Ik wil dit hoofdstuk graag beginnen met een AN, omdat het misschien iets anders in elkaar zit dan jullie verwachten. Zoals de titel al aangeeft, komen hier o.a. de interviews aan bod. Wat Katniss en Peeta te vertellen hadden, weten we natuurlijk allemaal al. Daarom heb ik geprobeerd om iets meer aandacht te geven aan een paar andere tributen. Verwacht echter geen volledig uitgeschreven dialogen met Flickerman, ik heb het op een iets andere manier gebracht. Eén van de redenen hiervoor was dat het hoofdstuk anders toch wat te lang zou worden.

In het originele boek wordt er gesuggereerd dat er na de interviewsessies nog een soort straatfeest voor de mensen van het Capitool volgt. Eerst was ik van plan daar een kort stukje over te schrijven, maar ik geraakte op dreef en uiteindelijk is dat gedeelte behoorlijk lang geworden. Toch ben ik zelf tevreden met het uiteindelijke resultaat: in verhalen die geschreven zijn vanuit een tributen POV zal je over dat feest weinig of niets te weten komen, dus het leek me leuk om op deze manier ook eens een andere kant te tonen van de Spelen en alles wat erbij hoort.

In dit hoofdstuk staat ook een korte verwijzing naar één van de tributen uit de syot van LeviAntonius (71ste Spelen). Omdat ik zijn verhaal erg goed vind, leek het mij leuk om er zoiets in te steken. Via een PM aan Levi heb ik hiervoor toestemming gevraagd en gekregen. Daarnaast heb ik mij in dezelfde paragraaf ook laten inspireren door een andere Nederlandstalige fanfic, die inmiddels wel stopgezet en verwijderd is. Aan de schrijver daarvan heb ik ook een PM gestuurd waarin ik vertelde wat ik van plan was, maar hierop heb ik geen echt antwoord gekregen. Daarom heb ik hier de naam weggelaten en het district veranderd.

Dit is allemaal bedoeld als een soort van 'eerbetoon' en zeker niet als plagiaat of zo. Hopelijk stoort niemand zich eraan, want dat was zeker niet mijn bedoeling!

Veel plezier met lezen en jullie meningen zijn altijd welkom!

HOOFDSTUK 7: DE INTERVIEWS

Ik zet de tv aan, kies voor de optie 'digitaal' en ga rechtstreeks naar het gokkanaal. Het introductiescherm geeft een overzicht van alle officiële weddenschappen. Door met de afstandsbediening een weddenschap te selecteren kan je meer informatie opvragen. Je effectief inschrijven kan enkel in een gokkantoor omdat je daarvoor minstens 16 moet zijn. Ik mag nog niet wedden, maar het is altijd interessant om te zien hoe de kansen van de deelnemers ingeschat worden.

De lijst van weddenschappen is lang. Je kan gokken op de winnaar, op wie er als allereerste zal sterven, op het aantal tributen dat tijdens de openingsdag al zal sneuvelen, en op nog veel meer. Cato uit district 2 is dit jaar duidelijk favoriet. Wie op zijn overwinning gokt, krijgt slechts twee keer zijn inzet terug. Een heel verschil met Rue uit 11, die genoteerd staat met 32 tegen 1. Misschien zullen ze de ratings na de interviewsessies van vanavond nog een beetje bijstellen, maar de grote lijnen zijn nu al duidelijk.

Ik schakel wat heen en weer tussen de verschillende menu's en zie dat de bookmakers blijkbaar hoge verwachtingen hebben van Katniss. Bij zowat alle weddenschappen staat ze vrij gunstig genoteerd, ondanks het feit dat ze uit 12 komt. Dat district staat gewoonlijk bekend als het zwakste van allemaal, al komt daar dit jaar dus misschien verandering in. Ik vraag me af wat ze straks tijdens haar interview te vertellen zal hebben. Ze zal waarschijnlijk wel heel wat sponsors krijgen, want tot nu toe is ze hét gespreksonderwerp van deze Spelen. Voor Kivo ziet het er allemaal een stuk minder goed uit, maar die nare gedachte duw ik snel weer weg.

Ik laat het gokkanaal voor wat het is en trek me terug in mijn badkamer. Vanavond wil ik er piekfijn uitzien. Eerst neem ik een uitgebreide douche met zeep die naar lavendel ruikt. Daarna wrijf ik mijn haren in met een gel die hun donkerblauwe kleur extra uit de verf doet komen. Nadat ik mijn zwarte jurk aangetrokken heb, ben ik nog minstens een kwartier in de weer met het aanbrengen van mijn make-up en het kiezen van de sieraden die ik vanavond zal dragen. Na lang nadenken doe ik de gouden halsketting om die mijn vader me voor mijn vijftiende verjaardag gegeven heeft. Die past mooi bij het diepzwart van de jurk.

Wanneer ik eindelijk klaar ben, hoor ik in de woonkamer de stemmen van mijn ouders. Ze zitten waarschijnlijk al op me te wachten en ik weet dat ik moet opschieten. Haastig trek ik mijn schoenen aan. Nu komt het moment van de waarheid.

Ik denk niet dat ze zullen merken dat ik mijn jurk van vorig jaar gewoon geverfd heb in plaats van een nieuwe te kopen, maar zeker weten doe je het natuurlijk nooit. Ze zouden me niet verbieden om naar de interviews te gaan, maar ze zouden wel teleurgesteld zijn. Niemand gaat twee keer in dezelfde kleren naar een belangrijk evenement als dit, zeker niet als je rijke ouders hebt. Gelukkig heb ik er aan gedacht om de resterende kleurtabletten samen met de verpakking in een afvalkoker te gooien. Voor alle zekerheid heb ik daarna de wasmachine laten draaien met een lege trommel, zodat alle verf zeker uit de leidingen verdwenen zou zijn.

Ik laat de badkamerdeur achter mij dichtvallen en ga naar de woonkamer. Mijn moeder blijft even naar mijn outfit kijken en doet dan haar mond open.

"Heel erg mooi, Aludra. Ik heb altijd gezegd dat die witte jurk van vorig jaar heel goed bij je figuur paste, dus ik vind dat je een goed idee gehad hebt door er deze keer één met vrijwel dezelfde snit te kopen. Die gouden ketting van je vader past er ook heel goed bij!"

Ik zet mijn breedste glimlach op. "Ik ben blij dat jullie het mooi vinden," antwoord ik. "Wanneer vertrekken we?"

"We zaten eigenlijk op je te wachten, dus we kunnen nu meteen gaan."


We wandelen door de drukke straten richting Stadscirkel. Mijn moeder had eigenlijk met de auto willen gaan, rijke families gaan doorgaans met hun eigen wagen naar grote festiviteiten. Omdat we niet zo ver van de Cirkel wonen en het vinden van een parkeerplaats vanavond ongetwijfeld een heel karwei zal zijn, heeft ze uiteindelijk toch ingestemd met het voorstel van mijn vader om te voet te gaan.

Zodra we op de Stadscirkel zijn, banen we ons een weg door de menigte, richting VIP-ingang. Op het plein zelf zijn er enkel staanplaatsen, maar naast het podium waarop de interviews zullen plaatsvinden heeft men een tribune voor de belangrijkste gasten neergezet. De eerste rijen zijn natuurlijk voorbehouden voor de stylisten, de ministers uit de regering en andere machtige capitoolinwoners. Toch is mijn vader als baas van de Minerva-winkelketen nog net belangrijk genoeg om drie stoelen op deze tribune te mogen reserveren. Ook al zitten we ergens achteraan, we zullen nog steeds een veel beter zich op het podium hebben dan eender wie op het plein.

We tonen onze VIP-tickets en worden naar onze plaatsen begeleid. Deze met rood fluweel beklede stoeltjes zullen in ieder geval een stuk comfortabeler zitten dan de banken in de tribune van de openingsceremonie. De personen rondom ons herken ik allemaal, ze zitten immers elk jaar opnieuw in deze tribune. Links en rechts hoor ik mensen positieve opmerkingen over mijn jurk maken. Niemand heeft door dat het eigenlijk die van de vorige keer is.

"Waarom zit je zo te lachen, Aludra?" vraagt mijn moeder opeens.

"O, niks. Ik dacht gewoon aan iets grappigs," antwoord ik snel. "Ik denk trouwens dat ze zo meteen gaan beginnen."

De grote toegangsdeuren van het Trainingscentrum gaan open terwijl het volkslied over het plein weerklinkt. Alle 24 tributen lopen in een lange rij naar buiten, begeleid door vredebewakers. Vanuit onze tribune hoor ik meteen een hele reeks commentaren opstijgen.

"Die stoere outfits van Cato en Clove zijn echt iets voor een beroepsdistrict!"

"Kan best zijn, maar ik vind wat Glinster en Wonder dragen veel mooier. Heb je haar schoenen al goed bekeken? Morgen laat ik meteen een bestelling plaatsen voor twee paar in mijn maat!"

"Ik weet ook wel dat district 8 textiel produceert, maar die hoepelrokken van hun meisjestribuut zijn wel heel erg wijd. Hoeveel lagen katoen en zijde zouden daarin zitten? Die jurk weegt vast een ton."

Ik geef mijn moeder een zachte por met mijn elleboog.

"Kijk eens naar dat topje van het meisje uit 4. Ik vind het wel mooi, maar het ziet er een beetje raar uit. Heb jij een idee welke stof dat kan zijn?" vraag ik.

"Dat is helemaal geen stof," antwoordt ze, "dat zijn schelpjes."

Ik knijp mijn ogen een beetje dicht tegen het felle licht en zie dat ze gelijk heeft.

"Is dat niet oncomfortabel om te dragen?"

"Er zal wel een dun laagje stof onder zitten waarop ze vast genaaid zijn, denk ik."

De tributen gaan op hun podiumstoelen zitten en de laatste tonen van het volkslied sterven weg. De verschijning van Caesar Flickerman, al jaren lang de presentator van de interviews, brengt meteen een luid applaus op gang. Hij heet ons allemaal welkom op deze 74ste interviewavond en somt nog eens de voor- en familienaam van alle tributen op terwijl de camera's hen één na één in beeld brengen. Ondertussen hebben de assistenten zijn rode pluchen stoel al tegenover die van Glinster geplaatst. Na elk individueel gesprek zal de stoel mee opschuiven, totdat we bij Peeta Mellark uit district 12 zijn.

De interviews zijn dit jaar een succes. Beroepstributen brengen het er meestal goed vanaf omdat ze zich lang genoeg op dit moment hebben kunnen voorbereiden. Andere kinderen, die niet vrijwillig deelnemen, zijn soms te zenuwachtig of gewoon te bang om een leuk interview te kunnen geven. Maar dit jaar heeft iedereen - of toch bijna iedereen - wel iets interessants te vertellen.

Glinster, het meisje uit district 1, is als eerste aan de beurt. Ik durf te wedden dat heel wat ontwerpers van feest- en avondkleding haar gouden doorkijkjurk als bron van inspiratie zullen gebruiken voor hun nieuwe collecties die dit najaar in de winkels zullen liggen. Cato uit district 2 is een typische Beroeps: tijdens zijn interview zet hij zichzelf overtuigend neer als een meedogenloze tegenstander en hij is duidelijk vast van plan om de eindoverwinning binnen te halen.

Zijn districtspartner Clove klinkt in haar gesprek met Caesar eveneens als een getrainde vechtster. Ze blijft maar doorpraten over die ene keer dat een klasgenote zo dom was om met haar in discussie te gaan over de vraag wie dat geldstuk op de speelplaats als eerste had zien liggen. De tributen uit district vier laten zich niet echt afschrikken door al die pogingen om de andere kandidaten te intimideren. Ook zij zijn en blijven Beroeps, en dus te duchten concurrenten, zo beweren ze allebei.

Met het vallen van de avond koelt het een beetje af, maar hier tussen al die mensen heb ik het nog steeds erg warm. Gelukkig komen er een paar bedienden met plateaus vol gratis drankjes langs. Ik neem een glas koud spuitwater en richt mijn aandacht weer op het podium.

Het roodharige meisje uit 5 vertelt het publiek een paar geweldige anekdotes over haar spiekmethodes en andere manieren om ouders en leerkrachten om de tuin te leiden. In district 5 krijgen de kinderen blijkbaar in vrij grote groepen les, en zij is er ooit in geslaagd om bij een vak dat ze echt niet graag deed heel regelmatig te spijbelen zonder dat de leraar het ooit gemerkt heeft. Vervolgens legde ze toch nog een erg goed examen af, ook al heeft ze de cursus enkel doorbladerd in plaats van hem grondig in te studeren.

Zij zal in de arena duidelijk meer op haar verstand dan op haar fysieke kracht vertrouwen, en door aan heel Panem te vertellen wat ze allemaal al heeft uitgespookt laat ze ook meteen zien dat ze geen bangerik is. Voor haar maakt het nu trouwens niets meer uit: over enkele weken is ze ofwel dood, ofwel een winnares die definitief van de schoolbanken verlost is en ook niet moet gaan werken.

Het ene na het andere interview volgt, en zoals elk jaar kan je voelen dat de aandacht van het publiek langzaam maar zeker begint te verslappen. Van het meisje uit acht onthoud ik vooral dat haar ouders haar bij het afscheid aangeraden hebben om ook de arena zelf niet te onderschatten als tegenstander. Volgens hen maken veel tributen de fout om zich vrijwel uitsluitend bezig te houden met hun menselijke vijanden, terwijl dingen zoals honger en infecties minstens even gevaarlijk kunnen zijn. Ze heeft dan ook een heel aantal uren bij het lesonderdeel van de eetbare, geneeskrachtige en giftige planten doorgebracht. Hoewel ze ons natuurlijk geen details mag geven, was de leraar blijkbaar toch vrij tevreden over haar. Daarom denkt ze dat ze heel misschien toch een kans maakt, ook al kan ze eigenlijk helemaal niet zo goed vechten. Maar ze zal de omgevingsgevaren zeker niet onderschatten, en proberen om zich zo goed mogelijk te beschermen tegen uitdroging of onderkoeling.

De gesprekken van de tributen uit district 9 vind ik eigenlijk niet zo interessant. Er blijft weinig van hangen, ook al doen beide kinderen duidelijk hun best om Caesars vragen zo spontaan en uitgebreid mogelijk te beantwoorden.

Maar wanneer Kivo aan het woord komt ben ik opnieuw één en al aandacht. In tegenstelling tot meeste jongenstributen draagt hij een interviewoutfit zonder mouwen. De effen leren band zit nog steeds om zijn rechterbovenarm. Zou dat misschien zijn districtsaandenken kunnen zijn?

Jammer genoeg is Kivo één van de weinigen dit jaar die nogal aan de stille kant is. De vraag hoe hij aan zijn manke voet gekomen is, wil hij liever niet beantwoorden. Het enige dat hij ons vertelt, is dat hij zich altijd een beetje zorgen gemaakt heeft over zijn toekomst. De bedrijfstak van zijn district is veeteelt, en hij komt uit een arme familie van herders. In zijn vrije tijd helpt hij af en toe bij een boer om de schapen te scheren en de wol in te pakken voor de verzending naar district 8. Al levert dat werkje hem blijkbaar toch minder geld op dan hij gedacht had.

Het is wel duidelijk dat hij met zijn been geen kuddes zal kunnen hoeden, en hij vreest dat hij daarom later misschien nooit een goede baan zal kunnen vinden. Iemand met een handicap als de zijne heeft in district 10 eigenlijk enkel toekomst als geneticus, laborant of dierenarts en zijn familie heeft beslist niet genoeg geld om de nodige studies te betalen. Bovendien zijn wetenschappen op school niet zijn sterkste vakken. Zijn ouders hebben ook geen grote veefokkerij die hij later kan overnemen.

Caesar antwoordt hem dat zijn probleem vanzelf opgelost is als hij de Spelen wint, iets wat het publiek bevestigt met instemmend gejuich. En dan gaat de zoemer en komt de volgende tribuut naar voren.

De meeste mensen zullen Kivo's interview maar saai gevonden hebben. Toch weet ik zeker dat het bij mij wél zal blijven hangen, omdat het mij doet denken aan een paar verhalen die ik in de Garage heb gehoord. Doran is toch ook zijn werk verloren omdat hij niet goed meer kan stappen? Nu lijkt Kivo nog meer op hem. Heel eventjes keert het onbehaaglijke gevoel van de Boete terug en ik neem mezelf nogmaals voor om hem zeker minstens één keer te sponsoren.

Ik zit met mijn gedachten zodanig bij Kivo's woorden dat de gesprekken met de tributen uit 11 grotendeels aan mij voorbijgaan. Maar wanneer district 12 aan de beurt is, ben ik weer helemaal bij de les. Opnieuw slagen Katniss en Peeta erin om alle aandacht volledig naar zich toe te trekken, ook de mijne. Geïnteresseerd luister ik naar hun interviews. De jurk van Katniss is verreweg de mooiste van allemaal - die Cinna is echt een natuurtalent - en Peeta zorgt voor dé verrassing van de avond door te bekennen dat hij al jaren stiekem van haar houdt. Voor zover ik weet is dit nog nooit gebeurd: een tribuut die openlijk toegeeft verliefd te zijn op één van zijn tegenstanders. Hier zal beslist nog dagen over gesproken worden.

Tijdens het volkslied dat het einde van de interviewreeks aankondigt, zie ik dat Cato een paar boze blikken richting Katniss werpt, ook al lijkt ze het zelf niet op te merken. Hoewel hij het niet met zo veel woorden gezegd heeft, is hij er volgens mij van overtuigd dat dit zijn Spelen moeten worden. Hij wil winnen, hij wil de ster van deze 74ste editie zijn. Maar wie staat er al vanaf dag één in het middelpunt van de belangstelling? Wie bood zich geheel onverwacht vrijwillig aan, had het beste strijdwagenkostuum en de hoogste trainingsscore? Een meisje, dat op de koop toe ook nog eens uit het kleine en onpopulaire district 12 komt. En dat haar districtspartner haar nu zijn liefde verklaard heeft, maakt het er beslist niet beter op. Ik denk dat Cato en Katniss weleens elkaars grootste tegenstanders zouden kunnen zijn. Dat belooft wat voor de echte Spelen, die morgenochtend eindelijk zullen beginnen.


De vierenzeventigste interviewreeks zit erop. Caesar Flickerman wenst ons allemaal nog een fijne avond, de tributen en hun begeleiders verdwijnen in het trainingscentrum. Al snel is het podium helemaal leeg. Maar op het plein en in de zijstraten kan je nog steeds over de koppen lopen. Nu begint immers het jaarlijkse Straatfestival, dat traditioneel plaatsvindt op de vooravond van de Hongerspelen.

De meeste straten binnen de Ringweg blijven de komende uren verkeersvrij om ruimte te bieden aan de feestvierders. Zowat alle restaurants zullen vanavond gouden zaken doen, net als de uitbaters van de openluchtbioscopen. In alle parken en op alle pleinen in de binnenstad zijn er podia neergezet, waar je naar de optredens van allerlei bekende en minder bekende bands kan gaan kijken, net zoals bij de traditionele zomerfestivals. Dit is een avond waarop iedereen zich amuseert en niemand vroeg gaat slapen. Het Straatfestival is altijd één van mijn favoriete onderdelen van de Spelen geweest.

Mijn ouders hebben een tafel voor drie gereserveerd in één van de duurste restaurants van het Capitool, pal tegenover het Trainingscentrum. We hebben afgesproken dat ik samen met hen zal eten, maar dat ik daarna in de stad mijn vriendinnen ga opzoeken.

De portier van het restaurant houdt de toegangsdeur voor ons open. Ik volg mijn ouders naar binnen en enkele minuten later staan we op het grote dakterras aan te schuiven bij een gigantisch zelfbedieningsbuffet. We scheppen onze borden vol delicatessen en gaan op zoek naar onze plaatsen.

De tafel die we gereserveerd hebben staat ergens aan de rand van het dakterras, in de schaduw van het Trainingscentrum. Ik kijk omhoog naar het silhouet van de twaalf verdiepingen hoge toren dat afsteekt tegen de kunstverlichting van het Capitool en wijs naar boven.

"Kijk mam, zijn dat mensen daar op het dak van het Trainingscentrum?"

Mijn moeder volgt mijn blik.

"Ja, nu zie ik het ook. Ik denk dat ze met zijn tweeën zijn."

"Misschien zijn het tributen die naar het Straatfestival willen kijken," antwoord ik. Maar vanaf deze afstand kunnen we niet zien wie het zijn.

"Hé, dat is nog eens een leuke verrassing!" horen we achter onze rug. "Wat een toeval dat we elkaar in deze drukte toch nog tegenkomen!"

We draaien ons om en daar staat Monica, de beste vriendin van mijn moeder die een eind verder op onze gang woont. Ik vraag me af hoe lang ze vandaag bij de kapper gezet heeft, want haar haren zijn volgens een ingewikkeld model opgestoken en in twee verschillende kleuren geverfd.

"Je hebt een mooie jurk aan, Aludra!" gaat ze verder. "Droeg jij vorig jaar geen jurk die op deze leek, maar dan in een andere kleur?"

"Dat klopt," zeg ik, "iedereen vond mijn witte jurk van vorig jaar zo mooi dat ik er één in dezelfde stijl wilde."

"In het zwart vind ik hem eerlijk gezegd nog mooier. Heb je er erg lang naar moeten zoeken?"

"Dat viel eigenlijk best mee. Ik heb er minder dan een uur over gedaan."

Monica begint met mijn moeder te praten en dat is maar goed ook, want het kost mij moeite om mijn gezicht in de plooi te houden. Ze moest eens weten wat ik écht bedoelde met mijn laatste antwoord.

We zetten ons aan tafel en beginnen aan ons feestmaal. Na vier porties heb ik eigenlijk meer dan genoeg gegeten, maar ik wil dolgraag de verschillende desserten uitproberen die nu door de kelners op de buffettafel gezet worden. Gelukkig staan er her en der kleine tafeltjes met porties vomito. Een aantal mensen verdwijnt met een glaasje richting toiletten, en ik volg hun voorbeeld. Wanneer ik terugkom, drink ik meteen een beker cola om de zure smaak in mijn mond weg te spoelen en dan zet ik mijn glaasje weer op het tafeltje tussen alle lege die er al staan. Vomito drinken op een feestje is de gewoonste zaak van de wereld, al is het mij wel al opgevallen dat tributen en hun mentoren het nooit lijken te doen.

Nadat ik klaar ben met het dessert, zeg ik tegen mijn ouders dat het voor mij tijd is om te vertrekken. Merope, Sirrah en ik hebben afgesproken bij het herdenkingsmonument voor de kinderen die stierven toen hun school gebombardeerd werd. Ik zou er rechtstreeks heen kunnen gaan, maar eerst maak ik nog een omweg langs onze flat om andere schoenen aan te trekken en van de gelegenheid gebruik te maken om naar het toilet te gaan. Ik ruil mijn hoge hakken voor zwarte leren laarsjes met een platte zool. Wie naar een rockconcert wil gaan, kan beter stevige schoenen dragen. Zeker wanneer de festivalweide een grasveld midden in het grootste park van het Capitool is.


Een kwartier later ben ik te voet onderweg naar het herdenkingsmonument. Er zijn veel mensen op straat en ik vang flarden op uit het gesprek van een groepje dat dezelfde kant opgaat als ik. Zo te horen hebben ze het over de meest opvallende tributen van de vorige jaren.

"Ik vind eigenlijk alleen de Beroepstributen echt interessant. De kandidaten uit de andere districten zijn vaak zo onopvallend dat je ze na afloop van de Spelen al snel weer vergeten bent. Tenzij ze winnen natuurlijk."

"Dat geldt toch zeker niet voor allemaal hoor! Neem nu bijvoorbeeld het meisje dat tijdens de eenenzeventigste Spelen district 9 vertegenwoordigde. Daar wordt nu nog altijd over gesproken."

"Pandora Ronan? Natuurlijk herinner ik mij dat nog. Al vanaf het moment dat ze begon te lachen na de trekking van haar naam, wist ik dat ze gestoord was. Kleurloos kon je haar inderdaad niet noemen!"

"Dat doet mij er aan denken dat er ooit een albino uit district 5 heeft meegedaan aan de Spelen."

"Ja, dat was waarschijnlijk de meest kleurloze tribuut die we ooit hebben gehad!"

Het groepje lacht luid om de zeer flauwe woordspeling.

Ik ben bijna aan het monument wanneer ik twee bekende gezichten zie naderen.

"Dennis en Alcyone!" roep ik verrast in hun richting. "Ik had nooit gedacht dat ik jullie uitgerekend vanavond tegen het lijf zou lopen."

"Waarom niet?" antwoordt Alcyone. "We wouden er graag bij zijn op dit feest."

"Hoezo? Ik dacht dat jullie niet graag naar de Spelen keken?"

"Wij mogen dan wel absoluut geen fans van de Hongerspelen zijn, maar zo'n Straatfestival vinden we nog wel een mooie traditie," legt Dennis uit. "De buren zouden het trouwens raar vinden moesten we vanavond thuis blijven, en je weet hoe snel er geroddeld wordt. Dat is trouwens ook de enige reden waarom we in de krant toch nog de allerbelangrijkste gebeurtenissen uit de Spelen proberen te volgen. Maar de tv-beelden ervan hoeven we echt niet te zien."

Nee hé, daar gaan we weer, denk ik bij mezelf.

"Zeker niet nu ze een klein meisje en een manke jongen dwingen om mee te doen!" vult Alcyone aan.

De verontwaardiging in haar stem is duidelijk te horen. Ineens moet ik weer terugdenken aan hoe ik me tijdens de Boete van district 10 voelde. Ik ben toen zelfs de kamer uitgegaan omdat ik het geen tweede keer wilde zien. Dennis merkt blijkbaar dat iets mij dwars zit, want hij verandert snel van onderwerp.

"Talitha heeft mij al laten weten dat ze morgen in de Garage komt werken. Heb jij overmorgen tijd om te komen?"

"Normaal gezien wel. Even denken of ik op die dag andere afspraken heb … nee, het is in orde. Noteer me maar."

Overmorgen is het de eerste dag na het bloedbad, en ik heb al lang geleden gemerkt dat het dan altijd heel rustig is in de arena. De meeste tributen gebruiken die dag om dekking te zoeken en hun kamp op te slaan. Hier in het Capitool zijn we op dat moment allemaal nog druk bezig met de nabespreking van het bloedbad, dus de Spelmakers hebben ook geen enkele reden om die dag al meteen iets speciaals te laten gebeuren.

"Dan verwachten we je overmorgen," bevestigt Alcyone.

"Ik zal proberen er voor te zorgen dat Doran en Leandro niet te fel tekeer gaan tegen de Spelen wanneer jij erbij bent, maar ik kan natuurlijk niets beloven,"voegt Dennis er nog aan toe.

Ik kijk op mijn horloge.

"Shit, ik moet er vandoor. Mijn vriendinnen zitten al op mij te wachten, vrees ik. Straks vragen ze zich nog af waar ik blijf."

"Wacht even," zegt Dennis terwijl hij een kaartje uit zijn zak haalt. "Ik denk niet dat ik ons nieuwe thuisadres al aan jou gegeven heb. Over een paar dagen verhuizen we naar een nieuw appartement in een andere straat. Maar als je ons ooit nodig hebt, dan weet je waar je moet zijn."

"Bedankt," zeg ik en ik neem het kaartje aan. "Maar nu moet ik echt gaan."

"Tot overmorgen!"

Wanneer ik me omdraai, merk ik dat één van mijn schoenveters los zit. Terwijl ik neerhurk om hem weer vast te knopen kan ik achter mijn rug nog net Alcyone horen.

"Dennis, ze is bijna zestien. Wordt het niet stilaan tijd dat ze inziet hoe onmenselijk de Hongerspelen zijn?"

"We kunnen haar onze mening niet zomaar opdringen, Alcyone. Ze zal er zelf achter moeten komen. Ik had daarnet trouwens de indruk dat ze nu eigenlijk al aan het twijfelen is, maar dat ze er nog niet klaar voor is om dat eerlijk aan zichzelf toe te geven."

Ik kom overeind en wandel de laatste 40 meter naar het plein met het monument.

Is dat zo? Twijfel ik aan de Spelen? Vanavond heb ik in ieder geval niet veel zin om daar verder over na te denken. Al heb ik het eigenlijk nooit leuk gevonden dat ze Kivo uitgeloot hebben. Met die manke voet zal hij inderdaad niet ver komen. Zelfs nu, nog voordat de Spelen echt begonnen zijn, is hij al in het nadeel. Want een kreupele zal natuurlijk niet veel sponsors krijgen.

Maar nu zit ik alweer over Kivo te piekeren. Mijn ouders en vriendinnen lijken er geen probleem van te maken, waarom ik dan wel? De tributen uit district 10 blijven hoe dan ook zelden langer dan een paar dagen in leven. Als ze Kivo niet getrokken hadden, dan was er gewoon een ander weerloos kind in zijn plaats gegaan. En daar zou ik ook niet zo veel drukte over gemaakt hebben, want de districten hebben het zelf gezocht. Misschien moet ik die jongen gewoon sponsoren en hem daarna uit mijn hoofd zetten. Dat zou eigenlijk nog het verstandigste zijn.

Ik schrik op uit mijn gedachten wanneer ik bijna tegen een vuilnisbak op wieltjes loop. Die bakken zijn gisteren speciaal overal neergezet omdat er tijdens het Straatfestival zo veel volk op de been is. En je kan zien dat het geen overbodige maatregel is, want deze zit nu al stampvol. Ik duw de opkomende herinnering weg. Hier wil ik nu niet aan denken, niet tijdens het Straatfestival.

"Aludra! Daar ben je dan eindelijk!"

Sirrah en Merope komen achter het monument vandaan,dat centraal op het plein staat.

Merope opent haar handtas.

"We hebben net onze polsbandjes omgedaan, hier is het jouwe."

"Bedankt om ze voor ons alle drie te kopen. Hadden we je genoeg geld meegegeven? En heb je lang moeten aanschuiven?"

"Uuuuren!" grinnikt Merope. "Volgend jaar ben jij aan de beurt!"

Ik knoop het stoffen bandje stevig rond mijn linkerarm. 'Rock & Metalweide 74ste Straatfestival' lees ik. De dunne, zilverkleurige draad waarmee de letters geweven zijn contrasteert goed met de donkerblauwe achtergrond. Wanneer we straks de weide opgaan, moeten we enkel dit bandje laten zien als bewijs dat we betaald hebben. Dat bespaart ons, en ook de organisatoren, een hele hoop gedoe met wisselgeld.


Een half uur later tonen we alle drie netjes onze linkerpols aan de vredebewakers bij de ingang van het park. Ondanks de enorme drukte aan de ingangen geraken we zonder veel problemen binnen. Merope neemt mijn rechterhand en Sirrah's linkerhand. Zo kunnen we elkaar niet kwijt geraken.

Met zijn drieën wandelen we door de breedste laan van het park. De exotische boomsoorten die links en rechts van de weg aangeplant zijn, staan volop in bloei. Ik vraag me altijd af hoe de parkwachters er voor zorgen dat ze de koude wintermaanden overleven.

We stoppen nog een laatste keer bij één van de vele kraampjes om een grote fles frisdrank te kopen en dan komt de Rock & Metalweide in zicht. We beginnen te rennen. De weide staat al aardig vol en we willen natuurlijk zo dicht mogelijk bij het podium staan. Gelukkig hebben ook Merope en Sirrah hun hoge hakken thuis gelaten. Uiteindelijk bemachtigen we zelfs nog een plaats bij de eerste vijftien rijen. We schuiven nog wat heen en weer op onze plek, totdat iedereen het podium goed kan zien. Rondom ons hoor ik het verwachtingsvolle geroezemoes van de anderen. Op het podium is er nog geen beweging te zien, maar de opwinding in het publiek is nu al voelbaar.

Ik kijk naar boven, gelukkig hangt er op dit moment geen regen in de lucht. Mam heeft ooit verteld dat je vroeger op een festivalweide bij slecht weer soms echt door de modder moest baggeren. Totdat één of andere ingenieur een techniek uitvond waarmee je een beek, of in dit geval een zompig stuk grond, in een mum van tijd droog kan leggen.

Wanneer de podiumspots aangaan en de lichten op de weide gedimd worden, begint iedereen te juichen. De organisatoren hebben dit jaar een topaffiche weten samen te stellen. Zelf een bandje beginnen is een populaire hobby bij jonge mensen in het Capitool, maar slechts een klein deel daarvan wordt uiteindelijk beroemd genoeg om hier te kunnen optreden. En dit jaar is de openingsact een heel bekende groep waar ikzelf en mijn vriendinnen grote fans van zijn.

De rookmachine maakt zo veel rook dat je de bandleden amper het podium op ziet komen. Wanneer de rook optrekt zien we op het grote scherm achter het podium het bandlogo, dat geprojecteerd wordt tegen een muur van vlammen. Het gejoel wordt nog luider als uiteindelijk ook de zangeres ten tonele verschijnt en zodra de begintonen van het eerste nummer door de luisprekers dreunen, gaat het publiek volledig uit zijn dak.

Iedereen begint te springen en te headbangen. Merope, Sirrah en ikzelf doen natuurlijk volop mee. Dit is ons feestje, en hoewel we van veel verschillende muziekgenres houden vinden we loeiharde elektrische gitaren nog steeds het beste wat er is. Ik verlies mezelf in de muziek en het dansen, en al heel snel denk ik niet meer aan Kivo, of aan de Garage. Nu telt alleen de muziek, en de enthousiaste menigte rondom mij.

Na de eerste twee optredens komt er een groep die wat minder bekend is en die Merope, Sirrah en ik eigenlijk ook iets minder goed vinden, hoewel ook zij een paar liedjes hebben die we graag horen. We gaan een meter of vijftien naar achteren en zetten ons neer aan de voet van een lichtmast om even uit te rusten.

Maar wanneer de volgende band aangekondigd wordt, komen we weer overeind. Dit is een echte topact, en het podiumdecor waarmee ze hun concerten opluisteren is ook altijd heel indrukwekkend. We dringen ons opnieuw naar voren en mengen ons in de dansende menigte. Het duurt helemaal niet lang voor we weer aan het headbangen zijn.


Het is al diep in de nacht wanneer Merope, Sirrah en ik het park verlaten. Na zes geweldige optredens begin ik nu toch stilaan naar mijn bed te verlangen. Gelukkig is het Straatfestival één van de gelegenheden waarbij de Transfer uitzonderlijk de hele nacht open is, want ik voel mijn benen niet meer.

Ik neem snel afscheid van Merope en Sirrah. Morgenavond al zullen we elkaar weer zien, nadat het bloedbad afgelopen is en de eerste doden van de 74ste Hongerspelen bekend zijn. Hoeveel zullen het er zijn dit jaar? Het record is 16, als je de tweede Kwartskwelling met 48 deelnemers niet meetelt. Terwijl er vorig jaar op de openingsdag slechts zes kinderen gestorven zijn.

Stiekem hoop ik dat Kivo het bloedbad overleeft, al besef ik dat die kans eerder klein is. Maar ondanks de gebeurtenissen van de afgelopen paar dagen merk ik dat ik - net zoals bijna iedereen in het Capitool - nog steeds vol verwachting uitkijk naar het moment waarop de Spelen eindelijk écht zullen beginnen.

En daarmee zit hoofdstuk 7 erop. Toen ik dit hoofdstuk achteraf nalas, heb ik ontdekt dat ik een klein foutje gemaakt heb. Ik probeer dit verhaal zo te schrijven dat het nergens in tegenspraak is met de originele boekenserie, maar in dit hoofdstuk staat dus toch een klein vergissinkje i.v.m. het precies moment waarop een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt. Het was maar een klein detail, dus ik heb het laten staan. Ik ben ook benieuwd of jullie het opgemerkt hebben.

Daarnaast nog een kleine mededeling i.v.m. de proloog van dit verhaal. Ik herinner mij nog dat sommige lezers wat moeite hadden met een executie in het Capitool die meteen ter plekke werd uitgevoerd. Ik heb hier natuurlijk wel over nagedacht voordat ik begon te schrijven, en volgens mij is het wel degelijk mogelijk (hoewel niet zeer gebruikelijk) dat het op deze manier zou kunnen gebeuren.

Onlangs heb ik mijn proloog nog eens bekeken, en toen zag ik opeens dat de precieze reden waarom dit volgens mij toch nog zou kunnen, nergens expliciet vermeld stond (misschien omdat het voor mij vrij vanzelfsprekend was). Ik heb het opgelost door in de dialoog tussen de vredebewakers één extra zinnetje in te lassen. Omdat dit slecht een aanpassing van een bestaand hoofdstuk was, hebben jullie daar waarschijnlijk geen 'New Chapter' e-mail voor ontvangen. Ik raad echter wel aan om de dialoog tussen de vredebewakers nog eens te herlezen, want ik ben van plan om er in een later hoofdstuk nog eens op terug te komen.

Tot slot heb ik nog goed nieuws. Zoals jullie weten, schrijf ik altijd een heel eind vooruit. En kort geleden heb ik het twintigste en laatste hoofdstuk van de verhaal helemaal afgewerkt. Het zal nog wel even duren voordat dat hoofdstuk ook echt online komt, maar het verhaal is dus helemaal klaar (hoera!). Best wel een raar gevoel na ruim zeven maanden schrijven.

Tijdens de afgelopen maanden heb ik zelfs vrij veel inspiratie gekregen voor een vervolg op 'De keuze' dat zich zal afspelen gedurende het boek 'Vlammen' en met opnieuw Aludra in de hoofdrol. Enerzijds heb ik erg veel zin om het vervolg te schrijven, maar anderzijds heb ik dit jaar al heel wat tijd achter mijn laptop doorgebracht en zou ik toch ook een leven buiten Fanfiction willen. Dus als ik een vervolg maak, dan zullen de updates daarvan waarschijnlijk trager en/of onregelmatiger zijn dan om de 2 weken. Gelukkig zal het nog wel enkele maanden duren voordat De keuze volledig gepubliceerd is, dus ik zou alvast een begin kunnen maken.

Mijn vraag aan jullie is dus nu: zijn jullie geïnteresseerd in een vervolg op 'De keuze' en zo ja, waarom?