Hoofdstuk 6
Harry zat met zijn handen in het haar aan zijn bureau. Er waren weer twee nieuwe sterfgevallen binnengekomen. Hij kende geen van beide tovenaars, maar het feit dat er tegenwoordig dagelijks doden vielen was zorgwekkend.
Het was alweer een paar dagen geleden dat de Orde voor het eerst bij elkaar gekomen was. De opkomst was erg laag; Charlie, George en Angelique waren gekomen, evenals Percy, maar Bill en Fleur konden, zoals voorspeld, niet komen. Ook Marcel en Loena hadden geen tijd. Dedalus Diggel, Hecuba Jacobs, Teddy en Hagrid waren wel aanwezig, wat het totale aantal Ordeleden op dit moment op 15 personen bracht.
Harry wilde het ministerie niet om hulp vragen; Droefus Malkander was betrouwbaarder dan Droebel of Schobbejak ooit geweest was, maar het was ook een ongelofelijke kluns die ongetwijfeld zijn mond voorbij zou praten tegenover de pers. Harry had er al wel over nagedacht om wellicht wat schouwers in te schakelen, maar hij besloot daarmee te wachten totdat hij wist wie achter de moorden zat.
Wat dat betreft zaten ze op een dood spoor; de enige aanwijzing die ze hadden, was een oude heks die Albus verklaarde dat ze een lange man had gezien voor het huis van haar buurman, de avond dat hij vermoord werd, en ze konden moeilijk iedere lange tovenaar gevangen nemen.
Willem Ongans, hoofd van de Schouwersopleiding, kwam zijn kantoor binnengelopen.
Ongans was een lange, kalende man met een lang gezicht en hoekige bril. Hij werkte al jaren als schouwer en was de aangewezen persoon om jonge schouwers op te leiden.
'Waar kan ik je mee van dienst zijn?'
Ongans wreef over zijn kin.
'We komen mensen te kort.'
'Hoe bedoel je?'
'We zijn bezig met de dueleer trainingen, maar Pieren is niet komen opdagen en dus hebben we iemand anders nodig om zijn leerling te trainen.'
Harry glimlachte. 'En nu wilde je vragen of ik dat zou willen doen?'
'Als het zou kunnen, graag!'
Harry dacht eventjes na. Misschien was het wel goed om eventjes iets te doen om zijn aandacht af te leiden van de moorden. En als Hoofd van het Schouwerhoofdkwartier hoorde hij eigenlijk wel mee te helpen met de trainingen van nieuwe rekruten.
'Ok, ik doe mee.'
Harry liep achter Ongans aan door de gang richting de duelzaal van de Schouwersopleiding. Hij was daar niet meer geweest sinds hij zelf op de opleiding gezeten had, en allerlei herinneringen aan die dag kwamen terug. Hij herinnerde zich hoe hij Ongans totaal verbluft had door hem bij zijn eerste poging al te verlammen, en hoe Boudewijn Hilarius, het toenmalige Hoofd van de Schouwers, hem geprezen had vanwege zijn perfecte ontwapeningsspreuk.
Toen Harry de duelzaal binnen stapte, was het alsof hij terug stapte in de tijd. Hij voelde zich weer een jongen van achttien, net de zware strijd tegen Voldemort achter de rug en nu, samen met Ron, klaar om zich op een volgend avontuur te storten. Overal in de zaal waren leerlingen en Schouwers in duel; hij zag hoe Bootsman geraakt werd door een verstijvingsspreuk en hoe de leerling van Ronderaar een sterke schildspreuk afvuurde. Ongans leidde Harry naar zijn leerling, een magere, lange jongen met gitzwart haar en een bleke huid.
'Harry, dit is Marco Hilarius.' vertelde Ongans. 'Hilarius, dit is Harry Potter, Hoofd van de Schouwers en vandaag jouw tegenstander.'
De ogen van de jongen werden groot toen Ongans Harry's naam noemde, en ze flitsten direct naar Harry's voorhoofd, waar nog altijd een vaag, bliksemvormig litteken te zien was.
'Zo, Hilarius dus? Ben je toevallig familie van Boudewijn Hilarius?'
De jongen knikte.
'Dat is mijn grootvader.'
Het viel Harry op dat de stem van de jongen, ondanks het feit dat hij zo onzeker overkwam, heel kalm en helder klonk.
'Hoe oud ben je?'
'Twintig jaar.'
'Ok, dus je bent al een tijdje van Zweinstein af. Wat heb je in de tussentijd gedaan?'
Marco Hilarius keek Harry recht in zijn ogen aan; zijn ogen waren helder blauw.
'Ik heb mijn vader geholpen in zijn antiekwinkel, en ik heb wat rondgereisd door de wereld.'
Harry vroeg zich af of de vader toevallig André Hilarius was, een Zwadderaar waar hij ooit tegen gezwerkbalt had.
'Afijn, laten we beginnen met ons duel. Ik neem aan dat je weet hoe je moet duelleren?'
De jongen knikte.
'Mooi, dan kunnen we beginnen.'
Harry en Hilarius gingen tegenover elkaar staan en bogen. Ze hieven beide hun toverstokken op en hielden die als zwaarden vast.
'Een-twee-DRIE!'
Harry vuurde een verlammingsspreuk af op Hilarius, maar die wist hem te ontwijken en vuurde een ontwapeningsspreuk af op Harry. Harry schreeuwde 'PROTEGO!' en de spreuk werd afgekaatst. Op het moment dat Harry een nieuwe spreuk wilde afvuren, vloog de deur open en hoorde Harry een bekende stem zijn naam roepen. Hij keek om en zag Ron het lokaal binnen rennen, met in zijn hand de Ochtendprofeet.
'Expeliarmus!'
De stok van hulst en feniksveer vloog uit Harry's hand en kletterde op de grond. Marco Hilarius keek opgewonden naar Harry, verbaasd over het feit dat hij de grote Harry Potter had weten te verslaan in een duel. Harry herinnerde Hilarius er niet aan dat hij afgeleid was door Ron; in plaats daarvan pakte hij de Ochtendprofeet en keek naar de voorpagina.
DERDE MOORD IN EEN DAG
Zijn maag draaide om bij het zien van de foto; Simon Filister keek hem breed glimlachend aan. Simon had jarenlang bij Harry in de klas gezeten op Zweinstein, en ze hadden zelfs zes jaar lang op dezelfde kamer geslapen. Nadat ze van Zweinstein af waren gegaan, hadden Simon en hij elkaar niet meer zo vaak gesproken, maar toch kwam zijn dood hard aan bij Harry. Hij voelde zich misselijk worden en kon zich er niet toe brengen de rest van het artikel te lezen. Hij dacht aan wat Ron gezegd had: alle doden leken iets met hem te maken te hebben. Kwekkenboom, Stalpeert, Cho Chang en nu Simon. Zonder nog iets te zeggen tegen Ron of tegen de verbaasde Hilarius, liep Harry het lokaal uit.
