Hoofdstuk 6

---------------------------------
Sake
---------------------------------
De ongemakkelijke stilte die was gevallen na deze woorden, waren alles behalve prettig. Met een zucht ging ik verzitten. Om ons heen werd het drukker en keken de leerlingen lachend naar ons. Er werd gewezen en er werd gefluisterd. De roddel van Severus die mij leuk vond was natuurlijk als een lopend vuurtje door de school gegaan, gevolgd door de roddel over mijn hand die in zijn gezicht belandde. Ik wendde mijn blik van de studenten af en keek naar Severus.
"Het spijt me.", meer zei ik niet. Ik keek hem strak aan, maar kreeg geen reactie. Ik zuchtte nog eens en wendde mijn blik af. Het werd drukker om ons heen, de leerlingen werden nieuwsgieriger.
"Ik had het nooit mogen doen, dat weet ik. En het spijt me."
Na deze woorden kwam ik overeind, pakte ik mijn tas en liep ik bij hem vandaan, nagestaard door honderden paren ogen.
"Sake! Wat deed je dáár nou?!", Mindy trok me aan mijn arm bij hen in het gras, aan de rand van het meer. Ik had geen zin in geroddel en in het vragenvuur dat zou komen. Ik wilde alleen zijn, mijn vader een uil sturen met een brief dat hij morgen niet hoefde te komen en de rest van de dag op James en zijn vriendjes schelden omdat zij zo stom waren geweest dat schriftje af te pakken en voor te lezen wat er in stond geschreven.
"Als daar onze ongediertebestrijdster niet zit!", de irritante grijns van James was het eerste wat me opviel toen hij bij mij en Mindy in het gras kwam zitten. Peter lachte dom, Remus had een klein glimlachje op zijn gezicht en Sirius had een nietszeggende uitdrukking.
"Ophouden, Potter.", mompelde ik boos. Ik was boos op hem.
"Of anders? Ga je mij dan ook slaan?", vroeg James uitdagend. Ik keek hem vuurspuwend aan en stond op. De woede was nog niet helemaal weggeëbd, en die paar woorden van James deed het weer opborrelen.
"Wie weet.", siste ik hem toe. "Die neiging is op het moment groot."
James lachte en pakte mijn pols vast. Hij trok me naast zich in het gras en keek me even bestuderend aan.
"Lieverd, ik maakte een grapje. Ik kon toch niet weten dat –"
"Ik wil er niets over horen. Geen slappe smoesjes en domme excuses.", onderbrak ik hem, waarna ik mijn pols uit zijn greep los trok en nogmaals opstond. Zonder de anderen nog een blik waardig te gunnen, maakte ik me uit de voeten en beende ik terug naar het kasteel.
"Jemig, die heeft een slecht humeur vandaag!", merkte Peter op.
"Hoe zou dat toch komen.", deze sarcastische opmerking kwam van Sirius, die maar al te goed begreep dat Sake vandaag niet vrolijk was.

---------------------------------
Severus
---------------------------------
Ze had spijt. Ik kon aan niets anders meer denken dan aan de woorden die ze zij toen ze bij me zat. Sake had spijt. Ze kwam het me vertellen. En ik negeerde haar. Ik was boos op Sake, maar tegelijkertijd kon ik het haar vergeven. Ik wilde boos op Sake zijn, maar ik kon het niet. Een gemengd gevoel nam langzaam mijn gedachten over. De gebeurtenissen van vandaag… Ik schaamde me diep, kon mezelf wel vervloeken vanwege het feit dat ik niet wat voorzichtiger was geweest met mijn dagboek. Het liefst wilde ik door de grond zakken en langzaam van de aardbol verdwijnen.
"Secretus! Vergeet niet de naam van je liefje op je voorhoofd te zetten!"
Ik negeerde het roepen. Sinds Sake weg was gegaan, naar binnen, werden deze dingen naar mijn hoofd geslingerd. Alsof ze het niet durfden te zeggen wanneer zij er wel bij was. Waarschijnlijk was dat ook zo, tenslotte kwam zij wel voor zichzelf op en ik niet.
"Secretus! Ik geloof dat ik een afdruk op je wang zie. Is dat een vinger?!"
Lachend leken ze in een cirkel om me heen te staan. Ik herkende de twee vriendinnen van Sake, Mindy en Sharon. Ze leken de grootste lol te hebben, net als James en zijn maatjes. Behalve Sirius. Sirius stond er deze keer niet bij. Vreemd. Die vier waren altijd samen.
"Wil er iemand nog meer te weten komen over onze romanticus?" Peter stormde naar voren, pakte voor de tweede keer het schriftje af en hield het lachend voor mijn neus. Pestend zwaaide hij het voor mijn neus heen en weer. De anderen stonden om me heen en lachten me uit.
"Geef terug, Pippeling!", snauwde ik. Ik stond snel op en probeerde mijn schrift terug te pakken. Maar het lukte niet. James pakte het van Peter af en sloeg het open. Het was meteen doodstil geworden; iedereen luisterde aandachtig naar wat James deze keer voor zou gaan lezen.
"Terug, Potter!"
Ik deed een poging het schrift te grijpen, maar James was me te snel af. Stom van me dat ik het tegen hem op nam. Hij had snellere reflexen dan ik had. Tenslotte was hij Zoeker in het zwerkbalteam van Griffoendor.
"POTTER! TERUG GEVEN. NU!"
Die snauwende stem was van Anderling, die aan was komen lopen en het pesterijtje een tijdje had toe staan kijken.
"Het is niet de bedoeling dat men spullen van anderen afpakt en anderen pest, Potter. Dat weet je goed."

---------------------------------
Sirius
---------------------------------
Zoekend liep ik rond. Waar kon ze toch zijn? Ik was Sake meteen gevolgd. Waarschijnlijk was ik haar dan toch uit het oog verloren. Waarom moest iedereen dan ook juist op dit moment op de gang rondhangen? Vlug liep ik verder, nog meer trappen op. Sake kennende had ze een plek opgezocht waar ze vaak was als ze alleen wilde zijn. In de leerlingenkamer zou ze wel niet zijn, en ook niet in haar slaapkamer. Ze was naar binnen gegaan, dus dan was ze in de bibliotheek of in de Uilenvleugel. Terwijl ik me bedacht waar ik als eerste moest kijken, liep ik verder. De bibliotheek had ik al achter me gelaten, er zeker van zijnd dat ze daar toch niet was. Ik haastte me naar boven, duwde de deur van de Uilenvleugel open en gluurde naar binnen. Ik had gelijk. Sake was daar. Ze stond voor het raam en keek naar buiten. Ze had me gehoord, maar reageerde niet.
"Hey.", groette ik zacht. Achter me viel de deur zacht in het slot. Langzaam draaide Sake zich om.
"Hey.", zei ze zacht. Ik glimlachte vreugdeloos en keek hoe Sake tegen de muur ging zitten. Zwijgend liep ik naar haar toe en liet ik me naast haar op de grond zakken. Ik leunde tegen de muur en keek schuin opzij, naar haar gezicht. Sake staarde strak voor zich uit.
"Mijn vader geeft me de schuld van de breuk in zijn relatie."
"Dus dat was die brief?"
Sake knikte en keek mij even aan. Ze had gehuild. De rode ogen verraadden dat.
"Die stomme Dreuzelvrouw ook! Omdat ik haar niet mocht, krijg ik de schuld van haar plotselinge vertrek. Alsof het mijn schuld is dat ze weg is gegaan!"
"Natuurlijk is dat jou schuld, het is makkelijker om iemand anders de schuld te geven dan de schuld op jezelf te nemen.", zei ik. Ik sloeg mijn arm om haar heen en trok haar tegen me aan. Sake legde haar hoofd tegen mijn schouder en haar hand op mijn borst. Een hele tijd was het stil.
"Mijn vader wil me morgen spreken."
"En ga je er heen?"
"Nee."
Stiekem had ik niets anders van Sake verwacht. Nu pas begreep ik waar Mindy en Sharon zo druk mee bezig waren, waarom ze Sake over wilden halen. En waarvoor. Maar ik kende Sake. Sake deed niets tegen haar zin in, nooit.
"Luister eens, Sake, over vandaag –"
Bijna onmiddellijk kapte ze me af en liet ze me los. Ze maakte zich los uit mijn armen en stond op. Verbaasd keek ik omhoog, naar haar. Ze schudde haar hoofd en slaakte een zucht.
"Ik wil het er niet over hebben.", zei ze zacht.
"Vind je hem leuk?", vroeg ik twijfelend.

---------------------------------
Sake
---------------------------------
Dat was nou de tweede keer vandaag dat hij me dat vroeg. En weer hoorde ik de twijfel door zijn stem klinken, hoewel ik er zeker van was dat hij die twijfel had willen verbergen. Ik schudde mijn hoofd en voelde me verward. Ergens diep van binnen had ik de neiging gevoeld om te knikken, maar ik wist niet waarom. Sirius leek opgelucht en stond met een glimlach op.
"Waar maak je je dan zo druk om, Sake?", vroeg hij me. Ik haalde mijn schouders op en antwoordde niet. Ik had geen antwoord, ik wist niet wat te zeggen en werd gek van de vragen en gedachten die constant door mijn hoofd spookten en me telkens weer deden denken aan het voorval die zich even geleden had voorgedaan.
"Je begrijpt het niet.", antwoordde ik na een tijdje. "Dat doet niemand. Zelfs ik begrijp het niet." Ik zag hoe Sirius mij verbaasd aankeek en hoe hij me wilde vragen wat er dan scheelde. Ik wist dat hij wilde dat ik het hem allemaal uitlegde, zodat hij het wel zou begrijpen. Maar ik wilde het niet, ik deed het niet. In plaats daarvan keek ik naar de uilen om me heen en dacht ik een fractie van een seconde aan de brief die ik mijn vader had gestuurd. Ik had hem heel duidelijk verteld dat hij me met rust moest laten en dat hij mij de schuld niet kon geven van het vertrek van zijn vrijer. Hij zou er niet blij mee zijn, dat wist ik zeker. Maar ik was ook niet blij met hem. Niet op momenten als deze, op momenten dat hij mij de schuld van alles wat hem tegenzit wil geven. Daar trapte ik vroeger dan misschien wel in, maar nu zeker niet meer.
De gedachten aan mijn vader werden vervangen door de gedachten aan Severus Sneep en hetgeen in zijn dagboek had gestaan. Ik keek even opzij naar Sirius, die mij nauwlettend in de gaten hield en sloot even mijn ogen.
"Probeer me niet over te halen, Sirius.", waarschuwde ik hem. "Ik zeg toch niets." Sirius zweeg en hield mijn blik gevangen. Hij kwam overeind en liep naar me toe. Voorzichtig streek hij een lok uit mijn gezicht en duwde hij die achter mijn oor.
"Je hebt gelogen.", zei hij zacht. Ik was verbaasd en keek hem verontwaardigd aan.
"Wat bedoel je?", vroeg ik. Sirius keek me strak aan en wendde zijn blik af. Hij keerde me de rug toe, waarna hij antwoordde:
"Je vind hem wel leuk. Sake Anderton is gevallen voor Secretus. En blijkbaar is dat wederzijds."
Ik voelde dat ik boos werd, al wist ik niet waarom. Het kon zijn doordat hij in de gaten had dat ik hem leuk vond, of dat ik dacht Severus leuk te vinden, maar het kon ook zijn omdat de intonatie van zijn stem dusdanig beschuldigend en verwijtend was, dat ik in de verdediging schoot.
"Gedraag je niet zo kinderachtig, Sirius.", beet ik hem toe. "Je doet net alsof het een wereldramp is! Severus heeft een oogje op mij, ja, maar wat maakt het uit? Is het onmogelijk dat iemand míj leuk kan vinden, Sirius? Is dat wat je denkt? Wat jij vind? Toevallig ben ik een meisje en toevallig ben jij niet de enige jongen die zich ernaar gedraagt meer van mij te willen dan alleen vriendschap!" Het was eruit voor ik er erg in had en ik sloeg mijn hand voor mijn mond. Dit verliep met de minuut slechter.