Nachtvlucht

"Als we hem hebben gedood moeten we zijn toverstok afnemen en hem bezorgen aan heer Grindelwald. We zullen geen genade kennen, zowel zijn kinderen als vrouw gaan eraan,"ging de waard verder. Peter luisterde al niet meer, hij moest hier weg zien te komen zodat hij Marcel kon waarschuwen. Maar hoe? Hij had de onzichtbaarheidsmantel om en het zou een hele klus worden om geluidloos en onzichtbaar te Verdwijnselen. Hij dacht na. Hij moest snel zijn. Er was een spreuk die hem kon helpen. Hij vestigde al zijn hoop op die spreuk en hoopte dat het ook zou werken bij iemand die Verdwijnselt. Hij keek naar de stenen tafel en de gedaantes die er rondom zaten. Hij nam zijn staf stevig vast en fluisterde zachtjes de spreuk.
"Murmelio"
Enkele mannen grepen subtiel naar hun oren, maar ze leken er niets van te merken..
Peter besliste dat hij maar beter nu kon verdwijnselen. Hij concentreerde zich op het huis van Boris. Hij moest naar Boris gaan, want hij was de enige die wist waar Marcel woonde.
Hij hoorde een zachte plof en een seconde later stond hij vlak naast het meer dat er stil bij lag. De Onzichtbaarheidsmantel nam hij af en hij frommelde hem in zijn jaszak. Uit de schaduw van enkele bomen kwam Jonathan op hem afgestapt. Hij naderde met grote stappen. Zacht vroeg hij: "En, hoe was de vergadering? Geen problemen gehad?"
"Dat zeg ik je later wel."
Peter liep vlug naar de deur van Boris zijn landhuis. Er brandde licht dus hij was nog wakker.
"Tom zit binnen op je te wachten, maar waarom zo'n haast?"
"Marcel is in gevaar."
"Die man van gisteren?"
"Ja die ja."
De voordeur ging krakend open. Boris en Tom kwamen vrolijk naar buiten gestapt.
"En jongen, hoe vas het?" vroeg Boris opgewekt.
"Breng me naar het huis van Marcel. Nu onmiddellijk," zei Peter. Hij zag Boris' verbaasde gezicht.
"Neem m'n arm dan maar goed vast jongen."
"Komaan jullie ook, Jonathan, Tom," beval Peter.
Toen iedereen de arm van Boris vast had verdwijnselde hij, zo kwamen ze op een kleine open plek in het woud. Daar stond een klein hutje.
"Hier wonen ze, waarom wil je nu naar hier Peter?"
"Op de vergadering hadden ze opdracht gekregen om Marcel te vermoorden, toen ik dat hoorde Verdwijnselde ik direct naar jullie," Peter liep nu haastig naar de hut, hij keek even op z'n horloge. Exact vier minuten geleden was hij daar Verdwijnselt Ze hadden niet zoveel tijd meer.
"Marcel, jongen, doe open. Vij zijn het," riep Boris toen hij aanklopte.
Ze hoorden iets, het geluid van kleine schuifelende voetjes. De deur kwam op een kier te staan. Een huiself met nachtlamp staarde hen één voor één aan.
"Laat ons binnen, elf," beval Boris.
"Nee, meester slaapt. Hij niet willen gestoord worden."
Boris duwde de elf opzij. Uit een andere kamer kwam Marcel binnen in nachthemd.
"Wattiser?"vroeg hij en z'n blik ging over de vier mannen die in het midden van de nacht plots aan z'n deur stonden. Zijn vrouw kwam achter hem staan.
"Zij kwamen hier binnenvallen, meester. Ik kon er niks aan doen. Het spijt me! Het spijt me," jammerde de elf toen hij opstond.
"Het is niks, Raffel."
Peter nam het woord: "Je bent in levensgevaar, de Zuiveren willen je vermoorden. Nu, samen met je hele gezin. Daarom komen we je halen. Maak iedereen wakker, je kinderen en vrouw en kom naar buiten. En vlug, er rest ons niet veel tijd meer."
Marcel's houding veranderde direct, hij staarde even naar zijn vrouw.
"Het moest er ooit eens van komen," zei z'n vrouw.
"Jah," antwoordde Marcel verstard.
"Ik neem de tweeling," zei zijn vrouw kordaat. En ze ging een andere kamer binnen.
"Waar brengen we ze heen?" was het eerste wat Tom zei.
"We nemen ze wel even bij ons in de hut. Boris kan dan ondertussen een andere schuilplaats voor hen zoeken," zei Peter.
Hij verbaasde zichzelf dat hij zich zo rustig hield. Hij wou absoluut Marcel en z'n gezin redden. Anders zou hij het zichzelf nooit vergeven. Peter had zelf een gezin en wist hoeveel het kon betekenen.
Marcels vrouw verscheen met de tweeling in de hand.
"Wij zijn klaar," zei ze en ze keek liefdevol naar haar kinderen aan haar arm.
"Goed zo, Tom jij Verschijnselt samen met Marcel en zijn gezin naar ons huis. Boris wil jij hem helpen? En vergeet de elf niet."
"Ja, natuurlich," en ze liepen de hut uit.
Eerst Verdwijnselde Tom samen met de tweeling. Daarna nam Marcel zijn eigen vrouw mee naar hun schuilplaats en vervolgens verdwijnselde Boris met de huiself aan z'n arm.
"En wij?" vroeg Jonathan.
"Wij gaan vanuit een schuilplaats kijken hoe die Zuiveren te werk gaan,"zei Peter. Hij sloot de deur van de hut zodat het leek dat de mensen erin niets vermoeden.
"Die struiken lijken mij wel geschikt," zei Jonathan en hij stapte eropaf. Peter volgde hem.
"Ik spreek wel een Kameoflagespreuk over mezelf uit, gebruik jij de mantel,"
Peter sloeg de mantel over zich en naast hem onderging Jonathan het effect van de spreuk. Eerst bedekte de spreuk zijn hoofd, het druppelde op zijn buik en na een tijdje leek het over te vloeien naar zijn benen, totdat hij volledig was opgenomen in de bosachtige omgeving rondom hen.
Ze wachtten, de adrenaline gierde door Peters bloed, daarnet was hij nog net kunnen ontsnappen uit de grot, en nu zat hij te wachten tot de mannen waaraan hij daarnet ontsnapt was verschenen .
Hij besefte dat het gevaarlijk was wat ze deden.
Heel gevaarlijk.
Na een minuut stilte, werd deze doorbroken door talloze zachte knallen. Uit de struiken kwamen gedaantes op de hut afgestapt; enkele schenen met hun toverstaf. Ze vormden een kring, ze kwamen dichter en dichter. Tot ze op een meter afstand waren van de deur. De Zuivere, die Peter herkende als de waard ging naar voren en blies de deur open. Ze stormden naar binnen, zelfs vanaf de struiken waarachter ze nu verscholen zaten konden ze het dichtslaan van deuren horen, het breken van porselein. De waard kwam driftig naar buiten.
"Ze zijn er niet," bulderde hij. "Ze zijn er niet!"
Hij richtte zijn staf op een willekeurige Zuivere en riep met een grote kracht: "Crucio!"
Zijn slachtoffer schreeuwde het uit van de pijn.
Van die pijnkreet maakten Peter en Jonathan gebruik, ze Verdwijnselden geruisloos naar hun huis.

Toen ze binnenkwamen was Boris het verhaal aan het vertellen tegen Arthur die leunend tegen de muur zat te luisteren. Emma ontfermde zich ondertussen met de tweeling.
Marcel stond op en stapte op Peter af.
"Bedankt Peter."
"Dat is niks, jij zou hetzelfde hebben gedaan. Ik heb ook een gezin, en ik weet hoe belangrijk ze voor me zijn," zei Peter.
"Ik sta bij je in het krijt,"zei Marcel nog en hij ging weer zitten.
"Waar is Tom?"vroeg Peter.
"Die is naar z'n kamer gegaan toen hij hier aankwam,"antwoordde de vrouw van Marcel.
"Trouwens, ik heet Jill,"zei ze.
"Ik heet Peter, moest je het nog niet weten."
"Bedankt Peter, voor wat je gedaan hebt."
Peter liep door naar de kamer van Tom.
Daar vond hij Tom, die voor zich uit zat te staren.
"Het is begonnen," zei hij toen hij Peter in de deuropening zag.
"Wat?"
"De strijd, we hebben slapende honden wakker gemaakt door Marcel en zijn gezin in huis te nemen. Vanaf nu zullen we ze moeten bewaken, want ze zullen worden gezocht door hen.
En ze zullen te weten komen dat wij er zijn."
"Heb je er spijt van? Dat we Marcel in huis hebben genomen?"
"Nee, want dit is toch waarvoor we hier zijn toch?"