Bedankt Cicillia :D. Ik post gewoon koppig verder :P. Het volgende stukje alweer, enjoy.
Deel II
Jaar 1
Hoofdstuk 6: De brief
Het was inmiddels zomervakantie en Nicole zat rustig, alleen te ontbijten toen ze een uil naar binnen hoorde vliegen. Hij lande recht voor haar kom cornflakes maar stootte hierdoor wel de melkkan om. De uil stak zijn poot naar Nicole uit zodat zij de brief, die om zijn poot zat, los kon maken. Nicole taste naar zijn scherpe klauwen en haar hand stuitte tegen de brief, voorzichtig maakte ze hem los en probeerde tegelijkertijd te voorkomen dat de ontbijttafel een nog grotere bende zou worden.
Toen ze de envelop los had voelde ze dat het er twee waren. De eerste was geschreven met groene inkt maar aan de tweede envelop voelde Nicole iets vreemds; de envelop was voorzien van braille en Nicole las haar eigen naam en adres. Haar hart bonsde in haar keel terwijl ze de zegel op de achterkant betaste. Ze opende de brief en voelde dat die ook in braille geschreven was:
Geachte juffrouw Bailey,
Het is mij een genoegen u een plaats aan te bieden op Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus. Bijgaand vindt u een lijst met de verplichte literatuur en andere benodigdheden voor het eerste jaar (tevens geschreven in braille).
Het schooljaar zal beginnen op 1 september, gelieve voor 31 juli per uil te reageren. Verder zult u uw treinkaartje in de envelop aantreffen.
Gezien uw gebrek aan gezichtsvermogen zijn er al verschillende maatregelen getroffen om uw verblijf op Zweinstein toch zo aangenaam mogelijk te maken.
Hoogachtend,
Albus Parcival Wolfram Bertus Perkamentus, schoolhoofd
PS: Naar mijn hoop staan er geen fouten in deze brief waardoor u een lagere dunk van mij zou kunnen krijgen. Het is namelijk een feit dat ik het brailleschrift niet feilloos beheers.
Met een verblufte glimlach legde Nicole de brief neer, ze was toegelaten op Zweinstein! Al sinds ze klein was had ze hiervan gedroomd maar ze dacht dat ze die droom moest laten varen toen ze blind werd. Hoewel haar verstand de mooie dagdroom allang uit haar hoofd wilde verbannen blijf er in haar hart altijd een sprankje hoop flikkeren dat de brief zou komen. Het stuk perkament werd uit haar handen getrokken en even later klonk Serina's spottende stem in haar oren.
"Als die brief speciaal voor jouw is kan er nooit veel boeiends in staan," zei ze gemeen.
Ze smeet de brief terug op tafel en bekeek de andere envelop die de uil had gebracht. Ze schuurde hem snel en ongeduldig op en las hem vlug over. Vervolgens maakte ze een vreugde dansje door de keuken.
"Ik ga naar Zweinstein. Ik ga naar Zweinstein. Ik ga naar Zweinstein...," zong ze luid.
"Ik heb toevallig ook een brief van Perkamentus gekregen," zei Nicole geïrriteerd terwijl ze boos opstond.
"Jij?" vroeg Serina verbaasd. "Waarom zou hij jouw toelaten op Zweinstein?" vroeg ze zich hardop af zonder ook maar acht te slaan op het feit dat Nicole vlak naast haar stond en elk woord verstond.
Nicole merkt dat ze haar brief onbewust steviger vastgreep en hem onwillekeurig een beetje verkreukelde.
"O, ik weet het al," kierde Serina vrolijk. "Of Perkamentus heeft medelijden met je of je staat hier te plekke alles te verzinnen en glashard te liegen. Je hebt helemaal geen brief gekregen of wel?" lachte ze.
"En wat is dit dan?" vroeg Nicole terwijl ze kwaad met haar brief wapperde, die ze nog altijd stevig in haar hand hield, en er onopgemerkt een paar scheurtjes in veroorzaakte.
"Dat," snoof Serina minachtend. "Hoe moet ik dat weten. Het interesseert me echt niet wat al die, voor mij onbekende mensen, aan jouw te schrijven hebben," wuifde ze Nicole's woorden weg.
Voor dat Nicole ertegenin kon gaan kwam haar vader haastig de trap af gelopen.
"Wat is hier allemaal aan de hand?!" vroeg meneer Bailey boos. "Ik kon jullie helemaal boven horen schreeuwen."
"Ik ben toegelaten op Zweinstein!" riep Serina opgewonden, zijn boze woorden negerend.
"En ik ook," voegde Nicole er harder aan toe dan ze bedoelde.
Fronsend nam haar vader de brief van haar over en staarde er peinzend naar. Met een simpele spreuk zette hij het brailleschrift om in gewone woorden en las de brief vlug door.
Nicole wachtte gespannen af; ze had zijn toestemming nodig om naar Zweinstein te kunnen. Als hij het haar verbood…
Meneer Bailey zag dat zijn dochter hem verwachtingsvol aankeek en glimlachte: "Natuurlijk mag je gaan."
Een glimlach brak door op Nicole's gezicht, maar Serina deelde haar opluchting niet. Nicole trok zich niets van haar aan, zelfs met Serina zou haar leven op Zweinstein fantastisch worden. Dat wist ze zeker.
--
Adelyne maakte geen bezwaar tegen het vertrek van Nicole. Nicole merkte aan Adelyne's doen en laten dat ze het geweldig vond dat ze straks het grootste deel van het jaar alleen was met meneer Bailey, waar ze zich nogal aan ergerde.
Om alle spullen die op de lijst stonden te kunnen kopen moesten ze naar de Wegisweg. Ze gingen met behulp van brandstof door de openhaard en kwamen midden op de drukke winkelstraat weer uit het haardvuur gevallen. Meneer Bailey trok Nicole en Serina overheid, aangezien hij en Adelyne de eigen waren de hun evenwicht hadden kunnen bewaren toen ze door de verschillende schoorstenen tolden.
Met zijn vieren slenterden ze door de straten en bekeken verschillende winkels.
Ze kochten de benodigde boeken en gewaden voor Nicole en Serina, bovendien kochten ze een nieuwe opvouwbare blindenstok voor Nicole zodat ze zelf de weg kon vinden op Zweinstein. Nicole ergerde zich daar dood aan; ze wilde nog steeds helemaal geen hulp van een stomme stok maar haar vader stond erop dat ze er een kreeg. Bij de dierenwinkel, Betoverende Beestenbazaar, kocht meneer Bailey een grote, bruine bosuil voor Nicole zodat ze brieven kon versturen. Hij bood Serina aan ook een uil uit te zoeken maar zij gaf de voorkeur aan een kat, een walgelijk, miauwend en kermend beestje dat Nicole niet kon uitstaan. De haren van de kat waren allemaal verschillend van lengte, variërend van heel kort tot enkele centimeters lang. Verder was hij vaalbruin van kleur en scheen niet in staat te zijn langer dan drie seconden stil te houden.
Als laatste gingen ze naar Olivander om hun toverstokken te kopen. Meteen toen ze binnen kwamen verscheen er een oudere man van achter de hoge kasten die afgeladen waren met smalle langwerpige dozen. De man had een bijzonder goed geheugen; hij wist nog precies welke stok hij vroeger aan meneer Bailey en Adelyne had verkocht. Zelfs de lengte kon hij zich op de millimeter herinnerden. Zijn ogen waren groot, bleek en grijs. Ze glommen haast onnatuurlijk en waren enigszins mistig. Na verschillende maten bij Serina te hebben genomen overhandigde hij haar diverse stokken en ze probeerde ze een voor een uit tot ze er een vond die bij haar paste. Toen was Nicole aan de beurt, ook bij haar werden de vreemdste maten gemeten door een automatisch meetlint waarna ook zij verschillende stokken probeerde.
"Probeer deze eens," zei Olivander toen hij haar naar Nicole's gevoel de honderdste stok aanreikte.
Vanaf het moment dat Nicole de stak vastpakte wist ze het; deze stok zou van haar worden. Het was alsof de toverstok haar van binnenuit verwarmde en of hij een deel van haar aanvulde dat ze zelf niet bezat.
"Deze wordt het dus," glimlachte Olivander. "Gemaakt van berkenhout met als kern één staarthaar van een eenhoorn. Een bijzonder krachtige stok, u zult hem hard nodig hebben." ging hij verder terwijl hij Nicole een lange tijd diep in de ogen keek, al wist hij heel goed dat ze blind was.
Nicole rilde lichtjes; ze voelde de intensiteit waarmee de man haar aankeek. Onverwachts was ze zich er weer van bewust dat haar vader, Adelyne en Serina ook nog in de winkel waren. Een moment geleden leek het nog alsof zij en Olivander de enige waren geweest. Olivander verbrak het oogcontact, stopte haar toverstok terug in het doosje en gaf hem aan Nicole nadat meneer Bailey afgerekend had.
"Wees er zuinig op," zei Olivander nog.
Toen verlieten ze de donkere winkel en stapten ze de zonovergoten straat op.
--
Zenuwachtig telde Nicole de dagen af tot ze naar Zweinstein zou gaan. Ten langen leste was het eindelijk de vooravond van een september. Nicole probeerde te gaan slapen maar het wilde niet echt lukken. Ze draaide zich voor de zoveelste keer om en trachtte zich voor te stellen hoe Zweinstein eruit zou zien. Pas tegen een uur of twee 's nachts viel Nicole eindelijk in een onrustige slaap en droomde over een groot kasteel waar ze morgen naar toe zou gaan om te leren toveren.
De volgende dag was Nicole al vroeg wakker, opgewonden stond ze op en nam een snelle douche. Gevaarlijk snel liep ze de trap af en at het ontbijt op dat een huiself al voor haar had klaargemaakt. Ongeduldig wachtte ze tot de anderen ook beneden kwamen. Rond half elf was iedereen klaar en zaten ze in de auto naar het station. Iedereen maakte een vrolijke en opgewonden indruk behalve Adelyne die iets mompelde over gebreken van de Dreuzelauto waarin ze reden. Om kwart voor elf stonden ze op het King Cross station en meneer Bailey haalde snel twee karretjes om de koffers van Nicole en Serina op te leggen. Even later liepen ze op een holletje door het hek tussen perron negen en tien. Voor hen stond de vuurronde Zweinsteinexpress al te stomen, klaar voor vertrek. Meneer Bailey kuste Nicole op haar wang en wenste haar een goede reis.
"Ga nu maar snel een coupe zoeken samen," zei hij.
Nicole beloofde hem te schrijven en stapte samen met Serina de trein in. Uit het zicht van meneer Bailey en haar moeder kreeg Serina meteen haar arrogante houding tegenover Nicole terug.
"Denk maar niet dat ik met jouw in een coupe ga zitten," zei ze hooghartig. "Op Zweinstein zijn wij geen familie."
Toen draaide ze zich om en ging op zoek naar een eigen coupe.
"Alsof ik zou willen dat je bij mij kwam zitten!" riep Nicole haar na.
Hoewel ze wist dat Serina haar gehoord had kreeg ze geen reactie.
--
Nicole sleepte haar koffer een coupe in waar ze geen stemmen hoorde en plofte neer op de lege bank terwijl ze haar koffer naast zich op de grond liet staan. Ze ging echt niet proberen die loodzware koffer met al haar boeken op te tillen om hem ergens aan de kant te zetten.
Vanavond ben ik op Zweinstein, glimlachte Nicole terwijl ze haar haren naar achteren streek. Langzaam betaste ze de bekleding van de bank waarop ze zat en legde haar hoofd tegen de hoge rugleuning.
"Au!" klonk het plotseling vanuit de deuropening.
"Wie is daar?" vroeg Nicole terwijl ze haar hoofd in de richting van het geluid draaide. Ze kon niet ontkennen dat ze niet geschrokken was van het onverwachte geluid.
"Het spijt me," zei een meisjesstem. "Ik viel over je koffer maar verder is er niets aan de hand," lachte ze enigszins opgelaten.
Ze stak haar hand uit naar Nicole maar dat kon Nicole niet zien.
"Mijn naam is Lucinde," zei het meisje aarzelend omdat Nicole haar hand niet aanpakte en schudde.
"Ik heet Nicole," antwoordde Nicole.
Omdat Nicole opkeek toen ze zich voorstelde zag Lucinde de melkachtige, witte kleur van Nicole's ogen.
"O," stamelde ze verlegen. "Het spijt me ik had niet door dat je… nou ja, niets kon zien."
Nicole schonk haar een kleine glimlach; ze waardeerde de openhartigheid en eerlijkheid van Lucinde.
"Het geeft niet," zei ze daarom ook.
Even later zaten ze tegenover elkaar in de coupe, Lucinde bleek ook naar het eerste jaar te gaan. Haar broer, Robert, die al in de vierde zat, kwam zijn zusje helpen haar koffer in het rek te tillen en plaatste die van Nicole ook meteen boven haar hoofd.
"Wen er maar niet aan," grijnsde hij. "Ik help je alleen maar omdat pap en mam me hebben gedwongen."
Robert zat in Ravenklauw en was een spontane, opgewekte jongen. Zijn bruine haren waren in een wat langer model geknipt en er vielen een paar plukjes voor zijn donkere ogen. Hij bleef echter niet langer rondhanden in hun coupe maar ging op zoek naar zijn eigen vrienden.
