Hoofdstuk 5 Laster, Liefde en een Doedelzak
De Slag om Zweinstein
door Rita Pulpers. Met uitspraken van Harry 'de Uitverkorene' Potter.
De Jongen Die Bleef Leven is, volgens eigen zeggen, machtiger dan Voldemort!
Harry Potter beweerde afgelopen zaterdag tijdens zijn 'gevecht' met Voldemort dat hij toverkracht had die Voldemort niet bezat, en dat hij in het bezit was van een wapen dat machtiger was dan dat van zijn tegenstander.
Bluf van een schooljongen of de grootheidswaanzin van een tragische held? Hij had zelfs het lef om berouw te eisen van de grootste duistere tovenaar aller tijden!
De komende dagen kunt u het waargebeurde verhaal volgen over het laatste gevecht van Voldemort.
Was Hij Die Niet Genoemd Mocht Worden een halfbloed tovenaar?
Wat zijn die Gruzielementen waar Harry Potter het over had?
Severus Sneep: Dooddoener, Spion, Toverdrankmeester, Schoolhoofd van Zweinstein of liefdesslaaf van Lily Potter?
De schokkende antwoorden op deze en andere vragen worden de komende dagen allemaal onthuld door uw eigen verslaggeefster Rita Pulpers die geen Fantaciteer-Veer nodig heeft om feiten te verzamelen. Er zijn genoeg getuigen die op de eerste rang hebben gestaan bij het nu al legendarische gevecht tussen De meest Duistere Tovenaar en De Jongen Die Bleef Leven. Genoeg mensen waren bereid om een boekje open te doen. Daar had je niet eens Galjoenen voor nodig.
Verder in de editie van vandaag:
Vertelsels van Baker de Bard – Feiten of Verzinsels? Ontdek meer over Potters staf op pag. 3.
De grote liefde van Severus Sneep. Het achtergrond verhaal van deze mysterieuze spion op pag. 6.
Perkamentus regelde zijn eigen dood! Hoelang was Perkamentus al stervende? Pag. 7.
Tenslotte kondig ik vol trots aan, dat ik plannen heb om een biografie te schrijven over Harry Potter. De ware Potter zoals ik hem ken. We hebben tenslotte al een nauwe band sinds hij vijftien jaar is. Onze wettelijke vertegenwoordigers moeten natuurlijk nog wat minieme details regelen, maar ik hou jullie, mijn trouwe lezers, op de hoogte!
Vertelsels van Baker de Bard – Feiten of Verzinsels?
Als we de vele getuigen moeten geloven die aanwezig waren bij De Slag om Zweinstein, zoals de aanval van Voldemort en zijn volgelingen inmiddels genoemd wordt, is de Zegevlier geen sprookje!
Moeten we aannemen dat Albus Perkamentus al die jaren de meester was van de Onverslaanbare Stok? Dat Draco Malfidus, een zevendejaars van Zweinstein en zoon van de bekende Dooddoener Lucius Malfidus deze zogeheten machtigste tovenaar sinds Merlijn de Zegevlier afhandig wist te maken? Totdat de enige echte Harry Potter deze toverstok bemachtigde? Hoeveel toeval kan de Toverwereld aan?
Waar is deze geweldige staf nu? Er is niemand die Potter de staf heeft zien gebruiken sinds hij de spreuk uitsprak die inmiddels karakteristiek voor hem is geworden? (Op pag. 10 vind u een oproep van De Officiële Harry Potter Fanclub om de term Ontwapeningsspreuk te vervangen door De Potterspreuk).
Als Potter hem zelf niet gebruikt, wat heeft hij er dan mee gedaan?
Hoe zit het met die andere zogenaamde Relieken van Baker de Bard? Als één Reliek echt is, geldt dat dan ook voor de andere twee? Inmiddels weten we allemaal dat Potter een Onzichtbaarheidmantel heeft, aangezien hij hem zo dramatisch gebruikte om de hele wereld te laten weten dat hij voor de tweede keer een Doodsvloek had overleefd. Is Potters mantel de tweede Reliek?
Hoe zit het dan met de steen? Wie liet Potter terugkeren uit de dood? Is dit Potters persoonlijke sprookje?
En ben ik de enige die zich afvraagt waar Konijntje Keutelaar met haar Kakelende Kunstbeen naar toe is gegaan?
Uw verslaggeefster Rita Pulpers zal niet rusten tot ze dit tot op de bodem uitgezocht heeft.
o~0~O~0~o
'Ga je nu alweer?' vroeg zijn grootmoeder enigszins afkeurend. Hoewel ze elkaar de afgelopen dagen beter leken te begrijpen, waren er dingen die ze nooit zou snappen. Marcel begreep inmiddels wel dat ze hem een beetje probeerde te beschermen. Ze was bang dat het ongezond voor hem was, als hij te veel naar het St. Holisto ging. Alsof ze vreesde dat hij zich zou blijven vastklampen aan 'het verleden' - zoals zij het noemde - in plaats van te kijken naar de toekomst en op stap te gaan met vrienden.
Hoe kon ze weten dat dat juist was wat hij deed, als hij op bezoek ging bij de Charles l'Atan-zaal? Hoe kon ze weten dat de 'gesprekken' die hij met zijn ouders had, hem hielpen om dingen te verwerken? Om feiten op een rijtje te zetten en beslissingen te nemen voor zijn toekomst? Als ze samen gingen, zei hij tenslotte nooit veel.
'Zorg je wel dat je op tijd terug bent? Het geeft tenslotte geen pas om te laat te arriveren bij een begrafenis.'
'Ik zal op tijd zijn, oma!' stelde hij haar gerust en glimlachte flauwtjes voor hij vertrok.
De route door het St. Holisto kon hij na al die jaren wel dromen en hij groette links en rechts bekende gezichten. Hoewel de meeste mensen hem vriendelijk teruggroetten, voelde het alsof sommigen hem plotseling met andere ogen bekeken. Die stomme Ochtendprofeet, dacht hij gegeneerd. Hij knikte naar professor Smalhart en sloeg beleefd het aanbod van een gesigneerde foto af.
Zijn moeder zat in een stoel bij het raam toen hij binnenkwam. De zuster - Abby heette ze - die haar haren aan het borstelen was, keek verrast op.
'Hoi, Marcel,' groette ze opgewekt. 'Ik had je vanmorgen niet verwacht.'
Zijn moeder keek recht voor zich uit, om haar mond een schaduw van een lach. Hij liep de kamer in en bleef daar onhandig staan met zijn handen in zijn zakken. 'Vanmiddag moet ik naar een begrafenis, dus ik dacht dat ik dan nu even kon komen. Als het schikt natuurlijk.'
Er viel even een stilte. Begrafenissen waren er deze week elke dag.
'Natuurlijk,' reageerde ze toen, 'je vader is momenteel bij Heler Pijnlos, maar je moeder heeft vanmorgen geen afspraken.'
Hij knikte, trok zijn jas uit en hing hem over een stoel.
'Wil je het soms even overnemen?' vroeg ze met een knikje naar zijn moeders hoofd. Een beetje onwennig liep hij naar hen toe. Ze reikte hem de borstel aan en zei: 'De klitten haal ik er altijd met een spreuk uit, maar ze schijnt het prettig te vinden als haar haren geborsteld worden.'
Hij keek naar zijn moeder terwijl hij de borstel overnam. Ze zat compleet ontspannen in de fauteuil, haar blik kalm en sereen. Haar mondhoeken wezen nog steeds iets omhoog alsof ze net wat leuks gehoord had. Soms stelde hij zich voor dat ze om zijn grapjes moest lachen.
Hij liep naar de stoel en bracht aarzelend de borstel naar haar hoofd. Met buitengewone zorg streek hij met de borstel door het haar en daarna nog een keer met iets meer zelfvertrouwen. In de weerspiegeling van het raam zag hij Abby nog even naar hem glimlachen voor ze de zaal verliet, met in haar kielzog een stapel lakens. De deur zwaaide dicht en hij bleef alleen achter met zijn moeder. Hij borstelde een paar minuten in alle stilte door. De eenvoudige, herhalende handeling had ook op hem een kalmerend effect.
Hij legde zijn andere hand lichtjes op haar schouder en begon te praten. 'Hee mam, ik moet vanmiddag ergens naar toe, daarom ben ik er nu. Oma komt morgen weer mee. Volgens mij heeft ze meer last van haar heup dan ze toegeeft, maar je weet hoe ze is,' zei hij luchtig. Terwijl hij vertelde over koetjes en kalfjes, over het nieuws in De Ochtendprofeet en de brief die hij van Suzanne Bonkel had gekregen, borstelde hij in een bijna hypnotiserend ritme verder. Af en toe leek het of zijn moeder iets mompelde, maar hij wist inmiddels dat dat geen relatie had tot wat hij vertelde. Toch deed hij af en toe alsof.
'Ja, ik weet wat je denkt, maar Suzanne en ik zijn enkel vrienden. Je zal echt nog een poosje op kleinkinderen moeten wachten.'
De deur zwaaide weer open en Abby keek om de hoek. 'Zou je het even willen zeggen als je vertrekt, Marcel? Dan kan ik nu een kleine pauze nemen.' Ze keek hem vragend aan.
Hij probeerde nonchalant 'oké' te zeggen, maar het kwam er wat ademloos uit. Hij wist zeker dat z'n hele gezicht zo rood als een Slurk was, iets wat een steelse blik in het raam bevestigde.
Ja hoor, Marcel, wie heeft het nu over kleinkinderen?
Het duurde een paar tellen voor hij het ritme weer gevonden had, maar zijn moeder was geduldig.
'Waarom kom ik altijd in zulke genante situaties, mam?' Het was een aloude vraag, waarop zijn moeder na al die jaren nog steeds geen antwoord bleek te hebben. Volgens zijn oma moest het wel van zijn moeders kant van de familie komen, want de familie Lubbermans was altijd zeer beheerst, zowel in gezelschap als in de thuissituatie. Toch was zijn moeder – volgens de verhalen – een verdraaid goede Schouwer geweest.
'Had ik al verteld dat ik een brief van het Ministerie heb gehad met de vraag of ik geen interesse in een loopbaan bij de Schouwersdivisie ambieer?' Hij snoof. 'Blijkbaar is mijn 'roem' voor me uitgesneld. Het kostte nog heel veel overredingskracht om te zorgen dat oma niet gelijk accepteerde uit mijn naam. Ze begrijpt niet hoe een Lubbermans niet meer ambities kan hebben dan een beetje met zijn handen tussen het onkruid te zitten.' Hij lachte. 'Toen ik uitlegde dat sommige Herbologisten een wereldwijde reputatie hebben voor hun onderzoek naar de geneeskrachtige werkingen van bepaalde planten, en zeer hoog aangeschreven staan bij de grootste Toverdrankmeesters ter wereld, bond ze een beetje in.'
Verrast merkte hij dat zijn moeder haar hoofd iets draaide, alsof ze aandachtig luisterde. Totdat hij zich realiseerde dat hij gestopt was met borstelen tijdens zijn verhaal. Hij liet de borstel weer door haar haren glijden en zuchtte even.
'Het is maar goed dat ze nog niets weet van het aanbod van professor Stronk om me aan te nemen als assistent. Natuurlijk wil ik volgend jaar eerst mijn opleiding aan Zweinstein afmaken, maar ik kan dan al helpen met het voorbereiden van lessen en misschien zelfs wel eens een les aan de eerstejaars geven.' De opwinding in zijn stem was duidelijk hoorbaar. Hij praatte nog een poosje tegen haar, terwijl haar haren steeds meer gingen glanzen en zo zacht voelde als zijde.
De terugkomst van Abby maakte hem bewust van de tijd. Hij liep om de stoel en hurkte voor zijn moeder.
'Ik moet nu gaan, mam. Morgen kom ik weer met oma!' Hij wilde opstaan, maar ze legde haar hand op zijn arm en stopte hem in zijn beweging. Ze rommelde wat in de zak van haar jurk en stak haar hand ut.
'Dank je wel, mam!' Hij pakte het snoeppapiertje aan, gaf haar een kus op haar wang en stond op.
Abby glimlachte begrijpend toen hij haar de borstel teruggaf en zei vriendelijk: 'Dag Marcel, tot morgen!'
o~0~O~0~o
De rest van de ochtend in het Nest vloog voorbij door alle werkzaamheden die mevrouw Wemel voor het viertal had. Ze zuchtten of mopperden af en toe als ze elkaar tegenkwamen in de gang of op het erf, maar zelfs Ron schikte zich zonder al te veel heisa.
Na het middageten werden ze naar boven gestuurd om nette kleren aan te trekken.
'Vergeet je haren niet te kammen,' riep ze hen na.
Toen Harry weer beneden kwam, zag hij dat Bill en Fleur al gearriveerd waren. Fleur droeg een eenvoudig zwart gewaad dat bijzonder fraai contrasteerde met haar witblonde haren.
Hij bewoog zijn schouders ongemakkelijk heen en weer en trok aan zijn boordje. Hij had moeite met slikken. Was mevrouw Wemel soms te veel afgeleid geweest, toen ze dit gewaad van Charlie voor hem op maat had gemaakt?
Ze vertrokken met een Viavia naar de begrafenis. Harry dacht niet dat zijn afkeer voor deze manier van reizen ooit minder zou worden. Harry, Hermelien en de Wemels hadden zich allemaal verzameld rond een kapotte bloempot. Ze landden gezamenlijk aan de rand van een veld in een onbeholpen kluwen van armen en benen en begonnen gelijk hun nette kleding af te kloppen.
Ze moesten nog een paar minuten lopen naar de begraafplaats. Volgens meneer Wemel was het erg onbeleefd om door middel van Verschijnselen of het activeren van een Viavia, op een begraafplaats te arriveren.
Grote bomen wierpen hun schaduwen over de stenen en rozen. Klimop en kamperfoelie verstrengelden zich met de ligusterhagen. Ze liepen langzaam over het grindpad en passeerden de twee grote taxusbomen die de wacht hielden aan weerszijden van de ingang. Voor hem pakte Hermelien de hand van Ron. Ze liepen zo dicht naast elkaar dat haar schouder af en toe tegen Rons arm stootte.
Op het geritsel van wat houtduiven in de bomen en het gemurmel van de mensen achter hen was het helemaal stil.
Er was een tiental rijen met stoelen onder de bomen geplaatst en Harry volgde de Wemels naar voren. Hij was opgelucht dat ze vrij vroeg gearriveerd waren zodat ze niet langs volle rijen starende mensen hoefden te lopen.
De begraafplaats was overwoekerd, en vol met kriskras geplaatste grafstenen die begroeid waren met mos. Stenen engelen, standbeelden en grote granieten tombes waren overdekt met klimop.
Het was een mooie meidag. Het zonlicht vond gefilterd zijn weg door de bomen en wierp feeërieke patronen op het groen dat hier en daar nog glinsterde van een vasthoudende dauwdruppel.
Het voelde niet gepast, vond Harry, dat het juist vandaag zo'n mooie dag was. Alsof ze hier kwamen om een nieuw begin in plaats van een einde te herdenken. Hij dacht dat de sombere, mistige sfeer die de afgelopen twee jaar over het land had gehangen, eerder geschikt zou zijn geweest.
0~O~0~o
Hij sloeg met zijn vuist op tafel en gromde naar één van de huis-elfen die schichtig langs hem heen probeerde te sluipen.
'Verdwijn voor ik je vervloek!' Het woord werd vergezeld door een uithaal met zijn vuist die het wezen met een jammerlijk geluid tegen de open haard deed belanden. De huis-elf was al verdwenen voor hij zijn toverstok had kunnen trekken.
Die vuile Potter met zijn zogenaamde heldencomplex! Hij sloeg nogmaals met zijn vuist op tafel. De Ochtendprofeet ritselde verontwaardigd onder dat geweld, maar de foto van Rita Pulpers bleef schijnheilig lachen.
En de Malfidussen! Hij had nooit verwacht dat dat zulke smerige verraders zouden blijken te zijn. Lucius Malfidus had zich er altijd zo op voor laten staan dat hij de rechterhand van de Heer van het Duister was. Dat was de enige reden waarom zijn zoon zo veel aanzien binnen Zwadderich had gehad natuurlijk.
Hij stond woest op, zodat zijn stoel naar achter kletterde, en begon vol agressie heen en weer te lopen. Naast de details van die roddeljournaliste – waar je nooit volledig op kon vertrouwen - waren er de laatste dagen ook genoeg geruchten rondgewaard in het ondergrondse circuit, waar de overgebleven aanhangers van de Heer van het Duister hun wonden likten. Hij vervloekte Potter opnieuw, haast automatisch, maar zijn haatgevoelens waren vooral gericht op de Malfidussen. Dat Narcissa Malfidus de Heer van het Duister had verraden, was al ongelooflijk. Maar wat kon je anders van een vrouw verwachten? Dat was iets wat hij nooit goed begrepen had; waarom de Heer van het Duister sommige vrouwen had vertrouwd, voor zover hij daartoe in staat was. Hoewel Bellatrix van Detta een goede uitzondering had gemaakt. Dat was nog eens een vrouw die je mee uit martelen had kunnen nemen. Eeuwig zonde dat ze gesneuveld was in de strijd, maar dat was nu eenmaal waar je voor tekende.
Met spijt dacht hij even aan zijn vader.
En dan Draco! Dit keer moest de muur eraan geloven. Het portret van zijn oudoom keek verstoord op. Zijn grijze ogen fonkelden waarschuwend. Hij negeerde hem. Hij had altijd al geweten dat het een kleine lafbek was. Hij zou zogenaamd Potter niet herkend hebben? Nadat hij zes jaar vuile blikken naar hem had geworpen zodat zelfs die Park had geklaagd dat ze zich verwaarloosd voelde?
En Malfidus senior was de grootste mislukking! In plaats van te vechten had hij, als één van die ijdele pauwen van hem, hersenloos rondgerend, bang dat zijn vrouw of kind het niet zouden overleven. Zo'n lafaard verdiende het niet eens het Duistere Teken te dragen. En wedden dat ze ook nog de dans zouden ontspringen envrijgesproken zouden worden?
Hij ontblootte zijn tanden en spande onbewust zijn spieren. Als dat zo was, zou hij er voor zorgen dat ze daar spijt van zouden krijgen, zwoer hij. Alle drie! Hij zou niet rusten voor hij de hele familie uitgeroeid had, nam hij zich voor.
o~0~O~0~o
Romeo Wolkenveldt stond op van zijn stoel en liep naar het podium waarop een eenvoudige, mahoniehouten kist stond. Hij zou vandaag de begrafenis leiden, wist Ginny. Hij keek in hun richting en glimlachte bedroefd.
Ze staarde naar de kist. Er lag een magentakleurig kleed overheen, de kleur van Tovertweelings Topfopshop. Het grootste gedeelte ging echter verscholen onder een kleurige laag van bloemen. Ze hadden besloten dat Fred geen formele boeketten zou hebben gewild in stemmig wit of roomkleur.
Ginny kon niet geloven dat de kist zo klein was. Fred was altijd zo aanwezig geweest, zo levendig en enthousiast dat hij altijd groter leek dan hij was. Of misschien kwam dat doordat ze altijd samen waren, Fred en George. Samen leken ze groter dan twee individuele personen. Ze keek opzij en vroeg zich af hoe haar broer in Merlijns naam overeind bleef. Hij zat naast hun vader. Leo zat aan zijn andere kant. Hij keek George af en toe bezorgd aan als hij dacht dat niemand het zag. De rest van de tijd was hij zijn rustige, meelevende zelf, die probeerde iedereen bij tijd en wijlen een hart onder de riem te steken. Ze schonk hem een dankbare blik. Ze wist niet wat ze zonder Leo zouden moeten doen. Terwijl George zich voor iedereen afsloot en zich zo onzichtbaar mogelijk leek te willen maken, was het Leo die door zijn schild heen was gebroken. Hij had volgens eigen zeggen de toegang tot het appartement boven de winkel geforceerd en daar George gevonden in een apathische toestand. Hij had al dagen niet gegeten en het had geroken alsof Muil er aan het logeren was. Hij had George met kleren en al onder de douche gezet, een stevig ontbijt klaar gemaakt en zichzelf het logeerbed toegeëigend, betogend dat hij onmogelijk erger kon ruiken dan Muil.
Ze hoorde Romeo vertellen over Freds dapperheid en hun grapjes tijdens de radio-uitzendingen. Ze schonk hem een waterig glimlachje.
Tenslotte gaf hij het woord aan Bill. Hij zou als enige van het gezin wat zeggen. Niemand anders had het gevoel gehad dat dat zou lukken zonder in tranen uit te barsten, op Charlie na. Dus hadden ze samen het één en ander op papier gezet en besloten dat Bill de aangewezen persoon was om iedereen toe te spreken.
Het was bitterzoet om de anekdotes uit hun jeugd te horen. Sommige verhalen dateerden van voordat ze geboren was, maar waren zo vaak verteld dat het leek alsof ze het zelf beleefd had.
Achter zich hoorde ze af en toe iemand zachtjes lachen. Ze bedacht dat dit precies was wat Fred gewild had.
Na Bill stapte Leo naar voren. Ook hij vertelde over de vele grappen die ze met z'n drieën hadden uitgehaald. Hoewel de meeste mensen geamuseerd luisterden naar dit eerbetoon aan de grappenmaker die Fred was, kon Ginny zien hoe moeilijk het voor Leo was. Regelmatig schoten zijn ogen even in George's richting alsof hij, zoals gebruikelijk was onder hen, bijval verwachtte. Maar George keek recht voor zich uit naar het mahoniehout, praktisch zonder te knipperen, alsof hij bang was dat de kist – dat Fred – zou verdwijnen als hij zijn ogen een seconde afwendde.
Leo besloot zijn woorden met de uitnodiging aan iedereen die zich geroepen voelde, om Freds leven te vieren door over hem te vertellen. Verschillende mensen gaven gehoor aan de oproep, de één wat meer schoorvoetend dan de andere.
Tot Ginny's verbazing was ook Marcel onder hen. Hij grinnikte een beetje schaapachtig toen iemand hem luidkeels herinnerde dat hij nog geen Sonorus over zijn stem had uitgesproken, maar werd daarna serieus. In tegenstelling tot anderen vertelde Marcel niet over Freds vele grappen, maar deed hij verslag van diens strijdlust en inzet als één van de Strijders van Perkamentus. De oprechte bewondering voor Fred van de jongen – inmiddels man – die de afgelopen dagen meer dan eens in de kranten was opgehemeld als De Man met de Hoed, raakte veel mensen. Ginny voelde een mengeling van genegenheid en trots voor haar vriend. Ze wreef tersluiks langs haar ogen. Naast zich hoorde ze haar moeder snuffen en ze reikte haar één van de zakdoeken aan, die ze had meegenomen.
Iemand stapte naar voren. Ze herkende Olivier Plank. Hij droeg een kilt en begon op een doedelzak te spelen. De klanken echoden in de gevallen stilte; het was alsof de melancholisch melodie een Monddoodbezwering teweegbracht. Ginny ontdekte dat haar wangen vochtig waren. Ze tastte blindelings naar Harry's hand en hij pakte de hare in zijn andere hand en sloeg zijn arm om haar heen. Vergeten was alle twijfel, terwijl ze haar gezicht in zijn schouder begroef.
Romeo sloot de bijeenkomst af met een paar welluidende woorden en gaf een teken aan een lange, magere man in een stemmig zwart gewaad, die zijn toverstaf hief. Freds kist begon langzaam te zakken. Ze hoorde hoe Percy begon te snikken en ook haar moeder kreeg het te kwaad. Plotseling barstte er een symfonie van geluiden los en van rond de langzaam zakkende kist schoten pijlen omhoog die met een regen van veelkleurige sterren explodeerden. Ook laag bij de grond spatte vuurwerk uiteen zodat de kist uit het oog onttrokken werd terwijl hij de grond in zakte.
De abrupte overgang zorgde ervoor dat niet alleen Ginny, maar ook vele anderen zich weer konden herpakken.
De ceremonie was over. De mensen begonnen op te staan en schuifelden in de richting van de twee taxusbomen. Er zou op Het Nest gelegenheid zijn voor de familie en vrienden om de naaste familie te condoleren.
o~0~O~0~o
Volgende keer hoofdstuk 6: De Doos van Pandora
