5. Carry Any Burden
'Fred?' Hermelien stem klonk nerveus.
Geen antwoord.
'Fred!'
Ginny onderbrak haar
gesprek met Carlo en vroeg zachtjes aan Hermelien wat er was.
'Loena heeft haar oorbellen verloren,' reageerde die kortaf. Ze keek zenuwachtig achterom.
'Fred!!' herhaalde ze dringend. Kennelijk was ze er niet meer zo zeker van dat ze niet achtervolgd werden. De deur waardoor zij waren gekomen was voor zover ze hadden kunnen horen ongeopend gebleven. Maar wat als hij nooit dicht was gegaan?
Eindelijk keek Fred achterom en ging Hermelien opgelucht naast hem lopen. Ginny keek geïrriteerd toe terwijl haar vriendin fluisterend overlegde met Fred, die steeds langzamer ging lopen en ten slotte stil stond. Hermelien keek hem slechts met grote ogen aan en zocht toen de blik van Carlo en Ginny.
'Loena, ben jij je oorbellen verloren onderweg?' Carlo's stem klonk diep en angstaanjagend bezorgd. Kennelijk had hij gehoord wat Hermelien tegen Ginny gezegd had.
Loena keek hen mistroostig aan. 'Ja…'
'Shit' Ron vloekte en Hermelien schudde haar hoofd, alsof ze het niet wilde weten. Het groepje stond mismoedig bij elkaar en lieten hun schouders zakken.
'Laten we dan maar hopen dat niemand hem gevonden heeft. Buiten ons zevenen zijn hier enkel dooddoeners,' zei Draco.
'Als ze hem vinden kunnen we een achtervolging verwachten.' Ginny keek de rest aan en ze wist dat ze precies hetzelfde dachten als wat er door haar hoofd schoot: ze werden al achtervolgd.
Waarom had ze niet eerder beseft dat Loena's verdwenen oorbellen gevolgen zouden kunnen hebben? Ze had de oorbellen gemist maar het de veiligheid niet, toen die weg was. Ze werden achtervolgd. Ze hadden Loena's oorbellen gevonden. Toch had ze nog het gevoel dat er iets niet klopte, maar ze verdrong het bij de aanblik van haar teneergeslagen vrienden.
'Dit hoeft niet het einde te beteken,' gooide ze er plots uit. Ze keek fel van haar twee vriendinnen naar de vier jonge mannen. Hoewel slechts twee ervan daadwerkelijk familie van haar waren, voelde ze nu al een hechtere band met hen allemaal als ze ooit nog met anderen zou krijgen. Ginny keek hen fel aan.
'Wat het ook zal kosten, zeiden we toch? We waren overal toe bereid, als we de wereld konden verlossen van Voldemorts tirannie. Tot nu toe heeft het geluk aan onze kant gestaan en als we onze handen ineen slaan en elkaar trouw blijven, zijn we met zijn zevenen. Ik ben er zeker van dat we de bescherming van het magische getal zeven krijgen waar Lupos op had gehoopt. Ik weet het zeker.'
'We moeten moed houden,' beaamde Loena en Carlo knikte. Ron leek vertwijfeld en keek bezorgd naar Hermelien. Fred leek nog op zijn hoede.
'We moeten uitkijken,' vervolgde Loena en Ginny keek haar dankbaar aan om iemand die haar bijstond. Loena glimlachte. 'Maar op onze hoede moeten we sowieso zijn. Het is levensgevaarlijk om dit te doen en dat wisten we vanaf het begin af aan. Maar Lupos heeft ons laten gaan met een reden.'
'Hij moet vertrouwen in ons hebben gehad,' reageerde Fred. 'Hij had vertrouwen in ons en hoop. Wij hadden die toen ook en die hebben we nog steeds. Dooddoeners achtervolgen ons al jaren en we hebben de documenten van Ëirama kunnen bemachtigen. We zijn op weg naar de Vallei van het Licht en – '
' – En we zijn op de goede weg,' vulde Loena sereen aan. 'Deze vluchtweg leidt naar het Oosten. Hebben jullie gemerkt dat we het licht hebben gevolgd? De haardvuren? De fakkels?'
'Er is denk ik een bezwering om te zorgen dat de dooddoeners dat vuur niet zien,' mompelde Hermelien. Ron keek haar hoopvol aan en raakte kort haar hand aan. 'Als je dat voor ons zou willen doen…'
Ginny zuchtte opgelucht over de hernieuwde moed en ving Draco's blik. Een trage glimlach gleed om zijn lippen en ze keek hem onderzoekend aan. Zijn ogen glansden in het vage licht van de fakkels en ze liep lachend op hem af.
De donkere bocht een stukje verder in de tunnel, kwam onverwacht. Ze wilden bijna links afslaan naar wat het noorden zou moeten zijn, toen Hermelien en Ron vooraan verschrikt halt hielden.
'Geen fakkels?' Draco keek vertwijfeld.
Ginny stapte naar de rechterkant van de muur en gebaarde naar Loena. Die had onmiddellijk door waar ze op doelde en begon met haar lange, slanke vingers over de muur te glijden. Ginny probeerde het ook, maar ze begreep niet hoe Loena het deed. Met een rechte rug stond het blonde meisje tegenover de muur, haar handen voor zich alsof ze de muur op eigen kracht achteruit wilde duwen. Ginny begreep dat Loena wist waar ze op doelde: deze muur versperde hun toch naar het oosten, waar de zon opging.
Een zachte melodie deed de rest opkijken. Loena ging ongestoord verder, met haar de toppen van haar vingers rondjes draaiend over de vochtige, kille muren. De fakkels achter hun wierpen vreemdsoortige schaduwen op de muur en Loena zocht de contouren van haar eigen schaduwen. Het flakkerende licht wierp een magische sfeer op.
De tere melodie hield aan terwijl Loena hem zachtjes zong, in woorden die de rest niet kon verstaan. Haar handen gleden sneller over de stenen en Ginny stond hulpeloos ernaar te kijken. Carlo wisselde een vreemde blik met Hermelien.
Loena begon harder te zingen, tot Ginny de zachte melodie voelde trillen tot in het diepste van haar ziel. De tonen van Loena's verbazingwekkend mooie stemgeluid werden doordringender, feller en uiteindelijk sterker. Het leek alsof ze haar krachten bundelde en steeds meer energie aan het lied toe voegde. De woorden werden verstaanbaar maar niemand begreep ze. Steeds weer diezelfde zin. Sairalindë Telrúnya. Ginny keek Draco aan en begon mee te zingen, tot de rest ook aarzelend in zette en Loena onwillekeurig dankbaar glimlachte. Ginny had het gevoel dat er een veel sterkere muziek nodig was, hoewel ze niet begreep waarvoor.
Loena's handen gleden plots naar onderen, tot ze bij een klein gat kwamen wat de rest niet had gezien.
Een oogverblindend licht drong naar binnen.
Zwijgend zette de rest een stapje terug, ontdaan van de magie die nog natrilde terwijl Loena haar lied verstomde.
Ze keek hen aan met een glans in haar ogen en een glimlach die breder was dan ze in deze tijden voor mogelijk hadden geacht. Vertedert als ze leek door de magie in de lucht keek ze met een lichte glimp van trots in haar ogen naar de kleine kier in de rotsen. Hij vormde nu al een spleet vanaf de grond tot aan het plafond. Terwijl ze ontdaan toekeken vormde het uiteindelijk een poort, die enorm leek ondanks de krappe ruimte die de gang hen bood. De gouden omlijsting van de opening gaf opnieuw te kennen van het werk van mensen. Links van hen strekte een donkere gang zich uit, maar recht voor hen was een korte gang zichtbaar geworden die duidelijk omhoog liep en het daglicht een weg naar binnen bood. Ginny begon te lachen.
'Loena…' Ze keek haar metgezellin aan en wist geen woorden te vinden om te vragen wat er zojuist was gebeurd, of hoe Loena hier vanaf wist. Ze zag er vanaf en knuffelde Loena en al gauw voelde ze ook de armen van de rest om hen heen, alleen zwijgend, dankbaar en onhoorbaar vragen stellend waarvan ze wisten dat Loena hen geen antwoord zou geven.
De poort naast hun was zo glanzend goud dat het de aanblik van het gelukkige vriendengroepje weerspiegelde en er een gratie aan verleende die niemand anders had gehad. Ginny stapte achteruit en keek fel van de gouden poort naar het einde van de gang, onbevreesd en tegelijk met een stille achterdocht.
Ze waren met zijn zevenen. De wereld zou verlost worden.
Het moest.
De gang die voor hen lag bood talloze malen meer licht als de vluchtweg die achter hun lag. Hier was geen brandende hitte van ontelbare fakkels. De geslotenheid van de grot maakte plaats voor een gang die eindigde in een trap met brede, verweerde platte stenen. Aan het einde van de trap was er eindelijk daglicht.
Het regende zachtjes toen ze boven kwamen.
De zon stond laag boven de horizon, die zich golvend om hen heen uitstrekte in een weidse vlakte. Hier en daar bevonden zich groepjes bomen, maar de takken waren kaal en bladeren waren nergens te bekennen. Doodse silhouetten tekenden zich scherp af tegen de gouden zon die de het gras om hen heen verdord had en het groen ervan had doen verdwijnen.
Ginny's vingers gleden ongemerkt in die van Hermelien en Carlo naast haar en de rest deed hetzelfde. Fred keek peinzend naar achterom en zag een grijze rots opdoemen waarin zij zich daarnet nog hadden bevonden, geraakt door de magische tinteling van Loena's lied. Hij knikte tevreden, met een donker gezicht dat ontsierd was door vermoeide ogen. Een groot litteken doorkruiste zijn voorhoofd en hij streek er verdrietig over, alsof de berg hem sterk deed denken aan de nacht dat zijn moeder vermoord werd. Zijn geheugen liet hem na 15 jaar nog steeds niet in de steek. De nacht waarin Ginny werd geboren en zijn moeder genadeloos het leven werd ontnomen stond hem nog altijd bij in elk moment van de dag. Haar gegil galmde dag en nacht nog in zijn oren.
Ginny voelde zijn blik en wist dat hij zich nog altijd verantwoordelijk voelde voor haar. In die nacht had Fred zich verstopt en Ginny meegenomen, terwijl Galei, Bill en Arthur vochten voor hun leven. Arthur was ontsnapt maar was jaren later verdwenen. Charlie en Bill waren nooit meer teruggezien na de brand in Havermouth en Ron leefde toen al ondergedoken onder de bescherming van de Orde. Hij, George en Ginny volgden Ron als laatste Wemels en pas jaren later kwamen ze weer in contact met de buitenwereld. Toen Ginny zeven was, hadden ze op het nippertje een aanval overleefd en vanaf dat moment werd Ron, Fred en George geleerd te duelleren.
Ginny was altijd onder bescherming gebleven.
Hermelien vond Carlo's blik. Achter Ginny om keken ze elkaar aan, ontdaan door de tranen van Ginny die zich vermengden met de regen. Hermelien keek hoopvol, maar Carlo's ogen glommen slechts bezorgd. Zijn haar werd nat en hij sloeg zijn mantel om, het oogcontact met Hermelien argeloos verbrekend.
Draco keek Ginny aan met een onpeilbare blik in zijn ogen, terwijl ze omhoog keek naar de regen en de zoute tranen op haar lippen belandden.
Ze lachte breed met Loena mee, niet merkend wat er zich afspeelde tussen de mensen om hen heen.
Ginny's tranen droogden zachtjes op zonder dat ze er zelf wat van merkte. Dit was hun reis. Ze waren al ver op weg.
Maar er zou nog zoveel komen.
Het kampvuur deed griezelige schaduwen op de zeven natgeregende gezichten verschijnen. Hun mantels, die boven hen in de dode takken van de bomen waren gehesen, hielden de regen tegen en veroorzaakten en onophoudelijk getik. Hermelien sprong om de zoveel tijd op om ze opnieuw waterdicht te maken met een spreuk die niemand anders kende, tot Ron naast haar kwam zitten en haar vroeg het hem te leren. Ze keek hem dankbaar aan en ging zelf slapen.
Het kampvuur was klein en van een paar meter nog nauwelijks zichtbaar, met de zeven figuren en roerloos omheen in donkere mantels. De opstijgende rook viel nauwelijks op in de invallende avondschemering, die gepaard ging met een grauwe mist en heel zachtjes motregenen.
Fred viel ook in slaap tegen Hermelien aan en Carlo voegde zich erbij. Ron was druk bezig hun droog te houden terwijl Draco, Loena en Ginny zachtjes fluisterend praatten over hun verdere reis. De rol perkament die de documenten over Ëirama lag voor hen ze lazen zachtjes over de legende van Amarië.
'Ik weet zeker dat we goed zitten,' fluisterde Loena. 'We hebben het spoor van licht gevolgd en dat lijkt me logisch als we de Vallei van het Licht zoeken, toch?'
Haar grote ogen boorden zich in die van Ginny, die voorzichtig wilde protesteren. 'Maar-'
Draco onderbrak haar met een zachte stem. 'Loena, we vinden het geen van alleen een goed idee als jij je nog veel bemoeit met deze reis.'
Loena keek hem gekwetst aan en Ginny's mond viel bijna open. Maar voor ze er iets tegenin kon brengen, stond Loena op en ging liep ze weg, de duisternis in.
'Waarom deed je dat nou?' vroeg Ginny, ontdaan omdat ze dit niet van Draco verwacht had.
