Hallo! Sorry dat het zolang duurde, maar ik was vorige week op vakantie. In dit hoofdstuk is wat actie, ben benieuwd wat jullie er van vinden. En iedereen bedankt voor de review(s)! Knuft elke reviewer "Wil jij dit ook?" klonk de zakelijke stem van Litira's manager. "Lees dit stuk dan en vind de knop links onderaan. Type je echte mening en win een knuffel! En misschien nog wel een speciale vernoeming!" Nee grapje, je kan niks winnen en nee, ik heb ook geen manager. Nou leesse! xxx Litira
Hoofdstuk 6: Boarden
Langzaam deed Amarië haar ogen open. Als in een film, begon ze verleidelijk te knipperen en ze keek vol valse hoop om zich heen. Nu zou er eigenlijk een superknappe jongeman haar nu stil gade moeten slaan. Hij zou nu verleidelijk, "Goedemorgen slaapkop," moeten zeggen en haar een kus moeten geven. Daarna zou hij ontbijt op bed voor haar maken.
Jammer genoeg moest Amarië genoegen nemen met de meiden die op de slaapkamer waren, sommige wakker, andere slapend.
Op haar wekker zag ze dat het negen uur was, kortom een mooie tijd om op te staan. Amarië gooide haar benen over de rand van haar bed en tastte met haar voeten naar haar teenslippers.
Nog een beetje lui slofte ze naar de badkamer en plensde daar een berg water in haar gezicht.
Een blij gevoel verspreidde zich door haar lichaam. Het was weekend!
Goh, dacht ze bij zichzelf, wat zal ik doen?
- Wat dacht je van aankleden?
Goed idee.
Blij liep Amarië terug naar de slaapzaal en kleedde zich razendsnel om. Daarna liep ze naar beneden en ging door het portretgat naar de Grote Zaal. Daar aangekomen liep ze naar de Griffoendortafel en ging naast Devlin zitten, die al smakelijk van zijn cornflakes aan het eten was.
"Ej Jamrieje," klonk het, terwijl hij haastig zijn mond leegat.
"Ook goedemorgen Dev," glimlachte ze. Ze pakte zelf ook de chocoladecornflakes en vulde haar kom met melk.
"Zeg, wat ga jij doen?" vroeg hij, toen hij zijn mond leeg had.
"Ik weet het niet," en Amarië haalde haar schouders op.
"Mooi, want wat dacht je van boarden?" Hij keek haar grijnzend aan.
"Boarden?" Amarië's ogen begonnen te schitteren.
"Over vijftien minuten in de Hal?"
"You bet!" en Amarië begon haar cornflakes naar beneden te lepelen, terwijl Devlin nog snel een glas jus d'orange naar binnen klotste.
Eerst ging Devlin terug naar de Griffoendortoren, een paar momenten later ging Amarië ook.
Ze stormde recht naar de slaapzaal en trok haar hutkoffer van onder haar bed vandaan. Ze hield geen rekening met de nog slapende meisjes en begon verwoed haar koffer overhoop te halen. Iedereen die nog sliep, was nu wakker geworden en was diep aan het zuchten en aan het protesteren.
Amarië ging gewoon verder en de kledingstukken vlogen in het rond. Eindelijk had ze gevonden wat ze had gezocht. Een board lag in haar handen en ze streek er liefkozend over. Het board had alle kleuren van de regenboog die in elkaar overliepen en op het board stond een tekening van een adelaar. Hij was paars gekleurd, met wit om de veren van elkaar te onderscheiden. De schildering was er met de hand op gemaakt. Haar moeder had het voor haar gedaan.
Amarië drukte nog een kus op de adelaar en stond toen weer op en sprintte de slaapzaal weer uit. In de leerlingenkamer werd ze tegengehouden door Hermelien.
"Waar ga jij nu doen?" vroeg die.
"Boarden," grijnsde Amarië.
"Wat is dat nou?"
"Kom mee, dan kun je het zien." Ze draaide zich al weer om en liep naar het portretgat. Hermelien wenkte Harry en Ron, dat ze mee moesten komen.
"Waarom?" riep Ron door de kamer.
"Amarië gaat boarden, we mogen kijken."
"Wat is het dan?"
Hermelien kon alleen maar haar schouders ophalen en liep toen achter Amarië aan. De jongens keken elkaar vragend aan, maar besloten toen toch maar mee te gaan. Zoals allerlei andere Griffoendors die het gesprek hadden kunnen volgen.
Als de rattenvanger van Hamelen arriveerde Amarië in de Hal, waar Devlin al ongeduldig op haar zat te wachten. Hij keek grijnzend naar de stoet, maar besteedde er verder geen aandacht aan.
Schouder aan schouder liepen ze door de deur naar buiten. Amarië snoof de frisse buitenlucht op en keek Devlin grijnzend. Hij grijnsde terug en hield toen zijn board losjes in zijn beide handen. Het was donkerblauw en een bruine berenkop sierde het board. Toen liet hij hem los. Je zag de toeschouwers verbaasd kijken en nog verbaasder toen ze zagen dat het ding bleef zweven.
"Goh, hij doet het nog," merkte Amarië plagend op en liet toen ook haar board los. Het bleef een paar centimeters boven de grond zweven.
"Ja, de jouwe ook trouwens. Zullen we?"
"Ik ben al weg hoor!" en Amarië stapte op haar board dat gelijk weg zoefde. Eerst stond ze er nog geconcentreerd op, maar na een paar tellen ontspande ze zich. Ze maakte een scherpe bocht en stuurde naar beneden. Door de snelheid was de wind scherp en haar haar werd scherp naar achteren geblazen.
Ze keerde het board razendsnel en remde vlak voor Devlin af. "Sta je hier nog?" en daar ging ze dan weer. De wind speelde met haar haar en de adrenaline stroomde door haar aderen.
Ze schreeuwde het uit en strekte haar armen. Dit voelde goed; ze voelde zich vrij, vrij als een vogel, als een adelaar. Ze was sterk en vrij.
Devlin scheerde haar voorbij en ze zette de achtervolging in. Ze maakten bochten, achten, loopings. Ze scheerde gevaarlijk over, voor en achter de groep toeschouwers langs. Ondertussen waren er nog meer handmagiërs aangestoken en hadden ook hun boards gepakt.
Amarië ging wat langzamer vliegen en zag Gwyndion beneden staan, met haar rode board in haar handen. Op het board was een kop van een grijs/witte wolf geschilderd. Ze keek onzeker naar de rondzoevende kinderen. Een glimlach kwam op haar gezicht toen ze zag dat Amarië op haar af kwam vliegen. Dit maal rustig, remde Amarië af en stapte ze van haar board af.
"Moet ik helpen?"
"Graag," en Gwyndion liet ook haar board los. Voorzichtig stapte ze er op en wachtte tot Amarië ook op haar board stond. Zachtjes gingen ze van start en ze klommen nog niet omhoog met hun boards. Na een rondje gaf Gwyndion aan dat ze sneller een hoger konden. Zo gingen ze verder, tot ze redelijk snel en hoog waren. Amarië keek haar vriendin nog bemoedigend aan en scheerde toen weg. Ze bleef in de buurt en hield Gwyndion wel scherp in de gaten, maar toch wat minder. Gwyndion moest toch haar angst gaan overwinnen. Welles waar stapje voor stapje, maar ze zou het overwinnen.
Gwyndion nam nu zelf initiatief om hoger en sneller te gaan en Amarië werd ook wat losser. Ze zoefde weg en kwam dan weer terug bij Gwyndion.
Gwyndion durfde nu voor honderd procent en begon ook wat scherpere bochten te maken en nog meer snelheid te maken. Amarië lachte haar toe en daagde haar uit om nog sneller te gaan.
De handmagiërs zoefden langs en over elkaar heen. De één ging sneller dan de ander. Soms kwamen ze op elkaar af, maar dan werd op het laatste moment soepel afgewend.
De toeschouwers vermaakten zich opperbest. Ondertussen waren er nog anderen gehaald, sommigen omdat ze hun vrienden zochten, anderen omdat ze de handmagiërs voorbij hun leerlingenkamerramen hadden zien zweven. Je hoorde kreten als er iets gevaarlijks gebeurde, of bijna mis.
Toen ging alles snel. Amarië deed een klein wedstrijdje met Devlin en keek even niet meer om naar Gwyndion. Een vogel vloog rakelings langs Gwyndion en maakte haar aan het schrikken.
Gwyndion stootte een kleine gil uit en begon te wankelen. Ze zag dat Amarië omkeek en nu op haar af kwam vliegen, maar het mocht niet baten. Ze voelde haar ene voet van het board gleden en ze zwaaide wild met haar voeten. Haar andere voet gleed ook van het board af.
Er was alleen maar suizende lucht. Gwyndion kneep angstig haar ogen dicht en wachtte op de klap. De klap die haar zo bekend voor kwam. Het geluid van de klap die een eind aan haar vader's leven had gemaakt. De klap die hetzelfde bij haar zou doen.
Beelden flitsten voorbij. Haar moeder, haar vader, haar zus, haar hele familie. Haar huis, haar hond Psyche, haar vrienden. Haar school, haar dromen. Alles flitste voorbij.
Ze had haar ogen nog steeds stijf dicht en ze wachtte, maar niks kwam.
Toen voelde dat ze niet meer viel, ze lag ergens op of in, maar er was geen harde klap. Ze opende een oog en zag vaag iets lichts. Toen zakte ze weg.
