ZEVEN

Met een lichtelijk chagrijnige uitdrukking op zijn gezicht liep hij door de schoolhallen. Hij concentreerde zich op het uitblokken van zoveel mogelijk gedachtes, want hij wist inmiddels wel wat de meisjes en jongens van hem dachten. Hij kon het feit dat veel hoofden zich naar hem omdraaiden echter niet uitblokken, maar negeerde het zoveel mogelijk terwijl hij naar zijn eerste les van de dag slenterde; management en organisatie.
School werd steeds saaier voor Edward. Hij wist alle stof al die er behandeld zou worden, en ook wanneer er een nieuw, moderner boek uitkwam, kon hij wel raden wat ze veranderd zouden hebben en wat nog hetzelfde was. Ieder jaar studeerde hij weer af met hogere cijfers in alle vakken dan menselijk leek, ieder jaar weer kreeg hij brieven van universiteiten die hem maar wat graag aannamen. En ieder jaar weer moest hij in een andere plaats naar een nieuw eindexamenjaar.

Edward liep zuchtend de hoek om, en zag Jasper en Alice lopen. "Jas, Alice," fluisterde hij op zachte toon zodat niemand het kon horen, maar de twee draaiden zich gelijk om en lachten naar hem. Gelijk schoten zijn ogen naar Alice, die hem serieus aankeek. Waarom blokkeerde ze zijn gedachten voor hem? Jasper straalde een golf van honger uit die zelfs Edward raakte, en hij keek even boos naar Jasper, die wat onbeholpen zijn schouder ophaalde en een golf van kalmte door de hal liet zweven. Onmiddellijk ontspande Edward zich weer en had hij niet meer de neiging om zijn tanden in iemands nek te zetten. "Alles goed, Edward?" vroeg Alice vrolijk aan hem. "Prima, met jou?" zei hij, waarbij hij haar doordringend aankeek en zich nog steeds afvroeg waarom ze haar gedachten voor hem blokkeerde. Prima. Ze keek hem koppig aan, grijnsde toen haar duivelse lachje en haakte haar arm door die van Jasper. "Kom op Jas, anders komen we te laat voor Engels. Veel plezier met je clusteruur, Eddie…" Ze grijnsde weer, die duivelse grijns en al had hij zich niet in een hal vol mensen bevonden, had hij haar nu op de grond gegooid en het uit haar proberen te zuigen, net zolang tot ze niet meer in staat was om haar gedachten te blokkeren. Maar dat deed hij niet, natuurlijk niet. Hij zuchtte, stak nog even zijn hand op en liep het laatste stukje naar 003, waar hij zonder iemand aan te kijken zijn plaats innam achterin bij het raam, en uit het raam begon te staren.

Langzaam schudde hij zijn hoofd heen en weer en drukte op zijn slapen. Hij had zich weer eens te ver in zijn gedachten laten verdwijnen en rook de geur van vers gemaaid gras sterk om zich heen. Hij kon niet ontkennen dat hij aan haar had gedacht, opnieuw, net zoals hij ieder vrij moment van zijn dag leek te doen. Mevrouw Hommel was net binnengekomen en bezig met haar spullen te pakken. Edward keek op zijn horloge. Nog twee minuten tot de les zou beginnen, hij vijftig minuten moest luisteren naar informatie die hij al jaren kende, voordat hij dat bij een volgend vak zou kunnen doen. Ach, ten slotte had hij nu iets om over te dagdromen, al moest hij zich constant inhouden voor zijn dorst naar haar te ernstig werd. En wat was er nou met hem aan de hand? Verbijsterd rook hij dat de geur van vers gemaaid gras steeds intenser werd. Hij sloot zijn ogen en ademde diep in. Nog geen tel later sperde hij zijn ogen in schok open en dacht aan Alice. Wat had ze proberen achter te houden, wat had ze gezien, of beter gezegd, wie had ze gezien. De geur van vers gemaaid gras werd alsmaar intenser en hij wist dat zijn lichtbruine ogen steeds donkerder werden. Hij balde zijn handen tot vuisten. Dit kan niet, dit kan niet, dit kan niet. Maar het kon wel. Twee tellen later liep de prachtige, onweerstaanbare Luciènne Roderijk zijn klaslokaal binnen.

Als in een droom staarde hij naar haar. Met een brede grijns kwam ze het lokaal binnen gelopen, een lachende Scott Veerman naast haar. Edward had de onvolwassen, brutale jongen het liefst gelijk uit het raam gesmeten. Maar hij was te druk met haar te bestuderen. Luciènne, zijn prooi. Haar bloed had hij geproefd, haar bloed wilde hij meer dan ooit weer proeven, tot er niets meer over was en hij volledig tevreden was gesteld. Wat bezielde hem? Hij bevond zich in een lokaal vol mensen. Heel even sloot hij gepijnigd zijn ogen om zijn dorst wat terug te dringen, maar hij moest naar haar kijken, hij moest. Terwijl Scott plaatsnam op zijn stoel naast een vriend van hem, liep zij door naar de lerares. Haar lange, kastanjebruine haren die als een gordijn rond haar schouders vielen, de losvallende krullen die meedeinden op het ritme van haar passen. Een moment liet ze haar blik door het lokaal glijden, en haar ogen bleven even op hem rusten. Met alle intensiteit die hij in zijn ogen kon leggen keek hij haar aan. De blauwgrijze ogen staarden een moment terug, en keerden zich toen naar mevrouw Hommel. Edward was geschokt. Nog nooit had iemand zijn blik zo ijzig, zo simpel zonder moeite van zich afgezet. Blozend ja, maar niet zonder een enkel zicht van verlegenheid of belang. Haar blauwgrijze ogen hadden een moment naar hem gekeken, maar zonder enig andere emotie dan die waarmee ze de rest ook had geobserveerd. Hij was geschokt, en voelde toen dat hij opeens toegang kreeg tot Alice gedachten, die zich exact een verdieping boven hem bevond. Je had gelijk Edward. Ik weet niet of het bij alles zo is, maar ze heeft een veel beter gehoor dan normaal is bij mensen. Ze hoorde twee meisjes over ons roddelen op fluisterstand, zo'n zeven meter achter ons! Met wijd opengesperde ogen keek hij naar Luciènne, die zich voorstelde aan mevrouw Hommel. Het was dus waar, en Edward had zich niet vergist. Wat had hij graag gehad dat hij zich vergist had. Er stroomde een deel van zijn bloed door haar aderen, wat ervoor zorgde dat Edward geobsedeerd met haar was, en met haar bleef. Hij wilde niets liever dan liefkozend zijn tanden in haar nek zetten en haar opnieuw proeven. Maar zij, zij had hem slechts een blik gegeven om hem daarna weer te laten rustten. Niet zoals alle andere meiden, die over Edward praatten en zich maar naar hem om bleven draaien wanneer hij achterin de klas zat. Ze toonde nul interesse, en hij was volledig uit het veld geslagen. En het had niet het effect dat hij gehoopt had.

Haar gebrek aan interesse, nieuwsgierigheid of een teken van verlegenheid maakte dat hij nog tien keer meer naar haar verlangde, en uit frustratie balde hij zijn handen nog meer tot vuisten terwijl hij recht naar haar bleef staren. Onwillekeurig was Edward vergeten andermans gedachten te blokkeren, en zijn ogen schoten naar Scott, die met een glimlach naar Luciènne staarde. Jezus, wat is ze mooi. En ze sloot zo snel vriendschap met me. Dit kan nog best eens wat worden. Edward weerstond de neiging om hard te gaan lachen en hoorde toen de twee meisjes schuin voor hem fluisteren. "Wat een trut, kijk hoe nepvrolijk ze het lokaal binnen komt gehuppeld, wedden dat ze stiekem dodelijk onzeker is!" Hij voelde zijn woede groeien maar kon niets doen, het was onmogelijk geweest dat hij dit met een mensengehoor had kunnen opvangen, en hij zou alleen maar de aandacht op hem vestigen. Een raar gevoel trok door zijn lijf. Waarom kon hij het niet uitstaan dat andere mensen kwaad over haar spraken, of haar leuk leken te vinden? Alles wat hij wilde was haar bloed, toch? Opnieuw keek hij naar haar. Haar gracieuze bewegingen, de manier waarop ze geïnteresseerd met mevrouw Hommel sprak, hoe ze haar hand door haar kastanjebruine haar bewoog en een krul achter haar oor streek. Langzaam liet hij zijn adem ontsnappen. Wat bezielde hem. Geschokt keek haar naar mevrouw Hommel, die met zijn hand richting hem wees, en Luciènne's gezicht die haar hand volgde. Opnieuw ontmoetten haar blauwgrijze ogen zijn inmiddels donkerbruine ogen, en hij kon niet wegkijken. Edward liet langzaam zijn adem ontsnappen, terwijl ze met een kleine glimlach zijn kant op kwam gelopen.