7. Wizards in Walibi

Al snel waren Sirius en Remus er ook. Remus begon te razen en te tieren over hoe gevaarlijk het wel niet was om zo'n toneeltje op te zetten in het Ministerie van Toverkunst, maar Lizzie lette er niet echt op. 'Remus! Kop dicht! Zijn we opgepakt, heeft iemand iets door? Nee! Dus hou op met zeuren, voor ik JOU naar Azkaban stuur, begrepen!' en het was stil. 'Goed.', zei Lizzie tevreden, en ze stapte het kleine halletje uit. Ze stonden in een miniscuul gangetje waar de WC's waren, het was waarschijnlijk de enige plaats waar een haardvuur stond. Sirius en Remus volgden haar naar buiten, Remus nog wat mokkend weliswaar. Lizzie liep naar één van de houten hutjes en sprak met de vrouw die achter het glas zat in snel Frans. Even later kwam ze terug met de tickets.

'Er gaat vandaag niet zoveel volk zijn,' zei Lizzie. 'Ze hebben regen voorspeld.' Alsof het afgesproken was keken ze alle drie naar de grauwe lucht, die gevuld was met grijze wolken.

'Hé, jag!' zei Sirius, en Remus trok enkel een gezicht waar je van kon afleiden dat dit alles een nòg slechter idee was als hij daarnet had staan roepen.

'Je moet het positief zien,' zei Lizzie. 'Daardoor gaan er niet veel mensen komen, en hoeven we niet zoveel aan te schuiven.' Remus knikte langzaam, maar een glimlach was nog iets te veel van het goede. En bij Sirius kon je duidelijk aflezen dat hij er nog steeds geen flauw idee van had wat een pretpark was. Ze wou zijn gezicht zien als hij in één van de attracties ging zitten. Oh, dààr moest ze een foto van hebben!

'Kom, we gaan naar binnen.' Nadat ze de tickets hadden laten controleren, gingen ze naar binnen en Lizzie begon te denken. Wat konden ze als eerste doen, wat niet te hard was voor die broekschijters, maar wat ook niet te soft was voor haar. Ze hield ervan om de adrenaline door haar lijf te voelen gieren, het gaf een kik. Ze zag hoe de jongens vol bewondering om zich heen keken. Die wisten echt niets van Dreuzels af. Maar ja, de enige reden dat zij al die dingen wist was doordat ze, toen ze klein was, echt àlles, maar dan ook echt àlles, wou weten. En dus ook over Dreuzels. Ze vond het geschift, op die leeftijd, zodanig veel te willen weten. Zucht. Ze keek op, en zag de attractie waar je het beste mee begon: de Weerwolf.

'Jongens!' riep ze, want de sukkeltjes waren al doorgelopen. 'We gaan hier in!'

'Wat!?' riepen ze allebei uit 'Jij wilt dat wij in dat grote, ijzeren sensatiezoekend machine kruipen!?' riep Sirius geschokt uit.

'Hoe noemt dat ding eigenlijk?' vroeg Remus angstig.

'Algemene term, een achtbaan.', zei Lizzie geduldig. 'Specifieker, le Loup Garou, vertaald, de Weerwolf, en je hoeft je echt geen zorgen te maken, deze gaat niet overkop.'

Beide jongens trokken wit weg. Sirius over het feit dat er, volgens zijn eigen woorden, er hier grote, ijzeren, sensatiezoekende machines waren die overkop gingen, en Remus waarschijnlijk bij het horen dat er hier een attractie was die 'de Weerwolf' heette. Dat laatste bleek ook tot Sirius door te dringen, want hij riep verschrikt uit: 'Ik ga echt niet op zijn rug zitten!' wijzend op Remus, waardoor die nog bleker werd. Alsof hij een douche had genomen met Vanish.

Lizzie zuchtte. 'Ok, ten eerste, het is beeldspraak. Vergeet niet, we zijn hier in een DREUZELpretpark, en die hebben geen flauw idee van ons bestaan. Dus ga je nu dààrom echt geen zorgen maken, ok? Ten tweede, dit kan geen groot, ijzeren sensatiezoekend machine zijn, want juist déze attractie is van hout. En ten derde, ja, ik verwacht van jullie daar in te kruipen, net als de rest van de attracties die iets of wat kick geven, anders is er niets aan. En daarbij, waar wilden jullie anders in, de paardenmolen?' Dat laatste zei ze lachend met een knik achter hen, waar een draaimolen stond.

'Ja,…' zei Sirius bedachtzaam. 'Ja, daar durf ik wel in!' Remus knikte van 'Ja, ik ook.'

Lizzie keek hen onderzoekend aan. Meenden ze dit nu? Had ze nu echt twee peuters meegenomen? Blijkbaar wel. 'Goed, ik hou jullie niet tegen. Maar ik ga echt niet mee.'

'Oke, moet je zelf weten,' zei Remus, en weg waren ze. Lizzie keek geamuseerd toe hoe de jongens op één van de paarden probeerden te kruipen en hoe ze verschoten toen de molen begon te draaien. Lizzie schudde haar hoofd, hier moest ze een foto van hebben! Ze gebaarde naar de jongens dat ze even weg ging, en spurtte naar één van de vele winkeltjes die hier waren. Ze kocht een wegwerptoestel. En nu ze daar toch was, kocht ze gelijk vier van die plastik regenjassen (drie plus één extra, voor het geval de jongens er eentje scheurden), wat frisdrank, drie grote puntzakken snoep en een suikerspin. Van die suikerspin zat ze te snoepen toen de jongens van de paardenmolen afkwamen, nadat ze enkele dolkomische foto's had weten te nemen, natuurlijk. Het was Sirius op één of andere manier gelukt om van zijn paard te vallen.

'Sorry!' riep Sirius een klein meisje na. Blijkbaar had hij de zesjarige omvergelopen.

'En, was het leuk?' vroeg Lizzie met een serieus gezicht, in de hoop dat haar stem het sarcasme niet zou verraden.

'Ja, best leuk,' zeiden ze allebei. Lizzie beet haar onderlip stuk, maar ze mocht niet lachen. Ondanks de veel te gemeende stem van Sirius en de veel te ijverig knikkende Remus mocht ze niet lachen!

'En wat is dat roos geval nu weer?' vroeg Remus toen hij de suikerspin in het oog kreeg.

'Da's een suikerspin' zei Lizzie. 'Hoezo?'

'Oke, waar is de suiker, en een betere vraag, waar zit die spin ergens?'

Lizzie moest lachen om Sirius' commentaar en trok een plukje van de suikerspin en stak die in zijn mond. 'Proef.'

Sirius proefde inderdaad de suiker van het roze geval, maar dat was niets vergeleken met de zoetigheid die van Lizzies vingertoppen kwam. En, ook al had hij het zich alleen maar ingebeeld, hij wou nog!

Dit is geen goed idee, Sirius, en dat weet je best!

Hé, nee! Kwam dat stomme stemmetje weer alles verpesten.

Shut up! Ik wéét dat het goed fout is, en ik ga er niets aan doen, begrepen!?

Maar,-

Ik zei, begrepen!?

Zo snauwde hij naar het betweterige stemmetje in zijn hoofd. Maar pas later drong het tot hem door wat hij gezegd had. Hij wist niet of dat wel zo'n goed idee was, maar daar was hij ook niet van plan iets aan te doen.

'En?' Het was de stem van Lizzie die hem terug op aarde riep.

'Oke, de suiker is aanwezig, maar hoe zit het nu met die spin?' Lizzie moest er om lachen. Ze nam nog wat van de suikerspin en keek over haar schouder. 'En nu gaan we daar in!' riep ze uit. Het was geen vraag, zelfs geen mededeling. Het was een regelrecht bevel.

Lizzie liep de poort door en sprong over de hekken heen. Erlangs lopen duurt uren en er was toch geen volk. Daardoor zaten ze alleen in een hele reeks wagentjes. Lizzie dropte eerst haar rugzak in één van de bakken, en nam die van Sirius en Remus aan. Ze ging helemaal vanachter zitten, het laatste karretje zwenkt altijd een béétje meer door. De jongens bleven echter staan.

'Jullie zullen wel moeten, er is geen weg terug,' zei Lizzie. Het was niet geheel waar, maar toen de jongens na overdreven te hebben geslikt, konden ze echt niet meer weg. De veiligheidsbeugels gingen naar beneden en ze vertrokken. Ze gingen langzaam naar boven, en toen ze op het hoogste punt waren, stak Lizzie haar armen in de lucht. En weg waren ze. Oh, ze genoot hiervan. Ze sloot haar ogen en gilde, om het gevoel te versterken. Plots stopten ze. Hé, was het nu al gedaan? Verdorie! De veiligheidbeugels gingen omhoog, en Lizzie stapte uit. De jongens, daarentegen, bleven zitten, verbluft, en niet in staat een woord uit te brengen.

'Komen jullie nog?' vroeg ze. Geen reactie. 'Toe nou…' Nog steeds niets. 'Als jullie blijven zitten gaan jullie nog een keer.' En twee tellen later waren ze buiten, om nog eens twee tellen later weer op de draaimolen te zitten. Grijnzend liep Lizzie kalm de attractie uit. Bij de foto's hield ze halt. Ze beet haar tong er haast af, en klemde haar kaken op elkaar, maar toch verloor ze de strijd tegen de slappe lach.

Die gezichten! Het leek alsof die twee de dood in de ogen hadden gekeken! Ze stonden daar, met open mond, een verschrikte uitdrukking en hun ogen wagenwijd open. Heel verschillend van Lizzie, die er zichtbaar van genoot. Met haar armen in de lucht, haar ogen gesloten en haar mond open maar met een lach, leek ze er erg op haar gemak.

Lizzie kocht de foto in de gewone vorm en als sleutelhanger. Ze probeerde de jongens weg te krijgen van de draaimolen. Als de rest van de dag zo zou zijn…