We kwamen aan bij de tempels van de Maya's. Ik werd hard op de grond geduwd. Mijn hoofd knalde met een bonk op de grond. Ik zal zo wel hoofdpijn krijgen. Dan kunnen ze niks bij me doen omdat alles pijn doet. "Blijf zitten!" Stuwde Alios naar me. Ik keek hem verbaasd aan. Waar kwam die woede ineens vandaan? Het maakt niet zoveel uit. Het ging zoals ik al verwacht had. Ze zouden nog steeds boos op me zijn en me elk moment in de gaten houden. Ze hadden Emma gevraagd om me vast te houden, zodat ik niet weg kon. De hoofdpijn bleef weg. Ik was blij, anders had ik dit hele gedoe misschien nog eens moeten doorstaan. Daar had ik dus echt geen zin in. Niet dat ik dat van plan was. Ik had er vannacht wel aan gedacht, maar waarom zou ik het doen? Ik bracht mezelf alleen maar ik nog meer problemen. Emma had wallen onder haar ogen. Ze is de hele nacht op gebleven om op mijn de passen. Daarbij is ze ook nog een beroofd van een deel van haar bloed. Daardoor zag ze er nog moeër uit.

Alios pakte een boek uit zijn tas en zocht naar een bladzijde. Hij kon het eerst niet vinden en riep Christiaan erbij. Hij kwam aan gesneld. Al snel hadden ze samen de goede bladzijde gevonden en begonnen te lezen. Ze waren snel klaar met lezen, ondanks dat het veel bladzijdes waren. Een stuk of 10 denk ik. Ze begonnen alles klaar te zetten. Emma trok me om hoog en daarna mee naar de poort. Nu stribbelde ik wel tegen. Emma was veel minder sterk dan Alios. Emma was maar een mens. Het lukte me even om te blijven staan. Toen trok Emma zo hard aan mijn arm dat ik de botten hoorde kraken. "AUW! Wat doe je? G*dverdomme!" Schreeuwde ik uit. Ik begon te schelden en te tieren. Al mijn frustratie kwam er tegelijk uit. Ik had alles op gehoopt. Sinds Alios en Christiaan me uit de klas meegenomen hadden. En dat was één maand geleden ongeveer. Ik heb in die tijd heel erg veel frustratie opgekropt. Erg heel erg veel. Dat liet ik merken ook.

Ik begon een beetje rustig te worden. Mijn arm bonsde en tintelde. Het deed verschrikkelijk pijn. Het bloed kan niet goed meer stromen. Alios snelde naar me toe en pakte mijn arm. Hij zette mijn botten terug op zijn plaats. De pijn was al minder. Hij scheurde mijn mouw van mijn shirtje eraf en deed verband om mijn pols. "Als we hier klaar zijn met je, heb je dat verband niet meer nodig." Zei hij met een duivelse stem. Ik kreeg er de kriebels van.

Hoe kan Emma mijn arm zo makkelijk breken. Is ze ook een vamp? En hoezo heb ik dat verband niet meer nodig. Raadsels, raadsels, allemaal raadsels. Ze waren ook gewoon niet op te lossen met mensenhersenen. Vooral niet met mijn hersenen.

"Hoezo heb ik het niet meer nodig, als ik vragen mag?" Ik praatte zo beleeft mogelijk. Ik negeerde wat er net gebeurt was. Net of ik niks gedaan had. Dat ik gewoon braaf meegelopen was en dat Emma niet net mijn arm heeft gebroken. Ik schuifelde naar voren. Ik wachtte op een antwoord. Die kreeg ik niet.