Happy Greets to my lovely readers!

Goed, eerst en vooral wil ik mijn reviewer bedanken: LaFlorine

*Kijkt eens boos naar alle readers die mijn verhaal wel lezen, maar geen commentaar geven, neemt Harry's toverstok af en port ze. (Of spreekt de Avada Krevada vloek over hen uit!)*

Sorry voor het lange wachten maar ik kon niet updaten of mijn verhaal bewerken (en ik was niet de enige).

Broodje-aapverhaal 2:

Titel: Good luck, mr. Gorsky
Toen astronaut Neil Armstrong voor het eerst voet zette op de maan, sprak hij na zijn beroemde woorden "One small step for man, one giant leap for mankind" de raadselachtige zin "Good luck, Mr. Gorsky."

Bij NASA dacht men dat Armstrong een sneer uitdeelde naar een Russische kosmonaut, maar niemand kende aan Amerikaanse of Russische zijde ene meneer Gorsky. Door de jaren heen hebben veel mensen Armstrong gevraagd voor wie de opmerking nu eigenlijk bedoeld was.

Tijdens een persconferentie, enige jaren geleden in Florida, werd de vraag weer gesteld aan de voormalige astronaut. Aangezien meneer Gorsky was overleden vond Armstrong dat hij nu wel eens tekst en uitleg kon geven.

Toen Neil Armnstrong als kind eens samen met zijn broer in de tuin aan het honkballen was, landde er een bal in de tuin van de buren: meneer en mevrouw Gorsky. Terwijl Armstrong door de struiken op zoek was naar zijn bal, hoorde hij mevrouw Gorsky door het open slaapkamerraam zeggen: "Pijpen? Je wil gepijpt worden? Ik zal je pijpen als een van de jongens van hiernaast op de maan loopt."

Happy Greets: Florreke


Chapter seven: He Knows Our Secret

De eerste zonnestralen streelden Edward's huid terwijl diens marmeren vingers lieflijk over de pianotoetsen fladderden en zo de kamer met een hartverwarmende melodie werd gevuld. Hij stopte even met spelen en dacht na over wat Jasper, Alice en hij over een paar uur gingen doen.

Zouden ze echt de confrontatie met de minderjarige tovenaar aangaan? Diep in zijn stille hart wist hij dat hij dat niet wilde. Dat hij de jongen niet onnodig in gevaar wilde brengen. Of zou de Volturi milder zijn tegenover het Magische ras?

Edward zuchtte diep. Het werd hoof tijd dat ze eens met Carlisle gingen praten, hoezeer ze er alle drie ook tegenop zagen. Want hem opbiechten dat ze zich niet aan zijn belofte hadden gehouden, was werkelijk beseffen dat ze zijn vertrouwen, iets waarvan Edward in de zeventig jaar dat hij Carlisle kende had geleerd dat die er veel belang in stelde, in hun zwaar hadden beschadigd.

Zo diep in zij n ongeruste en vertwijfelde gedachten verzonken, merkte hij niet dat een zich vervelende Emmett de veranda binnensloop, en hem bestuderend zat te bekijken. Zelfs niet toen een hele reeks mogelijke pesterijen Emmett's gedachtegang passeerde, reageerde zijn broer niet.

Onleesbaar en bewegingloos zat de 95-jarige vampier achter zijn piano, zijn blik in het oneindige.

Pas vijf minuten nadat Emmett zijn favoriete pesterij had uitgevoerd – het cd'tje Claire de Lune van een zekere Debussy, dat op de piano lag, nemen en verstoppen – drong het tot Edward door wat zijn jongere broer nu weer had gedaan.

Een hele reeks verwensingen vloekend waarvan hij wist dat Esme ze nooit zou goedkeuren, sprintte hij de veranda uit.

Emmett zat in de garage, waar Rosalie en Jasper bezig waren met de auto's. Jasper keek op van Esme's Guardian die hij net zat te wassen. Rose's benen waren nog net te zien vanonder zijn zilveren Volvo waaraan ze zat te sleutelen. Edward hoorde hoe ze pauzeerde om te weten wat hij wilde. Emmett leunde met een arm op het dak van de auto, met de gereedschapkist naast zich op de grond en een grijns op zijn gezicht.

De bronsharige vampier voelde dat er iets in hem knapte. Woede van zowat een halve eeuw pesterijen kwam in hem naar boven. Jasper, de empathist van hun familie, voelde deze verandering onmiddellijk aan met zijn gave, maar het was al te laat.

Edward vloog zijn breedgeschouderde broer met een aanstaanjagend gegrom aan. Rose, Emmetts chosen, kwam gealarmeerd door het gegrom vanonder de Volvo vandaan, en probeerde, samen met haar tweede broer, Edward van Emmett te trekken.

Opeens drong een jammerende schreeuw door merg en been. Eindelijk lukte het de twee vampieren Edward weg te sleuren. Emmett hield, nog steeds jammerend, zijn hand omhoog die drie vingers miste.

Terwijl Rosalie zich om haar echtgenoot bekommerde, wist Jasper al worstelend zijn zeventien jaar uitziende broer uit het bijgebouw te slepen. Toen ze op zo'n vijfhonderd meter ervan waren, greep hij hem bij zijn schouders en liet zijn empathische gave met volle kracht op Edward inwerken.

Na wat wel een eeuwigheid leek, maakte de woede en agressie langzaam plaats voor een compleet ander gevoel: schaamte. Jasper liet zijn broer voorzichtig los. Deze zakte op zijn knieën op de grond en verborg zijn gezicht in zijn handen. "Het spijt me zo, Jazz." Mompelde hij schuldig.

Daarna stond hij op en rende met een snelheid die niemand van zijn familie kon evenaren over het grasveld in de richting van het bos, Jasper achter zich latend. Hij sprong soepel over de rivier en het volgende moment was de pianospeler omgeven door bomen.

Takken braken af als luciferhoutjes wanneer hij passeerde, zijn voeten raakten nauwelijks de grond. Het was zo gemakkelijk voor hem geworden, het rennen, als een tweede natuur. Hij had altijd, ook als mens, van snelheid gehouden.

Van het ene op het andere moment verdwenen de bomen ineens. De modderige bosgrond was vervangen door zand. Zijn huid glinsterde in de zon, die op haar hoogste punt aan de hemel stond. Het moest al in de middag zijn.

Edward keek om zich heen, hij stond op een strand. Maar welk strand?

Het antwoord daarop werd hem gegeven toen er een gigantische bruine wolf uit de struiken op zo'n honderderd meter kwam gesprongen en grommend met ontblote tanden. op hem toeliep. De vampier besefte dat hij in zware problemen zat.


Dr. Cullen had er net zijn nachtdienst opzitten en parkeerde zijn Mercedes in de garage. Nadat hij de autosleutels aan het haakje had opgehangen, wandelde hij rustig naar het grote, witte huis en ging naar binnen via de achterdeur. Esme kwam op hem toegelopen, hij kuste haar liefdevol op de lippen.

Pas toen ze zijn begroeting niet beantwoordde en Carlisle de bezorgde uitdrukking op haar gezicht zag, drong het tot hem door dat er iets mis was.

"Wat is er gebeurd?" vroeg hij met een frons op zijn gezicht. Er was niet meer nodig dan hem de naam van hun oudste zoon toe te fluisteren om de blonde man geschrokken naar de woonkamer te doen lopen.

Daar trof hij Alice, Jasper, Emmett en Rosalie aan. Geen Edward.

"Edward heeft Emmett aangevallen." legde Jasper uit.

Verbijsterd staarde Carlisle hem aan en schudde vol ongeloof zijn hoofd.

"Edward?" Zoiets zou hij toch nooit doen?" Vaag merkte hij dat zijn geliefde naast hem kwam staan.

"Hij deed het." gromde Rose.

"Maar waarom dan?"

"Emmett pestte hem al jaren, Carlisle." Alice legde een zachtjes protesterende Emmett met een blik het zwijgen op en vervolgde: "Dat weten we allemaal en we deden er in het verleden haast nooit iets tegen omdat we dachten dat het hem niet echt iets kon schelen, of zo liet hij toch uitschijnen. Maar hij is nu eenmaal iemand die alles opkropt, als een tikkende tijdbom die eender deze dagen vroeg of laat kon afgaan. Wat vandaag is gebeurd."

Iedereen liet Alice's uitleg even bezinken.

"Waar is hij nu?" Jasper haalde de schouders op. "Hij is het bos ingerend."

"Laat hem daar maar zitten." gromde Rose nog steeds boos. Het was duidelijk dat ze de schuld bij bleef Edward leggen, iets waar de blonde vampier niet mee akkoord kon gaan.

"Rose." Carlisle keek de jonge schoonheid, die zijn gif in haar aderen droeg, streng aan.

"Ik wil hem gaan zoeken." Alice keek hem vragend aan. Jasper knikte instemmend: "Ik ook."

Toen de twee jongeren toestemming van de dokter hadden ontvangen renden ze onmiddelijk naar de garage en sprongen in de Aston Martin V12 Vanquish. Jasper startte in een oogwenk de auto en reed met gierende banden de garage uit terwijl het bruinharige elfje zich op de passagierstoel installeerde.

"Weet je waar hij zit?"

Alice schudde haar hoofd. "Het verandert altijd. Maar het lijkt erop dat hij in de richting van het reservaat van de Quilleutes gaat." De vroegere soldaat vertrok zijn lippen tot een strakke streep en drukte zo mogelijk nog harder op het gaspedaal. Ze stoven de autosnelweg op, en Jasper begon in de richting van het voor hun verboden reservaat te rijden. Alice deed haar ogen toe en probeerde zich te concentreren op Edwards toekomst.

Plots hapte ze naar adem. "Wat?" fluisterde Jasper, met angst in zijn stem. "Zijn toekomst verdween." Alice klonk verbijsterd, geschokt. "Zoiets is me nog nooit overkomen."

Jasper probeerde haar een beetje te kalmeren met zijn gave, maar opeens gebaarde ze hem te stoppen. Dat deed hij.

Toen hoorde hij het ook. Twee wezens kwamen hun kant opgelopen. En dan rende Edward uit de struiken, op hun af. Gevolgd door een gigantische bruine wolf. De geur die van het beest afkwam was walgelijk.

Edward rukte het achterportier op en liet zich op de achterbank neervallen. De wolf was gestopt en Jasper voelde zijn aarzeling. Uiteindelijk draaide hij zich om en verdween weer tussen de bomen.

"Bedankt." mompelde Edward.

"Wat was dat?" Alice draaide zich om en keek haar oudste broer vragend aan.

"Een weerwolf, onze natuurlijke vijand. Ze kunnen veranderen in grote wolven, een eigenschap die ze genetisch kunnen doorgeven en ze zijn in staat om ons te doden. We hebben ze in het verleden, zo'n zeventig jaar geleden, al eens ontmoet en toen een verdrag afgesloten. Als wij van hun land wegblijven en geen mensen hier aanvallen, laten zij ons ook met rust en zwijgen ze over onze ware identiteit."

"De indianen?" vroeg Jasper.

Edward knikte.

Het was even stil in de auto.

"Waar gaan we naartoe?"

"Forks, die winkel." antwoordde Alice.

Edward knikte en strekte zich toen uit op de lederen zetel. Jasper stuurde de Aston Martin naar het miezerige stadje en parkeerde hem uiteindelijk voor de sporterswinkeldie ze gisteren ook al hadden bezocht. De oude Toyota stond verlaten op de parking.

De drietal bleven nog even zitten terwijl de bronsharige jongeman de omgeving scande op andere mensen. De enige gedachten die hij kon vinden waren die van de eigenaars, hun zoon Mike en de bediende: Harry Potter.

Hij knikte tegen de twee andere vampieren dat alles oké was en ze stapten uit. Toen ze eenmaal binnen stonden, merkten ze de bediende achter de kassa op en de jonge knul die tegen hem zat te kwetteren.

De twee jongens keken hen even aan, maar begonnen daarna gewoon weer verder te praten. Jasper en Edward slenterden naar de baseball-afdeling terwijl Alice zich op de kruisbogen stortte. De twee mannen keken elkaar aan, het was hun een raadsel waarom Alice geïnteresseerd was in dat soort wapens aangezien vampieren gevaarlijkere hadden. Ahoewel, als er ergens geld uit gegeven mocht worden, was zij er steeds als de kippen bij. [A/N = Ergens snel bij zijn]

Een goed kwartier later kwam mevrouw Newton in de winkel binnen. "Harry?"

"Ja, mevrouw?"

"Er is net een nieuwe bestelling toegekomen zou jij die willen opbergen in het magazijn?"

"Tuurlijk, mevrouw."

"Oh, en laat dat mevrouw alsjeblieft weg. Ik voel me er zo oud door. Zeg maar gewoon Melissa."

Mike trok een zuur gezicht. "Mam. Waarom laat je hem niet eens gewoon met rust? We waren net zo leuk aan het praten!"

"Straks doen we weer voort, knul." en Harry woelde door de jongen zijn blonde haren, terwijl hij opstond.

"Inderdaad, Mike-lief van me." glimlachte zijn moeder, "En trouwens, hij wordt betaald om te werken, niet om godganse dagen met jou te kletsen."

De 14-jarige jongen keek boos toen hij zijn moeders geliefde koosnaampje voor hem hoorde. "Ik ben geen klein kind meer, mam."

"Tuurlijk niet." Melissa Newton knipoogde naar Harry en voegde eraan toe: "Mike-lief van me."

"Ma! Stel dat iemand het hoort!"

Ze schoten alletwee in de lach. Ook de drie vampieren die het gesprek moeiteloos hadden kunnen volgen, proestten het uit.

De mensen verdwenen naar het achtergedeelte van de winkel en nu was het moment aangebroken.

Edward, de snelste van de drie, rende op vampiersnelheid naar de toonbank en haalde er vlug de rugzak vannachter. Een seconde later stond hij alweer naast zijn broer en zus. Jasper doorzocht de portefeuille. "Vals natuurlijk." mompelde hij, doelend op de identiteitskaart.

Verder zat er ook nog een boek in. Oud en verweerd. Alice greep het beet en doorbladerde het.

Ze verstarde en stotterde een paar onduidelijke woorden.

"Oh nee. Shit."

"Wat?" fluisterden Edward en Jasper allebei gespannen in stereo.

"Hij weet het. Hij weet ons geheim."

De drie vampieren keken elkaar ontzet aan. Dit kon niet waar zijn. Jasper nam het boek van haar over terwijl Edward zichzelf en zijn familie al voorstelde in Volterra met genadeloze wachters die op het punt stonden hun van kant te maken omdat ze het geheim hadden verraden. Zijn verbeelding rees nog net niet de pan uit toen hij uit zijn gedachten werd geschud door zijn broer en zus.

"Hij komt weer, Edward!" siste Alice in zijn oor.

Als de bliksem nam hij de rugzak, spurtte naar de toonbank en zette er netjes de rugzak achter. Slippend kwam hij tot stilstand bij het rek waar Alice en Jasper stonden. Net op tijd.

Harry deed de deur open die naar de winkel leidde en speurde naar de onsterfelijke wezens.


Nummer één stond bij ping-pong tafels, nummer twee bij het voetbalgerief en nummer drie bij de trainingskledij. Alles leek in orde te zijn.