Hoofdstuk 6: Het visioen
Er gaat iets gebeuren vanavond ik voel het. Mijn meester is heel onrustig. Ik breng hem wat water dat hij met genoegen aanneemt. Dan stuurt hij mij weg ik loop langs zijn priesters. In de gang kom ik Anck-su-namun tegen. Ze kijkt me minachtend aan. Ik buig en loop verder naar mijn kamer. Ik probeer te slapen maar het gaat niet er gaat wat gebeuren ik voel het. Ik besluit te gaan kijken wat mijn meester aan het doen is. Ik neem de sluipgang naar zijn balkon en ga achter de gordijnen staan. Mijn meester staat te zoen met Anck-su-namun! Er gaat een steek door mijn hart. Dan gaat de deur open de Farao! Als de farao dit ontdekt word mijn meester zeker gedood! Dat mag niet! Imhotep en Anck-su-namun schrikken ook en Imhotep komt hierheen hij duwt het gordijn opzij en kijkt mij aan. We moeten iets doen ik weet niet wat. Hij kijkt mij doordringend aan ik weet wat hij gaat doen maar hij kan het niet doen dan is alles afgelopen! Ik hou zijn arm vast en schud wild mijn hoofd ik voel tranen opwellen. Hij schud zich los en loopt naar de farao toe. Ik durf niet te kijken ik hoor alleen het geluid van een zwaard wat getrokken word en een gil. Ik kijk en de farao ligt dood op de vloer. Ik hoor buiten ook een gil het is Su. "De prinses is dood!" Gilt ze ik ga kijken Su staat hulpeloos aan de rand van het balkon tegenover die van mijn meester. De priesters komen eraan ze proberen mijn meester weg te halen ik moet mee ik ren achter ze aan. Ik stop kijk om en zie hoe Anck-su-namun zich neersteekt. Daarna ren ik mee met mijn meester naar de stallen. Daar spring ik op een paard en rijden we de woestijn in. Er is nu geen weg terug.
We zijn al enige dagen in het kamp. Volgens mij zijn mijn meester en zijn priesters een plan aan het maken ik weet niet waarvoor. Maar ik weet wel dat ik altijd achter hem zal staan. Al ziet hij me de laatste dagen amper staan ik voel toch een soort liefde voor hem. Ik zal alles voor mijn meester doen alles. Als de nacht valt gaat Imhotep weg met een paar van zijn priesters. Ik blijf achter ruim de tent op en kook wat eten voor als ze terug komen. Als ze terug komen. De volgende nacht komt mijn meester terug ze hebben iets mee op een kar. We pakken gelijk onze spullen en rijden door de nacht in. We rijden naar een verlaten stad ik denk dat dit de stad is waar Su het over had. Waar de doden leven. Ik voel een bloedstollende angst over mij heenkomen. Eenmaal daar aangekomen laden ze de kar af en dan zie ik het, het is Anck-su-namun. Ik weet nu zijn plan hij wil iets doen wat alleen hij als bewaker van de doden kan. Anck-su-namun tot leven wekken! We lopen een enorme trap af en leggen haar lichaam op een altaar. Achter het water is een soort bad met water het heeft een diep zwarte kleur. De priesters gaan in een kring zitten en ik ga op een afstand staan. Ze beginnen spreuken op te zeggen en na een tijdje komt er een mist op uit het water. Op dat moment hoor ik mannen aankomen het zijn de paleis wachten. Ze komen mijn meester halen dat mogen ze niet doen! Eerst raak ik mijn familie en mijn leven kwijt en nu ook nog is de man die ik liefheb. Ik moet mijn meester redden! Het lijkt allemaal heel langzaam te gaan. Ik ren naar de wachter toe en probeer hun de weg te versperren maar ze zijn veel sterker dan mij. Een wachter pakt mij bij mijn middel en ik voel zijn zwaard langs mijn keel gaan. Het doet ontzettend veel pijn en ik voel mijn bloed over mij heen lopen en ik stik er bijna in! Ik weet dat ik dood ga maar het doet me niet zo veel. Ik heb niets meer om voor te leven. Ik krijg het ontzettend koud en ik glij weg.
