In een hoekje aan de andere kant van de weelderige tuin was Annika neergestreken. Met een beker thee en een lemington. Van hieraf had ze een mooi overzicht over het geheel. Maar veel kans om dat in alle rust in zich op te nemen kreeg ze niet. Davids tactiek om al via de tamtam het bericht te laten verspreiden dat er helemaal geen trouwplannen waren bleek weliswaar goed gewerkt te hebben, doch het maakte de nieuwsgierigheid van de aanwezige dames zeker niet minder. Zodoende zat ze maar hoogstzelden verlegen om aanspraak, maar na een half uur kon ze de vragen en gespreksonderwerpen bijna woordelijk voorspellen. Zelfs hun volgorde.
"Jij bent Annika, nietwaar? De vriendin van dr. Ratcliffe." Zo begon het. En dan knikte ze maar. Wat kon ze anders doen? Zeggen dat ze de koningin van Scheba was?
"Wat leuk om kennis met je te maken. Ik ben Joyce. Joyce Green."
"Hallo." Handje schudden.
"Ik hoorde dat je uit Holland komt?"
"Inderdaad."
"Hoe kom je dan in vredesnaam hier verzeild? Coopers Crossing is nu niet direct een bekende toeristische trekpleister."
En dan vertelde ze dus maar van die documentaire die ze jaren geleden gezien had, en dat ze zo nieuwsgierig was geweest naar het werk van die Flying Doctors.
"Ja, we zijn ook maar wat trots op onze Flying Doctors," klonk het dan. Vaak volgde dan een lofzang op iets dat ze hier of daar gedaan hadden waarmee ze iemand het leven hadden gered. En op de één of andere manier kwamen ze dan altijd uit bij de vraag: "Is het trouwens waar wat ik daarstraks hoorde: dat dr. David en jij toch niet gaan trouwen?"
En dan zuchtte ze maar eens, en verklaarde voor de zoveelste maal dat die trouwplannen niet aan hun eigen brein, maar aan dat van Mrs. Carnegie waren ontsproten. Dat David en zij elkaar vorige week pas hadden ontmoet, en dat ze sowieso binnen twee weken het land uit moest vanwege haar visum. En dat een huwelijk er dus helemaal niet inzat.
Een begrijpend knikken volgde daar dan op, doorgaans gepaard gaande van de verzuchting dat het toch wel jammer was. "We zouden wel weer eens een feestje kunnen gebruiken. En jullie lijken me toch echt wel bij elkaar te passen." Of: "Jullie zouden een prachtig paar zijn."
Een enkele keer kwamen er dan nog wat nieuwsgierige vragen naar Nederland en wat ze van Australië vond, maar meestal werd de interviewer tegen die tijd alweer afgelost door de volgende, en begon het spelletje weer van voren af aan...
xxxxx
"Nancy," zei Emma gelijk toen ze de bar binnenkwam, "heb je nog twee tafeltjes voor twee vrij vanavond?"
Nancy keek op. "Jawel." Ze fronste licht. "Twéé tafeltjes?!"
Emma leunde samenzweerderig op de bar. "Ja, twee tafeltjes voor twee. En in ieder geval die in de serre als het kan."
Nancy schudde langzaam haar hoofd. "Dat tafeltje had ik eigenlijk voor David en Annika in gedachten. David komt meestal hier eten als hij op een clinic geweest is. En de korte tijd die hem met Annika nog rest..."
Emma grinnikte. "Vergeleken bij mijn noodgeval hebben die twee nog zeeën van tijd."
Maar nu was Nancy´s interesse gewekt. "Noodgeval? Voor wat voor noodgeval heb jij het liefdeshoekje nodig? Hebben Sam en jij...?"
Emma schudde haar hoofd en boog zich naar haar toe. "Het moet nog even onder ons blijven, dus mondje dicht! Maar Debbies vroegere liefde is met motorpech op het vliegveld gestrand. Die twee hebben elkaar jaren geleden gewoon uit het oog verloren, en het zou wel leuk zijn om ze te verrassen vanavond. Want die Jerry heeft er geen flauw idee van dat Debbie hier woont."
Nancy´s ogen begonnen te glinsteren. "Een romance? Voor onze Debbie?"
Emma knikte. "Wie weet. Maar aangezien die Jerry morgenvroeg wel weer zal verdwijnen, is dit dus bepaald een dringende aangelegenheid, niet? Dat gaat zelfs boven David en Annika, lijkt me. Die hebben tenslotte nog bijna een week de tijd. Als het niet nog langer wordt."
Nancy zuchtte van genot. "Al die jonge liefde de laatste tijd... Dan komen er weer allemaal herinneringen boven aan onze eigen verlovingstijd..." Ze keek liefdevol om naar Vic die druk bezig was aan het andere eind van de bar. En Emma bedacht met een schok dat ze blijkbaar oud aan het worden was. Had zij niet precies hetzelfde gedacht toen ze Violet met Nick bezig had gezien?!
Ze praatte er maar gauw overheen. "Maar dat is dus geregeld? En Sam en ik willen hier ook graag eten vanavond. Kunnen we een oogje op die twee tortelduifjes houden," voegde ze er met een knipoog aan toe.
"Dat komt in orde, hoor," beloofde Nancy, en met een vrolijke groet verdween Emma weer naar de garage.
Ze schudde zich even. Ze moest zich niet zo druk maken. Sinds wanneer was je op je vijfentwintigste al oud?
xxxxx
"Wie ben jij?"
Hé, dat was een nieuw geluid! Nu ze al vijf tellen op zichzelf was, hadden twee meisjes het erop gewaagd haar aan te spreken. Annika had eerder al gezien hoe het tweetal nieuwsgierig naar haar had staan kijken.
"Ik ben Annika," antwoordde ze, nu weer echt gemeend vriendelijk. "En jullie?"
"Ik ben Alice," zei het kind met de goudblonde vlechten.
"En ik Julia," zei die met de bruine paardestaart. "Krijg jij ook een prik vanmiddag?"
Annika glimlachte. "Nee, dit keer niet. Jullie wel?"
De meisjes knikten. "Tegen de mazelen," vertelde Alice.
"Heb je de paarden al gezien?" informeerde Julia.
Annika schudde haar hoofd. "Hebben ze die hier dan?"
"Kom maar mee!" Alice pakte haar bij de hand en trok haar mee naar de achterzijde van het huis. "Mr. en Mrs. Robson hebben een heleboel paarden, joh! En mooie!"
Blij dat ze even aan het kruisverhoor was ontsnapt liep Annika met de beide meisjes mee. Ze leunden gedrieën over het hek, en lokten de paarden met handenvol gras en met meer of minder gelukte hinnikgeluiden.
Vanaf de veranda volgde David het drietal met zijn ogen. Annika was even aan haar kwelgeesten ontsnapt, begreep hij. Hij nam een slok vers ingeschonken thee, en keek toe hoe de drie dames praatten en lachten en de paarden aaiden. Een vredig tafereeltje...
Maar eensklaps was het met hun rust gedaan: Annika en Julia stoven weg, en Alice vloog er achteraan. Verwonderd bleef hij staan kijken, en ontdekte algauw dat ze één of ander tikspel deden. Zijn ogen volgden Annika. Als je niet beter wist, zou je denken dat ze ook nog een kind was, zo ongekunsteld en natuurlijk als ze met die twee ravotte. Een vage herinnering aan Magda kwam bij hem boven; die was het kind in haar ook nog niet helemaal kwijt geweest. Als hij zich die Kerstviering in het ziekenhuis van afgelopen jaar voor de geest haalde...
Misschien had hij wel zo iemand naast zich nodig. Hij wist niet wanneer het gebeurd was, maar hij had het idee dat hij zelf het kind in hem zo goed als kwijt was. En of hij daar zo gelukkig mee moest zijn, leek hem twijfelachtig.
"Dr. Ratcliffe?" klonk op dat moment een lief stemmetje achter hem.
Hij keek om. Daar stonden Anastasia en Tammy-Tamarindah. De eerste lief lachend, de tweede wat stuurs en verlegen.
"We hadden nog wat voor u," meldde Anastasia met verleidelijk wimpergeknipper, en reikte hem een pakje in aluminiumfolie. "Appelflappen. Voor vanavond bij de koffie. We hebben ze vanochtend zelf gebakken. Speciaal voor u."
Hij knikte verlegen. "Dank je. Dat zal best smaken."
Een nieuwe tandpastaglimlach was zijn deel, maar het opgemaakte gezichtje betrok gelijk weer. "Dr. Ratcliffe, zou u misschien nog even naar Tam... Tamarindah kunnen kijken? Ze heeft daarnet lelijk haar hoofd gestoten aan een uitstekende balk. Ik ben bang dat ze misschien wel een hersenschudding heeft..."
Tammy keek donker. "´t Is niks."
"Kleine moeite om even te kijken," meende David vriendelijk, en zette zijn thee neer. Hij nam Tammy mee naar de tafel met instrumenten, duwde haar zachtjes op een stoel en controleerde haar ogen met het ogenlampje. "Hoe is het precies gebeurd?"
"Nou, we waren..." begon Anastasia, maar met een kort gebaar legde hij haar het zwijgen op: "Ik wil het graag van Tammy horen."
"Nou, gewoon... we liepen te praten, daar, achter het huis. En ik keek niet waar ik liep, en toen liep ik tegen die balk aan."
David knikte. "Wat voor dag is het vandaag?"
Ze fronste verbaasd. "Woensdag. Hoezo?"
Hij knikte haar toe. "Niets. Maar het valt wel mee met die hersenschudding. Heb je hoofdpijn?"
"Een beetje."
Hij kwam overeind en drukte een aspirine uit een strip. "Ga maar een glas water halen bij Mrs. Robson en neem deze dan maar. Dan zal het straks wel afzakken."
Ze knikte en kwam overeind. Anastasia ging al voor haar uit naar binnen, maar David hield Tammy nog even terug. Geschrokken keek ze hem aan.
"Tammy, er is helemaal niets mis mee om lekker te willen ruiken. Maar alles waar ´te´ voor staat..."
Ze kleurde als een boei. Maar hij knikte haar begrijpend toe. "Daar zou die hoofdpijn ook weleens vandaan kunnen komen."
Tammy had geen antwoord. Ze staarde naar de grond, keek hem nog even onzeker aan, en maakte zich toen snel uit de voeten achter Stacey aan.
"Wat had jij daar voor apartje met die leuke doc?" informeerde Stacey veelbetekenend.
"Niks," snauwde Tammy haar toe. "O, ik schaam me dood... Ik durf hem nooit meer onder ogen te komen..."
xxxxx
"Mrs. Carnegie!" DJ viel met zijn gewone onbesuisdheid de winkel binnen. "Kunt u me helpen? Alstublieft?!"
Violet trok verwonderd haar wenkbrauwen op. "Waarmee?"
"Ik ben al de hele middag papieren aan het sorteren, en ik ben er net doorheen en ik wil ze aan elkaar gaan nieten, blijkt na drie stapeltjes de nietmachine leeg te zijn! En er is geen vers nietje meer te bekennen op de hele basis! Alstublieft, hebt u nog wat nietjes voor me? Anders is al dat werk voor niets geweest!" Zijn guitige snuit stond smekend.
"Jaha," aarzelde Violet, "ik geloof dat ik nog wel nietjes heb. Die brede bedoel je toch?"
"Yep. O, Mrs. Carnegie, u bent een engel als u me uit de brand helpt!"
Maar Mrs. Carnegie verdween al naar achteren en kwam terug met een paar doosjes nietjes. "Kijk eens, zijn dit degene die je zoekt?"
"Yep! Mrs. Carnegie, u bent een engel! Wat kosten ze?"
Hij haalde een tientje uit zijn zak, en Mrs. Carnegie noemde de prijs.
"Wat leuk, hè, van Kate en dr. Geoff. En Debbie," babbelde ze terwijl ze het bedrag op de kassa aansloeg.
DJ was meteen één en al aandacht. "Kate en Geoff? En Debbie? Wat is daarmee?" vroeg hij gretig.
"Had je dat nog niet gehoord dan?" kwam Mrs. Carnegie verbaasd.
"Dat weet ik niet." DJ grijnsde. "Pas als u me vertelt wat u weet, kan ik u zeggen of ik dat al wist, ja of nee."
Mrs. Carnegie wierp een vorsende blik op hem, maar vertelde: "Wel, Kate en dr. Geoff krijgen een baby komend najaar, en..."
"Wat?!" onderbrak DJ haar enthousiast. "Tjee, dat is leuk! Een paar van die koters over de vloer op de basis!"
Mrs. Carnegie straalde. "Ja hè? O, het is toch zo schattig... En..."
"En wat is er met Debbie?" drong DJ aan.
Mrs. Carnegie was even uit haar verhaal gehaald. "Debbie? O ja, Debbie! Wel, het schijnt dat Debbie vroeger verliefd is geweest op een collega. Ene Jerry O´Neill."
"Ja, dat weet ik," onderbrak DJ haar ongeduldig.
"En die Jerry O´Neill is momenteel hier in de Crossing! Ik heb het zelf gehoord van Emma! Sam neemt hem vanavond mee naar de pub, om Debbie te verrassen!"
"Nee..." klonk het ongelovig. "Is het echt?"
"Zo vast als een huis. Wie weet zit er toch nog wel een romance in voor die arme Debbie."
DJ grinnikte. "´t Werd tijd anders. Nou, ik ga vanavond beslist naar de pub! Dat moet ik zien!"
Hij pakte de nietjes en liep naar buiten. Maar Mrs. Carnegie riep hem prompt terug. "Het is de bedoeling dat het een verrassing is, dus mondje dicht, hè? Zeker tegenover Debbie!"
"Ik zwijg als het graf," verklaarde hij theatraal, en met die woorden rende hij terug naar de basis.
xxxxx
"Wat jij doet, moet jij weten. Maar ik ga nog een keer naar hem toe," verklaarde Stacey vastbesloten.
"Stace, doe niet zo stom. Hij zal je voor gek verklaren!" was Tammy´s reactie. Het huilen stond haar nader dan het lachen. Deze hele middag was een ramp gebleken wat haar betreft...
Maar Stacey scheen daar anders over te denken: "Onzin. Ik verzin wel wat. Maar nu ik hier ben, wil ik hem ook ècht ervaren. Nou, ga je mee of niet?"
"N... Nja..." Tammy aarzelde. "Nou... goed dan. Maar dit is absoluut de laatste keer!"
"Absoluut," beloofde Stacey monter. "Ik ga flauwvallen in zijn armen!" En kittig liep ze weer naar de veranda.
Geschokt bleef Tammy staan. "Stace! Dat kun je niet maken!"
"Ik wel," zei Stacey luchtig. "Wacht maar af!"
Uit arren moede volgde Tammy haar toch maar. Wat moest dit nu weer worden? Lichamelijk was Stacey natuurlijk zo gezond als een vis. Aan haar geestelijke gesteldheid begon ze inmiddels ernstig te twijfelen...
Bij een grote struik, niet ver van de veranda, was Stacey blijven staan. Ze overzag het komende strijdperk. Als het even kon, wilde ze dr. David alleen treffen. Maar waar hing hij uit? Niet op de veranda; daar was alleen die zuster.
O, daar was ´ie! Hij kwam net naar buiten met een patiënt! En... ja! Hij wisselde een paar woorden met de verpleegster en die liep weg! Kon het mooier? Hij was alleen; dit was haar kans!
Kermend greep ze haar buik vast en strompelde de laatste paar meter naar de veranda. "Dokter! Ik ga dood!"
Met een paar stappen was David bij haar; van een afstandje keek Tammy argwanend toe.
"Hé, wat is er? Buikpijn?" informeerde David bezorgd.
Ze kronkelde, en hij ondersteunde haar voor ze zou vallen.
"Kom maar even mee naar binnen."
Hij leidde haar de veranda op en het huis in. Stacey wankelde bij elke stap, zodat hij haar stevig vast moest houden om te voorkomen dat ze tegen de vlakte ging. Kreunend liet ze zich op het logeerbed zakken dat als onderzoekstafel dienst deed.
"Kom maar even liggen," gebood David bezorgd.
Kermend kromp ze in elkaar, en liet het aan hem over om haar languit te leggen. "Mijn buik, dokter! Ik verga van de pijn!"
David trok haar topje wat omhoog - Stacey grijnsde innerlijk - en betastte haar buik. "Waar doet het zeer?"
"O... hier... auw! En hier, en hier... Overal, dokter! Alstublieft, help me..."
"Wat voor pijn is het? Zoiets als buikpijn? Kramp? Steken?"
"Afgrijselijk, dokter," hijgde zijn patiënte. "Het prikt en steekt en klopt... Kramp ook. En die gemene pijnscheuten... die trekken door mijn hele lijf!"
David fronste bedachtzaam. Dit leek hem een beetje teveel van het goede. Hij herinnerde zich plotseling zijn diagnose toen dit meisje - hoe heette ze ook weer, Athanasia of zo? - eerder die middag bij hem was geweest. Samen met Tammy. En haar allesbehalve zieke gedrag de rest van de middag. Zou dit...? Hij besloot haar even te testen.
"Die pijnscheuten... hoe trekken die door je hele lichaam? Waarheen?"
Stacey kreunde hartstochtelijk. "Naar mijn zij en mijn rug... Zo geniepig fel, dat... Aauw!"
Hij knikte. "Trekken ze ook naar je borst toe?"
"Ja... auw... Langs mijn ribben... Ik krijg haast geen adem..."
"En dan via je schouders naar je nek?" vroeg hij constaterend.
"Ja, precies," steunde Stacey.
"Heb je ook hoofdpijn? Achter in je hoofd?"
"Ja..."
"Zie je nog duidelijk? Of is alles wazig?"
"Ik... ik weet niet... Het doet zo´n pijn... Wazig, geloof ik..."
"Doen je ogen ook zeer?"
Een zielig knikken. "Ze branden. Het licht doet pijn aan mijn ogen..."
"Ik bedoelde dat het voelt alsof ze elk moment kunnen knappen. Dat er teveel druk op staat."
"Auw... ja, dat ook..."
"En je oren?"
"Ja... oorpijn ook. Van binnen..."
"Je zegt dat je moeite hebt met ademhalen. Op welke manier? Doet het pijn om adem te halen? Of is het alleen moeilijk om adem te halen?"
"Pijn... in mijn keel en op mijn borst. En mijn hart slaat zo raar... Het lijkt wel... auw! Het lijkt wel of... of er een vogel rondfladdert daarbinnen."
"Kun je je tenen bewegen?"
"Mijn tenen?!" Eén moment viel Stacey van verbazing uit haar rol, maar direct hervond ze zich weer en spande zich steunend in om haar tenen op en neer te bewegen. "Links gaat wel," kermde ze. "Maar rechts..."
David knikte. "Dat dacht ik wel." Hij trok haar overeind. "Jongedame, je bent zo gezond als wat. En ik zou het erg op prijs stellen als je je toneelstukjes elders op zou voeren."
Ze staarde hem geschokt aan. "Maar dokter, die verschrikkelijke duizeligheid dan? Dat moet toch iets met mijn hart zijn? Ik sta vaak te wankelen op mijn benen, vooral als ik opgewonden raak." Met onschuldig smekende ogen blikte ze naar hem op. Haar wimpers knipperden als vanouds.
David slaakte een zucht. "Ga op tijd naar bed; dat heb ik je daarstraks ook al aangeraden, meen ik. Zou je me nu alsjeblieft met mijn werk verder willen laten gaan?"
Stacey toverde een deemoedige uitdrukking op haar gezicht. "Ja, dokter. Het spijt me dat ik u lastig gevallen heb." Ze kwam overeind, wankelde, zwaaide op haar benen, en liet zich toen met een ongearticuleerde kreet in zijn armen vallen...
In een reflex ving David haar op. Geschrokken en verbluft. "Kate!" riep hij. Het meisje hing slap in zijn armen. Hij voelde naar de hartslag in de hals. Normaal.
Daar kwam Kate binnen rennen. "Wat is er?" Ze slaakte een kreet toen ze Stacey zag.
"Help me even haar op bed te leggen," beval hij.
"Wat is er gebeurd?" vroeg Kate bezorgd.
David gaf geen antwoord. Hij ging op de rand van het bed zitten en probeerde het meisje weer bij kennis te brengen. Als ze werkelijk flauwgevallen was dan. Eerlijk gezegd had hij daar zijn twijfels over.
Ze reageerde niet op het kletsen op haar wang. Hij greep het ogenlampje en keek in haar pupillen. Die reageerden normaal; ze vertoonde zelfs de neiging te knipperen tegen het licht. En zag hij daar de hint van een glimlach om haar lippen verschijnen? Hij had lust om eens stevig tegen haar uit te varen... Maar wacht eens...? Nog één keer voelde hij naar de hartslag. Niets aan de hand. Dan...
"Dat ik dat niet zag.." mompelde hij geschrokken. Hij legde zijn hand op Stacey´s voorhoofd. "Nee. Geen spoortje koorts. En al die afgrijselijke pijnen door het hele lichaam... Duizeligheid... Moeite met adem halen... Flauwvallen... Een hart als een fladderende vogel... Het kan niet anders: dat moet de ziekte van Hypochondria zijn!"
Verbijsterd staarde Kate hem aan. "De ziekte van wàt?!"
"Hypochondria," herhaalde hij. Hij knipoogde waarschuwend, en Kate smoorde een snork. "Het is een heel zeldzame ziekte. Ik heb er over gelezen; er zijn maar zes gevallen bekend in de geschiedenis van de mensheid." Hij schudde meewarig zijn hoofd. "Arm kind... En zo jong nog. Haar wacht een lijdensweg. Niet, Kate? Zeker een jaar liggen in een gipsbed in het Academisch Ziekenhuis in Sydney. Als het geen twee of drie jaar wordt ten minste..."
Zijn doel was bereikt: de patiënte sloeg geschrokken haar ogen op. "Maar ik..."
Vlug legde hij zijn hand over haar mond. "Sst! Probeer maar niet te praten. Je zult je krachten nog hard nodig hebben de komende jaren. Daar in je eentje in Sydney, op zo´n keihard gipsbed, en zonder bezoek te mogen ontvangen... En natuurlijk uitsluitend sondevoeding. Eer je weer in staat bent je kaakspieren een beetje te gebruiken zijn we zo vijf, tien jaar verder. Als je geluk hebt wordt het een rolstoel met mondbediening tegen die tijd. Ik moet er niet aan denken... En dan nog de bijwerkingen van de medicijnen: je haar zal uitvallen, en je tanden... En grote dikke puisten over je hele lichaam..."
Kate gaf hem een por. De horror stond in Stacey´s ogen; ze vond het nu wel genoeg.
David haalde zijn hand voor Stacey´s mond weg. Het meisje veerde overeind alsof ze door twintig wespen tegelijk gestoken werd. "Maar... maar... ik mankeer helemaal niks! Ik deed maar alsof!"
David knikte kalm en hield haar blik vast. "Dat had ik ook in de gaten, ja."
Verbijsterd staarde ze hem aan. "En u zei...? Heb ik echt die ziekte van Hyp... Hypomondria?"
"Je deed aardig je best om me ervan te overtuigen dat je inderdaad de ziekte van Hypochondria had, ja," was zijn droge commentaar. "Maar laat ik je nu dan gerust stellen: die ziekte bestaat helemaal niet. Ik speelde alleen maar mee met je eigen spelletje."
"Dus...?"
"Je bent zo gezond als een vis," verzekerde David haar. Hij merkte nu dat hij waarschijnlijk toch wat te ver gegaan was. "Kom eens even naast me zitten," nodigde hij gemoedelijk.
Ze deed wat hij vroeg.
"Hoe heet je ook weer?"
"Stacey."
"Luister eens, Stacey. Het werk van een dokter bestaat uit het helpen van zieke mensen. En er zijn veel zieke mensen. Ook jij zult nog weleens ziek worden of last hebben van iets of je been breken of zo. En dan zal ik alles doen wat in mijn vermogen ligt om je weer beter te maken. Dat is mijn werk; daar ben ik voor. Maar wat denk je wat voor gevolgen jouw gedrag van vanmiddag heeft? Stel je eens voor dat jij volgende week blindedarmontsteking krijgt. Met snelle doktershulp is dat geen probleem. Maar hoe moet ik daar in Coopers Crossing aan de radio weten of het deze keer echt is? Je hebt me zodanig voor de gek gehouden vanmiddag; denk je dat ik jouw toekomstige klachten zonder meer serieus zal nemen? Ik vermoed dat ik dan al gauw geneigd ben te denken: ´O, dat is Stacey maar. Dat is niks; die doet alleen maar alsof.´ En intussen lig jij thuis te kreperen van de pijn, omdat ik niet meer weet wat ik moet geloven en wat niet. Begrijp je?"
Ze knikte timide.
"Goed. Dan zetten we nu een streep onder deze middag, en we beginnen met schone lei. Dat betekent dat jij niet meer allerlei ziektes voorwendt om mijn aandacht te trekken. En het betekent ook dat ik je in de toekomst zonder meer zal geloven als je met pijn of zo bij me komt. Is dat afgesproken?"
Een nieuw knikje. "Maar ik ben dus echt niet ziek?" wilde ze nog één keer weten.
"Je bent echt niet ziek. Je bent zo gezond als een vis," verzekerde hij haar. "En die ziekte van Hypochondria bestaat helemaal niet. Die bedacht ik ter plekke. Ik speelde gewoon even mee in jouw toneelstukje."
Een waterig lachje was zijn deel. De mascara maakte zwarte strepen op haar wang. "Het spijt me," zei ze zacht.
Hij knikte haar toe. "´t Is wel goed. En nou vort naar buiten, want ik heb meer te doen!"
Schielijk schoot het meisje de kamer uit, en David rekte zich even. "Zo, dat is ook opgelost."
Verwijtend keek Kate hem aan. "Moest dat nou zo? Je hebt dat kind de doodsschrik op het lijf gejaagd!"
Hij keek op. "Ik ging inderdaad iets te ver, geloof ik. Maar aan de andere kant, Kate: er bestaat een goed spreekwoord dat zegt: wie kaatst, moet de bal verwachten. In feite kreeg ze precies waar ze om vroeg."
Van buiten klonk een snerpende gil. Gevolgd door een kreet van pijn.
Kate holde naar buiten, op de voet gevolgd door David. Op het gras voor het huis zagen ze Tammy zitten, die kermend naar haar enkel greep. De hoge wiebelhakken hadden eindelijk hun tol geëist: ze had zich verstapt...
xxxxx
"Hebben jullie nog wat lekkers meegebracht?" bedelde Sam toen ze Robson Station onder zich zagen verdwijnen.
"Massa´s," antwoordde David zonder te overdrijven, en hij pakte één van de koelboxen. "Wat wil je hebben?"
"Ho, wacht even!" Kate op de co-pilootplaats hield hem tegen. "Wat krijgen wij daarvoor in ruil?"
Sam trok een grimas. "Wat dacht je van een vliegtochtje naar de Crossing?"
"Dat telt niet," vond Kate hardvochtig. "Dat is je werk; dat moet je sowieso doen."
"Ehm..." Sam deed alsof hij diep nadacht. "Jullie waren geen van drieën in de pub vanmiddag, hè?"
Een drievoudig bevestigend hoofdschudden.
"Mooi." Sam grijnsde. "Wat zouden jullie dan denken van een smeuïge liefdeshistorie, waar we vanavond een happy end aan proberen te breien?"
"Van wie?" wilde David weten. "Van Emma en jou? Die kennen we al."
"Nee. Van Debbie," antwoordde Sam plechtig.
De verbaasde uitroepen van Kate en David waren precies wat hij zich gehoopt had. Annika grijnsde slechts, maar die kende Debbie natuurlijk niet zo goed.
"Debbie? Onze Debbie?" informeerde David voor de zekerheid.
"Onze Debbie," bevestigde Sam in zijn nopjes.
"En vanmorgen beweerde ze nog dat ze immuun was voor romantiek!" herinnerde David zich.
Sam grinnikte. "Net iets voor haar. Maar Cupido is haar toch iets te vlug afgeweest dan. Ze weet het alleen nog niet. Want haar grote liefde zit op dit moment niets-vermoedend aan zijn Cessna te sleutelen op het vliegveld van de Crossing. Straks neem ik hem mee naar de pub, en dan krijgen we vuurwerk, jongens!"
Ja, nu moest hij zich toch even iets nader verklaren. Onder het genot van een stuk citroencake vertelde hij dus van Debbies verhaal die middag in de pub, van de Cessna met motorpech en diens verrassende piloot, en van het plannetje dat Emma en hij voor die avond hadden uitgebroed.
Kate giechelde. "Ik geloof dat ik ook in de bistro wil eten vanavond. Dit wil ik voor geen goud missen!"
Sam grinnikte. "Ik ook niet!"
"En weet het hele dorp daar nu van? Ook lekker veel privacy krijgen die twee," merkte David sceptisch op.
"Wat? Dat die Jerry hier is? Welnee," stelde Sam hem gerust. "Alleen Emma en ik. En jullie dan nu. Maar wat je ook doet: houd je mond tegen Debbie. En tegen Jerry als we zo aankomen. ´t Is veel leuker als het een verrassing is..."
David liet zich ook op een stoel vallen en grijnsde naar Annika tegenover hem. "Nou ja... misschien laten ze ons dan met rust."
"En Kate," knikte Annika.
Maar dat kwam haar op een verwonderde blik te staan. "Kate? Wat is er met Kate dan?"
Ze grinnikte. "Je wilt toch niet beweren dat ik de dorpsnieuwtjes eerder hoor dan jij?! Kate is zwanger. Dat hoorde ik vanmorgen van Mrs. Buckley."
Daar keek David van op: "Nee, dat wist ik niet. Leuk voor ze."
Hij leunde achterover. Ze zwegen even. En hij filosofeerde: "De tijd gaat snel. Je bent al oud nieuws voor je überhaupt doorhebt dat je vers nieuws bent..."
