Hoofdstuk 6 Het plan
Jade vond het oneerlijk dat Caitlin niets tegen haar had gezegd, maar ze was blij voor haar zusje. Na ongeveer zoveel maanden met mevrouw Ravens te hebben samengewerkt mocht ze eindelijk zonder haar overal staan en gaan waar ze heen wilde. 'Jade we moeten toch op de een of andere manier hier weg kunnen? Ik wil weten hoe het met Eboney gaat' zei Veronique. Ze gingen zitten op het wit stenen bankje in de tuin. 'Het wordt namelijk gauw weer winter en we hebben nog steeds niks gehoord van ze' 'Veronique houd je mond nou eens een keer over die Eboney van je, je praat de laatste weken alleen nog maar over hem en niets anders' Aan het gezicht van Jade te zien was het haar inderdaad teveel geworden. 'Heb geduld ons tijd komt nog' zei Jade kalm.
Het duurde langer dan ze verwacht hadden er waren al weer 2 jaren verstreken en ze waren nu 19. Ze hadden nog steeds niks gehoord van Jason of Eboney. Veronique begon langzaam gek te worden terwijl Jade de kalmheid zelve wel leek. 'Het enige wat wij nog hebben ontvangen in deze 2 jaren zijn een paar brieven van Morrison en Caitlin' jammerde Veronique. 'Ach mens houd toch op, wees blij dat je tante bent' 'Nou en ik wil ook kinderen hoor' hield ze vast. 'Binnenkort Veronique, wordt je moeder en kun je, je neefje Jacob zien, oké? ik heb namelijk een plan' Veronique keek haar veelbelovend aan. 'Na het eten vertel ik het wel?' mevrouw Ravens kondigde de prinsen aan die allemaal aan tafel schoven. 'Mag ik zeggen dat u er prachtig uitziet?' zei Simon tegen Jade. 'Dank u wel majesteit' zei Jade netjes. Ze streek een lok uit haar gezicht en knipoogde naar Veronique. 'Zullen we beginnen met eten?' stelde Jasper voor. 'Wat een goed idee' zei Arthur en glimlachte. De prinsen deden zoals altijd: opscheppen en de schalen doorgeven. 'Uwe majesteiten kunnen jullie ons excuseren, mijn zuster en ik moeten nog wat regelen' zei Jade. 'Natuurlijk, zolang jullie maar snel terugkomen' zei William. Veronique legde haar servet weg en liep achter Jade aan. Haar zwarte jurk zwierde met haar mee met elke beweging die ze maakte. Ze liepen de gangen door tot ze op een plek waren, waarvan ze zeker wisten dat niemand hun kon horen. 'Wat is er?' vroeg Veronique. 'Luister ik ben naar het kantoor van de koning geweest, hij bleek 4 dagen geleden een brief te hebben ontvangen van Jason. De "oorlog" is nog steeds niet afgelopen en het bleek alleen maar erger te zijn geworden, nu stemt de koning er wel mee in om een leger er naar toe te sturen...' 'En wat heeft dat met ons te maken dan? als wij mee gaan te paard dan hebben ze het meteen door!' 'Veroniqueje snap je het niet? dit is de enige gouden kans die we kunnen krijgen' Zei Jade opgewonden. 'Wij kunnen vechten toch? het enige wat we hoeven te doen is zo'n harnas aantrekken ons haar te verstoppen en een wat lagere stem op zetten, en zorgen dat ze ons gezichten niet kunnen zien natuurlijk' Veronique dacht hierover na. 'Jade dit is een geweldig idee' zei Veronique. 'Ik vraag morgen wel aan Humphrey wanneer ze moeten vertrekken' zei Jade. 'Laten we nu maar teruggaan voordat de majesteiten een verdenking krijgen' Ze liepen weer terug door de gangen naar de eetzaal en namen weer plaats. 'Ah daar zijn ze weer, we hadden het net over jullie' zei Arthur kostelijk. 'En willen de majesteiten dat met ons delen?' vroeg Veronique droog. De broers keken elkaar eerst aan en knikte. 'We hadden het erover dat jullie gegroeid zijn hier en daar, en dat jullie er vanavond beeldig uitzien' zei Jasper. 'Moeten wij dat als een compliment zien of belediging?' vroeg Jade. 'Compliment natuurlijk, wij zijn niet meer die irritante jonge mannen van 2 jaar geleden' zei Simon. 'Aha' zei Veronique droog. 'Ik heb trouwens nog een vraag' zei Jade vervolgens, en knipoogde naar Veronique. 'Ow wat dolletjes, Jady heeft een vraag' zei Arthur sarcastisch. 'Weten jullie iets van het leger die naar ons huis wordt gestuurd?' vroeg ze, Arthur negerend. De broers keken elkaar doodserieus aan. 'Toevallig dat je erover begint...' zei William. 'Namelijk Simon en Jasper zijn uitgekozen om met dat leger mee te gaan' vertelde William. 'Wanneer gaat dat leger er naar toe dan?' vroeg Veronique nu op haar beurt. 'Morgen in de middag vertrekken ze' zei Jasper alsof hij het irritant vond. Jade en Veronique glimlachte. 'We hopen dan maar dat u en uw broer de strijd winnen' zei Jade. 'Natuurlijk doen we dat' zeiden ze bijna tegelijk en begonnen te lachen. Later die avond stond Jade bij de deur van Veronique. De wachter die er altijd voor stond was een half jaar geleden daar weggehaald en ook bij de deur van Jade. 'Morgen in de middag, we moeten zorgen dat we vroeg wakker zijn dan iedereen hier, en dan ons klaarmaken' zei Jade. 'Dat moet lukken' zei Veronique. 'En anders steel ik een paard en rijd gewoon weg' zei ze met zelfverzekerde ogen. 'Ik zie je morgen dan' zei Jade snel en liep naar haar kamer die verhuisd was naar de oude van Caitlin.
Zoals ze elkaar beloofd hadden waren ze vroeg op. Ze liepen door de stille gangen waar de wachters stonden en niet eens op hun lette. Jade en Veronique liepen naar een toren waar altijd alle wachters hun wapens en harnassen vandaan haalde. 'Kijk nu praten we over iets leuks' zei Jade. Ze pakte een groot zwaard en voelde hoe zwaar hij was. 'Maar ik gebruik liever dit' ze legde de zwaard terug en pakte haar dolken uit haar laarzen vandaan. Veronique was al druk bezig met een harnas aandoen en keek naar Jade.'Dat jij die dingen nog hebt' zei ze droog en klungelde met een armbeschermer. 'Hey niks tegen mijn geluksdolken' bitste Jade terug. 'Oké , oké' Jade greep haar lange haren die met de jaren waren meegegroeid tot ongeveer haar knieën vast. 'Wow wat ga je doen?' vroeg Veronique en trok de borstbescherming over haar hoofd. 'Anders past het niet in de helm' legde Jade uit. Met een snelle beweging hakte ze een stuk van haar, haar af. Nu had ze haar tot net iets over haar schouders. 'Het is zonde maar het is het waard' zei Jade en zocht naar een plek om het haar in te stoppen. 'Daar in die jutten zak' stelde Veronique voor. Jade opende de zak en propte haar afgesneden haar erin. 'Zo lijk ik op een soldaat?' vroeg Veronique en hield de helm onder haar arm. Jade draaide om en keek haar lachend aan. 'Maak je stem wat lager en dan zeg ik ja'
Later kwamen ze de toren uit en liepen als echte mannen. 'Ik hoop dat het overtuigend genoeg is' fluisterde Veronique. 'Tuurlijk wel, maar probeer zo weinig mogelijk te zeggen, oké' Veronique knikte en liep achter Jade aan. 'Waar gaan we eigenlijk heen?' vroeg ze. 'Naar de afgesproken plek, daar wordt je uitgekozen of je goed genoeg bent' legde Jade uit. 'Hoe bedoel je?' 'Je moet bewijzen dat je kan vechten' zei Jade geïrriteerd. 'Hoe weet je dat allemaal?' 'Door wachten af te luisteren, die vertellen vaak genoeg dingen die wij eigenlijk niet mogen weten en nu Sssht' ze liepen naar een plein waar in het midden de commandant stond. 'Op dit moment, kies ik alleen de beste soldaten uit die er zijn, laat het beginnen' riep hij om. de groep werd door tweeën gesplitst, Veronique en Jade stonden gelukkig in dezelfde groep en bereidde zichzelf voor. Jade maakte polsgebaren met haar dolken , en Veronique wachtte gewoon rustig af. 'Jij terug naar je post jij daar staan' riep de man om. Even later was Veronique aan de buurt. Ze had het warm door de helm maar ze hield hem op zoals het plan was. De mannen om hun heen droegen alleen hun harnas en geen helm. 'Jullie namen zijn?' vroeg de commandant. 'Henry White' zei de man tegenover Veronique. 'En de jouwe?' vroeg de commandant. 'Ehm...Sky Ehm...Swann ja Sky Swann' zei ze op een zo laag mogelijk stem. 'Oké probeer elkaar niet te veel te verwonden, begrepen' Ze knikte en stonden allebei klaar. 'Oké White tegen Swann, begin' schreeuwde de commandant. Henry begon met slaan met zijn vuisten en Veronique ontweek zijn slagen elke keer. Vervolgens maakte ze een draai om hem heen en gaf hem een harde elleboog in zijn rug. Daarna draaide ze weer snel om en pakte zijn hoofd vast. Met een snelle beweging gaf ze hem een knietje waardoor hij op de grond viel en jammerde. Ze klopte haar handen af alsof er veel zand aanzat. 'Dit betekent dat White terug naar zijn post moet en Swann bij de rest mag staan' zei de commandant. Jade moest vervolgens en keek naar haar tegenstander. Hij probeerde door de helm heen te kijken maar stopte er mee toen de commandant zijn naam vroeg. 'Taylor Smith' zei hij. 'Mijn naam is Cloud Dazzle' zei Jade en kuchte even. 'Oké Smith tegen Dazzle, geen wapens alleen vuist tegen vuist' zei de commandant en gaf de startsein. Jade wachtte geen moment en rende meteen op Smith af met een snelle beweging greep ze zijn arm en draaide hem de andere kant om. Hij draaide helaas mee en duwde haar weg. Hij wilde haar slaan maar Jade ontweek hem net op tijd. Vervolgens greep ze weer zijn arm en sloeg drie keer keihard tegen zijn ribben. Vervolgens liet ze hem los en viel hij bijna huilend op de grond. 'Smith terug naar je post en Dazzle bij de anderen. Jade liep naar de anderen en merkte dat Smith niet op stond. 'Lieve goden, die gast heeft mijn ribben gebroken' schreeuwde hij uit. 2 andere wachters hielpen Smith overeind en namen hem vervolgens mee. 'Wat ben je toch weer vriendelijk' fluisterde Veronique zo zacht mogelijk.
Rond de middag was het leger eindelijk gevormd en stonden ze klaar voor vertrek. 'Vandaag zullen we die hoer een les leren, dat ze niet zomaar een oorlog kan beginnen' schreeuwde de commandant. 'En vandaag nemen wij Prins Jasper en Prins Simon mee zodat ze weet tegen wie ze het op moet nemen' Jasper en Simon zaten in Koninklijke harnassen, allebei op een wit paard en juichte met de soldaten mee.
'Laten we gaan' schreeuwde de commandant. Ze begonnen per rij te lopen en Jade stond samen met Veronique in de derde rij. 'Daar gaan we' fluisterde Jade.
Ze waren nog maar een dag of 2 onderweg toen ze al werden aangevallen door bandieten. Het was een grote groep en ze waren niet zo makkelijk als de wachters. De groep moest uit elkaar en ze moesten vechten. Veronique en Jade stonden achter een boom en bekeken hun alternatieven. 'Als we nou via een zijkant boven op ze springen?' stelde Veronique voor. 'Nee dan staan we er midden in' 'Nou en dat is gewoon een uitdaging, Komop als wij al wachters in elkaar kunnen meppen waarom hun niet dan?' 'Oké je hebt een punt schiet op rennen dan' Ze rende langs de zijkant en sprongen met een salto midden in de bandieten groep. 'Kijk nou 2 zielige mannetjes die denken de helden te zijn' Jade liep naar de bandiet toe en pakte met een snelle beweging haar dolken en stak er een door zijn buik. 'Eigenlijk ik ben geen vent maar een vrouw' Ze maakte een snelle polsbeweging met haar andere hand en kielhaalde hem. 'Grijp ze' schreeuwde een ander. Veronique zwaaide elegant met haar zwaard door de groep en de eerste aanvallers waren meteen ernstig gewond en vielen op de grond. Ze jammerde om hun moeder en begonnen te bidden. 'Help Swann en Dazzle' riep de commandant. De rest van de soldaten maakte hun paar bandieten af en kwamen daarna naar Veronique en Jade gerend en staken de achterste bandieten in de rug. 'Jade ze gaan ons insluiten' zei Veronique in paniek. 'Maak een doorweg' zei Jade en begon met het steken van een aanvallende bandiet. Veronique ontweek net op tijd een zwaard en stak haar aanvaller met haar zwaard door zijn hoofd. Jade was al bijna tussen de bandieten uit en werd uit het niets vastgegrepen en teruggegooid in de groep bij Veronique. 'Oké ik heb het gehad' zei Jade en gooide haar helm van haar hoofd. Ze kon nu beter zien en dus sneller handelen. Veronique deed hetzelfde en keek naar de lelijke gezichten van de mannen. 'Misschien had ik mijn helm toch maar op moeten houden' zei ze droog en stak een bandiet neer. 'Oké Veronique wie het meeste vermoord' zei Jade. 'Houd je hart maar vast want ik win zeker wel van je' zei Veronique. Jade pakte een bandiet bij zijn oren en trok hem dichter naar haar toe en gaf hem eerst een knietje voordat ze hem kielhaalde. '1' schreeuwde ze. Veronique lachte en begon met haar zwaard in het rondte te zwaaien en telde hoeveel mannen omvielen. ' 5' zei ze. Jade keek haar met grote ogen aan en begon sneller met haar dolken te werken. '7' zei ze trots. Veronique was druk bezig met 3 mannen en stak net haar zwaard door de mannen heen. '8' Jade rolde met haar ogen en schopte een bandiet onderuit en duwde haar dolk in zijn oog. Ze maakte een koprol en stak beide dolken door twee verschillende hoofden. Veronique ontweek een zwaaiende katana en stak gauw haar zwaard door de bandiet heen.
Het was al beginnend avond toen ze eindelijk de bandieten hadden vermoord. Ongeveer een kwart hadden zichzelf opgegeven en waren weggerend. Jade en Veronique hadden snel hun helmen opgedaan toen de commandant bij hun in het midden voegde. De soldaten hadden hun kamp een paar kilometer verder opgeslagen. 'Als jullie willen kunnen jullie je wassen bij een waterval een stuk verderop in de bossen, maar houd alles in de gaten' zei de commandant. Alle soldaten liepen het bos in behalve Veronique en Jade. 'Mannen waarom gaan jullie jezelf niet wassen?' vroeg de commandant. Jade maakte haar stem laag en zei: 'Omdat we niet graag met een grote groep wassen we vinden het zeer onhygiënisch' De commandant lachte. 'Ah of het is een andere reden' hij liep op Jade af en trok haar helm van haar hoofd en daarna die van Veronique ook. 'Dames ik wel uitleg nu' zei hij kwaad. Jade en Veronique keken elkaar met gefronste wenkbrauwen aan.
'Zagen jullie Swann en Dazzle?' riep een van de soldaten naar de ander. 'Hey paas de zeep eens' riep een ander. 'Ja, die kunnen vechten. die Dazzle was echt keisnel en die Swann met dat zwaard' Ze lachte allemaal. 'Heren' de soldaten die onder de waterval stonden draaiden tegelijk om. 'Commandant' riep een van de soldaten. 'Mag ik jullie voorstellen: Swann en Dazzle' Veronique en Jade kwamen in het maanlicht staan en keken met rode hoofden naar beneden. 'Deze twee dames waren blijkbaar bij ons terechtgekomen, maar dat houd dus ook in dat ze samen met jullie moeten gaan wassen' hij lachte. De soldaten keken met open mond en grote ogen naar de twee jonge vrouwen. 'U maakt een grapje' zei Jade kwaad en liep op de commandant af en sloeg hem bijna raak met haar vuist. Hij ontweek hem en zette haar in een houtgreep. 'Ik ben nog te aardig, het zou erger hebben gekund' fluisterde hij in Jade's oor. Hij duwde haar terug in de maanlicht en lachte. 'Ik zie jullie straks wel weer terug bij het kamp' riep de commandant, en liep vervolgens het bos weer in. De soldaten keken hun nog steeds aan. 'Maar jullie zijn de beschermelingen van de koning' riep een van de soldaten. 'Nee joh' riep Jade terug en maakte haar harnas open. 'Jade wat ga je doen?' vroeg Veronique fluisterend. 'Nou laten zien dat ik er genoeg van heb, en dat ik niet terug wil naar het kasteel' 'Hoe bedoel je?' 'Als je zo direct ongewassen terug gaat dan heb je kans dat je terug moet' zei Jade en deed al haar kleding uit. 'Lieve goden heeft ze zich nou uitgekleed?' vroeg een soldaat fluisterend. 'Ik denk van wel' zei een ander. 'Veronique het is Eboney of het is het kasteel' zei Jade en sprong het water in. 'Ze is zonet gesprongen, waar blijft ze nou?' vroeg een roodharige soldaat. Simon en Jasper die helemaal versteld stonden keken elkaar aan. 'Die Jade is echt heel anders dan de gewoonlijk vrouwen' zei Jasper. Ze zochten allemaal naar Jade die nog steeds niet omhoog was gekomen. 'Misschien moeten we haar zoeken?' stelde een blonde soldaat voor. 'Laat het zoeken maar zitten' zei Jade die aan de kant van Jasper en Simon stond. 'Lieve goden, ze heeft echt van die prachtige...' 'Houd je kop Mickey' 'Mag ik er even langs heren?' vroeg ze droog en liep langs Jasper en Simon. Alle mannen keken haar nog steeds geschokt aan. 'Hebben jullie nooit een vrouwen lichaam gezien, ofzo?' ze keek naar beneden bij Mickey en trok een wenkbrauw omhoog en keek hem weer aan. 'Een ding is zeker, jullie krijgen het nooit meer te zien, nou waar is die zeep?' riep ze. De zeep werd naar haar toegegooid en ze begon haar zelf ermee te wassen. Veronique kwam ook aangezwommen en klom ook bij Jade erbij. 'Wauw, Eboney heeft eigenlijk wel een iets grotere dan die van jou' zei ze tegen Mickey en nam de zeep over. Simon en Jasper stopte met kijken en gingen verder met hun zelf wassen.
Ze kwamen allemaal gewassen terug naar het kamp waar de commandant stoof had gemaakt. 'Ah daar zijn jullie eindelijk, hebben jullie genoten?' vroeg hij aan Jade. 'Echt wel het was heerlijk' zei ze en liep door met Veronique naast haar. De commandant kon zijn oren niet geloven en lachte vervolgens. Simon en Jasper gingen bij Jade en Veronique zitten die een stuk verderop zaten op een boomstam. 'Wij hadden dit nooit van jullie verwacht' zei Simon tegen Jade. 'Dat komt omdat wij het er nooit over mochten hebben op het hof' Zei ze. 'Maar… ben jij wel eens aangeraakt?' vroeg hij vervolgens. Jade's ogen werden groot. 'Nee en dat wil ik graag zo houden' zei ze kwaad en keek naar Jasper en Veronique. 'Ja, maar alleen door mijn man wil ik aangeraakt worden, en niemand anders' zei Veronique streng. 'Dames en Heren hier is jullie stoof' zei de commandant en overhandigde aan ieder van hun een houten bakje met stoof erin. 'Dank u commandant' zei Jade en nam een hap. Simon legde zijn bakje neer en kuste Jade innig op haar zachte lippen. Jade pakte haar bakje en sloeg de hete stoof in zijn gezicht. 'Ik wil door niemand niet aangeraakt worden' schreeuwde ze tegen hem en liep weg naar de andere soldaten en ging bij hun zitten. Veronique stond ook op en voegde haar bij Jade. Simon jammerde even en veegde de stukjes aardappel van zijn gezicht. 'Goed gedaan loverboy' zei Jasper droog. 'Zelfs Arthur had meer kans gehad'
De volgende morgen braken ze het kamp op en gingen weer verder met de reis. Ze kwamen geen bandieten of rovers meer tegen en konden dus veilig doorlopen zonder problemen. Na nog twee keer het kamp op te hebben gezet kwamen ze eindelijk op de slagplaats aan. Jade en Veronique keken naar de bekende gezichten van de mensen, die nu allemaal vol bloed zaten. Overal op de grond lag bloed en lijken. Veronique moest kokhalzen en hield haar hand voor haar mond. 'Ik ben tenminste gehard door jou, je leek precies op hun' fluisterde Jade tegen haar. Ze liepen verder en kwamen uiteindelijk bij hun huis terecht die was afgebrand. Jade rende het huis binnen ook al werd ze teruggeroepen. 'Vrouwen, Alteiro en Minnor loop haar achteraan' beveelde de commandant. Twee jonge mannen met donker haar liepen het huis ook binnen. 'De rest zoek naar overlevende en kijk of het veilig is' Veronique liep samen met een blonde jongen naar de tuin waar een klein bergje lijken van kinderen zat. 'Lieve goden' Veronique kokhalsde weer en voelde een hand op haar rug. 'Gaat het wel?' vroeg de jongen. 'Jawel maar ik kende al deze mensen en kinderen en nu zie ik ze in een verschrikkelijke staat terug' zei ze.
Jade rende de trappen op naar haar kamer. Het stonk naar urine en alles was omgegooid en alles wat haar dierbaar was, was weg. Ze rende weg naar beneden. Minnor en Alteiro rolde met hun ogen en volgde haar. Jade gooide de deur van de kamer open waar haar piano zat. 'Nee niet mijn moeders piano' fluisterde ze tegen haarzelf. Ze liep naar de piano waar alle snaren omhoog staken en het lak kapot van was gekrast. Ze begon te huilen en ging op het krukje zitten. 'Jade gaat alles wel goed?' vroeg Alteiro. 'Nee... ik bedoel ja' ze veegde haar tranen weg en stond op. 'Schiet op we moeten overlevende zoeken' zei ze en liep langs hun heen.
'Ja we hebben er een' schreeuwde Mickey. Iedereen liep naar het plein en gingen om de overlevende staan. Jade duwde de soldaten opzij en keek in het bebloede gezicht van Vincent. 'Vincent goeie oude vriend' zei ze en knielde bij hem neer. 'Milady Jade? bent u dat' vroeg hij. 'Ja Vincent en Veronique is er ook' zei ze. 'Je bent heel anders dan ik je gekend heb, waar is je lange haar gebleven?' 'Ik heb het eraf gesneden anders paste ik de helm niet' ze pinkte een traan weg. 'Vincent waar zijn Jason en de andere heen?' vroeg ze vervolgens. 'Jason? die zit in de keldergang, en Eboney is naar je vader gegaan om hem daar te beschermen, de rest is allemaal dood' Jade's ogen werden groot. 'Het was heerlijk om u nog te zien voordat ik naar de hemel ga' fluisterde Vincent en stopte met ademen. 'Vincent, Vincent' Jade sloeg hem een paar keer op zijn wang. 'Jade zo is het genoeg' zei de commandant. Ze negeerde zijn bevel en probeerde hem wakker te schudden. Opeens voelde ze een krachtige hand haar omhoog trekken. 'Zo is het genoeg ik zorg dat hij een begrafenis krijgt oké, nou zoek die Jason van je' 'Jason' Jade rende terug het huis in met Alteiro op haar hielen. Ze rende de trappen omhoog naar een muur. 'Jade een kelder zit meestal beneden' 'dat weet ik' 'wat doe je daar dan?' ' Dit' ze duwde 4 uitstekende stenen terug en de muur schoof open. Ze rende de donkere gang door totdat ze ergens overheen struikelde. Ze hoorde een kreun en sprong op. 'Alteiro, help me even ik heb hem gevonden denk ik' Alteiro kwam aangerend en hielp Jade met het slachtoffer tillen. Ze legde hem op het tapijt neer voor de gang. 'Jason?' Jade bestudeerde zijn gezicht. Hij had een litteken bij zijn wenkbrauw en hij had een hoofdwond. 'Jade?' Jason opende zijn ogen. 'Jason' Ze kuste zijn kapotte lippen die scheurde tegen de hare. 'Je bent zo veranderd' zei Jason. 'Waar is je haar?' Jade lachte door haar tranen heen. 'Die heb ik eraf moeten halen anders paste ik mijn helm niet' Jason glimlachte. Zijn tanden waren nog steeds zo mooi en wit als altijd. 'Alteiro help me even we moeten zijn hoofd verbinden' Alteiro haalde uit een leren heuptasje een stukje stof en overhandigde die aan Jade. Ze wikkelde Jason' s hoofd er handig mee en maakte er aan het uiteinde een knoopje in. 'Jason we gaan naar mijn vader kun je lopen?' 'Ja' Jade en Alteiro hielpen Jason omhoog en ondersteunde hem bij het lopen.
'Veronique jij komt naast mij lopen' zei de commandant. Veronique haalde de andere soldaten in en ging naast de commandant lopen. 'Hoeveel kilometer is het naar jullie vader?' 'Met het paard ongeveer 2 dagen hiervandaan maar te voet en dit tempo 4 of 5 dagen tenzij we een sneller tempo nemen dan hoogstens 3 tot 4 dagen' 'We kunnen niet sneller dan dit tenzij we ergens paarden vandaan halen' zei de commandant. 'Als we hier afslaan komen we bij verschillende paardenhandelaren' zei Veronique. Ze namen de enige afslag die er was en liepen verder. Ongeveer 45 minuten later kwamen ze in een handels dorpje.
Ze kochten allemaal een paard en reden in galop weg. 'Jade ik kan paardrijden' zei Jason. 'Nee ik ga paardrijden' 'Nee' Jason klom snel op het paard en stak zijn hand behulpzaam naar haar uit. Jade klom voor hem en hij reed achter de andere soldaten aan. Het duurde zoals Veronique had gezegd 2 dagen. Ze kwamen nog voor het donker aan.
Veronique duwde de poortdeuren open en ze liepen het plein op die verlaten was. Iedereen stalde hun paard dicht bij de poort en wachtte op commando's. 'Oké sla hier jullie kampen op' zei de commandant. Jade lag uitgeput met haar hoofd tegen Jason's schouder. 'We zijn er' fluisterde hij en keek op haar neer. Hij hielp Jade naar beneden en vervolgens sprong hij er ook af. Mickey nam zijn paard over en zette die tussen de anderen. Veronique was het huis al binnen en ontstak overal kaarsen en liep vervolgens naar boven toe. Ze opende de deur en werd meteen de kamer ingetrokken en op het bed gegooid. Ze voelde iemand die bovenop haar ging zitten en een mes tegen haar keel zette. 'Wie ben jij?' 'Eboney? ik ben het Veronique' Ze voelde het mes verdwijnen en het gewicht ook. 'Veronique? hoe kan dat nou? je zat toch bij de koning?' Eboney ontstak een kaars en stond met de rug naar haar toe. 'Inderdaad zat' Ze stond op en liep naar hem toe. Ze pakte zijn schouder en wilde hem omdraaien. 'Nee' zei hij en liep van haar weg naar het raam. 'Eboney wat is er? waarom mag ik jouw gezicht niet zien?' Hij antwoordde niet en negeerde haar. 'Ik wil dat je me nog herinnert toen ik geen littekens had' zei hij vervolgens. 'Eboney ik ben je vrouw, dit kun je niet maken' zei ze zacht. 'Ik wil je gezicht zien' beval ze. 'Nee, dat wil je niet' zei hij en bleef standvastig staan. Veronique liep op hem af en draaide hem met een ruk om. Hij had een litteken van zijn linkerwang die schuin omhoog liep naar zijn rechter wenkbrauw. Hij had precies zo'n litteken van zijn rechterwang naar zijn linker wenkbrauw. 'Dat bedoel ik, kijk naar die shock in je ogen ' 'Eboney ik vind het niet erg zoals je er uit ziet je bent en blijft mijn man, ik houd van je zoals je bent' zei ze zacht. Hij keek op haar neer. Veronique kuste hem innig en trok hem mee naar het bed. 'Ik wil dat je doet zoals op onze huwelijks nacht' fluisterde ze in zijn oor. Ze duwde hem van haar af en deed haar harnas uit. Daarna blies ze de kaars uit en ging aan de andere kant van het bed zitten. 'Ik denk niet dat...' Eboney voelde een vinger op zijn lippen en daarna de lippen van Veronique. 'Alles kan en alles mag, en ik heb je te lang moeten missen' zei ze.'Ik jou ook maar, je vader en de anderen dan?' 'Die kunnen vast wel even zonder mij en er staan genoeg soldaten die ons heus op tijd waarschuwen als er gevaar mocht zijn' antwoordde ze. Eboney wilde nog wat zeggen maar Veronique drukte haar lippen op de zijne en trok hem bovenop haar.
Jade en Jason liepen de trappen op naar de kamer waar haar vader altijd lag. 'Vader' zei ze opgewonden en ging bij hem zitten. 'Jade?' haar vader opende zijn ogen en keek haar aan. 'Je bent gegroeid en je haar...' 'Ja vader ik weet het' 'Wanneer ben jij gearriveerd?' 'Vandaag vader , met het leger van de koning' zei ze en pinkte een traan weg. Haar vader kuchte en keek naar zijn dochter. 'Ik hoop dat je gelukkig bent met Jason en dat je vele kinderen op de wereld zet' Haar vader glimlachte en sloot zijn ogen. 'Vader, vader' Jade snapte nu dat haar vader gestorven was. 'Jade je kon er niks aan doen' zei Jason. 'Dat weet ik Jason maar ik had mijn vader bij mijn huwelijk gewild' flapte ze eruit. Hij keek haar met grote ogen aan. 'Dus je wilt wel gaan trouwen?' 'Natuurlijk wil ik dat, ik ben verliefd op je Jason maar ik kon mijn gevoelens nooit uiten' legde ze uit. Ze begon te huilen en keek weer naar haar vader. 'Lieve vader ik hoop dat u vrede vind in de hemel' zei ze en gaf een kus op zijn voorhoofd voordat ze de laken over zijn hoofd trok. 'Kom we gaan de commandant waarschuwen. Ze liepen naar buiten waar het kamp al op was gezet. De commandant was bezig met het maken van bouillon soep. 'Commandant ik wil graag melden dat mijn vader zonet aan zijn verwondingen is gestorven' zei Jade en probeerde haar tranen in te houden. 'Dat spijt me heel erg' zei de commandant en liep naar haar toe. 'We zullen hem ergens begraven wat hem eer doet' zei hij en zette zijn hand op haar schouder. 'Dank u wel commandant' 'Je kunt beter nu wat gaan slapen morgen gaan we je vader begraven' Hij liep weer terug naar zijn soep en ging verder. 'Een goede nacht' Ze liep naar de achterste tent en ontstak een kaars. 'Hey kijk we kunnen haar schaduwen zien' zei Alteiro. Alle soldaten keken naar de schaduw van Jade die al haar kleding uittrok. Jason rolde met zijn ogen en lachte 'Maar, dat is niet voor jullie' zei hij en liep naar haar tent en kwam onaangekondigd binnen. De mannen zagen aan de schaduw van Jade dat ze schrok. Daarna keken ze naar de schaduw van Jason die haar vastgreep en inning kuste. 'Zo die heeft lef' zei Jasper. Alle soldaten begonnen te lachen toen de kaars van de tent uitging.
'Jason waarom deed je dat nou? nu zie ik niks meer' jammerde Jade. 'Nou nu denken ze dat we wat aan het doen zijn en dan kun jij je rustig aankleden zonder dat ze iets zien' Jade pakte een wit iets en gooide die over haar hoofd. 'Waar ga jij slapen?' vroeg ze. 'Ach waarschijnlijk bij een van de andere soldaten' zei hij droog. 'Nouja ik ben ook een van die soldaten' zei Jade en zocht naar haar bed. 'Laat mij jou even helpen' Zei Jason en hielp haar het bed in. 'Waarom blijf je niet bij mij?' vroeg ze zijn arm vasthoudend. 'Wil je niet liever alleen slapen?' 'Nee kom op zeg ik heb tussen die mannen daar in moeten wassen, en ik heb bij 2 van hun in een tent moeten slapen' Hij trok met een ruk zijn arm terug. 'Wat? dus hun hebben jou...' Hij zweeg. 'Jason we hebben niks gedaan als je dat denkt, ik moest wel anders dan kon ik niet naar jou zoeken...' zei Jade geschrokken en ging recht op zitten. 'Hoe weet je zeker dat niet een van hun bovenop jou heeft gekropen terwijl je sliep?' vroeg hij. 'Omdat ik dan wakker zou zijn geworden' 'Wie zegt dat? misschien sliep je wel heel diep' 'Jason wat heb jij nou ineens?' 'Dat je mijn verloofde bent en dat je gewoon met vreemde mannen bent gaan wassen, dat kan gewoonweg niet...' zei hij kwaad. 'Jason doe niet zo absurd er is niks gebeurt tussen een van hun of mij, vraag het na aan Veronique' 'Sliep zij in dezelfde tent dan?' vroeg hij. 'Nee maar zij moest zichzelf ook wassen met al die mannen' Het was weer doodstil tussen Jade en Jason. 'Weet je wat als je me niet gelooft doen we het anders' Jade sprong op en keek naar Jason. Haar ogen waren gewend aan het duisternis en zo kon ze hem makkelijker zien. 'Neem mijn maagdelijkheid als ik het zo kan bewijzen' zei ze en pakte zijn handen en legde die op haar heupen. 'Toe dan, dan weet je zeker dat ik nog maagd ben' bitste ze tegen hem. Ze voelde dat haar japon een stukje werd omhoog gestroopt. Ze verstijfde en begon sneller te ademen, maar in haar achterhoofd hoorde ze dat hij het toch niet zou doen. Jason haalde zijn handen weg en haar japon viel weer naar beneden. 'Nee, ik wil zo geen bewijs...' 'Hoe Jason kan ik je dan bewijzen dat ik niet iets raars heb gedaan?' Het was weer stil en ze voelde zijn handen op haar heupen rusten. 'Ik wil dat je met mij aan het hof gaat trouwen, meteen als we daar aankomen' fluisterde hij hees. Jade duwde zijn handen van haar af en deed een stap achteruit. 'Maar dat kun je mij niet maken, ik wil trouwen maar zo snel al?' 'Dat is wat ik van je eis als je perse iets wilt bewijzen' 'Nee, alles buiten dat, ik wil met je trouwen, maar niet zo snel, en niet in deze rotperiode' 'Prima, welterusten' zei hij koeltjes en kuste haar vervolgens op haar voorhoofd en liep de tent uit. Jade riep nog 3x zijn naam en begon zachtjes te huilen. Ze pakte haar ring die ze vanaf haar 16de al droeg van haar vinger en liep de tent uit. 'Nou als dat het is wat jij wilt kun je deze maar beter ook terug krijgen en geven aan een ander' schreeuwde Jade naar Jason die zich omdraaide naar haar. Ze gooide de ring naar hem toe zo hard als ze kon en liep vervolgens kwaad haar tent weer in. De ring kwam voor zijn voeten terecht en hij pakte hem op, en stopte het in zijn buideltje waar ook geld in zat. 'Dat betekent dus, dat ze niet verloofd of iets meer is' zei Simon en slurpte zijn laatste beetje bouillon op. 'Ik denk het ook' zei Jasper.
De volgende morgen braken ze de tenten weer op en haalde ze de baron uit zijn kamer en brachten hem naar een plek met uitzicht. Ze begroeven hem op een Koninklijke manier en vertelde er mooie gebeden bij. Daarna stapte Jason op zijn paard en keek naar Jade. 'Jade zou je met mij willen meerijden?' vroeg Simon en stak zijn hand naar haar uit. Jade keek even naar Jason en klom toen voor bij Simon erop. Hij liet zijn paard in galop gaan en reed achter de commandant aan.
