, dan ga ik die vervullen. Als je iets wilt zeggen, als je afscheid van haar wilt nemen, dan kun je na mij naar voren komen. En natuurlijk mag je Alice ook meenemen.'

Ik stond even versteld. Ik hoor in zijn gedachten de dingen die hij me aan wil doen, en ik geef hem groot gelijk. Uiteindelijk wist ik iets uit te brengen, 'Dankje Charlie. Ik weet dat je me niet mag, maar dit is meer dan ik gehoopt had. Nogmaals bedankt Chief Swan.'

Hij knikte kort en liep toen terug om naast Renee te staan. Langzaam begon de zachte muziek te spelen, en mensen begonnen zachtjes te huilen.

Ik voelde Esme's hand op mijn schouder. Ik voelde dat ze trilde, maar dat kon misschien ook door mij komen. Iedereen was stil, op de muziek en snikken na. Charlie probeerde zich groot te houden voor Renee, maar ook al had ik Jaspers kracht niet, ik kon zijn pijn voelen, horen.

Ik stopte mijn gezicht in mijn handen. Dit was teveel. Ik kon het niet verdragen. De pijn liep door mijn hele lichaam.

Ik was haar kwijt… ze komt niet meer terug.

Alice pakte mijn hand van mijn gezicht en vouwde die van haar in die van mij. Ook zij trilde. Ik wist dat dit ook voor haar moeilijk moest zijn. Ze was als een zus voor Alice. En voor Esme, haar eigen dochter.

Ik voelde mijn familie naast me. Ongemakkelijk, schuldig, omdat ze niet wisten hoe ze de pijn konden minderen. Emmet legde zijn hand op mijn andere schouder.

Ik zag Charlie opstaan toen de muziek was afgelopen. Renee volgde hem. Ze struikelde omdat ze te zwak was om goed te kunnen lopen. Charlie moest haar overeind houden.

Charlie begon te praten. Zijn stem was schor en slechts een fluistering. 'Mijn Bella. Mijn enige dochter. Ik weet niet hoe ik dit verlies moet verwerken. Je was alles voor mij en Renee. Iedere morgen werden we wakker en zagen we jou, stralend aan het ontbijt tafel. Je maakte onze dag goed, hoe slecht hij ook gegaan was. Het is allemaal zo onwezenlijk, ik kan het nog steeds niet vatten dat we je niet meer iedere morgen zullen zien zitten. Het was in zo'n korte tijd. Je was nog zo jong, zo vol liefde, je had deze wereld nog zo veel kunnen schenken. Maar toch lieve Bella, zullen we je tegenkomen. Zeg nooit; het is voorbij. Want slechts je lichaam werd van ons afgenomen, maar niet wat je was en ook niet wat je zei. Slaap zacht mijn kind. Je moeder en ik houden zoveel van je.'

Samen met Renee bleef hij voor de kist staan, gaven een handkus en liepen snikkend weg. Hij ging terug op zijn plek staan en knikte toen kort naar mij.

Ik stapte langzaam, aarzelend naar het midden. Ik trok Alice mee aan haar hand, want ik wilde haar ook een kans geven om iets te zeggen.

We stonden in het midden, voor haar kist, hand in hand. Ik wist niet wat ik moest zeggen dus we staarde een tijdje in stilte naar haar kist. Uit eindelijk was het Alice die eerst begon met praten.

'Lieve Bella, zo onverwachts kwam je in ons leven. Maar je bent het beste wat ons in een hele lange tijd is overkomen. Je hebt mijn broer in leven gehouden. Je hebt hem de wereld laten zien. Ook al zijn jullie niet verder gekomen dan Forks, was dit de enige plek dat hij wilde zien, omdat jij hier was. Je bent en blijft een prachtmens. Je vertrouwt mensen, geeft ze tweede kansen. Ik zag je als een zus voor me, je bent zo puur. Je bent de geweldigste persoon op aarde Bella en we zullen je nooit vergeten. Je plekje in ons hart zul je altijd behouden. We houden van je.'

Alice' stem brak op het einde en ik sloeg mijn arm om haar heen. Ze leunde op mijn schouder en sloeg haar handen voor haar gezicht, waar ze zonder tranen huilde. Nu was het mijn beurt om iets te zeggen.

'Mijn Bella. Ik..Ik weet niet goed wat ik moet zeggen. Je bent heengegaan, en er is hier niets meer dan pijn. Pijn om het verlies van jou. Je was… bent, het beste wat me is overkomen. Zonder jou had ik het niet gered op deze wereld, en ik weet niet hoe ik dat nu wel moet doen. Het spijt me voor alles wat ik je heb aangedaan, het spijt me voor alle verkeerde keuzes die ik heb gemaakt. Maar ik hoop dat je weet, na alles wat ik je heb aangedaan, dat ik zielsveel van je hou. Toen je bent heengegaan, heb je mijn hart met je meegenomen, omdat jij de enige bent die het heeft geraakt, en het zal voor eeuwig van jou blijven, waar je ook bent. Dus Bella, ik hoop dat je me kunt horen, want ik heb het te weinig tegen je gezegd, ik hou van jou. Alleen van jou mijn Bella. Rust zacht lieverd, ik zal snel genoeg bij je zijn.'

Het was als een film dat zich constant herhaalde in mijn herinnering. Alsof ik iedere keer weer moest zien hoeveel pijn ik iedereen heb aangericht. Ik had haar beloofd om snel bij haar te zijn. Dat was ook mijn plan.

Maar het is anders, onmogelijk, voor sommige… mensen. En nu haat ik nog meer van wat ik ben dan ooit.

Waarom kan het voor mij niet zo gemakkelijk zijn? Waarom kan ik niet gewoon een mes door mijn hart steken, of een flesje vergif drinken. Waarom waren mijn handen niet sterk genoeg om ze in mijn borstkas te duwen en mijn hart eruit te rukken. Waarom kon ik wel sterk genoeg zijn om de mensen waarvan ik hield kapot te maken, maar niet mijzelf?

Was dit mijn straf? Een eeuwigheid vol spijt, gebroken liefde, en eeuwig verdriet. Was dit wat mij te wachten stond? Misschien heb ik het ook wel verdiend. Het zou niet eerlijk zijn als ik ook mijn dood gelijk na die van haar zou vinden, en op een of ander wonder een manier vinden zodat we weer bij elkaar konden zijn. Of een manier te vinden om van deze pijn af te komen.

God wist dat ik gestraft moest worden, en dit was zijn manier om te straffen.

Zal ik ooit nog gelukkig worden? Zal ik ooit nog kunnen terugdenken aan onze tijd samen zonder de erge pijn en verdriet te voelen. Waar ik zonder pijn onze beelden samen kan afspelen, zodat ik er met een gelukkiger gevoel naar toe kan kijken.

Ik wil er gelukkig tegenaan kijken. Maar als ik aan haar denk, dan denk ik alleen maar dat het mijn schuld is dat ze hier niet meer kan zijn. Wat iedereen ook zegt, het is mijn schuld. Het is mijn schuld dat ze iedereen om haar heen niet meer gelukkig kan maken. Het is mijn schuld dat iedereen verdriet heeft om haar verlies. En het is mijn schuld dat ze niet meer bij mij is.

En dat is een fout wat ik nooit meer van mijn hele leven goed kan maken.

Edward dacht Alice.

Ik hoorde haar gedachten eerder dan haar voetstappen. Ik kon haar gedachten kilometers verderop nog horen. Niet was Alice mijn zus, maar ook mijn beste vriend. En ik weet, wat er ook gebeurt, ze er voor mij zal zijn. Ik zou er eigenlijk ook voor haar moeten zijn, want ook zij had verdriet om het verlies. Maar ik zit zo gekweld in mijn eigen verdriet dat ik me niet meer kan herinneren hoe het is om voluit te spreken.

Ik was dan misschien langer bij Carlisle en Esme, ik hoorde Alice' gedachten verder.

Als ik haar gedachten ook kon horen, dan was dit misschien wel nooit gebeurd. Ik hoorde het gebonk van haar hart vele kilometers verderop, maar ik wist dat als ik haar gedachten kon horen dat ik het in een ander continent nog kon horen.

Misschien dat met haar gedachten dit nooit gebeurd zou zijn. Ook al had ik zoveel kracht bij elkaar geschraapt om bij haar weg te gaan terwijl ik haar gedachten kon lezen, dat ik kon horen hoeveel pijn ik haar hiermee deed, dan had ik het niet volgehouden om lang weg te blijven.

Ik had in Jacobs gedachten gezien hoe ze eruit zag toen ik haar verliet. Als ik haar gedachten had gehoord dan was ik niet in staat geweest om weg te blijven. Ik zou het dan misschien een week - en dat denk ik nog niet eens- weg kunnen blijven. Ik zou horen hoeveel pijn ik haar deed. Ik dacht dat, omdat ze een mens was, ze de hoeveelheid liefde die ik voor haar voelde onmogelijk kon hebben. Ik dacht dat ze nooit in zoiets in staat was.

Maar ik had beter moeten weten. Haar hart is zo groot, ze kan zelfs van iedereen in de wereld houden, en dan nog de liefde voelen die ze voor mij deed.

Als ik had gehoord hoeveel pijn ze had, dat mijn plannen om haar een gelukkig menselijk leven te geven, was mislukt, dan was ik in minder dan een week op mijn knieën gaan zitten en haar smeken of ze mij alsjeblieft kon vergeven. Ik had alles gedaan om haar vertrouwen weer terug te winnen.

Alles.

Edward, ik ben het maar, dacht Alice weer.

Ik hoorde haar het veldje instappen, maar ik keek niet om. Ik kon de kracht niet vinden om mijn hoofd om te draaien.

Ik voelde dat ze naast me ging zitten en ze legde haar hand op mijn schouder. We zaten een tijdje in stilte. Heel even dacht ik dat Alice háár ook kon zien. Ze was bijna niet meer te zien. Ze zat met gekruisde benen naar de zon te kijken, met een lichte glimlach op haar prachtige gezicht.

Maar toen ik in Alice' hoofd keek, zag ik dat ze in rust naar deze plek keek. Plots veranderde haar gedachten naar een andere tijd. Het was geen visioen, het was iets van haar herinnering.

Ze was met Jasper aan het praten toen we net terug waren uit Italië. Ik zag hoeveel pijn ze had en voor één keer niet getroost kon worden door Jasper.

Ik probeerde haar gedachten uit te sluiten. Ik kon nog meer pijn niet aan.

Alice schudde haar hoofd alsof ze het beeld weg wilde schudden. Daarna keek ze weer vredig voor zich uit. De zon veranderde en de nacht kwam weer. Ik had op het eindjaarsbal tegen haar gezegd de nacht mijn minst favoriete deel van de dag was. Het was het einde van een mooie dag. Maar nu maakte het me niets meer uit of het dag of nacht weg.

De dagen zouden nooit meer mooi worden.

Edward, kwel je alsjeblieft niet zo, smeekte Alice.

Ik zuchtte. Alice had vanaf het begin af aan geprobeerd mij te helpen. Ze wilde dat ik gelukkiger werd, ook al wist ze zelf dat ik het zonder haar nooit zou worden. 'Ik kan er niets aan doen Alice. Ik weet niet hoe ik de pijn kan minderen. Het is nog precies hetzelfde als vier jaar geleden. Ik kan het niet aan.'

Oh Edward, Ze legde haar hoofd op mijn schouder. Ik wil je zo graag helpen, maar ik weet niet hoe. Ik weet niet eens hoe ik mijzelf kan helpen.

'Maar jij lijkt je iets beter te voelen dan eerst. Hoe doe je dat?'

Ik denk dan aan Bella. Ik denk dan aan hoe gelukkig ze altijd was. En je weet dat Bella dit niet zou willen. Ze zou willen dat we verdergingen met ons leven, hoe moeilijk het ook is. Misschien moet je proberen Bella's laatste wens te vervullen Edward. Misschien dat je dan ooit de tijd in je hoofd kan afspelen die je met Bella had, zonder de pijn te voelen.

Ik negeerde haar. Ze wist dat ik dat niet kon. 'Alice, kun je eerlijk tegen me zijn?'

Ze knikte terwijl ze me aanstaarde.

'Denk je dat ze het me had vergeven? Dat ze weer van me kon houden zoals ze deed voordat ik wegging? Wees eerlijk tegen me Alice.'

Ik wilde het zo graag weten, maar aan de andere kant niet. Zou het niet beter zijn als ik in mijn eigen fantasie kon blijven leven waarin ze nog van mij hield? Kon ze echt met één leugen al de liefde die ze voor me voelde laten wegvaren?

Het duurde niet lang voordat ze antwoordde. En deze keer sprak ze hardop. 'Ik weet dat ze het je had vergeven. Ze hield van je. Je onderschatte haar, dacht dat ze niet in dezelfde liefde in staat was als jou, maar ik weet niet of alles weer hetzelfde zou worden. Ze was gebroken toen je haar verliet, je had haar toekomst weggenomen. Ze zou je vergeven, maar het zou een tijdje duren voordat het weer kon worden zoals het was. Edward, ik weet dat je me deze vraag niet echt serieus stelt. Ik weet dat jij weet dat ze je had vergeven. Je had me deze vraag niet hoeven stellen, want je weet het antwoord al,' ze keek me aan, met strenge ogen. 'Je probeert allerlei redenen te verzinnen om niet gelukkig te worden. Je vind dat het jou schuld is en daarom vind je dat je je zo rot moet blijven voelen. Hou daarmee op.'

'Maar het is ook mijn schuld Alice. De reden waarom ze hier nu niet naast me zit is omdat ik haar naar Italië heb gebracht. Ík, Alice, niemand anders.'

'Ik weiger je alle schuld op je te laten nemen. Als je jezelf kwalijk wilt nemen dan moet ik dat ook doen. Ik heb haar immers meegevraagd naar Italië. Ik had ook alleen kunnen gaan. Ik had in eerste instantie niet eens naar Bella moeten gaan. Ik had Rosalie niets moeten vertellen. Ik had niet stiekem naar Bella's toekomst moeten zoeken. Edward, je bent verdomme niet de enige die hier fouten heeft gemaakt,' zei ze streng.

'Het is niet jou schuld. Je deed wat je dacht wat goed was,' vertelde ik. Ik wilde niet dat Alice zou denken dat het haar schuld zou zijn. Dat was het niet.

'Jij ook! Je verliet Bella omdat je dacht dat dat goed voor haar was. Je wilde haar een menselijk leven geven, weg van onze wereld en weg van het gevaar dat we meebrachten. Je wilde haar gelukkig maken ten koste van jouzelf. Oke, je had niet zo stom moeten zijn om gelijk Rosalie te geloven en naar Italië te rennen, maar niemand neemt je iets kwalijk dat je Jacob geloofde toen hij zei dat Charlie een begrafenis aan het regelen was. Iedereen zou denken zoals jij dacht.'

'Ik wilde niet leven in een wereld zonder haar. Kijk nou eens waar ik ben.'

'Ik weet dat je me haat omdat ik je tegenhoud om weer terug naar de Volturi te gaan, maar ik weet dat Bella dit niet had gewild. Ze is niet voor niets met mij meegegaan toen ik vertelde waar je heen was gegaan. Ze wilde niet dat jou iets overkwam. Bedenk de situatie eens andersom, zou jij willen dat Bella zichzelf iets aandeed als Aro je aanbod had aangenomen en je toen gelijk die dag had vermoord,' ze kromp even in elkaar toen ze dat zei. 'Zou je echt willen dat Bella ook zoiets zou doen?'

Ik kromp ook ineen. Nee, natuurlijk zou ik niet willen dat ze mij achterna kwam. Maar dit was anders. Ik moet hier nog eeuwen lang mee leven.

'Probeer de vrede te zoeken Edward. Ik kan niet zeggen dat ik weet wat je voelt – op een bepaalde manier-. Ik weet niet hoe het is om je grootste liefde te verliezen. Ik weet niet hoe het zal zijn als ik Jasper zou moeten verliezen, maar ik ben wel mijn beste vriendin kwijt, mijn zus. Ze was dan niet mijn soulmate, maar dat wil niet zeggen dat mijn pijn minder is. En denk aan Esme, ze heeft weer een kind verloren. Het doet haar zo verschrikkelijk veel pijn om jou zo te zien. Laat haar niet nog een kind verliezen, Edward, dat zou haar dood betekenen. En haar dood zou de dood van Carlisle betekenen. We kunnen niet zonder je, dus alsjeblieft, probeer de vrede te vinden.'

Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik wist dat als Alice zou kunnen huilen, ze het had gedaan. Ik wist dat als ík in staat was om te huilen dat ik aan het huilen was geweest. Als mijn tranen al niet tegen die tijd op waren. Alice heeft waarschijnlijk wel gelijk, maar ik kan het niet.

'We zullen je helpen. We zullen bij je blijven, wat er ook gebeurt. Maar verlaat ons niet.' Ze legde haar hoofd weer op mijn schouder en pakte mijn hand.

En op dit moment wist ik dat ik een besluit had genomen. Ik kon het Esme en Alice niet aandoen. Ik kon hier niet achterblijven en wachten totdat de Volturi me zou komen halen. Ik zou nu niet meer aan mijzelf denken. Ik zou me proberen goed te voelen als ik bij Jasper was, ik zou weer proberen om te worstelen met Emmet, ik zou weer met Carlisle naar het ziekenhuis gaan en wat te leren. Ik zou glimlachen als ik in de buurt van Esme was en weer geheimzinnige gesprekken met Alice voeren.

Ik zou het doen. Ook al wist ik dat het me niet zou lukken, ik zou het proberen.

Alice kneep in mijn hand. 'Dankje Edward. Ik ben blij dat je met ons meegaat,' fluisterde ze.

Natuurlijk zou Alice zien wat ik van plan was. Ze wist dat ik zou gaan zogauw ik het zelf had beslist. Ik was zo in mijn eigen gedachten dat ik niet had gezien dat ze een visioen had gekregen. Ze moest hebben gezien dat ik mee naar Italië zou gaan.

Ik wilde weten wat me te wachten stond, dus ik zocht in haar gedachten wat ze had gezien.

Het was heel kort. Ik stond naast Alice en mijn familie in een maar al te bekende zaal. De kille ruimte, leek nu nog killer. Kouder. Ik zag dat mijn familie met grote veraste ogen naar Aro keken. Ik zag aan de gezichtsuitdrukking van Carlisle dat hij in een soort van discussie zat. Hij leek niet blij.

Rosalie keek met afschuw naar Aro en voor één keer zag ik Emmet niet lachen.

Esme keek net alsof ze ieder moment door haar knieën kon zakken. Jasper stond beschermend voor Alice en leek te zoeken naar de juiste emoties.

Alice keek alsof iemand haar net een klap in haar gezicht had gegeven. Haar grote ogen waren nog groter dan normaal en haar mond stond open. Ze had mijn hand hard vastgepakt.

En dan ikzelf, ik stond daar, zonder emotie op mijn gezicht. Ik keek niet naar Aro of iemand anders. Ik staarde ergens ver weg.

'Alice, wat is het?' hoorde ik mezelf vragen.

Ze keek frustrerend. 'Ik weet het niet. Dit is het enige beeld dat ik krijg. Ik blijf zoeken maar ik zie niets. Ik denk dat Aro weet dat ik naar de toekomst aan het kijken ben. Hij blijft besluitloos.'

Ze leek helemaal niet blij met haar conclusie, en ik was er eerlijk gezegd ook niet blij mee. Maar welke belofte ik Alice ook heb gedaan, ik had niets meer te vrezen.

Ik zou elke kans aangrijpen die ik kon om de Volturi een reden te geven om mij aan te vallen.

Alice was zo in beslag genomen met het zoeken voor de toekomst dat ze mijn ommekeer niet zag.

Voor één keer in een hele lange tijd wist ik niet wat me te wachten stond. Voor één keer zou ik in het donker tasten, en als ik eerlijk was werd ik er een beetje nerveus van. Ik weet niet waarom, maar daarheen gaan leek op de een of andere manier niet de beste keus.

Ik had nog precies een week om mezelf er op voor te bereiden.

Nog precies een week voordat ik weer in dezelfde zaal zou staan als vier jaar geleden.


Een koekje voor je gedachten?

liefs

anoek013