fijne k(r)oning(inne/s)dag,
Dit gecombineerd met een weekeindje op bezoek bij een vriend ;). zorgde voor dat dit hoofdstuk wat later was dan ik eerst had gedacht. Ik hoop dat jullie net zo'n leuke dag hebben gehad als ik. 7gratis boeken van een rommelmarkt, waarvan 5 nog van Agathe Cristie. Dat was mijn leukste aanwinst van de dag. oh en de prinsesjes zien er schattig uit in hun jurkjes, en Maxima weet nog steeds de mooiste jurken aan te trekken.
groetjes een Boekenworm
Hoofdstuk 7. De herinneringen van Severus Sneep
Harry goot de herinneringen van Sneep in de hersenpan, waarna ze samen de hersenpan ingingen.
Harry en Ginny tuimelden het felle zonlicht in en voelde warme grond onder hun voeten. Toen ze overeind kwamen, zagen ze dat ze op een bijna verlaten speelplaats stonden. De horizon werd gedomineerd door één reusachtige schoorsteen. Twee meisjes schommelden, vanachter een groepje struiken gadegeslagen door een magere jongen. Zijn zwarte haar was te lang en zijn kleren waren zo'n merkwaardig mengelmoesje dat het leek alsof hij zich opzettelijk zo gekleed had: een te korte spijkerbroek, een haveloze en veel te grote jas die van een volwassene had kunnen zijn en een merkwaardig overhemd dat meer een soort kiel leek. Harry zei; 'mijn moeder was het jongste meisje, mijn tante bij wie ik opgroeide de oudere en die jongen is Sneep'. Sneep was hoogstens negen of tien: klein, mager en tanig. Hij keek met onverholen begeerte toe terwijl het jongste meisje hoger en hoger schommelde dan haar zus.
'niet doen, Lily!' gilde haar oudere zus.
Maar het meisje had de schommel op het hoogste punt van haar baan losgelaten, vloog letterlijk door de lucht en beschreef schaterend een grote boog, als een trapezeartiest. Ze smakte niet op het harde asfalt neer, maar bleef veel te lang zweven en landde veel te lichtjes. 'Mamma zei dat dat niet mocht!' Petunia stopte haar schommel door knarsend en knerpend met de hielen van haar sandalen over de grond te schrapen en sprong overeind, met haar handen op haar heupen. 'Dat mocht niet van mamma, Lilly!'
'Er is toch niks gebeurt?' zei Lilly giechelend. 'kijk eens, Tuuntje. Kijk eens wat ik nog meer kan.'
Petunia keek om zich heen. De speeltuin was verder verlaten, afgezien van Sneep, maar de meisjes wisten niet dat die er was. Lilly raapte een bloem op die van de struik was gevallen waarachter Sneep zich verschool. Petunia liep naar haar toe, heen en weer geslingerd tussen afkeuring en nieuwsgierigheid. Lilly wachtte tot Petunia vlakbij was en het goed kon zien en strekte toen haar hand uit. De bloem lag op haar handpalm en opende en sloot zijn blaadjes als een bizarre veelschelpige oester.
'Hoe op!' gilde Petunia.
'ik doe toch niks?' zei Lilly, maar ze sloot haar vingers om de bloem en gooide hem weer op de grond.
'Het hoort niet!' zei petunia.
Waarna Ginny in Harry's oor fluisterde 'ze kan dus blijkbaar ook niet gillen'. Hier moest hij wel om lachen. Dit gebeurde terwijl Petunia de vallende bloem met haar ogen volgde.
'Hoe doe je dat?' vroeg ze met iets van hunkering in haar stem.
'Dat is toch duidelijk?' Sneep kon zich niet langer inhouden en kwam achter de struiken vandaan. Petunia gilde en holde terug naar de schommels, maar hoewel Lilly ook schrok, beef ze staan. Sneep had er kennelijk spijt van dat hij zich had laten zien en keek met een dofrode blos op zijn tanige wangen naar Lilly.
'Sneep was verliefd op je moeder?' Vroeg Ginny verbaasd.
'Daar kwam ik pas later in deze herinneringen achter,' antwoordde Harry.
'Wat is duidelijk?' hoorde ze op de achtergrond van hun gesprek Lilly vragen.
Sneep leek nerveus, maar ook opgewonden. Met een blik op Petunia, die nu naast de schommels stond, fluisterde hij: 'Ik weet wat je bent.'
'Hoe bedoel je?'
'Je… Je bent een heks,' zei Sneep.
Lilly keek beledigend. 'Dat is ook niet aardig om te zeggen!'
Ze draaide zich om en liep met haar neus in de lucht terug naar haar zus.
'Nee!' zei Sneep. Hij was vuurrood en ze begonnen zich af te vragen waarom hij die belachelijke jas niet uitdeed, tenzij hij iets op die kiel te verbergen had. Hij holde flapperend achter de meisjes aan, als een potsierlijk vleermuis, en leek opeens sterk op de man die hij later zou worden. De zusjes staarden hem afkeurend aan en hielden zich vast aan de paal van de schommel, alsof dat de buutplaats was bij tikkertje..
'Dat ben je wel,' zei Sneep tegen Lilly. 'Je bent echt een heks. Ik hou je al een tijdje in de gaten. Maar dat geeft niks. Mijn moeder is ook een heks, en ik ben een tovenaar.'
Petunia's lach leek op een plens koud water.
'Een tovenaar!' krijste ze. Ze durfde weer, nu de eerste schrik voorbij was. 'Ik weet heus wel wie jij bent! Je bent die jongen van Sneep! Ze wonen aan de rivier bij Weverseind,' zei ze tegen Lilly, en uit haar toon bleek duidelijk dat Sneep door dat adres niet in haar achting steeg.
'Waarom zat je naar ons te gluren?'
'Ik zat niet te gluren!' zei Sneep, rood en ongemakkelijk. In de felle zon viel op hoe vuil zijn haar was. 'Naar jou zou ik echt niet gluren!' voegde hij er hatelijk aan toe. 'jij bent een dreuzel!'
Petunia kende dat woord niet, maar Sneeps toon was onmiskenbaar.
'Kom Lilly! We gaan!' zei ze schril. Lilly volgde haar zus gehoorzaam en keek boos achterom naar Sneep. Die staarde hen na terwijl zij hooghartig naar de uitgang van de speeltuin marcheerde.
'Heeft Lilly hem ooit als meer gezien dan een vriend?' Vroeg Ginny terwijl ze dit laatste tafereel bekeken.
'Geen idee, ik weet alleen dat hun vriendschap altijd onder druk heeft gestaan van hun omgeving die het niet zagen zitten.' Antwoordde Harry.
'Nooit gedacht dat ik dit over hem zou zeggen, maar ik begin medelijden te krijgen met die arme man.' Zei Ginny.
'Inderdaad.' Zei Harry waarna het tafereel oploste en een andere vorm aannam.
Plotseling stonden Harry en Ginny tussen een groepje bomen. Tussen de stammen door kon je een riviertje zien glinsteren. Twee kinderen zaten met gekruiste benen tegenover elkaar. Sneep had zijn jas uitgedaan en in het schemerig licht leek de kiel heel wat minder raar.
'… en het Ministerie straft je als je tovert buiten school. Dan sturen ze brieven.'
'Maar ik heb al getoverd buiten school.'
'Zolang je nog geen toverstok hebt, geeft dat niet. Als je klein bent en er nog niets aan kunt doen, zien ze het door de vingers. Maar zodra je elf wordt – ' Sneep knikte gewichtig '- en je eenmaal toverles krijgt, moet je voorzichtig zijn.'
Er viel een stilte. Lilly had een takje opgeraapt en zwaaide ermee door de lucht. Zowel Harry als Ginny zagen dat in de gedachten van Lilly vonken uit het takje kwamen. Ze gooide vervolgens het takje door de lucht en boog zich naar Sneep toe en zei. 'Het is toch wel waar hé? Geen grap? Petunia zegt dat het allemaal gelogen is. Volgens haar is er helemaal geen Zweinstein. Maar het bestaat toch echt?' De onzekerheid was te horen in Lilly's stem.
'Voor ons bestaat het echt,' zei Sneep. 'Niet voor haar. Maar jij en ik krijgen allebei een brief.'
'Weet je dat zeker?' fluisterde Lilly.
'Heel zeker,' zei Sneep, en ondanks zijn slecht geknipte haar en merkwaardige kleren zag hij er merkwaardig indrukwekkend uit terwijl hij daar tegenover haar zat, rotsvast overtuigd van zijn eigen lotsbestemming.
'En die komt per uil?' fluisterde Lilly.
'Normaal gesproken wel,' zei Sneep. Maar jij bent een dreuzeltelg, dus moet iemand van school het eerst aan je ouders komen uitleggen.'
'Maakt het uit of je dreuzeltelg bent of niet?'
Sneep aarzelde even. Zijn gretige zwarte ogen gleden in de groenachtige schemering over Lilly's bleke gezicht en donkerrode haar. 'Nee,' zei Hij. 'Dat maakt niets uit.'
'Gelukkig,' zei Lilly en ze ontspande zich; het was duidelijk dat dat haar dwars had gezeten.
'Je barst van het tovertalent,' zei Sneep. 'Dat zag ik meteen. Al die tijd dat ik je in de gaten hield…'
Zijn stem stierf weg; Lilly luisterde niet. Ze was languit op het gras gaan liggen en keek naar de bladeren boven haar hoofd. Sneep staarde gefascineerd naar haar als eerder in de speeltuin.
'Hoe is het bij jullie thuis?' vroeg Lilly.
Er verscheen een kleine frons op Sneeps gezicht. 'O, best,' zei hij.
'Maken ze geen ruzie meer?'
'Ja, ze maken altijd ruzie,' zei Sneep. Hij pakte een handvol bladeren en begon die te verscheuren, blijkbaar zonder te beseffen wat hij deed. 'maar het duurt niet lang meer en dan ben ik weg.'
'Houdt je vader niet van toveren?'
'Hij houdt eigenlijk nergens van,' zei Sneep.
'Serverus?'
Sneeps mondhoeken krulden even omhoog toen ze zijn naam zei. 'Ja?'
'Vertel nog eens over de Dementors.'
'Waarom wil je dat weten?'
'Als ik tover buiten school – '
'Voor zoiets leveren ze je niet aan de Dementors uit! Dementors zijn voor mensen die hele erge dingen doen. Ze bewaken Azkaban, de tovenaargevangenis. Jij zult nooit in Azkaban terechtkomen, daar ben je veel te – ' Hij werd weer rood en verscheurde nog wat bladeren. Er klonk een zacht geritsel achter Sneep en hij keek om. Harry had Ginny zo geplaatst dat ze ditmaal Petunia achter de boom hadden zien uitglijden.
'Tuuntje!'zei Lilly, verbaasd maar ook blij, maar Sneep sprong overeind.
'Wie zit er nu te gluren?' schreeuwde hij. 'Wat moet je?'
Petunia was geschrokken omdat ze betrapt was en kon even geen woord uit brengen. Uiteindelijk zei ze: 'Wat heb jij een raar ding aan? Een oude blouse van je moeder?' terwijl ze naar zijn borst wees.
Er was een krak te horen en de tak boven Petunia's hoofd brak af. Lilly gilde en de tak raakte Petunia op de schouder. Ze wankelde achteruit en barstte in tranen uit.
'Tuuntje!'
Maar petunia holde al weg. Lilly keek woedend naar Sneep 'Deed jij dat?'
'Nee,' zei hij, bang maar ook uitdagend.
'Jawel!' Lilly deinsde achteruit. 'Dat deed je wel. Je hebt haar pijn gedaan!'
'Nee – nee, echt niet!'
Maar deze keer trapte Lilly niet in zijn leugen: na een laatste, furieuze blik rende ze haar zus achterna. Sneep bleef achter tussen de bomen, in de war en ellendig.
Het tafereel veranderde weer. Ditmaal kwamen ze uit op perron 9¾. Sneep stond naast hen, met een enigszins zuur kijkende, tanige heks die sterk op hem leek. Sneep staarde naar een gezin met vier personen ietsje verderop op het perron. De twee meisjes stonden iets van hun ouders vandaan en het was alsof Lilly zich verdedigde tegen haar zus.
'Kom,' zei Harry tegen Ginny. Terwijl hij haar meenam richting de twee meisjes.
'… spijt me, Tuuntje. Het spijt me echt! Hoor eens – ' Ze pakte de hand van haar zus en hield die stevig vast, ook al probeerde Petunia zich los te rukken. 'Als ik er eenmaal ben – nee, luister nou! Als ik er eenmaal ben, kan ik aan professor Perkamentus vragen of hij zich wil bedenken!'
'Ik wil – helemaal – niet – gaan!' zei Petunia en ze trok haar hand los. 'Denk je echt dat ik naar een of ander stom kasteel wil gaan om te leren hoe ik een – een – ' Haar bleke ogen gleden over het perron, over katten die miauwden in de armen van hun eigenaars, over uilen die fladderden en naar elkaar krasten in hun kooien en over leerlingen. Sommige droegen hun lange zwarte gewaden al en laadden hun hutkoffers in de vuurrode stoomtrein, of begroette hun vrienden vrolijk na de lange zomervakantie, '- denk je dat ik een – een monster wil worden?'
De tranen sprongen in Lilly haar ogen. 'Ik ben geen monster!' zei ze. 'Wie zegt nou zoiets?'
'Daar ga je anders wel heen,' zei Petunia vol leedvermaak. 'een speciale monsterschool. Jij en die jongen van Sneep… een stelletje gedrochten, dat zijn jullie. Het is maar goed dat jullie apart worden gehouden van normale mensen. Dat is voor onze eigen veiligheid.'
Lilly keek even naar haar ouders, die het tafereel op het perron goed in zich opnamen en echt genoten van wat ze zagen, en toen zei ze zacht maar fel tegen haar zus: 'Je vond het anders niet zo'n heel erge monsterschool toen je het schoolhoofd smeekte om ook te mogen komen!'
Petunia werd vuurrood. 'Smeekte? Ik heb helemaal niet gesmeekt!'
'Ik heb zijn antwoord gelezen. Dat was heel vriendelijk!'
'Je had mijn brief niet – ' fluisterde Petunia. 'Dat was mijn post – hoe kon je - ?'
Lilly verraadde zich door even naar Sneep te kijken, die niet ver van hen vandaan stond. Petunia snakte naar adem. 'Die jongen heeft hem gevonden! Jij en die jongen hebben stiekem in mijn kamer gekeken!'
'Nee – niet stiekem – ' Nu werd Lilly in de verdediging gedwongen. 'Severus zag gewoon de envelop liggen en kon niet geloven dat een Dreuzel contact had opgenomen met Zweinstein. Dat is alles! Hij zegt dat er tovenaars als spionnen bij de post moeten werken – '
'Ik weet nu wel dat tovenaars echt overal hun neus in steken!' zei Petunia die nu niet meer rood zag maar bleek. 'monster!' snauwde ze tegen haar zus en ze liep hooghartig richting haar ouders…
Het tafereel veranderde weer. Sneep gevolgd door Harry en Ginny liepen door het gangpad van de Zweinsteinexpress terwijl die door het platteland raasde. Sneep had zijn schoolgewaad al aan, vermoedelijk had hij de eerste en beste gelegenheid om zijn stomme dreuzelkleren uit te doen aangegrepen. Ze bleven staan bij een coupé waarin een stel jongens luidruchtig met elkaar praatten. Lilly zat ineengedoken in een hoek met haar gezicht tegen het raam aangedrukt. Sneep schoof de deur van de coupé open en ging tegenover Lilly zitten. Ze keek even naar hem en staarde toen weer uit het raam. Het was aan haar gezicht te zien dat ze gehuild had. 'Ik wil niet met je praten,' zei ze met smoorde stem.
'Waarom niet?'
'Tuuntje heeft nu een h-hekel aan me. Omdat we die brief van Perkamentus gelezen hebben'
'nou en?'
Lilly keek vol afkeer naar Sneep. 'Nou en? Ze is mijn zus!'
'Ze is maar een – ' Sneep zweeg abrupt, maar Lilly probeerde onopvallend haar ogen te drogen en leek hem niet gehoord te hebben.
'Maar wij zijn onderweg!' zei hij en hij kon de vreugde in zijn stem niet verhullen. 'Dit is de grote dag! We zijn op weg naar Zweinstein!'
Lilly knikte en veegde haar ogen af. Onwillekeurig moest ze toch een beetje glimlachen. 'Ik hoop dat je in Zwadderich komt,' zei Sneep, bemoedigd omdat ze toch een beetje was opgevrolijkt.
'Zwadderich' Een van de andere jongens in de coupé, die Lilly en Sneep tot op dat moment geen blik waardig hadden gekeurd, keek op toen hij dat woord hoorde.
Harry fluisterde tegen Ginny: 'Dit is het begin van de vijandschap tussen Sneep en mijn vader.'
James zag er op zijn ogen na uit als Harry. Hij leek echter ook gelukkiger en gezonder. 'Wie wil er nou bij Zwadderich? Ik denk dat ik meteen weer van school zou gaan, jij niet?' vroeg hij aan Sirius die tegenover hem zat.
Sirius lachte niet. 'mijn hele familie heeft in Zwadderich gezeten,' zei hij.
'Allemachtig,' zei James. 'En je leek mij best wel aardig!'
Nu grijnsde Sirius. 'Misschien breek ik wel met de familietraditie. 'Waar zou jij voor gaan, als je kon kiezen?'
James hief een denkbeeldig zwaard op. '"Griffoendor, bekent om zijn dapperheid!" Net als mijn vader.'
Sneep maakte een schamper geluidje en James keek hem aan. 'Heb je daar problemen mee?'
'Nee,' zei Sneep, al bleek dat niet uit zijn nogal minachtende uitdrukking. 'Als je liever sterk dan slim wilt zijn – '
'En waar wil jij dat heen? Volgens mij ben jij geen van beide!' Viel Sirius hem in de rede.
James schaterde het uit. Lilly kreeg een kleur, ging rechtop zitten en keek vol afkeer van James naar Sirius. 'Kom Severus, dan zoeken we een andere coupé.'
'Ooooo… '
James en Sirius imiteerde haar hooghartige toon en James probeerde Sneep beentje te lichten toen hij langs schuifelde.
'We zien je nog wel, Secretus!' riep een stem terwijl de coupédeur dichtsloeg.
Het tafereel veranderde daarna weer. Ze waren nu in de grote zaal en keken toe hoe Lilly in Griffoendor werd gesorteerd.
Sneep kreunde zachtjes bij dit nieuws. Terwijl Lilly naar de juichende tafel van Griffoendor liep, keek ze even om met een triest glimlachje richting Sneep. Sirius had plaats gemaakt voor haar op de bank, ze moest hem herkent hebben uit de trein want draaide hem meteen de rug toe. Ze keken toe hoe Remus, Peter en James bij Lilly en Sirius aan tafel gingen zitten. Redelijk aan het eind van de ceremonie werd Sneep pas gesorteerd, het duurde niet lang voor de hoed hem bij Zwadderich plaatste. Hij liep naar de andere kant van de zaal en ging naast Lucius Malfidus met een klassenoudstebadge op zijn borst zitten.
Hierna veranderde het tafereel weer.
Lilly en Sneep liepen over een binnenplaats van een kasteel ruzie te maken. Ze waren allebei flink groter geworden, het moest dus al een paar jaar later zijn.
'… dacht dat we vrienden waren,' zei Sneep. 'Heel goede vrienden.'
'Dat zijn we ook, Sev, maar je gaat met mensen om die ik niet kan uitstaan! Sorry hoor, maar ik heb gewoon een bloedhekel aan Arduin en Schoorvoet! Schoorvoet! Wat zie je in die griezel? Weet je wat hij laatst met Marie Munter heeft uitgehaald?'
Lilly leunde tegen een pilaar en keek naar Sneeps magere, tanige gezicht.
'Ach dat stelde niks voor,' zei Sneep. 'Het was gewoon een grap – '
'Het was duistere magie en als je dat leuk vindt – '
'En de dingen dan die Potter en zijn maatjes uitvreten dan?' vroeg Sneep. Hij werd rood en kon zijn wrok en boosheid moeilijk in bedwang houden.
'Wat heeft Potter hiermee te maken?' vroeg Lilly.
'Hij en zijn vrienden sluipen 's nachts vaak buiten rond. Die Lupos is trouwens ook al zo'n rare. Waar gaat hij steeds heen?'
'Hij is ziek,' zei Lilly. 'Ze zeggen altijd dat hij ziek is.'
'Toevallig wel altijd met volle maan,' zei Sneep.
'Ik ken je theorie wel,' zei Lilly koel. 'Waarom word je zo geobsedeerd door die jongens? Wat kan jou het schelen wat ze 's nachts uithalen?'
'Ik wil je alleen maar laten zien dat ze niet zo geweldig zijn als iedereen schijnt te denken.' Sneep bloosde opnieuw toen Lilly hem doordringend aankeek.
'Maar ze gebruiken te minste geen Duistere Magie.' Op zachtere toon vervolgde ze: 'En je bent trouwens erg ondankbaar . ik heb gehoord wat er laatst gebeurt is. Je bent de tunnel onder de beukwilg in geslopen en James Potter heeft je gered van wat zich daar schuilhoudt – '
Met een verwrongen gezicht stamelde Sneep woedend: Gered? Gered? Denk je dat hij de held uithing? Hij wilde gewoon zijn eigen hachje redden en dat van zijn vrienden! Ik laat je niet – je mag niet – '
'Mag ik niet? Mag ik niet?' Lilly's felgroene ogen vernauwde zich tot spleetjes en Sneep bond meteen in.
'Ik bedoel niet – ik wil niet dat je jezelf voor gek zet – hij is verliefd op je, James Potter is verliefd op je!' Het was alsof de woorden tegen wil en dank uit Sneeps keel werden geperst. En hij is niet…
'Bekent hij nou dat hij ook verliefd op haar is,' fluisterde Ginny in harry's oor.
'Ze heeft het alleen niet door,' antwoordde Harry.
iedereen denkt altijd maar… grote zwerkbalheld…' Stamelde Sneep wiens afkeer en verbittering zo groot waren dat hij niet samenhangend meer kon spreken. Lilly's wenkbrauwen kropen echter steeds verder omhoog.
'Ik weet best dat James Potter een arrogante kwal is,' viel ze Sneep in de rede. 'Dat hoef jij me niet te vertellen. Maar de dingen die Arduin en Schoorvoet grappig vinden zijn gewoon verkeerd, Sev. Ik snap niet hoe je met ze bevriend kunt zijn.' Het was echter te betwijfelen of Sneep haar commentaar op zijn vrienden had gehoord, het leek er namelijk op dat zodra ze Potter begon te beledigen hij stopte met luisteren.
Het tafereel veranderde weer, ze liepen nu in de grote zaal tijdens het SLIJMBAL examen verweer tegen zwarte kunsten. Harry herinnerde zich deze maar al te goed van de eerste keer dat hij hem gezien had. Hij sprak Ginny aan. 'Volg jij Sneep maar ik blijf liever hierbij op een afstandje.' Hij probeerde buiten gehoorsafstand te blijven, Sneep die boos "Modderboedje" tegen Lilly schreeuwde hoorde hij helaas wel.
Na de volgende verandering stonden Harry en Ginny samen te luisteren naar de smekende Sneep en de boze Lilly voor het portretgat.
Daarna duurde het langer om het nieuwe tafereel zich toonde.
Nu stonden ze samen op de donker heuveltop te wachten. 'Op wie wachten we,' Vroeg Ginny.
'Perkamentus, Sneep is erachter gekomen dat Voldemort mij en dus Lilly wil gaan vermoorden. Zij mag dan wel niks meer met hem te maken willen hebben hij is nog steeds verliefd op haar.' Vertelde Harry.
Een kartelige witte lichtflits sneed door de lucht en Sneep was op zijn knieën gevallen. Met zijn toverstok uit zijn hand. 'Dood me niet!' Smeekte Sneep.
'Dat was ook niet mijn bedoeling.'
Perkamentus stond voor Sneep, het geluid dat hij misschien gemaakt had met verschijnselen, was overstemd door het gehuil van de wind. Zijn gewaad wapperde om hem heen en zijn gezicht werd van onderaf beschenen door het licht van zijn toverstok. 'En, Serverus? Wat heeft Heer Voldemort voor boodschap aan mij?'
'Geen – geen boodschap. Ik ben uit mezelf gekomen!' Sneep zag er waanzinnig uit. Zijn lange zwarte verwarde zwarte haren wapperden in de wind. 'Ik – ik heb een waarschuwing,' zei hij handenwringend. 'Nee, een verzoek – alsjeblieft – '
Perkamentus gebaarde met zijn toverstok. Takken bleven wiegen en dode bladeren dwarrelden nog steeds door de lucht, maar op de plak waar hij en Sneep tegenover elkaar stonden , was het plotseling stil. 'Wat voor verzoek zou een dooddoener voor mij kunnen hebben?'
'De – de profetie… de voorspelling… Zwamdrift…'
'Ja, natuurlijk,' zei Perkamentus. 'Wat heb je allemaal aan Voldemort doorgebriefd?'
'Alles – alles wat ik heb gehoord!' zei Sneep. 'Daarom ben ik – dat is de reden waarom – hij denkt dat het om Lilly Evers gaat!'
'De profetie verwijst niet naar een vrouw,' zei Perkamentus ze betreft een jongen die eind Juli geboren is – '
'Je weet wat ik bedoel! Hij denkt dat het op haar zoontje slaat! Hij wil haar opsporen – iedereen doden – '
'Als ze zoveel voor je betekent, is Heer Voldemort toch wel bereid haar leven te sparen?' ze Perkamentus. 'Kun je niet vragen of hij de moeder genade wil schenken in ruil voor haar zoon?'
'Dat heb – dat heb ik ook gevraagd – '
'Ik walg van je,' zei Perkamentus. 'Dus het maakt je niet uit dat haar man en kind vermoord worden? Die mogen rustig sterven, als jij maar krijgt wat je wilt?' Sneep keek omhoog naar Perkamentus.
'Verberg ze dan allemaal!' zei hij schor. 'Bescherm haar – bescherm ze. Alsjeblieft.'
'En wat krijg ik in ruil, Severus?'
'In – in ruil?' Sneep keek Perkamentus met open mond aan.
'Dus zo wordt Sneep lid van de orde,' zei Ginny terwijl ze naar de verbaasde Sneep keek.
Na een lange stilte antwoordde Sneep. 'Alles, alles wat je maar wilt.'
De winderige berg vervaagde en veranderde in het kantoor van Perkamentus. Sneep zat in de stoel te jammeren met zijn handen voor zijn gezicht, Perkamentus stond er grimmig kijkend naast. Na enkele ogenblikken keek Sneep op en het was alsof hij wel honderd jaar vol ellende had meegemaakt sinds die winderige heuvel had verlaten. 'Ik dacht… dat je haar… zou beschermen…'
'Zij en James hebben vertrouwen gesteld in de verkeerde vertrouwd,' zei Perkamentus. 'Net als jij, Serverus. 'Hoopte jij niet dat Voldemort haar leven zou sparen?' Sneeps ademhaling was snel en oppervlakkig. 'Haar zoontje leeft nog,' zei Perkamentus. Sneep maakte een schokkerige beweging met zijn hoofd alsof hij een vlieg wegjoeg. 'Haar zoontje leeft nog. Hij heeft precies dezelfde ogen als zijn moeder. Herinner je de ogen van Lilly Evers, Serverus? Hun vorm en kleur? Vast wel.'
'HOU OP!' brulde Sneep. 'Weg… dood…'
'Bespeur ik daar iets van wroeging, Serverus?'
'Ik wou… ik wou dat ik zelf ook dood was…'
'Denk je dat iemand daar iets mee zou opschieten?' zei Perkamentus kil. 'Als je van Lilly Evers hield, echt van haar hield, dan is het duidelijk wat je moet doen.' Het was alsof Sneep schuilging achter een waas van pijn en duurde even voor de woorden van Perkamentus tot hem doordrongen.
'Hoe – hoe bedoel je?'
'Je weet hoe en waarom ze gestorven is. Zorg ervoor dat haar offer niet vergeefs was. Help me om Lilly's zoon te beschermen.'
'Hij hoeft niet beschermd te worden. De Heer van het Duister is verdwenen – '
'De Heer van het Duister zal terugkeren en dan zal Harry Potter in levensgevaar verkeren.'
'Hoe wist hij dat,' vroeg Ginny aan Harry terwijl ze op Sneeps antwoord zaten te wachten.
'Ik denk dat hij toen al vermoedde dat Marten gruzielementen had gemaakt. Een vermoeden dat pas twaalf jaar later bevestigd werd met een dagboekje dat er verantwoordelijk voor was dat de geheime kamer voor een tweede keer geopend werd.'
'Het dagboek?'
'Ja, het dagboek was het eerste gruzielement van Marten Vilijn dat Perkamentus tegenkwam. Weliswaar had ik het toen al vernietigd met die basilisktand, maar het was er wel een geweest.' Vertelde Harry.
'Goed dan. Goed. Maar je mag het nooit - nooit vertellen, Perkamentus! Dit moet tussen ons blijven! Zweer het! Ik kan het niet verdragen… en dan vooral de zoon van Potter… Ik wil dat je het plechtig belooft!' Zei Sneep uiteindelijk.
'Moet ik plechtig beloven om nooit te onthullen dat jij ook een betere kant hebt, Serverus?' Perkamentus zuchtte en keek naar het verwilderde, van verdriet doortrokken gezicht van Sneep. 'Nou vooruit dan, als je het per se wilt…'
De kamer loste op maar kwam onmiddellijk weer terug. Sneep liep driftig heen en weer, terwijl Perkamentus aan zijn bureau zat te lezen.
' – middelmatige, even arrogant als zijn vader, vast besloten om alle regels te overtreden die er maar zijn, dolblij dat hij hier zo beroemd is, altijd op zoek naar aandacht, hondsbrutaal – '
'Je ziet wat je verwacht te zien, Serverus,' zei Perkamentus zonder op te kijken. 'Van andere leraren hoor ik dat hij bescheiden, vriendelijk en redelijk getalenteerd is. Persoonlijk vind ik hem een innemend kind.' Perkamentus sloeg een bladzijde om van zijn boek en zei zonder op te kijken. 'Hou je Krinkel in de gaten, wil je?'
Een werveling van kleuren later stonden ze in de hal van het kasteel na het kerstbal. Sneep en Perkamentus keken de laatste leerlingen na die naar bed gingen. 'En?' mompelde Perkamentus.
'Het teken van Karakov wordt donkerder. Hij raakt in paniek, want hij is bang voor vergelding. Je weet dat hij het Ministerie geholpen heeft na de val van de Heer van het Duister.' Sneep keek vanuit zijn ooghoeken naar het profiel van Perkamentus met zijn kromme neus. 'Karakov is van plan om te vluchten als het Duistere teken gaat branden.'
'O, ja?' zei Perkamentus zachtjes terwijl Fleur Delacour en Robbie Davids giechelend kwamen aanlopen van het schoolterrein. 'En voel jij de verleiding om zijn voorbeeld te volgen?'
'Nee,' zei Sneep. Zijn zwarte ogen volgde Fleur en Robbie terwijl ze de trap op liepen. 'Nee, zo'n lafaard ben ik niet.'
'Inderdaad,' beaamde Perkamentus. 'Jij bent veel en veel moediger dan Igor Karkarov. Soms denk ik we eens dat we te vroeg sorteren…' Perkamentus liep weg en Sneep keek hem ontdaan na…
'Te vroeg sorteren?' Vroeg Ginny zodra Perkamentus uitgesproken was.
'Ja, denk jij dat Loena in Raveklauw was gebleven als ze op, zeg haar zestiende gesorteerd zou worden. Zou Peter Pippeling in Griffoendor zijn gebleven? Regulus in zwadderich? Bedenk eens wat voor invloed dat gehad zou kunnen hebben. Misschien hadden Lilly en Sneep dan een betere kans gehad en zou hij niet zo verbitterd zijn geraakt.' Zei Harry.
Ze stonden alweer in de kamer van het schoolhoofd voor Ginny antwoord erop had kunnen geven. Toen ze zag wat er gebeurde was ze direct stil. Het was nacht en Perkamentus hing opzij gezakt in de troonachtige stoel achter zijn bureau. Zo te zien was hij nog maar half bij bewustzijn en zijn zwarte, verschroeide rechterhand bengelde naast de stoel. Sneep mompelde bezweringen, wees met zijn toverstok op de pols van Perkamentus en goot met zijn linkerhand een beker vol dikke, goudkleurige toverdrank in zijn mond. Na een paar tellen trilden de oogleden van Perkamentus en deed hij zijn ogen open. 'Waarom?' zei Sneep plompverloren. 'Waarom heb je die ring omgedaan? Hij is vervloekt, dat wist je toch wel. Waarom zou je hem zelfs maar aanraken?'
De ring van Asmodom Mergel glansde op het bureau. De steen was gebarsten en het zwaard van Griffoendor lag ernaast. Perkamentus trok een gezicht. 'Ik… het was stom van me. De verleiding was te groot…'
'verleiding? Wat voor verleiding?'
Perkamentus gaf geen antwoord. 'Harry weet jij wat hij bedoeld,' vroeg Ginny.
'Ik heb alleen maar vermoedens, maar hoe zou iemand die zijn hele leven lang zoekt naar de relieken van de dood reageren op een ring waar de steen der wederkeer in zit?' Was Harry's tegenvraag.
'Het is een wonder dat je hier nog terug hebt kunnen komen!' zei Sneep woedend. 'Die ring was besmet met een ongelofelijke krachtige vervloeking. We kunnen hem misschien tijdelijk indammen, maar meer ook niet. Voorlopig heb ik hem weten op te sluiten in je hand – '
Perkamentus hief zijn geblakerde, nutteloze hand op en bestuurde het alsof het een soort curiositeit was. 'Goed werk, Serverus. Hoelang heb ik nog denk je?' Perkamentus sprak heel kalm, alsof hij informeerde naar wat voor weer het morgen zou zijn.
Sneep aarzelde even en zei toen: 'Dat durf ik niet met zekerheid te zeggen. Misschien een jaar. Een dergelijke vloek kan niet altijd in bedwang gehouden worden. Op een gegeven moment woekert hij verder. Het gaat om een vervloeking die mettertijd aan kracht wint.'
Perkamentus glimlachte. Het bericht dat hij waarschijnlijk minder dan een jaar te leven had, deed hem blijkbaar weinig. 'Ik mag van geluk spreken dat ik jou heb, Serverus.'
'Als je me ietsje eerder had laten komen, had ik misschien meer kunnen doen, je meer tijd geven!' zei Sneep woedend. Hij keek naar het zwaard en de vernielde ring. 'Dacht je dat je door de ring te breken ook de vloek verbrak?'
'Iets dergelijks… ik zal ongetwijfeld niet helemaal mezelf geweest zijn…' Perkamentus ging moeizaam rechtop zitten. 'Nou in zekere zin maakt dit alles een stuk gemakkelijker.' Sneep was volkomen verbijsterd en Perkamentus glimlachte. 'Ik doel daarmee op het plan van Heer Voldemort waarin ik een centrale rol speel. Zijn plan om mij te laten vermoorden door die arme Draco Malfidus.'
Sneep nam plaats op de stoel tegenover het bureau van Perkamentus. Het leek erop alsof Sneep nog meer wilde zeggen over die vervloeking, maar Perkamentus stak zijn geblakerde hand op, in een beleefde weigering om nog verder op het onderwerp in te gaan. Met een boze frons zei Sneep: 'De Heer van het Duister verwacht niet dat Draco zal slagen. Het is gewoon een straf voor de blunders die Lucius heeft begaan. Een langdurige marteling voor Draco's ouders, die moeten aanzien hoe hun zoon faalt en daarvoor zullen zoeten boeten.'
'Met andere woorden, over Draco is net zo'n onherroepelijk doodvonnis uitgesproken als over mij,' zei Perkamentus.'Als Draco inderdaad faalt, denk ik dat jij als volgende in aanmerking komt om de klus te klaren. Is dat zo?'
'Is hij nou zijn eigen dood aan het plannen,' vroeg Ginny.
'Ja. Daar is hij inderdaad mee bezig,' zei Harry.
'Dat is inderdaad het plan van de Heer van het Duister, geloof ik.'
'Heer Voldemort voorziet dat er in de nabije toekomst een moment zal komen waarop hij geen spion op Zweinstein meer nodig heeft?'
'Hij gelooft dat hij de school binnen afzienbare tijd in zijn macht zal hebben, ja.'
'En als hij die macht heeft ,' zei Perkamentus, bijna achteloos, 'Heb ik dan je woord dat je alles zult doen wat binnen je vermogen ligt om de leerlingen te beschermen?' Sneep knikte stijfjes. 'Goed zo. Nou je eerste prioriteit is om erachter te komen wat Draco precies van plan is. Een doodsbange tiener vormt niet alleen gevaar voor anderen, maar ook voor zichzelf. Bied hem hulp en advies aan. Dat accepteert hij vast; hij mag je graag – '
' – een stuk minder graag sinds zijn vader uit de gratie is geraakt. Draco geeft mij de schuld en denkt dat ik op de positie van Lucius uit was.'
'Probeer het toch. Ik maak me niet zoveel zorgen om mezelf, maar meer om eventuele extra slachtoffers van Draco's plannetjes. As het puntje bij paaltje komt, kunnen we Draco maar op één manier behoeden voor de woede van Heer Voldemort.'
Sneep trok zijn wenkbrauw op en vroeg sarcastisch: 'Wil je soms dat Draco je doodt?'
'Geen sprake van. Ik wil dat jij me doodt.'
Er volgde een lange stilte, die alleen doorbroken werd door het geluid van Felix die knaagde op een stukje zeeschuim. Harry twijfelde nog of hij nog wat tegen Ginny moest zeggen, maar hij wist niet wat hij dan moest zeggen.
'Zal ik het dan maar meteen doen?' vroeg Sneep toen hij de stilte doorbrak, met een stem die droop van de ironie. 'Of wil je eerst nog een passend grafschrift bedenken?'
'Nee, nu nog niet,' zei Perkamentus glimlachend. 'Maar ik weet zeker dat zich te zijner tijd een geschikt moment zal voordoen. Gezien de gebeurtenissen van vannacht – ' Hij gebaarde naar zijn verschrompelde hand. ' – kunnen we er rustig vanuit gaan dat het binnen een jaar zal zijn.'
'Als je het niet erg vindt om te sterven, waarom laat je het dan Draco niet gewoon doen?' vroeg Sneep bars.
'Omdat zijn ziel nog niet zo zwaar beschadigd is,' zei Perkamentus. 'Ik wil niet dat die om mijnentwil aan stukken gescheurd wordt.'
'En mijn ziel dan, Perkamentus? Mijn ziel?'
'Jij weet als enige of je ziel schade zal oplopen als je een oude man pijn en vernedering bespaart,' zei Perkamentus. 'Ik vraag je om deze ene grote gunst, Serverus, omdat mijn dood nu onafwendbaar is, even onafwendbaar als het feit dat de Cambridge Canons ook dit jaar weer als laatste zullen eindigen in de competitie. Ik moet toegeven dat ik een snel en pijnloos einde zou verkiezen boven de langdurige en bloederige toestand die het zou worden als bijvoorbeeld Fenrir Vaalhaar erbij betrokken wordt. Ik heb gehoord dat Voldemort hem gerekruteerd heeft. Of onze lieve Bellatrix die graag een tijdje met haar prooi speelt voor ze hem verslindt.' Zijn toon was luchtig, maar zijn felblauwe ogen keken doordringend naar Sneep, alsof Perkamentus de ziel waarover ze het duidelijk hadden gehad kon zien. Uiteindelijk knikte Sneep opnieuw stijfjes. 'Dank je, Serverus…'
De werkkamer van Perkamentus verdween opnieuw en nu slenterde Sneep en Perkamentus door de avondschemering over het schoolterrein, gevolgd door Harry en Ginny. 'Wat voer je toch uit op al die avonden dat jullie samen op je werkkamer zitten?' vroeg Sneep.
Perkamentus maakte een vermoeide indruk. 'Hoezo? Je wilt hem toch niet nóg meer strafwerk geven, Serverus? Straks is hij na zijn schooltijd alleen nog maar met strafwerk bezig.'
'Potter is precies zijn vader – '
'Misschien qua uiterlijk, maar qua innerlijk lijkt hij veel meer op zijn moeder. Ik breng zoveel tijd door met Harry omdat ik zaken met hem moet bespreken, omdat ik hem bepaalde informatie moet geven voor het te laat is.'
'Informatie,' herhaalde Sneep. 'Je vertrouwt hem… maar mij niet.'
'Het is geen kwestie van vertrouwen. We weten allebei dat ik nog maar een beperkte hoeveelheid tijd heb. Het is van levensbelang dat Harry voldoende informatie heeft om zijn taak te volbrengen.'
'En waarom mag ik niet over diezelfde informatie beschikken?'
'Ik zet liever niet alles op één kaart, vooral niet een kaart die zoveel tijd doorbrengt tussen de vingers van Heer Voldemort.'
'Dat doe ik in jouw opdracht.'
'En je doet dat buitengewoon goed. Denk maar niet dat ik het gevaar dat je constant loopt onderschat, Serverus. Voldemort ogenschijnlijk waardevolle informatie geven maar tegelijkertijd essentiële feiten achterhouden, is een taak die ik alleen aan jou zou toevertrouwen.'
'En toch vertrouw je meer op een jongen die niet in staat is tot occlumentie, die maar een middelmatig kan toveren en die een rechtstreekse verbinding heeft met de Heer van het Duister!'
'Voldemort vreest die verbinding,' zei Perkamentus. 'Nog niet zo lang geleden heeft hij heel even gemerkt wat het voor hem betekent om Harry's gedachten werkelijk te delen. Zoveel pijn had hij nog nooit eerder gevoeld. Hij zal niet opnieuw proberen bezit te nemen van Harry, niet op die manier.'
'Ik begrijp het niet.'
'De verminkte ziel van Heer Voldemort kan het niet verdragen om in nauw contact te komen met een ziel zo puur als die van Harry. Het is als een tong die tegen bevroren staal komt, als levend vlees dat in het vuur wordt gehouden – '
'Ziel? We hadden het over gedachten!'
'In het geval van Harry en Voldemort kun je die twee niet los van elkaar zien.'
Perkamentus keek even om zich heen om er zeker van te zijn dat ze echt alleen waren. Ze waren dicht bij het verboden bos en er was niemand te zien. 'Als je mij gedood hebt, Severus – '
'Je houd van alles en nog wat voor mij geheim, maar verwacht wel dat ik je die kleine dienst bewijs!' Snauwde Sneep met echte woede op zijn gezicht. 'Je neemt me wel heel erg als vanzelfsprekend aan, Perkamentus! Misschien heb ik me wel bedacht!'
'Je hebt me je woord gegeven, Severus. En nu we het toch over kleine diensten hebben: Ik dacht dat je beloofd had om onze kleine zwadderaar in de gaten te houden?'
Sneep maakte een woedende en opstandige indruk. Perkamentus zuchtte. 'Kom vanavond om elf uur naar mijn kamer, Sevrerus. Dan zul je niet meer hoeven klagen dat ik je niet in vertrouwen neem… '
Het tafereel veranderde, ze stonden nu in de kamer van Perkamentus. Buiten was het donker en Felix zat er net zo roerloos bij als Sneep, terwijl Perkamentus al druk pratend heen en weer liep. 'Harry mag het pas op het allerlaatste moment weten, als het echt noodzakelijk is. Hoe zou hij anders de kracht kunnen opbrengen om te doen wat gedaan moet worden?'
'Wat moet hij dan doen?'
'Dat is iets tussen Harry en mij. Luister goed, Serverus. Er komt een moment, na mijn dood – nee geen tegenspraak en val me niet in de reden! – er komt een moment dat Heer Voldemort zal vrezen voor het leven van zijn slang.'
'Voor Nagini?' zei Sneep verbijsterd.
'Precies . Als er een moment komt waarop Heer Voldemort zijn slang niet langer opdrachten laat uitvoeren, maar haar veilig bij zich houdt, onder magische bescherming, is het moment aangebroken om het aan Harry te vertellen.'
'Om hem wat te vertellen?'
Perkamentus haalde diep adem en sloot zijn ogen. 'Vertel hem dat op de avond dat heer Voldemort hem wilde vermoorden en Lilly haar eigen leven als schild gebruikte , de Vloek des Doods terugkaatste en een klein deel van Voldemorts ziel werd losgescheurd. Dat deel hechtte zich aan de enige levende ziel die nog over was in het verwoestte huis. Een deel van Voldemort leeft voort in Harry'. Ginny Hapte naar adem. Perkamentus ging echter gewoon verder alsof er niks gebeurt was. 'Daardoor kan hij met slangen spreken en staat hij in verbinding met Voldemorts gedachten. Een verbinding die hij nooit begrepen heeft. Zolang dat stukje ziel, dat Voldemort over het hoofd gezien heeft, aan Harry vastgehecht is en door hem beschermt wordt, kan Voldemort niet sterven.'
'Dus Potter… Potter moet sterven?' vroeg Sneep kalm.
'En Voldemort zelf moet hem doden, Serverus. Dat is essentiël.'
'Dat, dat was de reden waarom ik het verboden bos in ging en me niet verdedigde toen hij de vloek des doods voor een tweede keer over mij uitsprak,' zei Harry. 'Hoe het kan dat ik het overleefd heb en niet ook gestorven, weet ik niet. Niet zeker.' Ging hij verder tegen een verbijsterde Ginny.
Nadat hij uitgesproken was zei Sneep: 'Ik dacht… al die jaren… dat we hem beschermden voor haar. Voor Lilly.'
'We hebben hem bescherm omdat het van cruciaal belang was hem te onderwijzen, te laten opgroeien, zijn kracht te laten uitproberen,' zei Perkamentus. 'Ondertussen wordt de verbinding tussen Harry en Voldemort steeds sterker, als een parasiet: soms denk ik wel dat Harry het zelf ook wel vermoedt. Als ik hem ook maar een klein beetje ken, zal hij het zo geregeld hebben dat, als hij zijn dood tegemoet gaat, dat tegelijk het definitieve einde van Voldemort zal betekenen.' Perkamentus deed zijn ogen open en Sneep keek hem vol afgrijzen aan.
'Dus je hebt hem alleen maar in leven gehouden zodat hij op het juiste moment kan sterven?'
'Niet zo geschokt, Serverus. Hoeveel mannen en vrouwen heb jij wel niet zien sterven?'
'De laatste jaren alleen degenen die ik niet kon redden,' zei Sneep terwijl hij opstond. 'Je hebt me gebruikt.'
'Hoezo?'
'Ik heb voor je gespioneerd en gelogen en mijn leven in gevaar gebracht, zogenaamd allemaal om ervoor te zorgen dat de zoon van Lilly Potter veilig zou zijn. En nu hoor ik dat hij in feite niet meer is dan een varken gefokt voor de slacht – '
'Ik ben geroerd, Serverus,'zei Perkamentus ernstig. 'Ben je dan toch op Harry gesteld geraakt?'
'Op hem?' schreeuwde Sneep. 'Expecto patronum!' De zilveren hinde spoot uit de punt van zijn toverstok: ze landde midden in de kamer, rende met één beweging naar het raam en sprong naar buiten. Perkamentus keek hoe ze wegzweefde. 'Diezelfde hinde die jou de weg naar het meertje met het zwaard wees?' Vroeg Ginny terwijl de Professor nog naar buiten staarde.
'Ja, dezelfde. Serverus en Lilly hadden precies dezelfde patronus,' zei Harry.
Toen haar zilveren gloed vervaagde, keerde hij zich weer naar Sneep en er blonken tranen in zijn ogen. 'Na al die jaren nog?'
'Altijd,' zei Sneep. Waarna het tafereel veranderde.
Ditmaal was Sneep in gesprek met een portret, die van Perkamentus om precies te zijn. Harry en Ginny luisterde mee. 'Je zult Voldemort de juiste datum van Harry's vertrek bij zijn oom en tante moeten gefen,'zei Perkamentus. 'Als je dat niet doet, wordt Voldemort achterdochtig, want hij denkt dat jij goed geïnformeerd bent. Je moet er ook voor zorgen dat er nep-Harry's zullen zijn - dan is de veiligheid van de echte Harry wel gegarendeerd, lijkt mij. Spreek een waanzichtspreuk uit over Levenius Lorrebos. En Serverus, als je gedwongen wordt aan de achtervolging deel te nemen, spel je rol dan met overgave… ik reken erop dat je zo lang mogelijk in een goed blaadje blijft staan bij Heer Voldemort, anders is Zweinstein dadelijk overgeleverd aan de genade van de Kragges…'
Het volgende moment zaten Sneep en Levenius tegenover elkaar in een onbekende herberg. Levenius staarde wezenloos voor zich uit en Sneep fronste ingespannen zijn voorhoofd. 'Je stelt aan de orde van de feniks voor om dubbelgangers te gebruiken,' fluisterde Sneep. 'Wisseldrank, identieke Potters. Dat is het enige wat misschien zal werken. Je vergeet dat ik dit aan jou heb voorgesteld en doet alsof dit je eigen idee is. Begrijp je mij?'
'Ik begrijp het,' mompelde Levenius met een wazige blik.
Met de volgende herinnering vlogen ze door de lucht Harry en Ginny naast Sneep. Ze werden vergezeld door andere gemaskerde doodoeners. 'Deze ga je misschien niet leuk vinden,' fluisterde Harry in Ginny's oor. Ze zagen Lupos en Harry voor hun uit vliegen. Een dooddoener kruiste de baan en richtte die op de rug van Lupos –
'sectumsempra!' schreeuwde Sneep. Maar de spreuk die bedoeld was voor de toverstokhand van de dooddoeners miste en raakte Harry…
Daarna kwam de volgende herinnering alweer. Sneep zat nu geknield in de oude slaapkamer van Sirius. De tranen drupte van zijn kromme neus terwijl hij de oude brief van Lilly las. Op de tweede pagina bleken maar een paar woorden te staan. Sneep stopte de tweede pagina met Lilly's handtekening en groet in de binnenzak van zijn gewaad. Hij scheurde een foto in tweeën, hij hield het stuk waarop een lachende Lily stond maar gooide het deel met Harry en James op de grond.
De herinnering vervaagde alweer en ditmaal kwamen ze in het kantoor van het schoolhoofd terecht. Firminus Niggelus kwam haastig zijn portret binnenrennen. 'Professor Sneep! Ik weet waar ze kamperen! In een bos in de buurt van Chepstow! Het modderbloedje – '
'Gebruik dat woord niet!'
' – Nou goed, die meid van een Griffel beschreef de plek toen ze haar tasje open deed en ik hoorde haar!'
'Goed! Heel goed!' riep het portret van Perkamentus achter de stoel van het schoolhoofd. 'En nu het zwaard, Serverus! Vergeet niet dat er moed nodig moet zijn om het zwaard te bemachtigen – en Harry mag niet weten dat het van jou afkomstig is! Als Voldemort Harry's gedachten zou lezen en zou zien dat jij hem geholpen hebt – '
'Ik begrijp het,' zei Sneep bruusk. Hij liep naar het portret van Perkamentus en trok aan de lijst. Het portret zwaaide opzij en onthulde een geheime ruimte waar Sneep het zwaard van Griffoendor uit haalde. 'En je wilt me nog steeds niet vertellen waarom het zo belangrijk is dat Potter het zwaard krijgt?' vroeg Sneep terwijl hij zijn reismantel omsloeg.
'Nee, het lijkt mij beter van niet,' zei het portret van Perkamentus. 'Harry zal wel weten wat hij met het zwaard moet doen. En wees voorzichtig. Serverus. Ik denk niet dat ze blij zouden zijn om je te zien, na wat er met George Wemel gebeurd is – '
'Maak je geen zorgen, Perkamentus,' zei hij koeltjes. 'Ik heb een plan…'
Sneep verliet de kamer, waarna Harry en Ginny weer terug in de zitkamer kwamen.
Harry bood Ginny thee aan, 'met of zonder suiker?' Vroeg hij toen hij twee kopjes had ingeschonken. Net als op zijn eerste vraag knikte ze alleen maar. Harry besloot er maar geen suiker in te doen, dat kon altijd nog. Waarna hij het kopje aan haar gaf. In zijn eigen kopje deed hij een klontje suiker, vervolgens ging hij zitten en begon rustig te drinken. Ginny had het kopje weliswaar aangepakt maar was nog niet begonnen te drinken. Toen hij zijn kopje leeg had vroeg Harry, 'gaat het weer een beetje?'
Ginny die pas net aan haar thee was begonnen zette haar kopje weer neer. 'Ik denk het,' zei ze bedachtzaam. Vervolgens pakte ze de suiker en deed er 2 klontjes van in haar thee. Toen de thee op was zei Ginny: 'We moeten nog langs het dorp, voor we naar huis gaan.'
'Oh ja, dan zullen we nu wel moeten gaan zeker,' zei Harry. Waarna hij opstond en de kamer uit liep, gevolgd door Ginny.
