Serenity had haar harnas verruild voor wat meer geschiktere kleding. Het waren dezelfde kleren die ze aan had gehad toen ze Caspian schaduwde. Op die manier zou ze zich veel beter kunnen voortbewegen in de schaduwen van het bos.
Ze hoopte dat alles goed zou gaan, Aslan en zij hadden dan wel een plan gemaakt maar er kon van alles mis gaan. Het plan zelf was simpel en makkelijk te onthouden: laat je niet zien, hoop dat ze allemaal rond het kampvuur zitten, zoek de tent van de hoogste in rang en vind de plannen van de Svartalfer. Hetgene wat waarschijnlijk een probleem zou opleveren, was dat de generaal's tent vast in het midden van het kamp was opgezet. Serenity had nog geen idee ze daar ongezien zou kunnen komen. En ze hoopte met heel haar hart dat de Duistere Elfen nog niet sliepen en nog buiten waren, maar ergens vermoedde ze wel – waarschijnlijk door de naam – dat het nachtwezens waren en misschien pas overdag gingen slapen.
Ze liep naar de grote spiegel in haar kamer en zuchtte diep. Snel maakte ze een hoge paardenstaart en maakte daar vervolgens nog een vlecht in. Zo zou het niet de hele tijd om haar heen zwiepen. Tevreden met het resultaat, trok ze de capuchon van haar zwarte trui over haar hoofd en liep richting de deur. Ze stapte de hal in en sloot zachtjes de deur achter haar. Vervolgens versmolt ze met de schaduwen van de muren en ging naar de ophaalbrug van het kasteel. In het donkere gedeelte van de poort bleef ze even stilstaan. De weg naar het bos was onbeschermd, iedereen zou haar kunnen zien en het liefst wilde ze nu al zoveel mogelijk onopgemerkt blijven. Na een tijdje dimdammen zag ze toch in dat er niets anders op zat, ze zou over het open veld moeten gaan. Ze verzamelde al haar energie en begon zo snel als ze durfde te rennen.
Minuten vlogen voorbij en de bosrand kwam steeds dichterbij. Haar adem sneed door haar keel en ze voelde onderhand steken in haar zij. Sinds ze in het kasteel woonde was haar conditie wat afgezakt. Voordat ze Caspian's beschermer was geworden, leefde ze in het bos. Hetzelfde bos waar de kampementen van de Duistere Elfen zich nu bevonden. Ze had geen idee wat ze waren geweest en was op zoek gegaan naar de Chef van Narnia: Aslan. Dagen achtereen probeerde ze hem op te roepen met haar amulet, maar hij reageerde niet. Ze had het bijna opgegeven totdat ze ineens bijna tegen hem was opgebotst.
"Dochter van de Bossen, wat brengt jou hier?" had hij tot haar gesproken met zijn diepe stem. Snel had Serenity uitgelegd wat ze had gezien en waarom ze was gevlucht. Tijdens hun gesprek begon Aslan steeds verbaasder te kijken en op het laatst gromde hij zelfs zachtjes. Toen Serenity was uitgesproken bleef het even stil, totdat Aslan had gezegd dat hij zou proberen meer over hun te weten te komen. Tot die tijd moest zij zich koest houden en in de buurt van het kasteel blijven voor het geval Aslan haar nodig zou haar zoektocht naar Aslan was ze aardig afgedwaald en was dus wel even bezig om terug te komen. Aslan echter was net zo snel verdwenen als dat hij was gekomen. Dit alles was al bijna een jaar geleden gebeurd, ze schudde haar hoofd. Dat er zoveel kon veranderen in zo weinig tijd, ze had nooit gedacht dat ze de lijfwacht van de Koning zou worden.
Terwijl ze in gedachten verwikkeld was geweest, was de bosrand steeds dichterbij gekomen. Nog geen minuut later rende ze tussen de schaduwen van de bomen. Ze greep haar amulet en gebood de bomen om stil te zijn. Ze wist niet of de Svartalfer 'booms' praatten, maar ze kon beter het zekere voor het onzekere nemen. Even ruisden de bladeren in de wind, maar ze werden al snel weer rustig. Ze hadden naar haar geluisterd.
Ze rende nog steeds zo snel als ze kon en de kampementen naderden met de minuut. Gelukkig wist Serenity nog ongeveer waar het was en een kilometer van te voren stopte ze met lopen. Ze nam even de tijd om op adem te komen en klom toen de dichtstbijzijnde boom in. Het hars van de bomen kleefde aan haar handen, maar ze negeerde het. Ze had al sinds dat ze kon lopen in bomen geklommen en hield van de uitdaging om zo snel mogelijk boven te komen zonder te veel inspanning. In een mum van tijd zat ze op vijf meter hoogte en ze besloot dat dit wel een goede hoogte was. Net hoog genoeg om –hopelijk – uit het zicht te blijven, maar laag genoeg om alles nog te kunnen observeren. Ze schatte de afstand in naar de tak van de volgende boom en sprong ernaar toe. Zo ging het een tijdje door: ze sprong van tak naar tak en bleef ondertussen zo geruisloos mogelijk.
Plotseling zag ze in de verte een vuur opdoemen en ze minderde vaart, onder haar verschenen tenten. Ze deed nog stiller en klauterde langzaam naar de warmte toe. Ze was er nog maar een paar meter vandaan en ze hield zich schuil tussen de bladeren van de boom en wierp een blik omlaag. Haar hart begon te bonken van de adrenaline, de Duistere Elfen zaten inderdaad om een kampvuur en voerden gesprekken met elkaar. Nieuwsgierig nam Serenity ze in zich op. Ze leken veel op mensen, maar waren sierlijker en langer dan hun. Haar adem stokte toen ze de ogen van één van de Elfen opmerkte: deze waren helemaal zwart en het leek daardoor alsof ze twee oogvormige gaten in hun hoofd hadden zitten. Duister zijn ze zeker, dacht Serenity terwijl ze ietsjes meer uit de bladeren tevoorschijn kwam. Door de flikkerende vlammen van het kampvuur was het wat lastiger te zien, maar ze dacht dat ze puntoren hadden. Nu ze wat beter keek, vielen haar ook donkere lijnen op die over de huid heen liepen als tatoeages.
Ze scheurde haar blik los van de wezens en probeerde het kamp te overzien. De tenten en vuren liepen zo ver als het oog reikte en haar hart zonk in haar schoenen. Hoe zou ze hierin de generaal's tent kunnen vinden? Het zou veel makkelijker zijn als ze gewoon over de grond kon lopen in plaats van tak tot tak te springen; dan zag ze makkelijk dingen over het hoofd. Misschien als ze een Elf knock-out kon slaan en zijn uniform kon stelen…? Ze schudde haar hoofd, nee, dat was een belachelijk idee. Hoe kon ze zo'n Elf apart krijgen en hem dan ook nog geruisloos bewusteloos slaan? Ze wist helemaal niet hoe sterk ze waren en misschien hadden ze wel speciale krachten. Nee, dat was geen optie.
Voorzichtig kwam ze uit haar schuilplaats tevoorschijn en besloot om toch gewoon maar verder te kijken. Ze hoopte dat de tent van de leider het grootste zou zijn en dus makkelijker op te merken. Ze zette koers richting wat zij dacht dat het midden van het kamp was en begon te speuren naar een tent waarvan zij dacht dat het 'm was. Ze veel als ze kon bleef ze tussen de schaduwen en probeerde zo min mogelijk bladeren naar beneder te laten dwarrelen.
Minuten gingen voorbij en nog steeds had ze niets gevonden, dit hadden Aslan en zij niet verwacht. Wat moest ze doen als ze aan het einde van de nacht nog steeds niets had kunnen vinden? Ze besloot om door te zetten en kamde elke vierkante meter één voor één uit. Tenten die ze verdacht vond lijken, sloeg ze op in haar gedachten. Mocht ze echt niets kunnen vinden, dan kon ze altijd daar nog naar terugkeren.
Daar! schreeuwde ze in gedachten toen ze na haar gevoel al uren had gezocht. De tent die twee keer zo groot was als alle anderen die ze had gezien, stond op een kleine open plek en was donkerrood in plaats van het witgelige van de anderen. Snel sprong ze erheen en stopte voor de open plek. Met een geoefend oog scande ze de omgeving en ze zag al snel donkere figuren in de schaduwen staan.
Bij Aslan's gebrul… Het wordt bewaakt, dacht ze teneergeslagen. Hoe moest ze dit nu voor elkaar krijgen? Ze kon nooit ingezien die tent inkomen.
De dageraad naderde steeds meer, terwijl Serenity uren de wachters observeerde. Ondertussen werd ze steeds onrustiger, het zag er niet naar uit dat ze de wachters nog gingen wisselen. Uren achtereen stonden de Elfen op dezelfde plek zonder maar een lichaamsdeel te bewegen. Ze stonden zelfs zo stil dat Serenity zich begon af te vragen of ze wel echt waren. Haar nek begon stijf te worden ze kraakte hem. Helaas realiseerde ze zich pas te laat dat het een luide 'knak' was geweest. De vijf schaduwen die rond de open plek stonden, richtten hun hoofd in de richting van de boom. Ze kon hun verdere bewegingen niet waarnemen en voordat ze het wist, stonden ze alle vijf om de boom. Zo snel als ze kon richtte ze zich op, maar het was al te laat. Eén van de vijf sprong met een onmenselijke kracht omhoog en greep de tak waar zij op stond. Haar hart klopte in haar keel en ze draaide zich om. Een ijskoude hand greep haar van achteren vast en sleurde haar mee naar beneden. De grond suisde op haar af en ze besefte dat ze niet naar beneden werd gesleurd, maar was gegooid. Beschermend hield ze haar handen voor haar gezicht en hoopte dat de klap niet te hard zou aankomen.
Met een luide klap belandde ze op de grond en een vreselijke pijn trok door haar lichaam heen. Het voelde alsof haar rechterarm was gebroken maar dat kon ze niet met zekerheid zeggen. Ruw werd ze omhoog getrokken en een Elf pakte haar bij haar linkerarm en sleurde haar mee naar een kampvuur in de buurt. Knarsend van de pijn probeerde ze de Elf van haar af te schudden, maar zijn greep was te sterk.
De Duistere Elfen rond het kampvuur hadden hun al aan zien komen en stonden op van hun boomstronk. De Elf die haar vast had sleurde haar binnen de kring en gooide haar neer op de grond.
Serenity krabbelde overeind, maar de Elf duwde haar terug op haar knieën en draaide haar gezicht richting de Svartalfer die recht voor haar stond. Ze schudde zijn hand van haar af en keek de Elf met een woeste blik aan, maar hield haar lippen stijf op elkaar. Ze was niet van plan om als eerste te gaan praten.
"Mahavir's dochter," zei de Duistere Elf.
Serenity knipperde verbaasd met haar ogen. Hoe wist hij haar vaders naam? Ze opende haar mond om het hem te vragen, maar klapte hem weer dicht. Nee, ze zou zo min mogelijk zeggen.
De Svartalfer keek haar geamuseerd aan en haar aandacht werd getrokken naar zijn zwarte ogen. Ze probeerde onderscheid te maken tussen zijn irissen en pupillen maar dat was onmogelijk. Alles was dezelfde teint zwart. Ze vroeg zich af waar deze wezens vandaan waren, toen opeens de Elf hard begon te lachen.
"Mahavir's dochter wil weten waar we vandaan komen," schalde zijn stem over het kamp en ook de anderen Elfen lachten grimmig.
Een ijskoude rilling liep over haar rug. Ze konden haar gedachten horen!
De lach van de Elf verstomde.
"Alleen als we oogcontact hebben."
Serenity kon zichzelf wel slaan. Natuurlijk, anders hadden ze haar natuurlijk al lang gehoord in het kamp.
De Svartalfer bleven haar aankijken met hun donkere ogen en ze begon zich ongemakkelijk te voelen. Ze keken haar alleen maar aan en minuten tikten voorbij terwijl het morgenrood aan de hemel verscheen. Waarom had ze het gevoel dat ze haar aan het peilen waren? Ze probeerde een muur om haar gedachten heen te trekken, maar aan de glimlach van de Elf te zien werkte dat niet echt.
"Stop!" schreeuwde ze toen ze het niet meer kon uitstaan.
Eindelijk, je praat… hoorde ze de zware stem van de Elf in haar hoofd. Haar mond zakte open en ze probeerde geschrokken op te staan, maar de Elf die naast haar stond duwde haar weer ruw op haar knieën.
Nu kan het leuke eindelijk beginnen, zei de stem in haar hoofd en alles om haar heen werd zwart. Enge, verschrikkelijke taferelen verschenen voor haar en het voelde alsof ze in een nachtmerrie was gestapt.
